Zondag 09/08/2020

InterviewJoris Moonens

Contactonderzoekers polsen niet naar whereabouts van patiënten: ‘Ons systeem werkt anders’

Een callcentermedewerker doet aan contactonderzoek. Beeld Photo News

Het aantal nieuwe besmettingen stijgt al enkele dagen lichtjes. Maar waar die mensen precies besmet raken, is niet duidelijk. Omdat er tijdens het contactonderzoek niet naar wordt gepolst. ‘Wij werken op een andere manier.’

In Nederland is het contactonderzoek een bron- en contactonderzoek. Zo weten zij dat de meeste nieuwe besmettingen op het werk en thuis gebeuren. Waarom polsen wij niet naar waar de besmetting ontstaat?

“Nederland heeft historisch een veel beter uitgebouwd systeem met meer capaciteit. Hier is gekozen voor de basic versie van contactonderzoek, enkel de contacten dus. Patiënten worden gebeld en enkel gevraagd naar hun contacten. Er wordt niet aan die mensen gevraagd waar ze overal geweest zijn of wat volgens hen de mogelijke bron van besmetting is.”

Waarom niet? Dat zou toch nuttig kunnen zijn om weten?

“In theorie is dat zinvol, maar het is niet eenvoudig. Stel dat u morgen ziek blijkt te zijn en ik vraag u waar u denkt ziek te zijn geworden, dan gaat u wellicht elke locatie opgeven waar u de voorbije twee weken bent geweest. De vraag is of daar veel bruikbaars uitkomt.

“Mensen naar hun whereabouts vragen, ligt ook gevoelig op vlak van privacy. En je moet die informatie ook kunnen verwerken om te zoeken naar verbanden. Ons systeem is nu zo opgezet dat een contactonderzoeker niet eens weet bij welke patiënt een contactpersoon hoort. Het zou dus een heel andere manier van werken en aangepaste software vragen om naar de bron van besmetting te kunnen zoeken.”

Dus wat Pierre Van Damme afgelopen weekend aangaf, dat we via contactonderzoek moeten bekijken wat de verbanden zijn tussen patiënten, is ondoenbaar?

“Vanuit het contactonderzoek wel. Maar we doen wel op een andere manier aan brononderzoek. Sciensano houdt besmettingscijfers bij per gemeente en publiceert die ook op hun site. Het systeem werkt met drie knipperlichten. Als het aantal besmettingen per 100.000 inwoners boven de de 20 zit, het aantal opeenvolgende dagen dat er minstens één besmetting is geweest boven de zeven gaat en als er meer dan vier dagen na elkaar een stijging is van het aantal besmettingen.

“Zodra twee van de drie knipperlichten aangaan, stuurt Sciensano een alert naar de betrokken regio. Voor Vlaamse gemeenten starten we dan vanuit het Agentschap met een brononderzoek. Dat doen artsen van ons agentschap en in de toekomst worden die aangesterkt met vijftien mobiele teams, waarvoor nu vacatures lopen. Onze mensen proberen dan ter plaatse te achterhalen waar verbanden zijn tussen patiënten en wat de bron zou kunnen zijn.”

Zijn die al in actie moeten schieten?

“Ja, in een aantal gemeenten in Limburg en onlangs ook in het West-Vlaamse Wevelgem. Vaak gaat het om een uitbraak in een gesloten gemeenschap: een woon-zorgcentrum, een school of een asielcentrum. Soms weten we het niet meteen. Zoals in Wevelgem. Dan kan je ter plaatse niet meer vaststellen dan: het virus circuleert hier, maar zonder echt aanwijsbare oorzaak.

“Als die er wel is, kan zo’n bronnenonderzoek leiden tot een advies aan de lokale overheid om een evenement af te gelasten of een bedrijf, winkelcentrum of cultureel centrum te sluiten. Wat we merken is dat burgemeesters vaak al preventief overgaan tot maatregelen. Ook zij volgen die cijfers natuurlijk nauwgezet op. En dat is een heel goeie zaak.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234