Maandag 24/02/2020

Couture op het doek

de stormachtige relatie tussen film en mode

Van Armani's American Gigolo tot Givenchy's Holly Golighly in Breakfast at Tiffany's, de samenwerking tussen mode en film heeft al heel wat pareltjes opgeleverd. Het recentste staaltje van die artistieke symbiose is Dolls van Kitano, waarvoor Yohji Yamamoto de kostuums bedacht.

Vrouwen gaan om twee redenen naar de bioscoop, zei Samuel Goldwyn, de baas van MGM, in 1931. "Ten eerste om de films en de filmsterren te zien. Ten tweede om de nieuwste kledingtrends te ontdekken." Goldwyn geloofde zodanig in de aantrekkingskracht van de stijl van filmsterren dat hij Coco Chanel het voor die tijd astronomische bedrag van 1 miljoen dollar aanbood om zijn beroemdheden te kleden, zowel op als naast de set. Chanel, te chique voor Hollywood, ging akkoord, zij het niet echt overtuigd. Na één film, Tonight or Never (bij ons ging er alvast geen belletje rinkelen), hield ze het dan ook voor bekeken.

Goldwyns aforisme is sindsdien talloze keren bevestigd en heeft zowel de film- als de mode-industrie geen windeieren gelegd. Zopas verscheen er in de bioscoop een film die een prachtig staaltje is van een fijngevoelige, artistieke relatie tussen een regisseur en ontwerper. Dolls, de tiende prent op naam van de Japanse cultcineast Takeshi Kitano, bekend om zijn extreem gewelddadige verhalen over de Japanse yakuza (maffia), zoals Hana-Bi uit 1997, pronkt met kostuums van Yohji Yamamoto. Die designer is sinds het begin van jaren tachtig bekend om zijn gedurfd moderne benadering van mode en zijn strenge kleurenpalet. Dat beperkt zich tot zwart, of als het echt moet tot zwart en wit. Yamamoto's creaties worden wereldwijd gedragen en aanbeden door een clientèle dat meer begaan is met een perfect vallende mannelijke kraag dan met het showen van blote buiken en billen. Om die reden is hij ook niet de meest voor de hand liggende kandidaat voor een cross-over tussen mode en film.

Maar Yamamoto verrast, want je moet verdomd goed zoeken om een zwart kledingstuk te vinden in Dolls. De ontwerper heeft Kitano's film, gebaseerd op drie schijnbaar onverenigbare verhalen over liefde en dood, aangekleed met kostuums die verzadigd zijn van kleur. De hoofdpersonages, een berooid stel dat door verbluffende Japanse landschappen strompelt, die veranderen door de vier seizoenen heen, zijn zowel hedendaags als onwerkelijk. Ze zijn, geïnspireerd op bunraku, het traditionele Japanse poppentheater, wandelende metaforen voor vervloekte liefde. Dezelfde subtiele, interpretatieve methode als Yamamoto voor zijn eigen collecties gebruikt, past hij toe op hun kleren. "Ik voelde dat het gevaarlijk zou zijn op bunraku geïnspireerde kleren te ontwerpen", zegt hij. "Eigenlijk was ik meer geïnspireerd door kabukitheater, waar de kleren van de acteurs een weerspiegeling zijn van de seizoenen."

Het is te danken aan Yamamoto's intelligentie en fijngevoeligheid dat de kleren, die onmiskenbaar zijn stempel dragen - Sawako's lange slierterige mouwen en elegant geplooide asymmetrische jurkjes en de zacht vallende, zeer uitgesproken brede schouders van Matsumoto's jasjes verraden de hand van de ontwerper - naadloos in de totale sfeer van de film overgaan.

Helaas is dat niet altijd het geval. Als de mode- en filmwereld verbroederen, kan dat evengoed resulteren in een platte commerciële bedoening. Trouwens, het is een tweesnijdend zwaard. Modeontwerpers gaan er vaak prat op hun inspiratie bij deze of die film of regisseur te halen; Visconti, Kubrick, Fellini en andere namen die vooral gelinkt worden aan eigenzinnige of extravagante producties staan bovenaan op het lijstje. Maar evengoed verdringen uitgevers van modeblaadjes zich op het slagveld van de rode lopers om een foto te bemachtigen van een ster in een creatie van een beroemd modeontwerper.

De ambivalentie van Chanel is typerend voor de nogal stormachtige relatie tussen film en mode. Op de Oscar-uitreiking van 1954 kaapte Edith Head, de kostuumdesigner van Paramount, de Oscar voor beste kostuums weg voor Sabrina. De Sabrina uit de film, Audrey Hepburn, wist de Academy te charmeren met een aantal jurkjes met elegante riem rond de taille, met volle rokken en die typische rechthoekige neklijn, sindsdien bekend als de Sabrina-neklijn. Head kreeg dan wel de Oscar, maar de kleren werden in feite bedacht door de toen nog volslagen onbekende Hubert de Givenchy.

Sindsdien heeft de geschiedenis Givenchy gegeven wat hem toekomt: tenslotte kon hij later Breakfast at Tiffany's op zijn naam schrijven. Christian Dior, Givenchy's tijdgenoot uit Parijs, had minder geluk. Hij maakte kleren voor meer dan twintig films (waaronder Indescretion of an American Wife uit 1953, waarvoor hij een Oscar-nominatie kreeg), die allen in de obscuriteit zijn gesukkeld. Gianni Versace werkte zeer vaak en succesvol samen met bekende mensen. Zijn gepantserde gulpstuk voor Sylvester Stallone in het geflopte Judge Dredd wordt daar het liefst niet bij gerekend.

Het lijkt erop dat wat het meest vanzelfsprekend zou moeten zijn in de samenwerking tussen een ontwerper en een regisseur - een designer die kleren verzint voor een film - vaak het meest problematische is. Een professionele designer wordt betaald om deel uit te maken van een filmcrew, niet om zijn autocratische visie in zijn eentje uit te werken. Modeontwerpers spelen sowieso meestal op safe als hun kleren worden geportretteerd. Het moet ze dus worden vergeven als ze zich enigszins bedreigd voelen door de filmentourage.

Vlak voor de release van Luc Bessons The Fifth Element in 1997 beschreef Jean-Paul Gaultier zijn ervaringen op de filmset: "Het was een echt avontuur. Ik moest mij inpassen in een verhaal dat het mijne niet is. Ik was niet de baas; ik had er een: Luc."

Voor een designer is acteurs kleden een lang researchproces, afhankelijk van de uiteindelijke indruk die de regisseur wil nalaten. Ze presenteren kleding die nauwkeurig de historische en geografische setting weergeeft; en het beroep, de smaken en zwakheden van de personages evoqueert. Voor de haute couture is een figurantenrol weggelegd, meestal om de status in de verf te zetten. Maar meestal is mode, in haar puurste vorm, ondergeschikt aan andere factoren, niet het minst de film en de acteurs zelf.

En toch. De aantrekkingskracht van de credit 'kledingontwerp van' op een blockbuster is voor sommige designers onweerstaanbaar. De voorbeelden van succesvolle samenwerkingen zijn dan ook legio: Givenchy's kleerkasten voor Hepburn, voor velen nog altijd het summum van cinematografische elegantie; Yves Saint Laurents overheerlijke keurige jassen met twee rijen knopen en onberispelijke pakjes voor Catherine Deneuve in Louis Buñuels Belle de Jour (1967); Ralph Laurens verleidelijke en op herenkleding gebaseerde look voor Diane Keaton in Annie Hall van Woody Allen (1977).

Van alle grote namen die ooit hun steentje bijgedragen hebben tot de filmmode is de grootste ongetwijfeld Giorgio Armani. Onder al meer dan honderd films mocht hij zijn ontwerpershandtekening zetten. Zijn filmdebuut, voor American Gigolo (1980), is nog altijd een ankerpunt onder de 'modefilms'. Armani had zich geen perfectere bevestiging kunnen inbeelden van waar zijn merknaam voor staat: een jonge, gespierde Richard Gere die de gebobbelde grijze en tabakskleurige pakken van de Italiaanse ontwerper overtuigender draagt dan om om het even welk mannelijk model. Tegenspeelster van Gere en jarenzeventigmodel Lauren Hutton mocht dan stralen in Armani's vrouwenkleren, het waren Geres pakken die alle aandacht op zich vestigden: hun kwaliteit, sensualiteit en hun rol als statussymbool worden door de film volledig geëxploreerd. Een mythe doet zelfs de ronde dat zodra de credits tijdens de eindgeneriek over het scherm rolden het Amerikaanse publiek naar de dichtstbijzijnde Armani-winkel spurtte.

Zo'n harmonieuze samenwerking tussen ontwerper en film is echter zeldzaam, vooral in films met een hedendaagse setting. Het is natuurlijk best begrijpbaar dat ontwerpers niet het risico willen lopen dat hun creaties achterhaald zijn: tegen de tijd dat een film ingeblikt, bewerkt en uitgebracht is en uiteindelijk een blockbuster wordt, kunnen kleren die opzettelijk tijdgebonden zijn beschamend vloeken met de laatste collectie van de designer.

Sciencefictionfilms zijn echter meestal een schot in de roos en hebben talloze modenamen al een hit opgeleverd. Denk maar aan de bizarre creaties van Paco Rabanne voor Jane Fonda in Barbarella (1968), Hardy Amies' wonderbaarlijke en zwaar ondergewaardeerde pakjes voor de hostessen in de spaceshuttle in 2001: A Space Odyssey (1968) of de cartooneske visie van Gaultier voor The Fifth Element. Ze tonen allemaal aan dat een modeontwerper niet alleen een film kan decoreren, maar hem zelfs kan definiëren.

"Het kan gek klinken", zegt Takeshi Kitano, "maar ik heb Yohji gewoon zijn ding laten doen, zonder al te veel te discussiëren. Tijdens de eerste pas-sessie toonde hij ons de herfstkleren voor de bedelaars. Miho droeg een rode jurk die ik in geen honderd jaar kon associëren met bedelaarskleren. Toen ik ze zag, viel ik zowat van mijn stoel! 'Wat denk je', vroeg Yohji mij. 'Wat word ik dan verondersteld te denken? Wat is hier de bedoeling van?', dacht ik bij mezelf en raakte ogenblikkelijk in paniek. Na een tijdje kalmeerde ik en dacht: 'Oké, hun kleren hoeven helemaal niet realistisch te zijn.' Achteraf gezien was dat het keerpunt in het productieproces van Dolls: toen heb ik definitief het concept van de film vastgelegd."

Omdat Yamamoto totaal onverwachts kwam aandragen met theatrale kleren voor de 'poppenpersonages' in de film zag Kitano zich genoodzaakt zijn personages te herdefiniëren in wat hijzelf 'menselijke poppen' noemt. Er bestaat weinig twijfel over dat de creaties van een professionele kostuumontwerper in plaats van Yamamoto een totaal andere film hadden opgeleverd.

Zonder dat wederzijdse respect tussen regisseur en modeontwerper had de samenwerking heel wat minder vruchten afgeworpen. "Voordat ik met Kitano gewerkt had, dacht ik dat hij een macho pur sang was. Niet dus. Hij is een van de fijnzinnigste, geheimzinnigste en vrouwelijkste mannen die er rondlopen", zegt Yamamoto. En het is ook een en al vriendschap wat de klok slaat buiten de set: verhalen doen de ronde over het duo dat tezamen de nachten in Tokio weg drinkt en over Kitano die als model optreedt tijdens modeshows van Yamamoto.

Yamamoto en Kitano zijn samen in staat een artistieke film af te leveren zonder zich vast te pinnen op de commerciële aspecten. Een niet onaardig neveneffect is dat je er geen moment bij stilstaat dat een knettergek, dakloos paar rondzwerft in prachtige en kostbare outfits van Yamamoto. De opzet van Dolls om droom boven realiteit te verheffen, blijkt dus te werken. En terwijl andere designers er enkel voor staan te springen om Nicole Kidman of Cameron Diaz in hun outfits te zien paraderen, omdat hun modellengezichtjes en perfecte lichaam nu eenmaal veilig terrein zijn, voelt Yamamoto zich niet te beroerd om voor alle acteurs te ontwerpen, zowel voor de glamoureuze als de nerds.

Voor een modeontwerper is het verdomd moeilijk om zich te plooien naar de wil van de regisseur. Bovendien riskeert hij zijn goede naam op het spel zetten omdat idiote, moordzuchtige of stijlloze filmpersonages zijn creaties weinig eer aan doen. Zo niet bij Kitano en Yamamoto. Onlangs liet de regisseur zich ontvallen dat van al diegenen die Dolls in Japan hadden gezien, vier op de vijf vrouwen waren. Samuel Goldwyns woorden waren profetisch: er zal altijd een publiek zijn dat op zoek is naar de nieuwste modetrends.

Copyright: The Independent

Hoewel de samenwerking tussen ontwerper en film niet altijd van een leien dakje loopt, heeft de filmgeschiedenis bewezen dat een modeontwerper niet alleen een film kan decoreren maar hem zelfs kan definiëren

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234