Zaterdag 15/05/2021

Corsica

de Schoonheid zelve

Magnifieke kathedralen, stoere bergen, adembenemende stranden en een lichtinval die Matisse wist te verleiden:

Corsica is een ware ontdekking.

Door Seth Sherwood

De trein is niet meteen om over naar huis te schrijven. De drie roestige wagons steunen en kreunen dat het een lieve lust is en de banken zitten al net zo hard als kerkstoelen. De trein spoort van Ajaccio, de grootste kuststad van Corsica, naar Corte in het woeste binnenland. Maar dan, twintig minuten nadat we zijn vertrokken, voltrekt zich ineens een wonder. De geur van palmbomen en mediterrane winden maakt plaats voor het aroma van dennenbossen en vochtige vegetatie. Nog een twintigtal minuten later dendert de trein omhoog, langs diepe ravijnen en besneeuwde bergketens. We razen voorbij bergdorpen met huizen met rode daken, vervallen stenen hutten en zwartgeblakerde bomen waarop de bliksem is ingeslagen. Zowat alle passagiers, onder wie een aantal Italiaanse wielrenners, een handvol Nederlandse trekkers en ikzelf, drukken hun neus tegen de beduimelde ruiten. We mompelen in superlatieven. Onze woorden kruisen mekaar in verschillende talen... Bello! Mooi! Holy crud! Maar allemaal geven we uiting aan datzelfde gevoel van ontzag.

In feite illustreert ons groepje treinreizigers de geschiedenis van het eiland op een treffende manier. Duizenden jaren lang al wordt al wie Corsica bezoekt van z'n sokken geslagen door de absolute schoonheid van het eiland. De oude Grieken zeilden de betoverend mooie turkooizen baaien in en riepen het eiland uit tot Kalliste: de Mooiste. Vele eeuwen later liep de schilder Henri Matisse over een loopplank en kwam hij terecht in "een wonderbaarlijk land waar alles kleur en licht is." Tegenwoordig vind je in alle Franse krantenkiosken, van Normandië tot Nice, magazinecovers waarop de sikkelvormige zandstranden, de gekartelde bergketens, de Romeinse ruïnes en de pastelkleurige havenstadjes afgebeeld staan. Aan al dat fraais heeft Corsica dan ook zijn moderne bijnaam te danken: l'Île de Beauté. Het Eiland van de Schoonheid, zeg maar. De trein lost ons in het bergplaatsje Corte. De Corsicaanse trots hangt hier voelbaar in de lucht. In de winkeletalages proberen de plaatselijke delicatessen je in bekoring te brengen. De worsten, de hompen kaas, de potten honing en de vaatjes plaatselijke wijn zijn erg verleidelijk. De cafés zitten vol met groepjes oude mannen die in het Corsicaans met mekaar zitten te keuvelen. Op een paar muren zien we ook graffiti die de Corsicaanse eis om onafhankelijkheid kracht moeten bijzetten.

Beroemdste Corsicaan

"Voor ons, Corsicanen, staat Corsica symbool voor onze identiteit. Het is de plek die het minst is aangetast door buitenstaanders", zegt Jean-Marc Olivesi die aan het hoofd staat van de Corsicaanse musea. Hij is hier om de tentoonstelling rond Napoleon Bonaparte, de beroemdste Corsicaan uit de geschiedenis, voor te bereiden die in 2009 te zien zal zijn in het Musée de la Corse. "De kuststeden, Calvi, Ajaccio, Bastia, Bonifacio en Porte Vecchio, hebben van oudsher nauwe banden met Genua en Frankrijk. Dat zijn de twee mogendheden die de laatste honderden jaren de plak hebben gezwaaid over Corsica", vertelt Jean-Marc Olivesi. Het gevolg was dat Corte werd uitgeroepen tot hoofdstad van Corsica toen het eiland kortstondig, van 1755 tot 1769, onafhankelijk werd van de republiek Genua. De leider van de onafhankelijkheidsstrijd, Pascal Paoli, is sindsdien een plaatselijke godheid. De universiteit, de hoofdstraat, de snoepwinkel op het stadsplein, en het stadsplein zelf zijn naar de man genoemd. In het centrum van het plein leeft hij voort in de vorm van een standbeeld. Hij is een goedgeklede heer van de verlichting en uit zijn ogen spreekt een doordringende blik.

's Avonds stap ik de zeventiende-eeuwse Chapelle Sainte-Croix binnen voor een voorstelling van Voce Ventu, een van de vele groepen die de Corsicaanse polyfonische zangstijl van de oude wereld nieuw leven willen inblazen. De helft van de stad lijkt er samen te stromen: kromgebogen omaatjes, jonge gezinnen, leden van het universiteitscollege en bezwete buitenlandse toeristen. Vijf in het zwart geklede mannen en een aantal begeleidende muzikanten nemen hun positie voor het altaar in. "Dit lied is een eerbetoon", zegt Frédéric Poggi, de lange, kale leider van de zanggroep. Het lied wordt in het Corsicaans gezongen en draagt de titel 'Si mai imparaghju à esse chjucu', wat ongeveer zoveel betekent als 'Voortaan moet ik leren om klein te zijn'. Het lied begint met een eenzame stem, maar algauw vallen ook de andere stemmen in. Samen lijken ze uit één keel te komen. Er volgen nog meer liederen, vrolijke deuntjes die doen denken aan de Ierse reels en zeemansliederen die veel weg hebben van meerstemmige canons. Als het concert voorbij is en het applaus stilaan wegebt, legt Frédéric Poggi uit wat hij bedoelde toen hij het openingsnummer een eerbetoon noemde. "Het gaat over Corsica zelf", zegt hij terwijl de toehoorders de kerk uitstromen. "We maken maar een klein deeltje uit van deze aarde, maar we zijn hoe dan ook een erg trots deeltje van deze aarde", vertaalt hij de tekst van het lied.

Odysseus

Als je Bonifacio, in het zuiden van het eiland, van op zee nadert, kun je je ogen nog meer de kost geven dan wanneer je de trein naar Corte neemt. De enorme krijtwitte klippen met hun horizontale groeven lijken wel geologische millefeuilles te zijn. Naast de rotsen verzinkt onze boot in het niet terwijl we door het water met de kleur van Curaçao-likeur klieven. Op zeeniveau zien we in de kliffen reusachtige, gapende, donkere grotten met prachtige stalactieten. De wind heeft de rotsformaties geërodeerd. Sommige rotsen zijn zo hoog als de flatgebouwen van Manhattan en rijzen mysterieus op uit de zee. De legende wil dat Odysseus en zijn mannen ooit beschutting hebben gezocht in de met kliffen omgeven haven van Bonifacio, waar ze een ras van reuzen ontdekten. Duizenden jaren later trekt Bonifacio opnieuw beroemde mensen en onwerelds grootse figuren aan, meer bepaald beroemdheden en zakenmagnaten. Zuidelijk Corsica dient zich bij het gemoedelijkere deel van de jetset de laatste tijd dan ook aan als een discreet alternatief voor Zuid-Frankrijk. "In Corsica heb je de oppervlakkigheid van de Azurenkust niet", zegt Patrice Arend. Patrice is de eigenaar van de antiekwinkel Mer et Découvertes die zich in de schaduw van de eeuwenoude citadel van Bonifacio bevindt. Hij bewierookt de authenticiteit van de regio, maar hij voegt er ook gauw aan toe dat Sting al in zijn winkel is geweest en dat hij een paar jaar geleden Bill Gates tegen het lijf is gelopen voor zijn deur. "Er komen flink wat beroemde mensen hiernaartoe, maar dat doen ze omdat ze hier nog incognito kunnen zijn." Als je Bonifacio langs het oosten verlaat, vaar je voorbij de Golf de Sperone, een golfterrein aan zee dat is ontworpen door Robert Trent Jones. Een aantal van de privévilla's die over het terrein verspreid staan, zijn van de hand van architect Norman Foster. Dit is het soort plek waar golfers hun balletje met opzet in zee zouden slaan, om toch maar een excuus te hebben om het fonkelende water in te duiken.

Nachtelijke tempel

Wat verderop zie je het Île de Cavallo, een afgeschermde eilandgemeenschap die de Franse pers ook wel eens smalend het miljardairseiland noemt. Je kunt ook meteen koers zetten naar het luxueuze hotel Casa del Mar in het opzichtige stadje Porte Vecchio. Casa del Mar is het enige hotel in Corsica met een eigen aanlegsteiger voor jachten. Het vijf jaar oude hotel is ontworpen door Jean-François Bodin, die ook getekend heeft voor de uitbreiding van het Matisse Museum in Nice. Het hotel werd meteen een hype en het door Michelin bekroonde restaurant en de weelderige omgeving trekken mensen als Giorgio Armani en Marc Jacobs aan. Terwijl de duisternis valt over Porto Vecchio sluip ik door de oude straatjes en zie ik hoe het dorp zich algauw ontpopt tot een mekka van het Corsicaanse nachtleven. De mensen hebben hun witte linnen kleren aangetrokken. Ze lopen de kunstgaleries en de ijssalons binnen. Op de caféterrasjes worden de glazen gevuld met roséwijn van de nabijgelegen wijngaard Domaine de Torraccia en met Pietra-bier dat met kastanjes op smaak is gebracht. De kussen in de lucht fladderen heen en weer als vuurvliegjes... Ciao! Bonsoir! Hola! De deejay draait in open lucht elektrosoul voor de opgedirkte meisjes die in Le Patio van hun cocktails zitten te nippen. Maar dat is allemaal nog maar het voorspel op de Via Notte, de nachtelijke tempel van het eiland. De Via Notte is gigantisch groot, op het bombastische af, alsof Napoleon zelf erachter steekt. Verspreid over verschillende verdiepingen en paviljoenen vind je zeven bars en bijna net zo veel restaurants. Binnen draaien de deejays plaatjes, drie mannen bedienen de lange oplichtende controlepanelen, als probeerden ze een ruimteschip te besturen. Op de platforms geven de gogodanseressen het beste van zichzelf onder een spervuur van laserstralen. In de verte zie ik ook een heus zwembad fonkelen. "We hebben de grootste capaciteit van heel Europa", zegt eigenaar Henry Bastelica. Hij schat de vloeroppervlakte op een kleine tweeduizend vierkante meter. "Hier kunnen zowat vierduizend mensen feest vieren." Om de feestvierders het hof te maken, laat de club grote namen uit het internationale deejaycircuit overvliegen, zoals Roger Sanchez, Dirty Soundsystem en Erick Morillo. ("Hij vliegt met zijn privévliegtuig en vraagt 40.000 euro", weet Henry Bastelica ons nog over Morillo te vertellen.) In de gigantische vipruimte, voegt hij eraan toe, zijn modeontwerper Jean Paul Gaultier, topmodel Laetitia Casta, voetballer Zinedine Zidane en "alle grote Franse acteurs" al te gast geweest. Maar Henry Bastelica haast zich om alle vergelijkingen met de meer poenerige oorden van Frankrijk in de kiem te smoren. "De sterren gaan naar St.-Tropez en worden daar de klok rond belaagd door de paparazzi", zegt hij terwijl hij minachtend het hoofd schudt. "Hier valt niemand ze lastig. Hier hebben ze niet eens een lijfwacht nodig."

Vreemdelingenlegioen

Helemaal in het noorden, aan de andere kant van het eiland, rijst de middeleeuwse citadel op een heuveltop van Calvi op uit de zee, als wil ze de Mont Saint-Michel van mediterrane repliek dienen. Maar de wirwar van keienstraatjes doet veeleer denken aan het kasteel van Kafka. Om elke hoek liggen ballingen, ontdekkingsreizigers, rebellen en schipbreukelingen uit de geschiedenisboeken op de loer. Tijdens een van mijn verkenningstochten liep ik ook voorbij een oud huis dat volgens sommige mensen het echte geboortehuis is van Christoffel Columbus, die traditioneel voor een Spanjaard wordt gehouden. (Toegegeven, de afkomst van de ontdekkingsreiziger roept meer vraagtekens op dan een spelletje 'Waagstuk'). Vlakbij ligt een klein en opvallend gebouw waar Napoleon tijdens de Franse revolutie ondergedoken heeft geleefd uit schrik voor de Corsicaanse nationalisten. In een derde klein straatje bevindt zich de Chez Tao, een nachtclub die tientallen jaren geleden is opgericht door de Russische legerofficier Tao Kerekoff. Tijdens die andere opstand, de Russische revolutie, nam Kerekoff de benen naar New York. Daar maakte hij kennis met prins Felix Joesoepov, een van de samenzweerders tegen Raspoetin. Hij kreeg Kerekoff zover dat hij naar Calvi trok. In 1935 opende hij er zijn nachtclub die nog altijd elke avond volloopt met stijlvolle seizoensballingen uit Parijs, Londen en de andere Europese hoofdsteden. De spelonk in de heuvel van de citadel blijkt een museum te zijn dat gewijd is aan het Franse Vreemdelingenlegioen, dat nog altijd over een basis net buiten Calvi beschikt. Tussen de poppen in paratroeperuitrusting vertelt de tentoonstelling de geschiedenis van deze schimmige tak van het Franse leger. Ooit stond het Vreemdelingenlegioen erom bekend dat het rekruten van alle achtergronden en landen inlijfde zonder ook maar één vraag te stellen. Onder het waakzame oog van twee soldaten, die als om door een ringetje te halen zijn, kunnen de bezoekers de merkwaardige souvenirs bekijken die hier te koop worden aangeboden. Als je ze allemaal kocht, zou je op een strandlaken van het Vreemdelingenlegioen kunnen gaan liggen om een boek met kerstverhalen van het Vreemdelingenlegioen te lezen, nadat je je koffiebeker van het Vreemdelingenlegioen hebt gevuld met de roséwijn Esprit de Corps van 2007 van het Vreemdelingenlegioen. Op het wijnetiket staan soldaten afgebeeld die wild om zich heen schietend een charge uitvoeren. "Je moet je glas in één teug leegdrinken", zegt een van de soldaten lachend. Hij spreekt Frans met een Russisch of Oost-Europees accent, en op zijn armen prijkt een verzameling onheilspellende tatoeages. "Anders is hij niet zo lekker."

De roséwijn in de glamoureuze strandclub Octopussy kan dan weer wel op meer dan voldoende respect rekenen. Een groep mensen viert er Calvi on the Rocks, een meerdaags festival van onafhankelijke en elektronische muziek dat elk jaar in juli plaatsvindt. Samen met twee andere internationale evenementen, het Calvi Jazz Festival in juni en de Rencontres Polyphoniques in september dat zich op vocale muziek richt, heeft Calvi on the Rocks de stad laten uitgroeien tot de opwindendste muzikale bestemming van het eiland. De Amerikaanse deejay Mandy Coon lijkt wel een rattenvanger van Hamelen met een zonnebril op de neus en een hoofdtelefoon over de oren. Ze slaagt erin om tientallen lichamen in zwempak uit hun luie ligstoelen te krijgen en ze te laten dansen op haar stomende mix. Tussen al het oogverblindend moois - de citadel, de doorschijnende turkooizen zee, de bergen met hun besneeuwde toppen - slaagt ze erin om de aandacht van de mensen te trekken en dat is al een klein mirakel op zich. In het restaurant van de Octopussy treffen we James Murphy aan, de frontman van de populaire indieband LCD Soundsystem. Straks is hij aan de beurt om plaatjes te draaien. Tot het zover is, geniet hij van het schilderachtige landschap. "Calvi is misschien wel het mooiste plekje van de hele planeet", mijmert hij. In 2005 stond zijn band voor het eerst op de affiche van Calvi on the Rocks. Hij vond de omgeving zo "ongelooflijk" dat hij toen heeft gezworen om elk jaar terug te komen. "Ik ben al op heel wat schilderachtige plekjes gekomen", gaat James Murphy door terwijl de dansmuziek over het strand rolt. "Maar hier is er iets - de combinatie van de bergen en de zee, en de kleur van het water - wat echt magisch is." n

© THE NEW YORK TIMES

Klifhanger

Het dorpje Bonifacio ligt op een klif die boven het azuurblauwe water van de Middellandse Zee uitsteekt.

De ziel van Corsica

Het bergplaatsje Corte. De Corsicaanse trots hangt hier voelbaar in de lucht.

Belangrijke brug De trein van Ajaccio naar Calvi rijdt over de Pont du Vecchio, een ontwerp van Gustave Eiffel.

Corsica by night De baai van Calvi by night, met zijn bars, luxejachten en citadel.

Woeste binnenland Een pad langs de citadel in het dorpje Corte biedt een prachtig uitzicht op de Vallée de la Restonica.

PRAKTISCH

HEEN & TERUG

Corsica's belangrijkste luchthavens zijn Ajaccio, Bastia, Calvi en Figari. Onder meer Air France en KLM vliegen rechtstreeks vanuit Brussel. Met de auto kan ook: richting Frankrijk of Italië en daar de ferry nemen (www.aferry.be, www.sncm.fr, http://nl.directferries.be).

TER PLAATSE

AUTO De eenvoudigste manier om je te verplaatsen is met een huurauto (www.europcar.com). Dankzij het zicht op de zee en de bergen is autorijden hier een echt plezier.

TREIN De Corsicaanse spoorwegen (www.ter-sncgf.com/corse, www.trainstouristiques-ter.com) verbinden wel de steden in het noordenmet mekaar, maar rijden niet naar het zuiden van het eiland .

BUS Eurocorse Voyages (0033-4/95.71.24.64, www.eurocorse.com) legt een paar bussen per dag in tussen Porte Vecchio, Bonifacio, Ajaccio en Corte. De dienstregeling vind je op de website onder 'Prestations'.

SLAPEN, ETEN, SHOPPEN & FEESTEN

Een aantal zaken in Corsica sluit de deuren buiten het toeristische hoogseizoen, dat ongeveer van april tot oktober loopt. Het is altijd aan te raden om eerst de openingsdagen te checken.

Calvi In het stadscentrum bevindt zich het driesterrenhotel Hotel Saint Cristophe (Place del'Ombra, 0033-4/95.65.05.74, www.saintchristophecalvi.com, 98 tot 165 euro voor een tweepersoonskamer). Wie op het strand wil dineren, kan terecht in het witte villa-achtige restaurant Octopussy (Pinede Plage, 0033-4/95.65.23.16). Je vindt er swingende bereidingen op basis van Corsicaanse ingrediënten, zoals de mosselen Cap Corse in muskaatwijn en saffraan (14 euro). In de vroege uurtjes kun je in de oude, maar eeuwig hippe nachtclub Chez Tao (0033-4/95.65.00.73, www.cheztao.com) terecht.

Corte Het Hôtel de la Paix (Avenue du Général de Gaulle, 0033-4/95.46.06.72, socoget@wanadoo.fr) doet nogal spartaans aan, maar is nog altijd het beste hotel van de stad (vanaf 54 euro voor een tweepersoonskamer). Klassieke Corsicaanse wijnen en eetwaren - gerookt vlees, honing en kaas - zijn te koop in La Vieille Cave (Ruelle de la Fontaine 2, 0033-4/95.46.33.79). Het restaurant terras U San Teofalu (Place Paoli 3, 0033-6/73.06.35.58) biedt een Corsicaans menu met drie gangen aan voor 16 euro.

Bonifacio Het eenvoudige, maar nette en knusse hotel La Caravelle (Quai Comparetti, www.hotel-caravelle-corse.com) ziet uit over de haven (tweepersoonskamer vanaf 97 euro). Wie wil, kan een tochtje boeken op een toeristische boot langs de haven van Bonifacio (in Gina: 0033-4/95.23.24.18, in Corsaire 0033-6/23.25.14.60). Doorgaans betaal je als volwassene 17,50 euro. In het elegante restaurant Le Voilier (Quai Comparetti; 33-4-95-73-07-06), dat aan de haven ligt, vallen de witte tafellakens en kaarsen meteen op. Voor een dagmenu dat uit drie gangen bestaat, betaal je 37 euro.

Porto Vecchio Het vijf jaar oude hotel Casa del Mar (Route de Palombaggia, 0033-4/95.72.34.34, www.casadelmar.fr) kan uitpakken met een Carita spa en Michelinrestaurant (tweepersoonskamers vanaf 350 euro). Smullen is het in Le Troubadour (Rue du Général Leclerc 13, 0033-4/95.70.08.62), met gerechten zoals mediterrane tonijntartaar met limoensap en kruidenroom (21 euro). Het beruchte nachtleven van Porte Vecchio gaat van start in Le Patio (Impasse Ettori 2, 0033-4/95.28.06.99), een buitenbar waar de deejays soul en r&b draaien. Daarna ben je klaar voor het betere werk in La Via Notte, de grootste en beroemdste nachtclub van Corsica (net buiten het dorp, 0033-4/95.72.02.12, www.vianotte.com).

Onze woorden kruisen mekaar in verschillende talen... Bello! Mooi! Holy crud! Maar allemaal geven we uiting aan datzelfde gevoel van ontzag

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234