Woensdag 28/09/2022

christendom

Constantijn wist het al: dáár lag Jezus

Oosters-orthodoxe christenen op 15 april van dit jaar, paaszaterdag, bijeen in de Heilig Grafkerk in Jeruzalem. Deze plek had keizer Constantijn op het oog, staat nu vast. Beeld EPA
Oosters-orthodoxe christenen op 15 april van dit jaar, paaszaterdag, bijeen in de Heilig Grafkerk in Jeruzalem. Deze plek had keizer Constantijn op het oog, staat nu vast.Beeld EPA

In de vierde eeuw wees keizer Constantijn de plek aan waar Jezus na zijn kruisiging voor drie dagen begraven zou zijn. De grote vraag is altijd geweest: was dit ook de locatie van wat nu de Heilig Grafkerk in Jeruzalem is, die christenen tot op heden als pelgrim bezoeken? Vandaag geven Griekse archeologen uitsluitsel in de Journal of Archaeological Science: ja, keizer Constantijn had in 325 inderdaad de locatie op het oog die nu geldt als het belangrijkste bedevaartsoord in het christendom.

Dirk Waterval

Daarmee zeggen de onderzoekers niet dat dit ook écht de tijdelijke rustplaats is geweest van Christus. Wél dat het christendom sinds de vierde eeuw na zijn dood aan het kruis consequent dezelfde plek als pelgrimsoord bezoekt. Want zo zeker was dat niet. De datering van de tombe die het verst terug gaat in de tijd, kwam tot vandaag uit op pakweg het jaar 1000. Wie de plek daarvoor allemaal bezocht of vereerde, dat bleef bij aannames.

De archeologen daalden voor hun werk de trap af naar de vermeende rustplaats om het gesteente aldaar te dateren. De dikke marmeren plaat die pal op het kalkstenen rustbed lag, dateerde precies uit de tijd dat Constantijns mannen de stad aandeden op zoek naar belangrijke locaties uit Jezus' leven.

"Daarmee gaan we dus ongeveer zeshonderd jaar verder terug in de tijd", zegt Mladen Popovic, hoogleraar Oude Testament van de Rijksuniversiteit Groningen. Een mooie ontdekking dus, al constateert Popovic wel dat er nog altijd een gat is in de periode tussen Jezus' dood en 345 na Christus. "We kunnen het de toenmalige inwoners helaas niet vragen."

Want het team dat Constantijn de Grote naar Jeruzalem stuurde, vroeg volgens de overlevering ook maar wat rond over een mogelijke tombe van Jezus. Inwoners wezen toen naar een Romeinse tempel, destijds tweehonderd jaar oud, waaronder inderdaad een graf bleek te liggen. De mannen van Constantijn vonden naar verluidt een kalkstenen bed, typisch zo een als welgestelde Joden in de eerste eeuw als rustplaats kregen.

Na die ontdekking legden de Romeinen er naar verluidt een marmeren plaat overheen. Die werd overigens nog maar een jaar geleden ontdekt, doordat die onder een veel jongere, andere marmeren plaat lag. Die onderste dateren de onderzoekers nu op 345 na Christus, precies twintig jaar nadat Constantijns team in 325 aankwam in Jeruzalem.

Nu bewijst dit niet glashard dat die oude marmeren plaat er door Constantijn is neergelegd. In theorie kan iemand anders dat ook hebben gedaan. Maar, zegt de vermaarde historicus Martin Biddle tegen National Geographic: dat die data van Constantijns aankomst in Jeruzalem en het neerleggen van die marmeren plaat zó precies overeenkomen, 'dat is toch wel heel opmerkelijk'.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234