Zaterdag 21/09/2019

Congolees regeringsoffensief loopt uit op humanitaire ramp

Er gaan steeds meer stemmen op om de oorlog af te blazen en onderhandelingen te beginnen met ‘gematigde’ FDLR-rebellen, waarvan een aantal nog deelnam aan de Rwandese genocide van 1994.

Begin dit jaar was er nog enig optimisme over de militaire campagne tegen het FDLR, een Rwandese rebellenbeweging die voornamelijk uit Hutu’s bestaat en in Oost-Congo al duizenden burgerslachtoffers maakte. Aanvankelijk vochten het Congolese en het Rwandese leger samen tegen de FDLR-rebellen en die samenwerking leek aanvankelijk de nodige vruchten af te werpen. Van de zesduizend rebellen zouden er duizend ontwapend zijn, waarvan een aanzienlijk aantal naar Rwanda werd gerepatrieerd. Diezelfde maand werd ook Laurent Nkunda gearresteerd, de leider van de voornamelijk uit Congolese Tutsi’s bestaande rebellenbeweging CNDP. Nkunda werd naar Rwanda afgevoerd en de CNDP-strijders werden opgenomen in het regeringsleger.Maar nadat de Rwandese regeringstroepen in februari, zoals afgesproken, naar hun land waren teruggekeerd, liep het offensief van het gedesorganiseerde Congolese regeringsleger vast. De FDLR-rebellen die zich aanvankelijk in het woud hadden teruggetrokken, namen hun oude posities weer in en wreekten zich op een bijzonder brutale manier op de lokale bevolking. Het aantal burgerslachtoffers en het aantal verkrachtingen schoot de hoogte in. In april berichtten internationale mensenrechtenorganisaties over een FDLR-aanval op de dorpjes Luofu en Kasiki. Honderden hutten werden platgebrand, mannen, vrouwen en kinderen werden levend verbrand. In plaats van de bevolking te beschermen was het Congolese regeringsleger op de vlucht geslagen. De VN-vredesmacht arriveerde twee uur te laat in de dorpjes. Tegelijk waren er steeds meer aanwijzingen dat ook het regeringsleger burgers lastigviel en terroriseerde. In juli publiceerde mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch een rapport dat het regeringsleger verantwoordelijk stelde voor het merendeel van de verkrachtingen in Oost-Congo.Hoe langer het offensief duurde, hoe onduidelijker werd wie in Oost-Congo tegen wie aan het vechten was. Een aantal eenheden van het regeringsleger begon samen te werken met het FDLR bij de ontginning van goudmijnen. Verder zorgde de integratie van het vroegere leger van Nkunda voor grote problemen. De Tutsistrijders van het voormalige CNDP voerden aanvallen uit zonder rekening te houden met centrale legercommando. VN-rapporteur voor buitengerechtelijke executies Philip Alston publiceerde een rapport over een aanval die voormalige Tutsirebellen op 27 april uitvoerden op het dorpje Shalio waarbij vijftig burgers omkwamen en veertig vrouwen werden verkracht. De aanval op Shalio lokte een wraakactie uit van het FDLR op het dorpje Busurungi waarbij 96 burgers stierven.Deze spiraal van geweld maakt dat de balans van het regeringsoffensief op de FDLR-rebellen desastreus is. Duizend burgerdoden, zevenduizend verkrachtingen, 900.000 mensen op de vlucht. Daartegenover staat dat er slechts een duizendtal rebellen werd ontwapend.

Contraproductief

Er gaan dan ook steeds meer stemmen op om zo snel mogelijk een einde te maken aan de militaire operatie. Zo riepen de Belgische ngo’s Broederlijk Delen en Pax Christi gisteren op om werk te maken van een politiek onderhandelde oplossing. Ook Kris Berwouts, coördinator van een netwerk van Europese ngo’s voor Centraal-Afrika (Eurac), zegt dat er geen militaire oplossing is voor dit conflict. “Het legeroffensief is contraproductief. Het FDLR is niet verzwakt. Integendeel, de rebellengroep zou volop aan het rekruteren zijn bij voormalige regeringssoldaten, Burundese ex-rebellen en burgers in de Rwandese grensstreek.” Berwouts is voorstander van onderhandelingen met ‘gematigde’ FDLR-leiders “die bereid zijn om de wapens neer te leggen en om samen met hun achterban terug te keren naar Rwanda”.Ook de economische structuur van het FDLR zou nog volledig intact zijn: de beweging controleert goudmijnen en slaagt er vrij gemakkelijk in om dat goud naar de oostelijke stad Bukavu en vervolgens naar Burundi te transporteren.Koen Vlassenroot van de Universiteit Gent vreest dat de VN-vredesmacht in Congo (Monuc) niet bij machte zal zijn om het offensief tegen het FDLR te keren. De Monuc ondersteunt het regeringsleger maar slaagt er niet in om haar belangrijkste rol in te vullen: de bescherming van de burgerbevolking. “Het FDLR kan uitgeschakeld worden, maar dan wel met een internationale militaire operatie met voldoende capaciteit. Maar we moeten vaststellen dat daarvoor geen internationaal politiek draagvlak is.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234