Woensdag 26/01/2022

Cousteau

Cousteau is een Brits vijftal dat zijn naam ontleent aan een bekende Franse diepzeespecialist. Maar daar houdt de maritieme link meteen op: de warme, majestueuze popmuziek van dit gezelschap staat immers haaks op de koele duisternis van het oceanische onderwaterleven. Cousteau staat voor tijdeloze romantiek en herfstige melancholie, van het soort waar ook Jack en Tindersticks ons in het recente verleden al op hebben vergast. Zo te horen is de grootste inspiratiebron van de groep de panoramische maar verfijnde sixtiespop van Jimmy Webb en Burt Bacharach. Aanstoker van al dat moois is toetsenman en songschrijver Davey Ray Moor, een in Beiroet geboren Australiër die zich tegenwoordig in Londen ophoudt en in een vroeger leven al filmmuziekjes schreef. Zijn voornaamste medeplichtige is de Ierse zanger Liam McKahey, een stripfanaat met een sexy croonerstem, die afwisselend doet denken aan Scott Walker en de jonge David Bowie.

Net zoals Tindersticks en The Bad Seeds treden de heren Cousteau bij voorkeur op in scherpgesneden maatpakken en maken ze bewust amodieuze muziek vol emotionele diepgang. Hun low budget opgenomen en in eigen beheer uitgebrachte debuut-cd verscheen oorspronkelijk in 1999, maar werd vorig jaar door de groep heropgenomen en begint nu ook buiten Engeland enig opzien te baren. Dat is volkomen terecht: luister maar eens naar schitterende, van cafard doordrongen songs als 'The Last Good Day of the Year' (inclusief verslavend trompetmotiefje), het ingetogen 'Mesmer' en de toekomstige classics 'Jump in the River' en 'Ruinous Blue'. Een mijmerende piano, een rustieke viool, een aangestreken contrabas en inventief maar afgemeten gitaarwerk zijn de ingrediënten van het al even bloedmooie 'You My Lunar Queen', dat er ons toe noopt het woord revelatie nog eens van stal te halen. Cousteau heeft alles in zich om binnen de kortste keren tot een Grote Groep uit te groeien. Koop nu een kaartje voor haar concert in de Brusselse Botanique op 7 maart, dan kun je later tenminste zeggen dat je er bij bent geweest.

Cousteau, Cousteau, Palm Pictures/Zomba.

Steve Wynn

Tijdens de jaren tachtig schreef hij geschiedenis met The Dream Syndicate. Later zette hij geslaagde zijstapjes met Danny & Dusty en Gutterball, maar intussen is Steve Wynn, de meester van de rock noir, al aan zijn tiende soloplaat toe. Al is 'epos' in het geval van Here Come the Miracles misschien wel een beter woord. Het is namelijk een 82 minuten durende dubbel-cd met negentien songs die tijdens een intense, tien dagen durende sessie in Tucson, Arizona werden ingeblikt. Zelf doet Wynn erg opgewonden over het werkstuk: "Er hing magie in de lucht", zegt hij. En inderdaad, de stilistische en inhoudelijke reikwijdte van zijn nieuwste collectie is vergelijkbaar met die van rockklassieken als Exile on Main St, Physical Graffiti, Zen Arcade, London Calling of Daydream Nation. Daar zijn twee redenen voor: de hoogwaardige kwaliteit van het materiaal en het hechte samenspel van zijn band, voor de gelegenheid aangevuld met Chris Cacavas op toetsen en, een enkele keer, twee leden van Giant Sand.

Ook nu weer worden in de songs bruggen verbrand, vluchtroutes uitgedokterd en zelfmoorden gepleegd en varieert het aanbod van melodieuze gitaarpop ('Shades of Blue') tot stuiterende garagepunk ('Crawling Misanthropic Blues'; 'Strange New World') en van broeierige gitaarrock ('Topanga Canyon Freaks') tot naar Dylan knipogende gospel ('There Will Come a Day'). Aanvankelijk kun je je niet van de indruk ontdoen dat je te maken hebt met Wynn by numbers, maar de songs en de snaarduels met Chris Brokaw worden beter bij iedere beluistering. Onbetwistbare hoogtepunten zijn alvast het slepende 'Good and Bad', waarin Steve Wynn zich als gitarist duidelijk laat inspireren door Neil Young; het serene 'Drought' en het zwaar de bocht uit scheurende 'Smash Myself to Bits'. Here Come the Miracles bewijst onomstotelijk dat intelligente en intense rock-'n-roll nog altijd toekomst heeft.

Steve Wynn, Here Come the Miracles, Blue Rose/Zomba.

Fauna Flash

Fauna Flash werd door MixMag ooit omschreven als het Duitse antwoord op Reprazent. Het producersduo uit München, eerder al betrokken bij projecten als Trüby Trio en Voom:Voom, bewees drie jaar geleden al met zijn debuut-cd Aquarius dat ook onze oosterburen het drum'n'bass-genre de baas konden. Met Fusion gaan de heren nog een reuzenstap verder. Het is niet alleen een poging een op zich vrij hybride stijl in al zijn verschijningsvormen aan bod te laten komen; Roland Appel en Christian Prommer laten hun nerveuze breakbeats ook versmelten met house, disco, soul, latin, hiphop, dub, jazz en Braziliaanse muziek. Dat leidt tot een hoogst gevarieerd werkstuk waarop het aangenaam dansen is en dat de luisteraar moeiteloos van de ene stemming in de andere loodst. Zo is 'Percussion' een wervelende ode aan Tito Puente, 'Question' een confrontatie met hiphoppers Aphrodelic en 'Mother Nature' dubjazz met als earcatcher de Weense Sugar B. Elders worden de zangeressen Deirdy Jones en Marzenka in stelling gebracht, wat alleen maar kan leiden tot een grootscheepse invasie van de internationale dansvloer. Fauna Flash maakt grootstadsmuziek die je niet onbewogen laat.

Fauna Flash, Fusion, Compost Records/Lowlands.

Rick Danko

Het mooie aan muzikanten is dat ze een beetje onsterfelijk zijn. Toen bassist-zanger Rick Danko in december 1999, na haast vier decennia trouwe dienst bij The Band, op zijn 56ste overleed, liet hij een hoop opnamen achter waaruit zijn vrouw nu de postume cd Times Like These heeft gepuurd. Qua sound sluiten de nummers nauw aan bij de rootsgerichte platen die Danko de laatste jaren uitbracht met zijn groep en het zal dus niet verbazen dat ook Garth Hudson en Levon Helm af en toe hun opwachting maken. Zelf was Rick Danko geen erg productieve songwriter, wat verklaart waarom hij zo vaak zijn toevlucht zoekt tot het werk van anderen: 'Chain Gang' van Sam Cooke, 'Ripple' van The Grateful Dead en materiaal van onder anderen Fats Domino en Tom Pacheco. Dylans 'This Wheel's on Fire', ooit al opgenomen met The Band, wordt drastisch herwerkt met de hulp van Crowmatrix en is een feest van mandolines, saxofoons en accordeons. 'All Our Past Times' is de vrucht van een twintig jaar oude samenwerking met Eric Clapton, maar het mooist zijn de twee tracks uit een akoestische radiosessie: 'Book Faded Brown', dat eerder al te horen was op Jubilee, en het door Helm van enige harmonicaanse gloed voorziene 'Let the Four Winds Blow'. Als zanger durft Rick Danko wel eens te zeuren en groots kun je Times Like These zeker niet noemen. Maar het is wel een hartverwarmende plaat van een man die het grootste deel van zijn bestaan prima muziek heeft gemaakt.

Rick Danko, Times Like These, Big River/Bertus.

Dillon & Zazou

Sandy Dillon zou je als de vrouwelijke tegenhanger van Tom Waits kunnen bestempelen; de Fransman Hector Zazou is een componist-producer die elektronische klanklandschappen schildert en zich de jongste jaren vooral bezighield met diverse vormen van sacrale en volksmuziek. Zazou 'regisseerde' onder meer Sahara Blue en Songs from the Cold Seas en opereert dus duidelijk in een heel andere luchtbel dan Dillon, maar hun gezamenlijke liefde voor Captain Beefheart vormde de kiem voor een samenwerking die uitsluitend per post en telefoon verliep. De twee artiesten ontmoetten elkaar pas voor het eerst nadat12 (Las Vegas Is Cursed) al naar de perserij was vertrokken.

Wie vertrouwd is met cd's als Electric Chair en Eastovershoe weet al dat je van Sandy Dillon geen easy listening hoeft te verwachten. Maar eigenlijk zijn dat nog zeer toegankelijke platen in vergelijking met de grillige, schetsmatige gestructureerde flarden lawaai die je hier tegemoet komen gewaaid. 12 is een ode aan de chaos en de vrije vorm, met hortende ritmen, onverwachte noise-uitbarstingen, gruizige elektronica, industriële drones en naar avant-gardejazz verwijzende blazersarrangementen. Het duo, dat in de studio werd geholpen door Ministry-drummer Bill Rieflin en de gitaristen Marc Ribot, Justin Adams, Porl Thompson (The Cure) en wijlen Steven Bywater, stelt met dit bizarre hoorspel de zenuwen van de luisteraar wel bijzonder lang op de proef. Want op een Beefheart-cover en het door Zazou en Lisa Germano bedachte 'Excuse Me' na, bevat dit werkstuk nauwelijks iets dat voor veelvuldige herbeluistering in aanmerking komt. Wel een cd om achter de hand te houden voor als je biotoop nog eens wordt geteisterd door ongewenst bezoek.

Sandy Dillon & Hector Zazou, 12 (Las Vegas Is Cursed), Crammed.

Dirk Steenhaut

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234