Woensdag 01/04/2020

Computer herkent 'nieuwe' Shakespeare

Het koningsdrama Edward III werd met zekerheid geschreven door William Shakespeare. Dat is de conclusie van een onderzoek aan de Universiteit van Massachusetts. Computeranalyses wezen uit dat er niet langer twijfel hoeft te bestaan over de auteur van dit anonieme toneelstuk, gepubliceerd in 1596. Daarmee komt een einde aan een oude discussie - voor sommigen althans.

Het drama Edward III, The Raigne of King werd geschreven in de jaren 1594-'95. Voor velen lijdt het geen twijfel dat Shakespeare op zijn minst een deel ervan heeft geschreven, hoewel op geen enkele van de resterende kopieën de naam van de auteur staat vermeld. In 1904 belandde het stuk op een lijst van veertien werken die aan de bard uit Stratford worden toegedicht, onder meer wegens de stijl, de thema's en de retoriek die velen als 'typisch Shakespeare' beschouwen. Edward III zou dan het 39ste toneelstuk uit zijn oeuvre zijn.

Volgens de theorie zou Shakespeare het toneelstuk in 1595 hebben voltooid met behulp van enkele vrienden. In dat jaar verscheen zijn naam trouwens in de boekhouding van de Kamer als lid van de zogeheten Lord Chamberlain's Men, tekstleveranciers van de toenmalige amusementsindustrie in Shoreditch, Londen.

Het stuk telt vijf bedrijven. In de eerste twee speelt de hertogin van Salisbury een prominente rol; in de laatste bedrijven beschrijft de auteur taferelen tijdens de oorlog tegen Frankrijk. Koning Edward III leefde van 1312 tot 1377 en is bij de Britten vandaag nog steeds bekend van enkele belangrijke overwinningen op de Fransen, waaronder een zeeslag bij Sluis in 1340. Nabij het Franse Crécy zouden Edwards troepen in 1346 hebben bewezen dat de Engelse lange boog superieur was aan de kruisboog zoals die op dat moment op het Europese vasteland nog vaak werd gebruikt.

Volgens de krant The Sunday Times, die met het nieuws over de 'nieuwe' Shakespeare uitpakte, werd Edward III geschreven in een periode waarin de Londense theaters gesloten bleven wegens een pestepidemie. Shakespeare was toen een prille dertiger en had even voordien het bloederige Titus Andronicus geschreven - na Edward III zou hij aan Romeo and Juliet zijn begonnen. Toen het stuk uiteindelijk in Londen in première ging, was het echter niet zo'n daverend succes. Het koningshuis zat naar verluidt verveeld met de beschrijvingen van de oorlog tegen Schotland, samen met Frankrijk een historische vijand van de Engelsen. De aangekondigde opvolger van Elizabeth I was immers James VI, afkomstig uit, jawel, Schotland.

De prestigieuze Shakespeare-uitgeverij Arden heeft de theorie van de Amerikaanse onderzoekers inmiddels voor waar aangenomen. Arden, dat zo'n beetje wordt beschouwd als de scheidsrechter in discussies over wat wel en wat niet van de bard zou kunnen zijn, heeft aangekondigd Edward III op te nemen in de gereviseerde uitgave van haar Shakespeare-reeks. Niet onbelangrijk om te weten: het is sinds de 19de eeuw pas de derde keer dat Arden een dergelijke revisie doorvoert.

Bij Arden zijn ze ervan overtuigd dat hun beslissing genoeg gewicht in de schaal zal werpen om het stuk definitief tot het bekendste toneeloeuvre te rekenen. Samen met John Tobin van de Universiteit van Massachusetts in Boston verwijzen ze naar recente computeranalyses die het taalgebruik in verschillende kopieën van Edward III hebben doorgelicht. Daaruit kwamen telkens grote semantische overeenkomsten met de andere Shakespeare-stukken tevoorschijn.

Tobin: "De computer laat er geen twijfel over bestaan. Maar het is natuurlijk de stem van Shakespeare zelf, zijn retoriek en compassie die de doorslag geven om te stellen dat deze tekst niet door een van zijn tijdgenoten is geschreven."

Precies die laatste redenering zal bij sommige literatuurwetenschappers wellicht nog voor enig protest blijven zorgen. Shakespeare-vertaler Willy Courteaux klinkt alvast voorzichtig: "Ik heb de resultaten van het onderzoek natuurlijk niet gelezen, maar op wat u mij vertelt moet ik toch met de nodige scepsis reageren. Een computer kan heel veel, zoals het vinden van alle vrouwelijke uitgangen in een bepaald vers, maar dat zegt niet zoveel. Ik heb er mijn twijfels over dat een computerprogramma precies die elementen kan opsporen die van bepaalde woorden of klanken poëzie maken. Waarom maakt het ene vers muziek en het andere niet? Ik kan u het antwoord op die vraag niet geven, maar het noopt wel tot voorzichtigheid. Er zijn ook al te veel zogenaamde bewijzen geformuleerd die stellen dat alle teksten van Shakespeare van iemand anders zijn. Telkens gingen die gepaard van een overtuigend lijkende verklaring. Maar ach, ik hoef u niet te vertellen dat er wetenschappers bestaan die met dat soort ontdekkingen graag wereldwijde aandacht willen oogsten. Ze doen maar, hoor."

Bij de Britten is het nieuws intussen niet in dovemansoren gevallen: Greg Doran, directeur van de Royal Shakespeare Company, heeft aangekondigd Edward III te zullen programmeren, in combinatie nog wel met Edward II van Christopher Marlowe, een tijdgenoot bij wie Shakespeare inspiratie vond voor zijn eigen Richard II. (SH)

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234