Dinsdag 06/12/2022

InterviewDe vragen van Proust

Componist en dirigent Dirk Brossé: ‘Kort nadat ik instortte, had ik spijt’

Dirk Brossé: 'Ik was een zeer lastig kind. Mijn moeder zegt altijd: ‘Onze Dirk, dat was ne goestendoender.’ Dat is iemand die ja knikt, maar altijd zijn zin doet.' Beeld © Stefaan Temmerman
Dirk Brossé: 'Ik was een zeer lastig kind. Mijn moeder zegt altijd: ‘Onze Dirk, dat was ne goestendoender.’ Dat is iemand die ja knikt, maar altijd zijn zin doet.'Beeld © Stefaan Temmerman

Schrijver Marcel Proust beantwoordde ze ooit in een vriendenboekje, nu geeft De Morgen er een eigenzinnige draai aan. Twintig directe vragen, evenveel openhartige antwoorden. Deze week: componist en dirigent Dirk Brossé (62). Wie is hij in het diepst van zijn gedachten?

Ann Jooris

1. Hoe oud voelt u zich?

“Ik ben 62, maar voel mij ongelooflijk jong. Ik heb dat deze ochtend nog ervaren in het Kursaal in Oostende, waar ik het project Onze Natuur in Concert voorbereid. Het podium komt ongeveer tot aan mijn borst. ‘Daar zijn trapjes’, zei iemand. ‘Trapjes?’ Ik duwde mij af en met één jump sprong ik op dat podium.

“Ook mentaal voel ik mij zeer jong. Hoewel ik binnen mijn vakgebied al behoorlijk wat heb gerealiseerd, heb ik het idee dat alles nog moet beginnen. Veel mensen van mijn leeftijd zijn met pensioen of denken aan uitbollen. Ik heb nu voldoende wijsheid, ervaring en bagage, de grote dingen moeten nog komen. Dat is ook mijn drive, de reden waarom ik nog altijd zo gedreven bezig ben, mét de passie van een 15-jarige.

“Ik heb mij altijd jong gevoeld. Altijd. Als ik mij vergelijk met leeftijdgenoten, vind ik ten eerste dat ik er fysiek nog goed uitzie. (lacht) Maar dat is natuurlijk subjectief. Ik heb weinig contact met mensen van mijn leeftijd. Ofwel zijn ze veel ouder, ofwel veel jonger. Niet bewust hoor, dat is gewoon zo gegroeid. De muzikanten met wie ik werk, en ook mijn naaste medewerkers, zijn minstens 20 jaar jonger dan ik. Dat zijn de mensen bij wie ik mij het beste voel. Ik ben niet blijven stilstaan.

“Met andere woorden: ik heb niet afgehaakt bij de ontwikkeling van de wereld zoals hij vandaag is. Je kan daar voor of tegen zijn, maar we leven vandaag in een andere wereld dan 10, 20 of 25 jaar geleden. Ik merk dat heel veel leeftijdgenoten niet meer deelnemen aan de wereld van vandaag. Ik leef in de wereld waarin de prille dertigers hun toekomst moeten maken. Dat is mijn wereld. Ergens onder een boom gaan zitten en genieten van il dolce far niente, dat zit er bij mij niet in.”

2. Wat vindt u een kenmerkende eigenschap van uzelf?

“Ik ben een eenzaat. Een sociale eenzaat. (lacht) Dankzij mijn ouders zijn mijn sociale skills zeer goed ontwikkeld. Mijn vader was een begrafenisondernemer. Daarvoor moet je een groot empathisch vermogen hebben. Je moet onmiddellijk kunnen schakelen naar de gevoelswereld van de rouwenden. Sommigen maken drama’s mee: geliefden die verongelukken, kinderen die sterven aan kanker ... Ook mijn moeder heeft een ongelooflijk groot empathisch gevoel, zonder dat ze ooit psychologie heeft gestudeerd. Ik heb dat medeleven, het kunnen begrijpen van de vreugde, maar ook van de pijn en het leed van anderen, thuis geleerd.

“Dus als ik zeg dat ik een sociale eenzaat ben, bedoel ik dat ik het zalig vind om een lange periode helemaal alleen door te brengen. Wat ik nu zal zeggen, zal raar klinken, maar ik vond de hele lockdownperiode een fantastisch geschenk. Ik hou ervan om alleen op mezelf aangewezen te zijn en de dingen te doen waarvan ik denk ze te moeten doen.”

BIO

Geboren op 18 februari 1960 in Gent • Studeerde aan de muziekconservatoria van Gent, Brussel, Maastricht, Wenen en Keulen • Dirigeerde Vlaams Radio Orkest, deFilharmonie, Orkest van de Vlaamse Opera en Nationaal Orkest van België • Leidde symfonische en filharmonische orkesten in onder meer Londen, Shanghai, Zuid-Korea en Japan • Schreef vierhonderd werken, waaronder concerti, oratoria, kamer- en symfonische muziek, die wereldwijd worden uitgevoerd • Is muzikaal directeur van The Chamber Orchestra of Philadelphia • Is hoofddocent compositie en orkestdirectie aan het Koninklijk Conservatorium Gent • Is de partner van Claire Tillekaerts, gewezen CEO van Flanders Investment & Trade

3. Wat is uw zwakte?

“Ik heb zeer weinig geduld. In de eerste plaats met mezelf, maar dat vertaalt zich ook naar anderen toe. Als dirigent heb ik wel geleerd om de snelheid der dingen te aanvaarden zoals ze is. Vier paarden lopen anders dan één renpaard. Als je een kar hebt met vier paarden, is de gemiddelde snelheid het gemiddelde van de vier paarden. Hoewel de paardenkracht groter is, is er niet noodzakelijk een garantie op sneller rijden. In een orkest heb je tachtig musici. Het gaat zo snel als de traagst denkende, zo eenvoudig is het. Dus je moet iedereen meekrijgen.

“Dat neemt niet weg dat ik vanbinnen zeer ongeduldig ben. Dat uit zich in kleine, onnozele dingen. Als ik bijvoorbeeld voor het rood licht sta en het wordt groen en de auto voor mij wacht vier seconden om aan te zetten, denk ik: shit man, rij toch door. Wat is vier seconden in het universum? Niets, hé. (lacht)

“Ongeduld is een rode draad in mijn leven. Ik wou dingen bereiken. Ik wou al lopen voor ik kon stappen en dan val je op je gezicht, natuurlijk. Ook dat leer je aanvaarden. Toen ik 15 was, wou ik al dirigent van de New York Philharmonic zijn. Dat kan niet, snap je.

“Ik ben vaak op mijn gezicht gevallen. Ik moet zeggen dat de evolutie van mijn carrière het gevolg is van tegenslagen. Van te vallen en weer recht te krabbelen. Of van deuren die zijn dichtgeklapt voor mij. Omdat ik iets verkeerd had ingeschat of soms onder tijdsdruk een werk klaar moest hebben waarvan je achteraf denkt: had ik toch maar wat meer tijd genomen, wat meer in de diepte gekeken. Dat was het voordeel van de covidperiode. Ik heb dingen kunnen laten rijpen. Voor het eerst sinds mijn jeugd heb ik opnieuw ervaren wat het is om onbezonnen op te staan. Je hebt heel de dag voor jou. Dat vond ik fantastisch.”

4. Wat drijft u?

“De passie voor de muziek, maar niet in de absolute zin van het woord. Eigenlijk ben ik een messenger. Niet in de religieuze betekenis, maar iemand die de muziek gebruikt om aandacht te besteden aan wat ik zie gebeuren in de samenleving. La Soledad de América Latina bijvoorbeeld, gaat over de onderdrukking van het Latijns-Amerikaanse volk. Echoes of Silent Voices over de slachtoffers van de Holocaust. Zo kan ik tientallen werken opnoemen die maatschappelijk gedreven zijn. Als ik dan als messenger voel dat het binnenkomt bij het publiek, dat is mijn drug.”

5. Is het leven voor u een cadeau?

“Hmm... ‘La vie, c’est un accident sombre entre deux sommeils infinis.’ (lacht) Ik weet niet welke filosoof dat gezegd heeft, maar ik vind het zeer mooi (de Franse dichter en schrijver Alfred de Vigny, 1797-1863, red.). Goh, is het leven een cadeau? Als kind groei je op, je opent al je zintuigen, je wordt je langzaam bewust van de wereld waarin je leeft. Dan volgt een proces waarin je je een eigen idee vormt over de wereld en de plaats die jij daarin inneemt.

“Eén moment dat mij volledig door elkaar heeft geschud, was toen ik het verslag van de Club van Rome las (‘The Limits to Growth’ uit 1972, red.). Ik was daar kapot van. Dat waren uiteindelijk x aantal onschuldige professoren die op basis van bestaande modellen een beeld schetsten van hoe de wereld er 20 jaar later zou uitzien. Achteraf is gebleken dat die zeer naïef waren, want het is 100 keer erger geworden. Het lezen van dat boekje heeft ervoor gezorgd dat ik geworden ben wie ik ben.

“De eerste 40 jaar van mijn leven waren niet al te rooskleurig. Er waren zelfs periodes met zwarte gedachten. Mijn ouders hadden beslist. Ik heb niet zelf over het leven beslist. Anderen beslissen over het leven van anderen, wat ik een zeer egoïstische daad vind. Maar het zit in ons DNA. Het zit in het DNA van de homo sapiens om te procreëren, dus wie ben ik om dat in vraag te stellen? Als morgen iedereen denkt zoals ik, zijn er geen nazaten meer en houden we op te bestaan. Dat willen we natuurlijk ook niet.

“Ik ben door een zeer moeilijke periode gegaan in mijn persoonlijke ontwikkeling. Ik heb er lang over gedaan om mijn weg te vinden. Ik heb altijd geweten dat muziek het instrument was waarmee ik mij wou uitdrukken. Maar daarin slagen, dat is natuurlijk iets anders. Vanuit mijn ongeduldige houding ging het nooit snel genoeg of was het nooit goed genoeg.

“Maar dan is plots mijn leven veranderd toen ik mijn partner leerde kennen, Claire (Tillekaerts, red.), iets meer dan 20 jaar geleden. Door een toevallige samenloop van omstandigheden zat ik toen heel diep. Zij heeft het licht in de tunnel doen schijnen. Sindsdien ben ik de gelukkigste man op aarde.”

6. Hoe was uw kindertijd?

“Ik was een zeer lastig kind. Mijn moeder zegt altijd: ‘Onze Dirk, dat was ne goestendoender.’ Dat is iemand die ja knikt, maar altijd zijn zin doet. Mijn ouders wilden niet dat ik in de muziek verder ging. Voor hen was dat een onbekende wereld. Een muzikant was een armoedzaaier, ik zou in de goot belanden. Ik ben zeer fier op het milieu waaruit ik kom, maar ik heb wel een hard gevecht moeten leveren om te komen waar ik wou komen. Zo simpel is het. Op een bepaald moment moet je uitbreken en ik ben uitgebroken, maar het heeft wel wat gekost.

“Ik herinner mij juni 1972, 50 jaar geleden, de laatste week lagere school voor de humaniora. We moesten een opstel schrijven over wat we later wilden worden. Ik schreef dat ik dirigent en componist wou worden en dat ik door mijn muziek de wereld wou veranderen. Als 12-jarige.” (lacht)

7. Wanneer hebt u het laatst gehuild?

“Ik ben een zeer melancholisch iemand. Ik huil heel snel. Daarom niet met tranen, maar met mijn hart. Ik vind dat eigenlijk een zalig gevoel. Ik hoop dat meer mensen dat hebben. Voor mij zit de schoonheid van het leven in de melancholie. De echtheid. De verwondering. Hoe ouder ik word, hoe meer ik verwonderd ben, hoe meer ik de dingen apprecieer.”

8. Waar hebt u spijt van?

“Concreet kan ik niet zeggen: ‘Daar heb ik nu echt spijt van.’ Achteraf bekeken, neen.

“Toen ik 36 was, dacht ik de liefde van mijn leven te hebben ontmoet. Een jonge, prachtige vrouw uit Nederland die tien jaar jonger was dan ik. Ik was 36, zij 26. Zij had haar carrière, ik mijn carrière in de artistieke sector. We wilden geen kinderen. Tot haar zus een kindje kreeg. Toen ze de baby vasthield, keek ze mij recht in de ogen en zei ze: ‘Ik wil ook een kind. Ik wil er drie.’ (lacht) Dat was de zwartste dag in mijn leven, tot zover. Toen heb ik haar uit volle liefde, volle vriendschap en volle respect laten gaan. En vice versa. We zaten op een kruispunt. Ofwel gingen we beiden naar links, ofwel gingen we beiden naar rechts. We zijn elk onze weg gegaan, maar in tegenovergestelde richting.

“Dat was ook meteen de allerdiepste crisis die ik persoonlijk heb doorgemaakt. Ik denk dat ik toen op mijn eigen spreekwoordelijke bodem zat. Ik heb dan ook hulp ingeroepen van professionele mensen. Ik zag het echt niet meer zitten. Ik had dat scenario al verschillende keren meegemaakt. Allemaal toffe vrouwen ... Als er liefde en chemie is tussen twee mensen, is een kind de logische stap. Toch heb ik nee gezegd. Kort daarna, nadat ik was ingestort, had ik daar spijt van. Nu denk ik: ik heb toen de juiste beslissing genomen. Maar op het moment zelf was dat zeer moeilijk. ‘Wil ik een kind?’ is een van de meest fundamentele vragen die een mens zich kan stellen.

“Na het lezen van het boekje van de Club van Rome was het mij duidelijk dat ik geen behoefte heb om mij voort te planten. Beslissen over het leven van een ander vond en vind ik nog steeds een egoïstische daad.”

‘Ik was al zeer asociaal toen ik 15 was. Ik ging nooit mee naar een familiefeest. Ik was bezig met de dingen waarvan ik dacht dat ik ze moest doen.’ Beeld © Stefaan Temmerman
‘Ik was al zeer asociaal toen ik 15 was. Ik ging nooit mee naar een familiefeest. Ik was bezig met de dingen waarvan ik dacht dat ik ze moest doen.’Beeld © Stefaan Temmerman

9. Wat is uw grootste angst?

“Om te falen. Ik ben een autistische controlefreak in alles wat ik doe. Die eigenschap heb ik ontwikkeld door het beroep dat ik uitoefen. Het moet juist zijn. Niet een beetje juist. Nee, het is erop of eronder. Tegelijkertijd ben ik bang voor perfectie, want perfectie is saai en is voor robots.

“Niets is saaier dan iets wat perfect uitgevoerd is. Een schilderij, een vioolconcert ... Het zijn de kleine menselijke oneffenheden in het pad die er juist voor zorgen dat je denkt: wow, daar zit persoonlijkheid in. Geef mij maar génialement mal foutu!

“Maar ik heb wel angst om te falen. Ik had dat vroeger al bij examens. Angst om het niet te kunnen, angst voor herexamens. Angst om een valse noot te spelen als ik op het podium sta als uitvoerder. Mijn inner circle is daardoor zeer klein geworden. Mijn beroep slokt alles op. Componeren is iets tussen mijzelf, de spiegel en het witte blad. Partituren instuderen is iets tussen het boek en mijzelf. Het is dus relatief eenzaam. Ik heb vrienden en familie verwaarloosd. Sommigen noemen dat egoïsme, misschien is dat ook zo. Voor mij is het een gevolg van faalangst.

“Dus ik heb carrément een keuze gemaakt. Al lang geleden hoor. Ik was al zeer asociaal toen ik 15 was. Ik ging nooit mee naar een familiefeest. Ik was bezig met de dingen waarvan ik dacht dat ik ze moest doen.

“Verder ben ik de meest sociale en empathische mens die er bestaat, echt waar. Maar wel een ‘eenzatige’.” (lacht)

10. Wanneer bent u ooit door het lint gegaan?

“Er zijn momenten waarop ik de pedalen kwijtraak wanneer ik componeer. Dan raak ik in trance. Dat is voor mij door het lint gaan in positieve zin. In negatieve zin, dat is voor de volgende keer. (lacht) Vergeef me mijn stilzwijgen.”

11. Wat is uw vroegste herinnering?

“Mijn vroegste herinnering dateert uit de kleuterklas. Alle kindjes moesten op de groepsfoto met een attribuut. Er waren houten autootjes, hippe hoedjes en clownsneusjes, maar ook muziekinstrumenten waaronder een rammelaar, een fluitje en een trommeltje. Ik herinner mij dat ik toen mijn leven heb gegeven om met dat trommeltje op de foto te staan. Ik ben ernaartoe gevlógen. (lacht) Ik moest en zou dat trommeltje hebben.

“Wat ik mij ook herinner is de stem van mijn moeder. Ze zong vaak een liedje voor mij. Het was iets in de zin van: ‘Ik hou van mijn bompa-pa’. (zingt) Die melodie flitst nog altijd door mijn hoofd. Daardoor is – denk ik – mijn liefde voor de vrouwenstem ontstaan. Ik merk dat ik later heel veel heb gecomponeerd voor de vrouwenstem, en vooral voor sopranen. Mijn moeder had een zeer fijne stem. Ze zong ook haarjuist. Waarschijnlijk waren dat onbewust wel ... (emotioneel) mijn eerste muzieklessen. Vandaar komt wellicht mijn gevoel voor muziek.”

12. Aan wie bent u schatplichtig?

“Ik heb het zelf gedaan. Daar ben ik wel trots op. Natuurlijk zijn er altijd mensen die je helpen. Zo heb ik lang geleden iemand ontmoet die voor mij een maître à penser geweest is. Een persoon die heel veel betekend heeft voor mij en nog altijd heel veel betekent: plastisch kunstenaar Octave Landuyt. Eind dit jaar wordt hij 100. Eigenlijk ben ik vanaf mijn zestiende mentaal voor een stuk bij Octave en Mona opgegroeid. Zij hebben mij geïntroduceerd in een wereld die ik niet kende. Zij hadden al heel snel gezien: die gast is gene gewone, dat is iemand met een passie, met een gedrevenheid, iemand die iets kan. We gaan hem steunen. Zij hebben altijd aan mijn zijde gestaan.”

13. Wat hing er aan de muur van uw tienerkamer?

“Levensgrote portretten van Beethoven en Mozart, posters van Slade en 10cc, en ook foto’s van schilderijen uit Openbaar Kunstbezit die ik regelmatig wisselde.”

14. Welk boek heeft een bijzondere betekenis voor u?

Zout op mijn huid van de Franse schrijfster Benoîte Groult heeft mij als jongeman enorm aangegrepen. Ik herkende mij daar voor een stuk in. Het is het verhaal van een onmogelijke, passionele liefde tussen twee mensen. Onmogelijk wegens hun verschillende sociale afkomst, maar tegelijkertijd ook heel grappig.”

15. Hebt u ooit een religieuze ervaring gehad?

“Als vrijzinnig denker kan ik mij dat moeilijk voorstellen, maar ik heb wel transcendente ervaringen gehad. Ik link die niet aan religie, omdat ik denk dat religie des mensen is, een uitvinding van de mens. Ik ervaar wel bijzondere gewaarwordingen als ik naar het Requiem van Mozart luister of naar bepaalde stukken van Bach, of als ik zelf creëer, bij het horen van bepaalde klanken, maar ik zal daarvoor nooit woorden als goddelijk gebruiken.”

16. Hoe definieert u liefde?

“Liefde is een grote taart, om een metafoor te gebruiken. En elk stuk staat voor een andere vorm van liefde. Liefde voor je geliefde, liefde voor je ouders, liefde voor de natuur, liefde voor de kunst. Er is geen absolute liefde, denk ik. Wel voorwaardelijke. Liefde is een kneedbaar begrip. Iemand die mij kan omschrijven wat liefde is ... Ik wil het graag lezen.”

'Ik wil sterven op een podium. Ik zal je ook zeggen hoe ik niet wil sterven: al creperend in een ziekenhuisbed.' Beeld © Stefaan Temmerman
'Ik wil sterven op een podium. Ik zal je ook zeggen hoe ik niet wil sterven: al creperend in een ziekenhuisbed.'Beeld © Stefaan Temmerman

17. Wat vindt u erotisch?

“Ik vind het vrouwenlichaam enorm erotisch. En alle plastische vormen die herinneren aan de vrouwelijke borst. Ik denk dat de meeste mannen dat vinden. Wellicht komt dat omdat wij als onbeholpen zuigelingen aangewezen zijn op de borst van onze moeder om ons te voeden.

“Iemand die tango danst in een kleedje dat net een maatje te klein is, vind ik ook enorm erotisch, net zoals de associatieve beelden die de muziek van Astor Piazzolla oproept.”

18. Wat is de speciaalste plek waar u ooit de liefde bedreven hebt?

“In de natuur. Ongetwijfeld. Met een van mijn eerste vriendinnen. Ik was nogal een heftige kerel toen ik jong was. Ik had een vriendin met een brommertje en we zijn samen de nacht in getrokken bij volle maan. Op de muggenbeten na vond ik dat een zeer fijne ervaring.” (lacht)

19. Hoe zou u willen sterven?

“Op een podium. Ik zal je ook zeggen hoe ik niet wil sterven: al creperend in een ziekenhuisbed. Ik zou ook zelf niet willen beslissen om een eind te maken aan mijn leven, hoewel je dat vandaag perfect kan doen als je terminaal bent. De mooiste dood voor mijzelf is doodvallen. Daar wil ik direct voor tekenen.

“De dood was bij ons thuis een dagelijks gespreksonderwerp. De dood was letterlijk doodgewoon. Met die filosofie leef ik: alsof elke dag de laatste kan zijn. Essentiële dingen moet je nu doen, want morgen bestaat nog niet en zal misschien nooit bestaan. Elke dag, elke seconde zo bewust mogelijk leven, dat probeer ik te doen.”

20. Welke droom hebt u nog?

“Ik heb een paar naïeve dromen. Ook al is de mens in wezen slecht volgens Harari (Yuval Noah, Israëlisch historicus en filosoof, red.), ik hoop dat de oorlog in Oekraïne stopt. Ik hoop ook dat iedereen op aarde ooit op een gelijkwaardige en waardevolle manier zal kunnen samenleven, ongeacht je afkomst, talent, huidskleur of filosofie.

“Maar als we Stephen Hawking (Brits natuurkundige en kosmoloog, 1942-2018, red.) mogen geloven, heeft de mensheid geen 1.000 jaar meer op deze planeet voor ze uitsterft. Eén ding wat mij moed en troost geeft, is dat de homo sapiens een heel vindingrijk, flexibel, veranderingsgezind beestje is. Dat hebben we al bewezen. We zijn survivors en zullen dit wel overleven. Hoe, dat weet ik niet. Misschien op een andere planeet, misschien is de toekomst de bionische mens. Ik denk dat we het wel gaan redden als homo sapiens, maar het zal anders zijn. Het zal niet meer onder de zon aan de Côte d’Azur zijn.”

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234