Woensdag 27/01/2021

Contador blijft de koning van de Tour, al was hij dit jaar een vorst zonder gezag

Kan Schleck beter? En beter dan tweede is natuurlijk eerste. Kan Schleck dus de Tour winnen? Een renner die zelf vaak had aangegeven dat hij tijdens deze Tour “in de vorm van zijn leven verkeert”. Wellicht wel. Van alle toprenners is hij, buiten Contador, misschien Ivan Basso en tot halfweg de Tour ook Lance Armstrong een van de weinigen die bij vriend en vijand de indruk geven ‘een potentiële Tourwinnaar’ te zijn. In dat opzicht staat Andy Schleck niet zomaar een trapje hoger dan de meeste andere toprenners. Hij wordt wezenlijk aanzien als horend tot een betere, hogere categorie.

Natuurlijk waren er ook minpunten en vooral ongelukspunten, maar die wil Schleck niet in rekening brengen: “Als mijn ketting niet was afgevallen, als ik geen barslechte proloog had gereden - onwaardig eigenlijk voor een renner die op het podium mikt - als mijn broer Fränk niet was uitgevallen: het telt allemaal niet.” Besluit: “Ik kom terug om de Tour te winnen.”

Wijzen de twee tegengestelde lijnen - een klimmende voor Schleck, een zeker stagnerende, misschien zelfs dalende bij Contador - op het einde van een era? Loopt het koninkrijk van Contador ten einde? Het zou kunnen.

En misschien komen volgend jaar de truien in de Tour dan toe aan wie ze hoort te dragen. Want dit jaar klopte daar echt niéts van. Was Alberto Contador, gele trui, echt de beste renner? Alessandro Petacchi, groene trui, lag in bijna alle massasprints onder bij de nu al onvergelijkbare Mark Cavendish. Zoals hij op de Champs Elysées zijn vijfde rit van deze Tour won, zijn vijftiende al in drie jaar: de Eddy Merckx van de massasprint. De bollentrui is voor Anthony Charteau, een verdienstelijk renner die nooit meedeed als ‘de groten’ eens écht doortrokken in de cols. Helemaal hilarisch is dat RadioShack, de ploeg van Lance Armstrong en andere bijna-bruggepensioneerden als Andreas Klöden en Levi Leipheimer, het ploegenklassement wint. Als er één topteam dat op Tourwinst of zeker podium mikte, in deze Tour collectief faalde, dan wel RadioShack. Al zijn Team Sky en Garmin goede runners-up. En de witte trui van beste jongere werd gewonnen door Andy Schleck, terwijl niemand (ook hij zelf niet) hem nog als een ‘jonge renner’ of ‘grote belofte’ percipieert.

De eerste échte jonge belofte is de 24-jarige Nederlandse debutant Robert Gesink (Rabobank), zesde in de Tour. Net één plaatsje lager dan Jurgen Van den Broeck. Wie op die prachtprestatie afdingt, hoort in het categorietje ‘hopeloos verzuurden’ thuis: sinds Axel Merckx in 1998 was er geen Belg meer in de top tien, sinds Claude Criquielion in 1986 geen Belg meer in de top vijf, en het peloton is sindsdien alleen maar internationaler geworden, en dus meer concurrentieel. Wat Jurgen Van den Broeck presteerde is van topniveau, en dat in het topevenement van een intussen zeer gemondialiseerde sport.

Wie bij die prestatie evenwel in zwijm valt en ‘halleluja’ roept en denkt dat Van den Broeck tot zowat alles in staat is - Giro’s winnen, Touretappes, bollentruien en het podium, en liefst alles tegelijk volgend jaar - moet voor de eigen mentale gezondheid in een dwangbuis naar het asiel. En Van den Broeck zelf raden we aan om aan zijn pr te werken. Niet ter wille van pers en journalisten, maar van zichzelf. Als ‘mentale rust’ een kenmerk is van sterke renners (omdat het hen helpt), is het niet wijs na de aankomst te snauwen en te slaan. Leuke verhalen maken sponsors gelukkig, zeik-story’s (‘hij sloeg naar een camera’, ‘hij had het aan de stok met lijfwachten van Sarkozy’) zorgen voor irritatie bij de betaalheer. En, vooral, wie de pers bespeelt, beheerst die vaak. En kan er een machtig, zo niet handig wapen van maken in het voordeel van zichzelf. Zie Lance Armstong, de voorbije jaren. Zie Andy Schleck, de voorbije weken. Gelukkig beseft Jurgen Van den Broeck dat ook. Na zijn tijdrit was het ongeveer het eerste wat hij voor de VRT-microfoon van Carl Berteele zei: “Ik weet dat ik na de aankomst wat nijdig heb gereageerd, maar de zenuwen gierden door mijn keel.” Voor een ‘debuterende’ kopman en Tour-‘vedette’ valt dat nog door de vingers te zien. Maar volgend jaar is Jurgen Van den Broeck natuurlijk geen debutant meer.

Er zijn stemmen die het succes van Van den Broeck wijten aan “een propere Tour”. We zouden nuanceren: een ‘properdere’ Tour. Inderdaad, er was wat dopingnieuws. Groene trui Petacchi is zelfs gevat in een Italiaans onderzoek, waar bij een ploegmaat epo werd gevonden. Maar bij het ter perse gaan van deze tekst was er - hout vasthouden - niet één dopinggeval tijdens de Tour de France zelf. Betekent het dat er met doping nog behoedzamer wordt omgesprongen? Dat de volgehouden dopingstrijd vruchten afwerpt? Dat er zelfs sprake zou zijn van een mentaliteitswijziging? Vlak voor de proloog in Rotterdam schrapte Cervélo Xavier Florencio wegens een zalf die hij zonder medeweten van de ploegarts op zijn aambeien had gewreven: er zat één fout bestanddeel in, en dat is vandaag fataal.

Vergelijk het even met een willekeurige Tour uit de ‘gouden’ jaren van het wielrennen. In 1979 werden zowel bollentrui Giovanni Battaglin als Joop Zoetemelk, tweede in het klassement, positief bevonden. Battaglin kreeg tien minuten straf maar behield zijn bollentrui. Zoetemelk kreeg ook tien minuten straf, maar hij had zelf meer dan twintig minuten voorsprong op nummer drie in het klassement (good old Joaquin Agostinho), zodat hij tweede werd. Een renner die in de Ronde van Frankrijk 2010 positief zou worden gevonden, wordt uit de Tour gezet, minstens twee jaar geschorst, uit de uitslag geschrapt, kijkt op tegen ontslag, verliest salaris, betaalt boetes, en ziet zijn naam bezoedeld.

Maar: in 1979 werd er spectaculairder en met véél grotere tijdsverschillen gekoerst dan in 2010, dat klopt. En nu mort het publiek dat de renners zo weinig aanvallen, dat ze niet elke dag gáán, en blijven gaan. Dat is zo. Wie dat nog altijd wil, moet toestaan dat renners hetzelfde mogen slikken en bijspuiten als in het verleden. Gelijk spektakel vereist gelijke middelen. Dat verschoont niet elke vorm van passiviteit van de huidige generatie, maar het verklaart bijvoorbeeld wel de kleinere verschillen. In ‘Power Outputs from the Tour de France’, een recent artikel op zijn blog ‘The Science of Sport’, analyseerde de Zuid-Afrikaanse wetenschapper Ross Tucker de hem overgemaakte gegevens van verschillende goede Tourrenners, onder meer van Team Saxo en RadioShack. Tijdens de eerste zware Pyreneeënrit, bij de klim van de Pailhères (buiten categorie) stelde hij vast dat het hoogste wattage werd verbruikt toen Saxo-helper Chris Anker Sörensen de hele bende mende, en dat het ineens minder werd - ook het tempo - toen de favorieten zelf demarreerden. Dus: de snelheid daalde op het ogenblik Schleck en Contador er zelf voor stonden. Dat is ooit anders geweest.

In het algemeen concludeert Tucker dat de snelheid in de Tour 2010 “lager lag dan de voorbije twee decennia” - waar dat relatief precies te berekenen valt. De eerste Tourmaletbeklimming (langs de La Mongie-kant) werd dit jaar, zelfs in zonnige omstandigheden, 12 minuten trager afgelegd dan in 2003, toen in mist en kou en regen. Besluit: “Wellicht werpt de strijd tegen doping vruchten af.”

Dat leidde inderdaad tot een Ronde van Frankrijk met (te) kleine verschillen, maar die juist daarom bijwijlen erg spannend was. Een Tour met de ondergang van oude heersers, de heropstanding van Belgen en Nederlanders, met passie in de sprint en de moed der wanhoop in de aanval, waar Fransen in de moeilijkste bergritten deden wat ze in vlakke etappes niet (ver)mochten: vooruitblijven en winnen. Een Tour de France waarin renners en ploegen vochten om de macht, het geel, de zege, maar beurt om beurt faalden, zwalpten en verloren. Een Tour waarin de renner die uiteindelijk het minste verloor, voor de derde keer de winnaar werd. Alberto Contador domineerde niet en heerste nauwelijks. En boezemde geen vrees in, maar had zichtbaar angst. Schrik voor Schleck. Maar hij won dus wel de Tour. Alberto Contador behield zijn trui en zijn troon. Hij is nog altijd de koning van de Tour, al was hij dit jaar een vorst zonder gezag.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234