Zondag 22/09/2019

Couture voor alle kleuren, maten en gewichten

'Mode hoort niet in een museum. Mode is een moment, mode is leven.' Het zijn woorden van Jean-Paul Gaultier bij de opening van zijn tentoonstelling in... een museum. Hij heeft er dan ook alles aan gedaan om er geen statische bedoening van te maken. Agnes Goyvaerts

Met een speciale, wit-blauw gestreepte Thalystrein reisde Jean-Paul Gaultier, met in zijn zog een sliert Franse en Belgische journalisten, naar Rotterdam. Onderweg van het station naar de Kunsthal hebben de bomen een blauw-wit gestreept korset gekregen, en zelfs de Euromast is ingepakt. Wie Jean-Paul Gaultier zegt, denkt zeemanstrui. In zijn carrière als modeontwerper, die intussen vijfendertig jaar omspant, zitten nog zo'n paar vaste iconen, zoals de puntige beha van Madonna, de netkousen van de Folies Bergère, de trench coat van de Parisienne, de rok voor mannen.

De tentoonstelling die het voorbije weekend opende in de Kunsthal van Rotterdam kende haar première in Montreal en mocht meer dan 700.000 bezoekers verwelkomen. Dat heeft veel te maken met de controversiële aanpak van Gaultier. Ook al wordt hij op zijn zestigste nu echt wel te oud om nog het enfant terrible van de Franse mode te worden genoemd, toch valt de term nog geregeld. Vijfendertig jaar voor Frankrijk ja zei op het homohuwelijk, stuurde hij Tanel, een man, reeds als bruid de catwalk op, en al die tijd is hij blijven schoppen tegen heilige huisjes.

Beertje met beha

"Er bestaat niet zoiets als één soort schoonheid", herhaalt Gaultier in Rotterdam. "Toen ik mijn eerste defilés organiseerde in Parijs, was het type model Scandinavisch, lang en blond. Ik wou daar meteen tegenin gaan." Een van zijn stermannequins werd Farida, een kloek gebouwde Algerijnse, en in de loop van zijn carrière liet hij oude en jonge, dikke, dunne, kleine en lange modellen over de catwalk lopen. Ook huidskleur, cultuur of sekse spelen geen rol bij de mensen die hij kleedt. "In Rotterdam leven 170 culturen samen, daarom past mijn werk hier zo goed", zegt hij.

Dat werk, een indrukwekkend overzicht van zijn carrière als ontwerper van prêt-à-porter, haute couture, film- en theaterkostuums, is niet chronologisch geordend ("Dan zou ik het gevoel hebben naar een begrafenis te gaan"), wel per thema. Zijn vele verwijzingen naar seks en bondage zijn bijvoorbeeld samengebracht in een red light district, in het boudoir zijn varianten op het korset te zien, en natuurlijk krijgen matrozen, stadsnomaden en echte Parisiennes ook ampel ruimte.

Bij de haute-couturejurken - zij het in camouflagevlekken, gebreide kabels, of marinestrepen in witte en blauwe veertjes - staan de honderden uren handenarbeid die ze vergden vermeld. Het toont de weg aan die Gaultier heeft afgelegd sinds zijn allereerste creaties. Getuige daarvan is teddybeer Nana, die hij als kleine jongen roodgestifte lippen en een beha gaf, maar ook foto's van de eerste collecties, waarvoor hij een blik van kattenvoer gebruikte als armband, en een tutu van tule combineerde met een leren jekker en gympen. Niet voor niets heet de tentoonstelling From the Sidewalk to the Catwalk.

Met zijn korsetten en provocerende beha's kreeg Gaultier soms het verwijt misogyn te zijn. "Net niet", legt hij uit. "Toen ik als kleine jongen bij mijn grootmoeder dat grote roze ding ontdekte, dan een korset bleek te zijn, vertelde ze dat de vrouwen azijn moesten drinken om hun maag te doen krimpen, alvorens te worden ingesnoerd met de veters. Toen was een korset dwang. Jonge vrouwen van vandaag kiezen het zelf als instrument om te verleiden, niet omdat ze het moéten dragen."

En niet alleen jonge vrouwen, ook mannen mogen van Gaultier verleiden; hij gaf hen een matrozentrui met blote schouders of een vetersluiting op de rug. En hij maakte een lange fluwelen jurk met conische borsten voor zijn trouwe medewerker Tanel. "Natuurlijk moest ik haute couture voor mannen maken" antwoordt hij in zijn grappig Engels, "omwille van de gelijkheid der seksen. Vrouwen zijn sterk, ik geef hen de kans om hun sterke kant te tonen. Dat mannen kwetsbaar zijn, mag ook gezien worden."

Levende poppen

Jean-Paul Gaultier noemt zichzelf geen kunstenaar. "Ik reflecteer in mijn collecties wat er beweegt in de maatschappij." Toch sta je bij veel van zijn creaties met open mond te kijken. Naar het werk, maar ook naar de fantasie, naar de ongewone technieken. Soms vergeet je zelfs naar de kleren te kijken omdat je gefascineerd wordt door de sprekende poppen. Met een ingenieuze techniek van projectie, die voor het eerst werd gebruikt op het theaterfestival van Avignon, gaan de poppen leven. Ze praten en soms heb je het gevoel dat ze je met hun blikken volgen. "Ik heb me niet verveeld toen ik hier de ronde deed", zegt de ontwerper bescheiden. "Ik mag hopen dat u dat ook niet doet." Reken maar.

The Fashion World of Jean Paul Gaultier: from the Sidewalk to the Catwalk, Kunsthal Rotterdam, Museumpark, tot 12 mei 2013. Maandag gesloten.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234