Zaterdag 21/09/2019

Congolese regeringsleger pleegt merendeel verkrachtingen

Niet een of andere obscure rebellenbeweging maar het officiële regeringsleger is verantwoordelijk voor het merendeel van de verkrachtingen in Oost-Congo. Dat zegt de Amerikaanse mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch.

De recente cijfers in een nieuw rapport over het aantal verkrachtingen in de oorlogsregio Oost-Congo zijn erg hoog. Volgens het Bevolkingsfonds van de Verenigde Naties (UNFPA) werden vorig jaar in heel Congo 15.996 vrouwen het slachtoffer van seksueel geweld. Alleen al in de provincies Noord- en Zuid-Kivu werden er 7.703 nieuwe gevallen geregistreerd. Vijfenzestig procent van de slachtoffers is minderjarig, een op tien is jonger dan tien jaar.Op basis van een langdurig terreinonderzoek en tientallen interviews met beleidsverantwoordelijken, hulpverleners, slachtoffers en militairen concludeert Human Rights Watch dat de meeste verkrachtingen gepleegd worden door regeringsmilitairen. “Ook andere gewapende groepen hebben zich schuldig gemaakt aan brutale vormen van seksueel geweld tegen vrouwen en meisjes. Maar door zijn omvang en ontplooiing over het hele land is het Congolese leger verantwoordelijk voor het merendeel van de verkrachtingen. Congolese militairen maken zich schuldig aan groepsverkrachtingen, ontvoeren vrouwen en meisjes en verwonden hun slachtoffers, soms dodelijk.” Volgens de VN-vredesmacht in Congo is het regeringsleger verantwoordelijk voor 54 procent van de verkrachtingen. Bij wijze van casestudy gaan de onderzoekers dieper in op de 14de Brigade, een eenheid die gecreëerd werd in 2006 en een samensmelting was van verschillende rebellengroepen. De brigade bestond uit 4.500 troepen en werd in 2007 naar de frontlinie in Noord-Kivu gestuurd om er te vechten tegen de rebellen van toenmalig krijgsheer Laurent Nkunda. Na een zware nederlaag werd de 14de Brigade teruggetrokken en in Kabare gestationeerd, een stadje langs het Kivumeer tussen de provinciehoofdsteden Goma en Bukavu. Zowel aan het front als in Kabare pleegden elementen van deze brigade zware seksuele misdaden. Als belangrijkste reden voor deze wandaden wordt het ontbreken van een commandostructuur genoemd. Ook het feit dat de commandanten niets ondernamen tegen de misbruiken zorgde voor een klimaat van straffeloosheid. Er heerste anarchie binnen de brigade, die versterkt werd door het feit dat de militairen niet betaald en bevoorraad werden en ook geen onderdak hadden. Human Rights Watch wijst ook op de gebrekkige gerechtelijke vervolging van verdachten van seksueel geweld en op het feit dat de hulpfondsen nauwelijks besteed worden aan preventie en bescherming van vrouwen tegen seksueel geweld. (KoV)

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234