Vrijdag 17/09/2021

AchtergrondAfrikaanse kunst

Congolese kunstenares Géraldine Tobe ‘ontmaskert’ het verleden van AfricaMuseum

De Congolese artieste Géraldine Tobe (29). Beeld Wouter Maeckelberghe
De Congolese artieste Géraldine Tobe (29).Beeld Wouter Maeckelberghe

De jonge Congolese artieste Géraldine Tobe en twaalf Afrikaanse kunstenaars adopteren artefacten, zoals maskers, uit het AfricaMuseum in Tervuren en andere Europese musea voor hun hedendaagse kunstprojecten. ‘Zo kan een jonge generatie Afrikanen zich opnieuw verbinden met hun voorouders en hun culturele geschiedenis’.

“Toen ik twee maanden artist in residence was in het AfricaMuseum van Tervuren in 2019, ervoer ik meteen dat maskers en andere etnografische objecten, zoals ze nog genoemd worden, voor ons Congolezen een heilige, spirituele betekenis hebben en ons verbinden met onze voorouders en culturele geschiedenis. Zo rijpte het idee om deze objecten te bevrijden, door hun beeltenis te adopteren in mijn eigen kunst. Mijn werken ga ik samen met de objecten tonen aan Congolese en Afrikaanse jongeren, die zo weer aansluiting kunnen vinden met de rijke culturele en spirituele geschiedenis van hun verre voorouders uit de eeuwen voor de Belgische en Europese kolonisatie.”

Aan het woord is Géraldine Tobe (29). We praten met de hedendaagse Congolese kunstenares in het rectoraat van de Vrije Universiteit Brussel, waar haar kunst vandaag de muren siert van het Renaat Braem-gebouw. Wat we zien is een emotionele confrontatie tussen heden en verleden. Een Luba-masker prijkt op het gezicht van een katholieke priester, die omringd wordt door danteske scènes van pijn en verdriet, maar ook door de hoop van bevrijde kinderen.

We staan voor Congolese versies van De schreeuw van Edvard Munch, maar dit zijn niet zomaar schilderijen. Dit zijn unieke 21ste eeuwse kunstwerken, expressieve getuigenissen die gecreëerd werden met het grillige licht en donker van de volkse cités uit de Congolese hoofdstad Kinshasa.

Tobe gebruikt namelijk dezelfde, vette petroleumlampjes waarmee de Congolese mamans ’s avonds hun huisjes verlichten. Ze houdt ze onder een groot doek dat ze opspant onder het plafond en laat de neerslag van het gitzwarte roet zich een weg banen langs de sjablonen die ze telkens vooraf heeft aangebracht. Het is een expressie die er kwam na een persoonlijk iconoclasme met de westerse schilderkunst.

“Ik was aanvankelijk begonnen met klassiek schilderen, maar ik voelde aan dat dit een Europese expressie was die niet de mijne was. Op een dag heb ik schilderijen verbrand en door de rook en het roet vond ik mijn nieuwe manier van expressie.”

Bruggen slaan

De kunstwerken die voor ons staan, zijn een deel van het resultaat. Ze zijn nog maar de eerste stap van een grootschalig kunstproject om artefacten uit het AfricaMuseum en andere Europese musea symbolisch te bevrijden uit hun tentoonstellingen en depots door hun beeltenis en spirituele betekenis nieuwe levens te geven in jonge, hedendaagse kunst voor een Afrikaans publiek. Ze zullen dienen als vlaggenschip voor het project L’Esprit des Ancêtres’, waarmee Tobe in een collectief twaalf jonge Afrikaanse kunstenaars rond zich verzamelt die elk op hun manier bruggen slaan. Zo zal een van de artiesten een kledinglijn uitwerken.

Het einddoel is een nieuwe tentoonstelling met de hedendaagse kunst én de bewuste artefacten in bruikleen in het Musée National van de Democratische Republiek Congo. De expositie zou daarna ook naar andere Afrikaanse musea kunnen reizen met als centrale vraag: wat betekenen kunst en de vooroudercultuur voor hedendaagse Afrikaanse kunstenaars?

null Beeld Wouter Maeckelberghe
Beeld Wouter Maeckelberghe

Tobe’s persoonlijke verhaal is veelzeggend. “Dit project is voor mij persoonlijk ook een getuigenis van mijn leven tussen twee werelden. Als opgroeiend kind balanceerde ik tussen onze vooroudercultus en het christendom. Ik ging naar een christelijke kloosterschool waar ik moest bidden voor witte heiligen”, vertelt ze. “Tegelijk had ik een goeie band met mijn grootmoeder, een trotse Luba-vrouw uit de Kasaï die nog onze authentieke vooroudercultus praktiseerde. Soms voerde ze voor mij het kutenda-ritueel uit waarmee ze contact probeerde te leggen met onze overleden voorouders. Het probleem was dat haar kinderen daar niet in geloofden. Zij waren westers-christelijk opgevoed en bestempelden vanuit die strenge katholieke opvoeding wat hun moeder en ik deden als hekserij.”

De curator van het project, VUB-professor en kunsthistoricus Hans De Wolf, wijst op de verantwoordelijkheid van de Belgische en andere Europese missionarissen voor deze blik. “Zij begrepen deze rites niet, bestempelden ze als hekserij terwijl dit eigenlijk zeer wijze vrouwen waren die zo de familiale, socioculturele en geografische geschiedenis verbaal overdroegen aan hun nazaten. Tegelijk werden hun spirituele objecten ontnomen om hier te worden tentoongesteld, zodat ze werden vervreemd van hun eigen DNA. Veel cynischer kan je het niet indenken.”

Tobe: “Exact. Mijn grootmoeder kon niet lezen of schrijven maar was voor mij wel altijd een levende bibliotheek. Voor haar was het een levensdoel om alle verhalen aan mij over te dragen, maar vele andere Afrikanen hebben dat geluk niet gehad. Het is een van de redenen waarom veel Afrikanen zich vandaag verloren voelen.”

Maskers en andere culturele voorwerpen die nu soms verstoffen in onze musea kunnen voor hen een houvast worden, zodat een jonge Afrikaanse generatie de rijke cultuur en tradities van hun prekoloniale voorouders kunnen herontdekken.

‘Restitutie is vooral dialoog’

Al een tijdje woedt een restitutiedebat waarbij zowel vanuit Congo als de Congolese diaspora identitaire voorwerpen worden teruggeëist. Tobe’s kunst bewijst dat restitutie ook creatief kan: het immateriële en spirituele erfgoed beeldend vertellen in hedendaagse kunst, zodat dit bedekte verleden uit onze musea wordt ‘ontmaskerd’.

Tobe: “Veel krachtiger dan restitutie is voor mij dat hedendaagse Afrikaanse artiesten de kans krijgen om zich te verbinden met de ancestrale spiritualiteit in de artefacten. Restitutie is ook een begrip waarbij heersende elites objecten zouden uitwisselen, terwijl wij met de artefacten en hun geschiedenis met de bevolking vooral in dialoog willen gaan.”

Curator De Wolf: “Het is daarom een belangrijke voorwaarde dat de artiesten tijdelijk mogen werken met de originele voorwerpen, niet alleen uit het AfricaMuseum in Tervuren maar uit meerdere musea in Europa. Dit ‘adoptieproces’ is erg belangrijk voor de ontwikkeling van hun nieuwe kunstwerken. Vergelijk het met een familie die maanden wacht voor ze het nieuwe kind in het gezin kunnen verwelkomen. Zoiets is ook een mentale en spirituele weg.”

Het AfricaMuseum is Tobe’s project genegen, al is de samenwerking volgens De Wolf “niet zo evident” als toen ze er artist in residence was.

Er heerst vandaag in Tervuren nog koudwatervrees voor controverse over het verleden terwijl het project zich net tot doel stelt om een dialoog aan te gaan met de nieuwe generaties over de toekomst. Daarom introduceerde De Wolf in het project werkgroepen met juristen en diplomaten, die gaan zorgen dat elke bruikleen van artefacten uit Europese musea voor de artiesten en de eindtentoonstelling in Kinshasa vlekkeloos kan verlopen. Het ultieme doel is dat de jonge Congolezen het werk zien van Tobe en de anderen, met daarnaast het bewuste artefact waarop ze zich inspireerden. De Wolf: “Zo kunnen de jongeren zich als het ware voeden aan hun ancestrale DNA, dat zo belangrijk is voor de nieuwe identiteit die Afrika vandaag zoekt.”

Portret van Geraldine Tobe Beeld Wouter Maeckelberghe
Portret van Geraldine TobeBeeld Wouter Maeckelberghe

Kunstenares Tobe nam in Kinshasa met eerder werk al de proef op de som. In de volkswijken stelde ze haar kunst tentoon, wat haar altijd in een boeiend debat bracht met de jongeren. De reacties waren soms positief, met vragen over de voorouders, maar soms ook negatief. Het vijandelijkst reageren priesters en aanhangers van de vele nieuwe, evangelische kerken die in de verpauperde volkswijken de voorbije jaren veel macht hebben verworven over de lokale gemeenschappen.

Tobe: “Deze églises de réveil zijn veel agressiever dan het katholicisme waarmee ik opgroeide. Zij hebben onze voorouderrites nog méér uitvergroot als hedendaagse hekserij, terwijl wijlen de Zaïrese president Mobutu vorige eeuw van het Vaticaan net nog toestemming kreeg om voorouderrituelen te verwerken in christelijke vieringen. Maar de nieuwe kerken bestempelen maskers soms als demonen. Ik ondervond dit toen ik in Kinshasa een tentoonstelling deed in de welvarender wijk Gombe. Behalve artiesten kwamen weinig Congolezen kijken omdat ze bang waren. Toen begreep ik dat het aan ons, de artiesten is om zelf naar de bevolking te gaan en beter te informeren over onze culturele en spirituele geschiedenis.”

Tobe benadrukt dat deze prekoloniale geschiedenis nog zeer relevant kan zijn vandaag. “Dit biedt ons een kans om hedendaagse debatten aan te gaan, over rollenpatronen en vrouwenrechten bijvoorbeeld. In Congo hoor je soms als argument ‘dat de vrouw er ook vroeger geen plaats had in de samenleving’, terwijl het tegendeel waar is. Uit de opzoekingen die ik deed naar de betekenis van Luba-artefacten leerde ik dat het lichaam van de vrouw voor hen een koninklijke macht incarneerde. Het was een matriarchale samenleving waarin de vrouw besliste met wie ze een kind wou, niet de man. Daaruit vloeit een vraag voort die ik me vandaag altijd stel, ook tijdens het maken van mijn kunstwerken: wat zou er van de Congolese samenleving geworden zijn als de christelijke missionarissen er nooit gekomen waren?”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234