Donderdag 22/10/2020

Achtergrond

Coronapandemie doodde in zuidelijke landen eerst de economie: ‘Ineens was er geen voedsel meer’

Indiase arbeidsmigranten en hun familie wachten bij het station van Ahmedabad op de trein naar huis. Door de Covid-19-lockdown vielen miljoenen plots zonder werk, wat een massale exodus op gang bracht. Beeld REUTERS

In Europa is Covid-19 een gezondheidscrisis, in zuidelijke landen veroorzaakt het coronavirus vooral economische rampspoed, oplopende schulden en hongersnood. ‘De globale handel valt met een vijfde terug.’

“Het schrijnendste beeld van de voorbije maanden waren voor mij de miljoenen interne arbeidsmigranten in Indiase grootsteden. Zij vielen door de Covid-19-lockdown van de ene op de de andere dag zonder werk en begonnen een massale exodus naar hun dorpen, meestal te voet, omdat ze geen recht hadden op bescherming zoals wij hier.”

Els Hertogen, directeur bij 11.11.11, trekt met haar koepel van ontwikkelingsorganisaties aan de alarmbel. Met het rapport Voorbij de gezondheidscrisis, de ongelijke impact van Covid-19 waarschuwen ze dat de economische en sociale klap van de coronapandemie de Afrikaanse, Latijns-Amerikaanse en Aziatische ontwikkelingslanden bittere rampspoed brengt. Volgens de Economische Commissie voor Afrika van de VN (Uneca) kan de coronacrisis in Afrika miljoenen mensen weer in extreme armoede dringen. De wereldwijde honger nam, nadat die decennialang was gedaald, sinds 2016 al opnieuw toe met de klimaatcrisis als een van de voornaamste oorzaken. Covid-19 zet nu extra druk op voedselzekerheid. 

“In Libanon moesten organisaties die psychologische hulp gaven aan Syrische vluchtelingen plots alles op alles zetten om de inwoners van kampen van voedsel, water en zeep te kunnen voorzien”, zegt Hertogen, die er ook op wijst hoe bestaande sociale ongelijkheden door de pandemie worden verdiept. “In Bangladesh bijvoorbeeld werden de goedkope loonarbeiders van textielfabrieken die werken voor de Europese markt van de ene op de andere dag werkloos, zonder uitkeringen. Westerse winkelketens schrapten gewoon de bestellingen.” Bangladesh zag zo bijna 2,6 miljard euro aan bestellingen voor meer dan 700 miljoen stuks kleding verdampen. Hierdoor raken 4,1 miljoen vrouwen in extreme financiële nood. 

Een overzicht van oplossingen om het tij te keren. 

1. Red wereldhandel en toerisme, met eerlijker akkoorden

De Wereldhandelsorganisatie (WTO) schat de terugval van de globale handel voor 2020 nu al rond de 18 procent, de grootste daling uit de recente geschiedenis. Vooral grondstof-exporterende Afrikaanse landen zijn getroffen. De olie-export bijvoorbeeld, goed voor 40 procent van de Afrikaanse export, halveerde. Een catastrofe voor een land als Nigeria en zijn 200 miljoen inwoners. In Kenia en Ethiopië viel de afzetmarkt voor uitvoer van snijbloemen stil, in Zambia de koperexport.

Toerisme is dan weer erg belangrijk voor Noord-Afrika, Kenia, Tanzania, Senegal, Botswana en Zuid-Afrika. Voor Tanzania betekent toerisme 25 procent van de exportinkomsten en 17 procent van zijn bnp. 

Waar de G20 (de 20 grootste economieën) samen 5.000 miljard dollar helikoptergeld inzetten voor hun economieën blijven de minst ontwikkelde landen met lege handen achter, wat lokaal en internationaal instabiliteit veroorzaakt.

Desondanks worden armere landen ook vandaag onder druk gezet om vrijhandelsakkoorden te onderhandelen die kwantiteit, lage prijszetting en deregulering opleggen maar sociale of ecologische rechten verwijzen naar de kleine lettertjes, zonder verplichting. Hertogen: “Net deze crisis zou een momentum moeten zijn om handelsakkoorden ook te zien als hefboom voor mensenrechten en milieu. Hoopgevend is dat de EU in handelsverdragen intussen al wijst op sociale en milieuconventies maar men zou ze afdwingbaar moeten maken. En er kan nog meer gebeuren. Voor het nieuwe vrijhandelsverdrag met Mercosur-landen (Argentinië, Brazilië, Paraguay, Uruguay en Venezuela, MR) zou de EU ook sancties moeten kunnen inbouwen als klimaatdoelen niet gehaald worden, door verregaande en illegale ontbossing van het Amazonewoud bijvoorbeeld.”

2. Bezweer de schuldencrisis

De economische crisis vanwege Covid-19 verergert de schuldencrisis voor zuidelijke landen die eind 2018 al op een hoogtepunt kwam met 193 procent van het bbp – het hoogste niveau ooit. Volgens de Global Sovereign Debt Monitor hebben 122 van de 154 geanalyseerde landen een ‘kritieke schuldenlast’. Dit zorgt voor toenemende begrotingsbesparingen, ook in de publieke gezondheidszorg, wat zich nu wreekt in de coronapandemie.

“Er is dan ook meer nodig dan de beperkte schuldopschorting die de G20 in april aankondigde”, zegt Hertogen. “Er is nood aan een kwijtschelding van uitstaande schulden voor 2020 en 2021. Ook België heeft vandaag nog bilaterale schuldvorderingen voor een bedrag van 282 miljoen euro tegenover onder andere 26 laaginkomenslanden, waaronder Niger, Burkina Faso en Mozambique. Het is een beperkte inspanning voor België om van dat totale bedrag het aandeel geplande schuldbetalingen voor 2020 en 2021 kwijt te schelden.”

Een kanttekening is wel dat ontwikkelingslanden de afgelopen jaren steeds meer zijn gaan lenen bij private kredietverleners. België is daarom weigerachtig om schuld kwijt te schelden, omdat sommige landen dit geld dan zouden gebruiken als demping voor hun schulden aan die private schuldeisers – dikwijls ‘aasgierfondsen’. Hertogen: “Ons land zou in de Wereldbank en het IMF meer kunnen doen om tot een akkoord te komen over publieke én private schuldeisers.” 

3. Stop de ‘belastingrace naar de bodem’

 Al vóór de crisis vond er door belastingcompetitie tussen landen een race naar de bodem plaats op vlak van vennootschapsbelastingen voor multinationals en grote vermogens. Laaginkomenslanden verliezen maar liefst 200 miljard dollar per jaar aan belastingontwijking. Landen als Kenia, India en Indonesië reageerden nu op de economische Covid-19-crisis door hun vennootschapsbelasting verder te verlagen in de hoop investeringen aan te trekken maar ondermijnen zo hun minimale overheden.

Enkele EU-landen, waaronder België, beteugelen deze bodemrace nu door bedrijven die beleggen in belastingparadijzen uit te sluiten van Covid-19-staatssteun. “Een goeie eerste stap maar voor ons mag dit nog verder gaan”, zegt Hertogen. “Nu geldt dit voor bedrijven met dochterondernemingen buiten Europa maar het zou ook moeten gelden voor vennootschappen die belastingen ontwijken via Europese belastingparadijzen, zoals Zwitserland en Luxemburg. We kunnen ook de laaginkomenslanden zelf steunen door hun fiscale administraties te versterken. Uit onderzoek blijkt dat dit buitenlandse investeerders niet afschrikt, want ook zij hebben baat bij goede publieke infrastructuur.” 

4. Maak geldtransfers voor arbeidsmigranten goedkoper

Geldtransfers van arbeidsmigranten naar hun families waren vorig jaar 3,6 keer hoger dan de globale ontwikkelingssamenwerking. Deze remittances zijn cruciaal in de strijd tegen de armoede, maar zal volgens de Wereldbank dit jaar met een vijfde, of 109 miljard dollar, verminderen.

Hertogen: “Wat we kunnen doen is de verzendingskosten zo dicht mogelijk bij 0 brengen tijdens de coronacrisis. Nu bedragen deze kosten gemiddeld 7 procent en voor Afrika zelfs 10 procent, terwijl de VN al jaren maximaal 3 procent bepleiten. Het probleem is dat de transferkosten geïnd worden door monopolistische spelers, zoals Western Union. Nationale banken zouden meer spelers moeten toelaten.”

5. Investeer in ontwikkelingssamenwerking en klimaat

De officiële ontwikkelingssamenwerking en de internationale klimaatfinanciering dreigen door Covid-19 af te nemen, terwijl de uitdagingen wel groter worden.

De belofte van rijke landen om 0,7 procent van hun bruto nationaal inkomen te besteden aan ontwikkelingssamenwerking, wordt nog altijd niet gehaald. Wereldwijd lopen ontwikkelingslanden hierdoor 200 miljard dollar mis. België zit aan 0,42 procent. Ons land wendt nu bestaande middelen flexibel aan om 20 miljoen extra te kunnen geven aan de ontwikkelingsbank BIO in de aanpak van Covid-19, maar Hertogen zet daar vraagtekens bij. “Dergelijke investeringen worden eerder aangewend voor productieve sectoren zoals infrastructuur terwijl er nu evenzeer nood is aan directe steun aan publieke diensten als onderwijs en gezondheid.”

Ook voor de klimaatbijstand is de nood hoog. In april sloeg cycloon Harold toe op Vanuatu, Fiji, Tonga en de Solomoneilanden. Op Espíritu Santo, een eiland van Vanuatu, werd 90 procent van de huizen verwoest. Door het coronavirus kregen ze nauwelijks hulp. Hertogen: “België zou normaal vanaf 2020 jaarlijks 50 miljoen euro vrijmaken voor bijkomende klimaatfinanciering maar als historische vervuilers zou een billijke bijdrage voor ons tien keer zo hoog moeten liggen vanaf 2023.”

Het 11.11.11-rapport besluit dat het ook in ons belang is om de ongelijkheid te stoppen. “We zitten niet in dezelfde boot maar in dezelfde storm. We zijn niet alleen door de verspreiding van het virus maar ook economisch met elkaar verbonden.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234