Zondag 07/03/2021

Boeken

Connie Palmen: "Ik heb geen talent voor persoonlijk contact"

Connie Palmen: 'Nee is mijn lievelingswoord.' Beeld Sanne De Wilde
Connie Palmen: 'Nee is mijn lievelingswoord.'Beeld Sanne De Wilde

"Nee is mijn lievelingswoord", staat in het laatste essay van haar gloednieuwe bundel Het drama van de afhankelijkheid. Het liefst van alles had Connie Palmen (61) ook nee gezegd tegen dit interview. Hoe kan het anders. "Praten is altijd minder dan schrijven. En minder is voor mij niet goed genoeg."

Ze is moe. Ze heeft een erg emotionele nacht achter de rug. Ze was bang dat Wilders de grootste politicus van het land werd. “Dus wat een opluchting toen gisternacht al bleek dat de peilingen het bij het verkeerde eind hadden.”

De opluchting veranderde zelfs in blijheid toen duidelijk werd dat D66, de partij van wijlen Hans van Mierlo, een beduidende zetelwinst maakt. Op de ingelijste foto’s die achter Palmens lange rode zitbank staan, lacht een ontspannen Van Mierlo over haar schouders mee. Ex-journalist Van Mierlo was de oprichter van D66. Hij was ook Palmens echtgenoot, chronologisch haar tweede grote liefde – na Ischa Meijer. Bijna dag op dag zeven jaar geleden stierf Van Mierlo. In Logboek van een onbarmhartig jaar (2011) onderzoekt Palmen haar rouwproces tot op de graat, doorploegt ze de extreme vorm van lijden die zijn dood bij haar veroorzaakt.

Niet alleen de nacht, ook de dag voordien is voor Palmen overweldigend geweest. In het Antwerps Kunstencentrum deSingel nam ze De Inktaap 2017 in ontvangst. Tot op het moment van de uitreiking wisten de genomineerden niet wie de winnaar van deze Taalunieprijs zou zijn. “Dus dat was spannend.” Palmens jongste roman Jij zegt het (2015) werd door 1.500 scholieren tot het beste boek van het afgelopen jaar verkozen. De wijze waarop Palmen in dit boek de onmogelijke liefde tussen dichter Ted Hughes en dichteres Sylvia Plath tegen het licht houdt en geleidelijk aan de getormenteerde ziel van Hughes blootlegt, kon de jongeren bekoren.

“Ik heb daar echt een prachtige namiddag beleefd, het waren uren met inhoud. De jongeren legden, bijvoorbeeld, verbanden tussen de liefde in Jij zegt het en die in Griekse mythen en het passieverhaal. Ik vond hun gedegen lezing imposant én hoopvol. Ik denk dat deze jongeren lezen op dezelfde manier als ik, en met dezelfde gulzigheid. Ze maken van boeken bakens in hun bestaan. Ze lezen omdat ze talent hebben voor de literatuur, omdat ze in die kunstvorm het geluk van de eenzaamheid ervaren, zij alleen met een boek. Ze gaan op zoek naar andere werelden. Een roman opent die voor hen, want dankzij een goede roman kan de lezer inzien dat hij ook zo en zo mag liefhebben. Dat hij ook zo en zo mag leven. Er is niet één manier.

“De wereld is geen dorp. Dat voelde ik bij die jongeren heel duidelijk: dat ze willen dat de ­literatuur de mogelijkheden van hun bestaan ­verruimt, dat ze genieten van de ontdekking die elke goede roman in zich heeft.”

Tussen haakjes: de Inktaap ging voor het eerst in zestien jaar naar een vrouw.

Twee jaar na Jij zegt het komt u uit met een ruim 350 pagina’s tellende bundeling van essays. Daarnaast schreef u met De zonde van de vrouw het Boekenweekessay, naar aanleiding van de Boekenweek, een traditie in Nederland. Hoe was het om, na al die jaren, weer oog in oog te staan met essays waarvan u er enkele pakweg dertig jaar geleden heeft geschreven?

Connie Palmen: “Bepaalde essays hebben de bundel niet gehaald: ik vond ze niet goed genoeg meer. Evengoed werd ik meermaals aangenaam verrast, door mijn pen, door de nauwkeurigheid van mijn onderzoek, door het schrijfplezier dat ik, als ik mezelf herlees, weer kon voelen.

“Ik vind het prettig dat mijn essays nu allemaal bij elkaar zitten en één bundel vormen. Te meer omdat een aantal ervan niet langer verkrijgbaar waren.

“Maar de mooiste en meest treffende constatering is toch dat het essay ‘Het weerzinwekkende lot van de oude filosoof Socrates’ nog altijd een blauwdruk is van mijn huidige denken en schrijven. Dat essay over het lot van Socrates is in 1992 verschenen, als hertaling van mijn afstudeerscriptie Filosofie uit 1988. De inhoud ervan kan ik hier zo mondeling moeilijk uit de doeken doen, daarvoor moet je het lezen. Maar het legt een oerthema van de filosofie bloot en gaat over alles waar ik me al mijn leven lang in verdiep.

“Het gaat over de leugen en de waarheid, over de schijn en de werkelijkheid, over het lichaam en de ziel, het persoonlijke en het publieke terrein, het leven en de dood. Het gaat over Socrates’ zoektocht naar de zin van het leven, en die zin die voortdurend onder spanning staat. Want waarom moest Socrates sterven? Waarom moest deze filosoof, die de waarheid wilde kennen, een gifbeker drinken?

“Het gaat, uiteraard, ook over het lot. In het pas verschenen De zonde van de vrouw borduur ik via vier kleine essays voort op dat thema. Neem het eerste deel, dat ik aan Marilyn Monroe wijd. Haar roem interesseert me, meer niet. Alles in Monroes leven draait rond, zoals ik het noem, de koningskoppels van de filosofie: echt en onecht, feit en fictie, waarheid en leugen, lichaam en ziel. Marilyn Monroe werd, door de aandacht die ze ving, een personage waaraan Norma Jean Baker probeerde te ontsnappen. Haar iconische roem heeft haar in zekere zin ontmenselijkt. Ze is imago geworden. Ze kan alleen bestaan via de blik van anderen. Ze weet niet meer wie ze is zonder die blikken die zij, als actrice, heel goed weet te manipuleren.”

Sylvia Plath pleegde zelfmoord. En in De zonde van de vrouw probeert u het zelfvernietigende gedrag van vier talentvolle vrouwen (Monroe, Marguerite Duras, Patricia Highsmith en Jane Bowles) te verklaren. U hebt een voorliefde voor talentvolle vrouwen die het gevaar opzoeken, grenzen overschrijden.

“Ik voel veel mededogen voor mensen die het leven moeilijk vinden. Het leven is, behalve heel mooi, ook heel moeilijk. Daarom spreek ik ook over het drama van de afhankelijkheid, heb ik mijn essays onder die noemer ondergebracht.Je bent in het leven altijd van de ander afhankelijk. Van je kind. Van je ouders. Van de blik van anderen. Van de woorden die anderen over jou uitspreken. Van je roem. Van je geliefde…

“Er bestaat geen liefde zonder afhankelijkheid. Verslaving – een ultieme vorm van afhankelijkheid – helpt je, vreemd genoeg, om die afhankelijkheid te verdragen.

“Duras was verslaafd aan drank. Ze had drank nodig om haar afhankelijkheid aan te kunnen. Ik ken de vergetelheid die alcohol kan bieden, al ging ik in mijn mateloosheid nooit zo ver als Duras. Ontspannen vind ik heel moeilijk. Alcohol is het beste middel om even uit mezelf te raken.

“Ik heb nog nooit een joint gerookt. Blowen is niet mijn cultuur. Ook vroeger niet, in Limburg, waar ik opgroeide. Er was een scene die veel blowde, maar met die langharige nozems voelde ik niet de geringste verwantschap.

“Duras dronk onvoorstelbare hoeveelheden alcohol, soms vijf liter per dag. Ze dronk zich herhaaldelijk in coma; zo optimaal uit zichzelf raakte ze, dat ze verdween, bijna dood was.”

Al deze uitzonderlijke vrouwen zijn ook gehavende kinderen.

“Ja. Hun talent is uit hun onvermogen geboren.

Ik heb geen talent voor persoonlijk contact. Ik zoek de afzondering op. Ik kies voor het schrijverschap, voor de eenzaamheid.

“Over mijn gehavende kern spreek ik niet, je hoeft niet eens proberen te pulken. Mijn eigen kwetsuren zijn en blijven mijn geheim. Enkel voor intimi zijn ze toegankelijk: goede vrienden en liefdes.

“Niet dat het altijd makkelijk is om die kern open te stellen. Het is zeer moeilijk om je kwetsuren te tonen en je als een zwak iemand te laten kennen. Je hebt moed nodig om dat te doen. Maar binnen de liefde is die moed essentieel, zonder dat risico kan er niets moois ontstaan.”

U geeft veel van uzelf bloot in uw romans. Uw grootste liefdes genoten in Nederland roem. Uw publieke verschijningen trekken al sinds uw debuut veel aandacht. Maar toch laat u mensen niet dichtbij komen.

“In 'Echt contact is niet de bedoeling' vergelijk ik het beroep van een psychiater met dat van een schrijver. Het essay is een lezing die ik op een congres van psychiaters heb gehouden. Ik onderzoek de vraag waarom de psychiater geen schrijver is en omgekeerd. Beide beroepen hebben vele overeenkomsten, zoals de noodzaak aan taal, de behoefte aan verhaal, aan het leggen van verbindingen, aan het reconstrueren van levens, van personages dus… Maar uiteraard kennen beide beroepen belangrijke verschillen, die juist door deze gelijkenissen uiterst interessant worden.

“Ik denk dat een schrijver het liefst op een afwezige manier aanwezig is. Ik geloof dat hij via zijn boeken graag mensen wil ontmoeten, maar dat hij geen behoefte heeft aan een echte ontmoeting, één in levenden lijve. In tegenstelling tot een psychiater, die dagelijks persoonlijk in contact treedt met mensen. Hij is er. Hij luistert naar hen. Hij praat met hen. Hij vraagt hen of ze iets wensen te drinken. Toch kun je ook bij de psychiater niet van een echt contact spreken, want zijn eigen psyche houdt hij afgesloten; het is de ander die zich blootgeeft, niet de hulpverlener.

“Vandaar dus ook mijn suggestie dat elk talent op onvermogen is gestoeld. Talent, datgene waarin iemand beroepshalve excelleert, wordt geboren uit gebrek aan een ander talent. Voor mezelf houdt dat in: ik wil mijn ziel op papier blootgeven, ik wil via mijn werk geheel de uwe zijn, maar in het echte leven vind ik het ondraaglijk om vragen te moeten beantwoorden, ik wil dat terrein vermijden, het is een gebied dat tot mislukken is gedoemd. Ik heb behoefte aan de eenzaamheid. Aan het geluk van de eenzaamheid.”

Dan moet dit interview een verschrikking zijn.

“Dat is het ook. Maar ik doe dit voor het boek. En daarom ben ik tegelijkertijd dankbaar dat ik erover mag praten.

“Ik vind een interview mede vreselijk omdat ik mezelf zo vaak in herhaling hoor vallen. Je kunt niet elke keer opnieuw origineel uit de hoek komen als je over je werk praat. De meerduidigheid zit in mijn geschreven woorden, niet in wat ik zeg.

“Als ik achteraf mijn woorden herlees, is er ook altijd een gevoel van vervreemding. De taal van de transcriptie is toch niet mijn taal.

“Ik spreek liever voor een zaal dan dat ik hier nu zit. Hoe minder publiek, hoe minder afstand, en hoe zwaarder het voor me wordt. Gisteren, in het gezelschap van die talrijke jongelui van De Inktaap heb ik genoten. Zo’n uitreiking is een theater. Ik speel er toneel en ik doe er ook mijn best. Ik wil die jongeren boeien. Ik ben pas tevreden als ik de hele zaal mee heb, en ik krijg die zaal zelfs mee zonder dat ik hoef te zweten. Ik geniet ervan. Ik zal ook van Passa Porta genieten.

“Een deel van het beroep van een schrijver speelt zich af in het publieke domein, en voor dat deel moet je een beetje talent hebben. Ik heb dat beetje talent. Ik heb dat altijd gehad.”

Herinnert u zich Wim Kayzer, die, voor zijn indrukwekkende interviewreeks Van de schoonheid en de troost, bij Coetzee, die u in uw bundel af en toe aanhaalt, op bezoek is.

“Ja, die uitzending heb ik gezien. En dat begreep ik dus heel goed. Dat het Coetzee niet lukte om te praten. Het was heel pijnlijk om hem zo te zien lijden.

“Opvallend: van alle interviews uit die reeks heb ik juist het gevecht van Coetzee als enige onthouden. Er zijn momenten waarin je ziet dat hij de interviewer, Wim Kayzer, echt haat.

“Andere mensen, ik ook, kunnen beter toneel spelen dan Coetzee. Er is geen andere verklaring voor zijn geslotenheid. En waarom hij dan toch ‘ja’ heeft gezegd op dat interview met Kayzer? Dat moet ijdelheid zijn geweest. Nee zeggen is moeilijk. Maar nee is wel mijn lievelingswoord.

“Je zou eens moeten weten hoeveel keer ik de afgelopen maanden, ook door internationale media, ben gevraagd om commentaar te leveren over de Nederlandse politiek. Vreselijk. En ik heb voor elk verzoek bedankt met de woorden dat ik enkel over boeken wil spreken. Wat een overschatting van de schrijver, het idee dat hij overal een mening over heeft, dat hij overal iets over weet.”

Ook de populaire cultuur wordt overschat, schrijft u in het doorwrochte, uit vele hoofdstukken bestaande 'Het geluk van de eenzaamheid'.

“Populaire cultuur is cultuur die uit is op effectbejag. De maker wil dit en dit gedrag bij het publiek bewerkstelligen. Slaagt hij er niet in om zo veel mogelijk individuen in dezelfde roes van verbroedering te brengen, dan is hij mislukt. Omdat hij niet aan de kwaliteitseisen voor consumentencultuur heeft voldaan.

'Wie de verschillen tussen kunst en populaire kunst ontkent, werkt mee aan de tirannie van de middelmaat. Dat kan ik niet met lede ogen toestaan.' Beeld Sanne De Wilde
'Wie de verschillen tussen kunst en populaire kunst ontkent, werkt mee aan de tirannie van de middelmaat. Dat kan ik niet met lede ogen toestaan.'Beeld Sanne De Wilde

“Kunst begint juist bij deze mislukking. Kunst begint bij het verzet tegen dat opgelegde samenhorigheidsgevoel. Alle kunst vertrekt vanuit het ‘nee’, vanuit de rebellie.

“Ik voer in dit essay een dissectie op de romankunst uit. En ik fileer de verwerpelijke gedachtegang dat er geen criteria zouden bestaan om kunst van schijnkunst te onderscheiden, om literatuur en lectuur als gelijken te behandelen. Wie de verschillen tussen kunst en populaire kunst ontkent, werkt mee aan de tirannie van de middelmaat. Dat kan ik niet met lede ogen toestaan.”

Vond u het moeilijk om zich, na de roman Jij zegt het, over essays te buigen? Of heeft het ene genre het andere nodig?

“Ik heb de verschillende genres in elk geval nodig. Ik heb acht jaar gestudeerd, Nederlands en Filosofie. Het schrijven van een essay, al het onderzoekswerk, herinnert me aan het plezier van de wetenschapper.

“Na het voltooien van een roman kan ik naar die wetenschappelijke kant verlangen, naar dat onderzoekswerk. De verbeelding is een heerlijke plaats om te verblijven. Maar een roman schrijven houdt ook een enorme inspanning in. Terwijl ik het schrijven van essays toch meer als een klerkachtige bezigheid ervaar.

“Ik kan de geluksgevoelens die beide genres me opleveren ook niet vergelijken. Het schrijven aan een roman bezorgt me dagelijkse porties geluk. Dankzij mijn pen ontstaat er iets wat nog niet bestond. Een romanschrijver maakt iets volstrekt origineels. Een essay hoeft niet aan dezelfde criteria of verwachtingen te voldoen. Elk genre doet andere beloftes aan de lezer.

“Ik lees trouwens ook graag alles door elkaar: thrillers, essays, romans, biografieën, poëzie... Dat ik zo graag biografieën lees, heeft natuurlijk weer te maken met die weerzin voor echt contact. In een biografie kun je iemand leren kennen zonder echt contact. De meeste biografieën gaan over uitzonderlijke mensen. Hun gereconstrueerde levens helpen de lezer om inzicht te krijgen in zijn eigen leven, ook in zijn eigen uitzonderlijkheid.”

Hoe zou u uw eigen uitzonderlijkheid beschrijven?

“Mijn uitzonderlijkheid is dat ik schrijver ben.”

Op het Passa Porta Festival voeren de Nederlandse topauteurs Connie Palmen en Herman Koch een ‘rode-oortjesgesprek over de genotzuchtige mens die wel wil, niet mag, maar toch doet’. Zondag 26/3 van 18u tot 19u30 in KVS BOL.

Connie Palmen, Het drama van de afhankelijkheid – Verzamelde essays, Prometheus, 352 p., 19,99 euro.

Connie Palmen, De zonde van de vrouw, CPNB, 64 p.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234