Vrijdag 15/01/2021

Reportage

Congo: kunst, chocolade, kapitaal

Renzo Martens, afgelopen maand op de inauguratie van The White Cube.Beeld AFP

Sinds 2011 resideert het Institute for Human Activities van de Nederlander Renzo Martens in Congo. De organisatie heeft een opmerkelijk businessmodel: kunstenaars produceren beelden van rivierklei die ter plaatste worden 3D-gescand en bij ons worden afgegoten in chocola, afkomstig uit Afrika. We gingen een kijkje nemen.

We zijn op weg van Kikwit naar Lusanga, in het binnenland van Congo. Chauffeur Donan neemt elke bocht met doodsverachting en een brede lach. "Dieu est le seul protecteur de ce véhicule", staat op de sticker in zijn cabine: de enige die dit voertuig beschermt is de Heer.

Dit is de weg waarover alles moet komen en gaan: 40 kilometer zand, modder, kuilen, weggeslagen stukken, haarspeldbochten. In de berm sjouwen mannen fietsen vooruit, beladen met zakken pinda's en palmolienoten. Als het heeft geregend, zakken de banden weg in de modder. Wie een brommer heeft, is koning.

Als de laatste kilometer te voet en zwetend is volbracht, treffen we een mirakel aan: een openluchtcongrescentrum van twee verdiepingen aan de rivier, een kunstenaarswerkplaats onder een rieten dak, een kwekerij, een plantage en een minimuseum in aanbouw. De gastheer en bedenker staat te wachten: het hemd van Nederlandse kunstenaar Renzo Martens is van een onwaarschijnlijk wit en gestreken in deze omgeving van zweet en rood stof.

Welkom in kamp Kingangu, waar onder leiding van Martens voormalige plantagearbeiders worden omgeschoold tot kunstenaar.

White Cube

Het is een nogal opmerkelijke locatie voor dit ambitieuze en langlopende kunstproject, dit dorpje van zo'n twintig hutten. De kinderen - vijf, acht, tien per gezin - lopen elke dag 5 kilometer naar school. Er heeft altijd wel iemand malaria. Sinds kort is er 's avonds twee uur elektriciteit, dankzij een generator. Daarna nemen de krekels en de knagende termieten de stilte weer over.

En juist hier opent de White Cube, een museum dat voorlopig nog geen dak heeft, laat staan airconditioning, maar wel vier spierwitte muren. In totaal 120 vierkante meter, ontworpen door David Gianotten van het Nederlandse architectenbureau van Rem Koolhaas.

Een performance tijdens de inauguratie van de White Cube in LusangaBeeld AFP

Martens werkt hier sinds 2014. De kunstenaar, afgestudeerd aan de Gerrit Rietveld Academie, werd in 2008 bekend met de controversiële documentaire Episode III - Enjoy Poverty. "Ik wilde de wereld veranderen", zegt hij. In de film reist hij door het door oorlog verscheurde Congo en zet hij de bevolking aan om profijt te halen uit hun eigen armoede, bijvoorbeeld door, zoals westerse persfotografen, de ellende te fotograferen. Zonder resultaat overigens, geen enkel persbureau wilde de kiekjes van zieke kinderen en verkrachte vrouwen kopen.

Andermans rijkdommen

Hij oogstte succes met zijn film, maar geen Congolees profiteerde. Martens ging terug met een nieuw plan: hij zou plantagearbeiders opleiden tot kunstenaar en die de mondiale kunstwereld inloodsen. Beter nog, hij zou die kunstwereld naar Congo halen. Want hij wil de wereld veranderen, maar hij is geen ontwikkelingswerker; zijn gereedschap is de kunst.

Terwijl we schuilen voor een plotselinge stortbui zet Martens uiteen wat plantages en kunst volgens hem met elkaar te maken hebben. Zoals hij het uitlegt: de westerse rijkdom wordt nog steeds verkregen door de handel in grondstoffen van elders - olie, diamanten, cacao, koffie, goud. Grondstoffen die overal ter wereld ten koste van anderen worden gewonnen.

Ook de culturele wereld werkt op die manier, zegt Martens. Denk aan de etnografische musea, waar niet altijd op integere wijze verkregen rijkdommen uit de niet-westerse wereld te zien zijn. Martens noemt ook het Eindhovense Van Abbe-museum, een plek voor hedendaagse kunst met een geëngageerde koers, dat wél ooit werd gefinancierd door de tabaksindustrie. Zo draagt de ellende van anderen bij aan cultuur en economische groei in steden als New York, Berlijn en Amsterdam.

Plantagearbeid

Hier in Congo stichtten de gebroeders Lever ooit palmolie-imperium Unilever. Lusanga heette toen Leverville. Vraag het elke bewoner: generaties lang werkten ze zich halfdood - of echt dood - op de plantage of in de fabriek. "Maar Unilever is één van de grootste sponsors van hedendaagse musea", zegt Martens. Hij wil de situatie omdraaien: de geldstroom de andere kant op laten vloeien.

Dus besloot hij plantagearbeiders om te scholen. Plantagearbeiders met artistieke mogelijkheden, verzameld in het collectief CATPC (Cercle d'Art Travailleurs de Plantation Congolaise) maken nu kunst, voornamelijk sculpturen. Die worden door middel van 3D-techniek ingescand en in België afgegoten in hoogwaardige, niet-smeltende chocolade - gemaakt van cacaobonen van Afrikaanse plantages. De werken zijn al tentoongesteld in Berlijn, Londen, Amsterdam en New York, en ze brengen veel geld op.

Sinds vorig jaar verdienen niet alleen de makers aan de chocoladesculpturen, maar worden met de opbrengsten ook de kwekerij en de plantage gefinancierd. Heel kamp Kingangu profiteert er dus van. En nu opent ook nog de White Cube, een witte museumruimte.

Bepaald niet onomstreden

Martens' projecten zijn niet bepaald onomstreden. Sinds zijn film Episode III - Enjoy Poverty wordt hem neokoloniaal gedrag verweten. Hij wordt laatdunkend een 'blanc-sauveur' genoemd, een witte redder met een Jezus-complex. Martens zelf is de laatste om dat te ontkrachten.

In een reportage van het VPRO-programma Tegenlicht stapt hij door kamp Kingangu en zegt dat plantagearbeiders in een mum van tijd tot kunstenaar zijn om te scholen. Je geeft ze klei, et voilà! "Ik ben, als witte kunstenaar van 40-plus onderdeel van het probleem", zal hij tijdens deze dagen vaak zeggen.

Inwoners en kunstenaars lopen door mekaar tijdens de inauguratie van The White CubeBeeld AFP

Hij doet denken aan Fitzcarraldo, de hoofdpersoon uit de gelijknamige film van de Duitser Werner Herzog. Fitzcarraldo, gespeeld door een waanzinnig ogende Klaus Kinski in vuil-wit tropenkostuum, wil een opera bouwen in de Zuid-Amerikaanse jungle. Het museum hier is al net zo vreemd, in een oord waar je alleen met grote moeite kunt komen, waar men zijn gevoeg doet boven een gat in de grond. In Congo, "leerschool voor het karakter, maar ook een kerkhof voor illusies", zoals David Van Reybrouck schreef in zijn monumentale boek Congo.

De witte redder

Een week eerder staat in de drukkend hete hal van de kunstacademie in de hoofdstad Kinshasa een student een sculptuur af te werken met een zwarte pasta. Directeur Henri Kalama Akulez ontvangt ons in zijn koele kantoor. Hij is kritisch over Martens' project. Hij somt op: "Het is koloniaal, neerbuigend, ongepast. De witte redder Renzo Martens komt ons helpen. Ik heb er grote problemen mee."

Hij ziet dat Martens wel iets voor elkaar krijgt. Zo kon één van de kunstenaars, Matthieu Kasiama, naar New York gaan. Maar hij vraagt zich toch af of al dat geld niet beter besteed kan worden. Kalama windt zich vooral op over de lezingen die gegeven gaan worden tijdens de openingsdagen van het project, door duur ingevlogen gasten. "Ze gaan reflecteren op de kunstwereld, maar voor wie? Zou die kennis niet gewoon in Congo gezocht kunnen worden? De vraag moet zijn: hoe helpen wij onszélf in dit land."

Ook in Lusanga, voorheen Leverville, weet iedereen dat er iets gaande is, daar bij monsieur Renzo. Lusanga is een spookstad; na het faillissement van de Plantation Lever Zaïre, de opvolger van Unilever als uitbater van de palmoliefabriek, verviel de fabriek tot een ruïne en verdwenen stroom en elektriciteit. Hoofdarts Édouard van het plaatselijke ziekenhuis (geen water, geen elektriciteit) heeft grote waardering voor Martens: "Hij is een microbe, in de goede zin. Hij steekt mensen aan, dat gaat niet meer weg."

Geen kopers, enkel werk

Ook Soeur Suzanne, hoofd van de plaatselijke Congregatie van Armen, heeft haar scepsis laten varen. "Hulp van buiten maakt je tot een bedelaar, maar ik zie dat Martens het anders aanpakt en bijdraagt aan de intellectuele ontwikkeling. Ik hoop dat er een school komt in die White Cube."

Abt Gabriël Kwolo doceert over de ingewikkelde eigendomsrechten van het land en hoe Martens' organisatie aanvankelijk de tribale chef voor het hoofd stootte.

Marktmeesters Bamba-banga en Paulin willen eerst wat kwijt over 'de witten', de plantage-eigenaren uit het verleden. "Les blancs ont tout pris", ze hebben alles meegenomen. "En kijk nu naar ons. Er zijn geen kopers voor onze producten. Het enige wat wij willen van zo'n project is werkgelegenheid."

Kamp Kingangu heeft inmiddels voor de drie dagen durende openingsmanifestatie een metamorfose ondergaan. Er zijn curatoren gearriveerd, professoren, de burgemeester, stamhoofd Lunguangu N'dikitana en zijn gevolg van danseressen, lage en hogere ambtenaren uit Kikwit die zich per jeep verplaatsen. Bij de congreshal is een zwerm knalrode plastic stoelen en tafels neergezet, met dank aan een biersponsor. De keuken kookt op houtvuren, de generator bromt continu. De filmploeg die de openingsmanifestatie vastlegt, oefent met een drone, tot opwinding van de aanwezige kinderen.

Palmbladerengezwaai

De aankomst van de chocoladebeelden uit New York is een plechtig moment. De kunstenaars van CATPC hebben deze afgietsels van hun werk nog nooit in het echt gezien. De kisten worden verwelkomd met palmbladerengezwaai, gezamenlijk de heuvel op gedragen en opengeschroefd met de enige in het dorp aanwezige schroevendraaier. Als het spierwitte vulmateriaal uit de kist stroomt en de beelden langzaam opduiken als uit een sneeuwstorm, wordt ze een welkom toegezongen. Kunstenaar Thomas Leba zit op de grond met het chocoladehoofd van zijn grootmoeder, dat straks op haar chocoladelichaam gemonteerd gaat worden, en laat zich gelukzalig fotograferen.

Een performance tijdens de inauguratie van The White Cube, vorige maand in LusangaBeeld AFP

Martens' kunstenaars hebben besloten de White Cube tijdens de openingsmanifestatie vrijwel leeg te laten - er staat slechts één beeld in. Ernaast hebben ze een stelsel van traditionele, bamboe heiligdommen neergezet, met daarin een tentoonstelling van eigen werken en geautoriseerde afdrukken van grote namen als Luc Tuymans en de Zuid-Afrikaanse Marlene Dumas.

Overdag zijn er lezingen die zo op één of een andere grote kunstmanifestatie hadden kunnen plaatsvinden. Een van de sprekers is Suhail Malik van de prestigieuze kunstopleiding Goldsmiths MFA in Londen. Pas daarna neemt Martens het woord. Hij houdt een toespraak waarin hij vooruitblikt op de komende jaren. "U kunt op mij blijven rekenen."

Knap/angstaanjagend

's Avonds, tijdens een dampend concert, blijkt Martens' opluchting uit zijn ongeremde gedans met zijn vrouw Lisa, tussen tweeduizend toegestroomde bezoekers. In het donker glimmen de lampjes van het zendertje dat aan zijn broek hangt. Het filmen gaat continu door.

De meningen blijven verdeeld. "Ik realiseer me constant dat ik in een kunstwerk van Renzo Martens rondloop" zegt Pathy Tshindele, oprichter van kunstenaarscollectief Eza Possible. "Martens heeft het leven van die mensen op zijn kop gezet, hij kan dus nu niet zomaar weggaan. Ik vind het knap, maar ergens ook angstaanjagend."

Echt kritisch is Vitshois Mwilambwe (net als Tshindele verbleef hij aan de Rijksakademie in Nederland), die in Kinshasa een ambitieus residency-programma draait. Hij is onder de indruk van wat hij gezien heeft in Lusanga, maar plaatst ook vraagtekens. "Ik zie bij de kunstenaars in Lusanga drie mensen met talent, de anderen voeren in feite een opdracht van Martens en zijn equipe uit."

Negers op de wereldtentoonstelling

"En waar ik echt problemen mee heb: ze hebben Matthieu Kasiama naar New York gestuurd, een jongen die niet kan lezen of schrijven, die daar ongetwijfeld als een wilde werd gezien. Waarom? Omdat The New York Times dan over je gaat schrijven. Ik zie weinig verschil met de Wereldtentoonstelling van 1889 in Parijs, waar je negers in een dorp kon bezichtigen."

Moraal is in kamp Kingangu een vloeibaar begrip. Het perspectief kantelt met elke hoofdrolspeler die je kiest. Kies je Renzo Martens zelf, of kunstenaar Cédrick Tamasala, met zijn haarscherpe observaties en spirituele analyses? Of kunstenaar Jérémie Mabiala, die vooral zakelijk denkt? Kies je het perspectief van de bezoekende academici, van de ecologen en agronomen, of dat van die ene stokoude bewoonster die haar T-shirt omhoogtrekt, haar zieke lichaam toont en om geld vraagt?

Een dansspekatakel op het voormalige terrein van Unilever tijdens de opening van The White CubeBeeld AFP

Martens zelf schuift kritiek doorgaans terzijde. Hij wil de wereld veranderen, nog steeds. "Mijn film Enjoy Poverty was een inktzwart pamflet. Ik heb nu, na deze dagen, echt het idee dat er toekomst is, dat het gaat werken."

Omgekeerde gentrificatie

Het project resulteerde al in tentoonstellingen in Londen, Berlijn, Amsterdam en New York, veel publiciteit en een eerste 50.000 euro aan inkomsten. Het was het begin van wat Martens 'omgekeerde gentrificatie' noemt, oftewel: het kapitaal terugbrengen naar waar het werd gehaald. Na een valse start in Boteka, op een nog in werking zijnde plantage van het Canadese bedrijf Feronia, is het project nu gevestigd op de plaats waar het bedrijf Unilever in 1911 zijn eerste plantage begon. 

Het museum moet de komende jaren geld en aandacht genereren en een studieprogramma herbergen. Naast een kleine equipe van Belgische, Nederlandse en Franse medewerkers bestaan de projecten uit ongeveer twaalf vaste kunstenaars uit Kingangu en uit een aantal Congolese milieu-experts, zoals de bekende bioloog en milieu-activist René Ngongo. Het geld van de chocoladebeelden gaat deels naar de kunstenaars, deels naar de gemeenschap.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234