Dinsdag 27/10/2020

Coureurkes, uit #detijdvanroger

Vroeger was het/mijn leven nog simpel. Wielrennen was toen een sport die verreden werd met een peloton van zestig plastic en ijzeren rennertjes en op het einde won Roger De Vlaeminck. Het was de tijd waarin het grootste drama nog bestond uit een geschaafde knie en een gescheurde broek. Veel broeken heb ik versleten door op mijn knieën nauwgezet rennertjes - 'coureurkes' - te verschuiven door de huiskamer, waar ze op het ritme van twee dobbelstenen hun eigen Rondes van Vlaanderen en Frankrijk reden.

Ik speelde vals. Een beetje. Als mijn denkbeeldige Jan Raas, Gerrie Knetemann of Bert Oosterbosch - steeds gegroepeerd in hun tricolore Ti-Raleigh-truitjes - met een dubbele zes verwend werden door het lot, gooide ik nog eens met de stenen. En desnoods nog eens, tot ze een drie of een vier scoorden. Voor een Nederlandse overwinning was geen plaats in mijn kinderverbeelding. Het was een gerechtvaardigde compensatie voor de sportwerkelijkheid van de late jaren zeventig, waarin de ploeg-Post al te vaak zegevierde.

Roger De Vlaeminck daarentegen mocht wel winnen - meer dan hem objectief toekwam. Dat kwam niet omdat Roger de beste was, maar omdat hij in het mooiste truitje van mijn verzameling rondreed. Er ging iets onoverwinnelijks uit van die Amerikaanse sterren en strepen op zijn Brooklyn-maillot. Zelf was ik te jong om me De Vlaeminck nog echt bij die ploeg te herinneren (ik ben van de GIS- en Daf-generatie), maar die Brooklyn-renner: dat was Roger, en Roger was van ons.

Voor een zesjarige was ik verbazend correct in het toewijzen van de juiste renners aan de juiste poppetjes. Peugeot, dat was Jean-Luc Vandenbroucke, en Renault, dat was Hinault. Maar ook Sven-Ake Nilsson, die tussen de tafelpoten van mijn kindertijd alleen omwille van zijn naam mocht meerijden, plaatste ik juist in een Miko-truitje, en Hennie Kuiper was van Frisol.

Esthetiek is een zwaar onderschatte verklaring voor de blijvende aantrekkingskracht van wielrennen. Van kleuterbeen af was ik een grote fan van Lucien Van Impe. Dat had alles te maken met die wonderlijk bolletjestrui, waarin hij elke zomer mocht rondrijden. Ook vandaag nog, wed ik, is de bolletjestrui een bijzonder lucratief merchandisingproduct voor de Tourorganisatoren. Jan Ullrich en Alex Zülle vergeven we alle zonden omdat ze ze begingen in die prachtige kleurrijke tenues van Bianchi en Once.

Wie spreekt over de schoonheid van de koers, heeft het over de prachtige landschappen tussen Milaan en San Remo, of over onze bijna katholieke obsessie met de lijdensesthetiek van bergetappes en kasseiklassiekers. Over de prachtig gekleurde truitjes die je vooral vroeger zag in het peloton, gaat het dan zelden. Terwijl weinig design kan tippen aan het startvlagmotief van een Peugeot-trui of aan het blauw-witte zebraontwerp van Atala (Urs Freuler! Met snor!). Het is onbegrijpelijk dat de meeste ploegen vandaag hun renners in fletse, inwisselbare tenues stoppen.

Dat mijn liefde voor de koers vandaag wat lijkt te kwijnen, wijt ik vooral daar aan, aan het verzaken aan de esthetische plicht, niet aan de dopingbekentenissen. Zoals ze vroeger - trap op, trap af - tussen stoelen en onder tafels reden, in het geel-blauw van Kas (Lucien Van Impe) en IJsboerke (Daniel Willems) , zo rijden ze vandaag niet meer, meneer.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234