Zondag 27/11/2022

Compleet van de pot gerukt

Engelstalige literatuur in vogelvlucht

De romans van Tibor Fischer, Neil Jordan, Dan Chaon en Clare Morrall hebben met elkaar gemeen dat ze een hoogst ongewoon universum creëren waarin het groteske en het absurde hoogtij vieren. Marnix Verplancke nam vier shots Engelstalig proza tot zich.

Een bijzonder grappig boek van een van de origineelste jonge Engelse schrijvers

'Als een plant de geest geeft voel je je wel even schuldig, maar van een sanseveria krijg je geen verwijtende blikken als je niet met hem uitgaat, en om een cactus rouw je niet. En hoe kom je vandaag de dag anders nog aan zuurstof?" Oceane lijkt de perfecte vrijgezellin, met haar planten, cd's en video's. Met haar buren mijdt ze ieder contact en ondanks haar 119 paar schoenen gaat ze, sinds ze ineengetrapt werd door een mysterieuze dame met een huwelijkstaart in de armen, nooit meer de deur uit. Wat ze dan wel doet is tv kijken en het parkje aan de overzijde van de straat in het oog houden, waaruit ze opmaakt dat de Londense criminaliteit hand over hand toeneemt. En waarom zou ze ook uitgaan, kun je je afvragen. De mensen vertellen toch niet meer dan platitudes, voor het seksuele gerommel loopt de vrouw al lang niet meer warm en om de kost te verdienen hoeft ze geen slag uit te voeren. Ooit ontwierp ze een figuurtje voor een Japanse computerspelletjesfabrikant en van de royalties kan ze goed leven. "Ik begin te vermoeden dat ik volmaakt ben", verzucht Oceane soms zelfvoldaan, "dat kan me nog opbreken". Het begin van een breuk wordt veroorzaakt door een brief. Hij is van Walter, haar voormalige geliefde, en bevat maar één woord: "hallo". Niet echt om je zorgen over te maken, ware het niet dat Walter al een decennium dood is natuurlijk. Een geur van rottigheid duikt opeens op in haar leven en Oceane stuurt er incasseerder Audley op uit om voor haar wereldwijd de overjaarse eieren op te sporen. Ondertussen onderhoudt zij de lezer met het verhaal van haar kennismaking met Walter, lang geleden, toen ze een mislukte balletdanseres was die zich in een Barcelonese seksclub veelvuldig publiek liet nemen door een man die zich - niet alleen wegens de afmetingen van zijn brandslang, maar ook omdat hij een neuscomplex had - Rhino liet noemen.

Tibor Fischer is een van de origineelste jonge Engelse schrijvers. Het geluid dat hij Oceane verschaft maakt haar tot een kwebbeltante die het klappen van de zweep kent. Ze heeft bovendien een bijzonder grappige geest en als lezer kun je alleen maar genieten van de reis naar het einde van haar bovenkamer waarop Fischer je trakteert.

Tibor Fischer

Reis naar het einde van de kamer

Voyage to the End of the Room, Vertaald door Ko Kooman, De Arbeiderspers, Amsterdam, 245 p., 19,95 euro.

Jordan beschrijft deze bizarre geschiedenis op een bijzonder poëtische wijze

We zouden het soms vergeten, maar regisseur Neil Jordan is eerst en vooral een schrijver. Films als Interview with the Vampire en The Butcher Boy eisen alle licht op en laten Jordans literaire werk achter in het schaduwdonker, maar dat betekent nog niet meteen dat zijn boeken minderwaardig zouden zijn. Integendeel zelfs. "Schaduw. Van een vleermuisvleugel, van een plataan op het middaguur, van een es in ijl maanlicht, in de grootste van alle schaduwen. Nachtschade. De schaduw van wat voorbij is. Ik ben iets heel vreemds, alleen nog maar een afwezigheid. Een gerucht, een schaduw in een schaduw, een herinnering aan een aandenken, namelijk aan mijzelf." Dat is wat de geest van Nina Hardy denkt nadat deze vrouw in 1950 op 53-jarige leeftijd door de psychisch gestoorde George afgemaakt wordt met een heggenschaar, waarna hij haar lichaam in een rioolput dumpt. De rusteloze geest kan zich niet verzoenen met zijn lot en neemt ons mee op een tocht door de tijd, waardoor we inzicht krijgen in de ingewikkelde relatie tussen deze twee figuren. Het gegeven doet een beetje denken aan Alice Sebolds De wijde hemel, met dit verschil dat de Amerikaanse klefheid hier moet wijken voor de Ierse degelijkheid. Uit Schaduw blijkt dat Jordan van Victoriaanse gothics houdt. Niet alleen groeit kleine Nina op in een groot, eenzaam landhuis dat zachtjes aan het verval inzinkt, ze ziet ook overal geesten, vergelijkt haar eigen leven met halfbroer Gregory met dat van Pip en Estrella in Dickens' Great Expectations en moet het meemaken dat haar gouvernante als een Ierse mythische heldin, verdronken en met uitwaaierende haren in de lokale rivier wordt gevonden. Met die achtergrond hoeft het dan ook niet te verbazen dat Nina de artistieke toer opgaat. Ze wordt de steractrice in een hele reeks vampierenfilms, de maîtresse van George Bernard Shaw en een beetje zoals Yeats' geliefde Maud Gonne de prachtige vrouw die Ierland naar een betere toekomst had kunnen leiden. Op middelbare leeftijd keert Nina terug naar haar geboortehuis, zorgt ervoor dat de geïnterneerde George - indertijd samen met zijn zusje Janie haar arme maar geliefde speelkameraadje - op vrije voeten komt en werft de man aan als klusjes- en tuinman, waarmee ze meteen ook haar doodvonnis tekent. Jordan beschrijft deze geschiedenis op een rustige, gedetailleerde en bijzonder poëtische wijze. Heel mooi is bijvoorbeeld hoe hij het beeld van snijdende messen keer op keer herhaalt of suggereert, wanneer Nina sterft, er een onthoofde spreeuw gevonden wordt of het popje Hester tussen de scharen van een dorsmachine terechtkomt. Schaduw getuigt ook van een uitzonderlijke taal- en beeldbeheersing en is zonder enige twijfel een van de best gecomponeerde Ierse romans van het jaar, spelend in een relevante historische context zonder oubollig of reactionair te worden.

Neil Jordan

Schaduw

Shade, Vertaald door Irving Pardoen, Anthos, Amsterdam, 359 p., 19,95 euro.

Gevoelens van weerzin en fascinatie strijden in je binnenste om suprematie

Wanneer Jonah van school komt, merkt hij dat zijn moeder niet thuis is en zijn opa met een biertje in de hand naar de tv ligt te staren. De jongen eet een kommetje cornflakes, snijdt een plakje worst af en roept: "Elisabeth", waarna grootvaders doodbrave dobermannpincher op hem toe komt lopen en het inmiddels al door de lucht vliegende plakje vlees netjes tussen de tanden opvangt en verorbert. Jonah doet niet liever dan spelen met de hond. Het beest luistert feilloos en lijkt zich meesterlijk te kunnen inleven in de verhalen van de jongen. Tot die dag dus. Jonah speelt dat ze achtervolgd worden door de vijand, dat ze zich in de badkamer moeten verschuilen, dat ze doodsbenauwd zijn en zich in het bad proberen te verbergen. Elisabeth speelt onrustig haar rol, raakt in paniek en valt Jonah aan. Tanden gaan door zijn gezicht, hele lappen vlees worden losgescheurd, zijn schedel kraakt, zijn wervels schuren en tegen dat zijn opa de deur opengestampt heeft, laveert hij al op de rand van de dood. Elisabeth wordt met een kogel afgemaakt en Jonah vecht voor zijn leven in het ziekenhuis. Je bent dan zo'n tien pagina's ver in Dan Chaons Mijn broer en ik, gevoelens van weerzin en fascinatie strijden in je binnenste om suprematie en je vraagt je af waar dit alles toe moet leiden. En het wordt er niet beter op. In de daarop volgende korte hoofdstukken moet de tienjarige Troy instaan voor de opvoeding van de peuter van zijn aan drugs verslaafde neef en verdwijnt Loomis spoorloos uit de tuin van zijn oma Judy. "Als ze deze geschiedenis overziet", zo lezen we over de vrouw, "verbaast ze zich er altijd weer over hoe absurd en verloederd het allemaal is. Dat soort dingen overkomt arme mensen - uitschot in trailerparken, indianen in reservaten of zwarten in hun getto's - mensen die zich in een achterstandsituatie bevinden." En het is dit soort mensen dat in Chaons roman centraal staat. De wereld van Chaon bestaat uit stil verdriet en gefnuikte ambities en hij maakt dit duidelijk door steeds opnieuw van tijdsperspectief te wisselen. Door keer op keer van het troosteloze heden terug te keren naar het hoopvolle verleden duwt hij de lezer met zijn neus op de waarheid: verandering is een illusie, ontsnappen een onmogelijkheid. Geen opbeurende literatuur, deze Mijn broer en ik, maar door zijn diepgravendheid en psychologisch inzicht wel een indrukwekkende prestatie.

Dan Chaon

Mijn broer en ik

You Remind Me of Me, Vertaald door Otto Biersma & Paul Bruijn, Anthos, Amsterdam, 375 p., 21,95 euro.

Je kunt niet om het vermoeden heen dat de grens tussen het gekke en het geniale bijzonder smal is

Clare Morrall haalde vorig jaar het literaire nieuws door als volstrekt onbekende muzieklerares met haar debuutroman op de shortlist van de MAN Booker Prize terecht te komen. Een explosie van kleuren, zoals de Nederlandse titel van dit boek luidt, schopte het trouwens volstrekt terecht tot de laatste zes. Het is immers een fijn en bijzonder menselijk portret van de mentaal labiele vrouw Kitty, op zoek naar een toekomst en een verleden. De moedigste daad die Kitty ooit stelde was toen ze op haar vijfentwintigste tegen haar vader zei dat ze alleen ging wonen. Ze stond te beven op haar benen en haar stem trilde als een riet, maar ze slaagde erin. De man kwam zelfs niet van achter zijn schildersezel. Sindsdien woont Kitty in een flatje even verderop en is ze getrouwd met James, haar voormalige buurman die ook na het huwelijk naast haar is blijven wonen. Zij heeft een nogal rommelige natuur; hij houdt van wit en leegte: een onmogelijke combinatie dus. James is een koele computerprogrammeur die vindt dat zijn programma's soms lijken te leven. Menselijke emotie of liefde zijn hem echter vreemd. Wat Kitty in hem aantrekt is zijn onvolmaaktheid. Hij is lelijk, zo bekent ze, niet Repelsteeltjeslelijk, maar gewoon buiten proportie: met te korte beentjes en een te groot hoofd. Voor de kost recenseert Kitty kinderboeken, een job die haar slechts in minieme mate zelfvoldoening schenkt, want uiteindelijk, zo realiseert ze zich, doet ze niet meer dan de ideeën van anderen herkauwen. Maar wat moet ze anders? Ze lijdt aan synesthesie, wat wil zeggen dat emoties bij haar gepaard gaan met bepaalde kleurindrukken, en sinds haar zoontje Henry drie jaar eerder dood geboren werd, gaat ze als een getourmenteerd persoon door het leven. "Ik weet niet wat erger is", zo vraagt ze zich af, "geen moeder hebben of geen kinderen." Henry's lot doet haar immers haar eigen jeugd in een ontwricht gezin herbeleven. Moeder stierf in een auto-ongeluk toen Kitty drie was. Haar vader, noch haar vier oudere broers wensen dieper op de precieze omstandigheden van het ongeval in te gaan, wat leidt tot wederzijds onbegrip en een schreeuw in de leegte van Kitty's kant. Het knappe aan Clare Morralls portret van deze wankelende vrouw is dat ze haar verhaal vertelt vanuit het standpunt van Kitty zelf. Als lezer blijf je daardoor gespaard van goedkoop sentiment, krijg je sympathie voor de vrouw en haar mild humoristische observaties en kun je niet om het vermoeden heen dat de grens tussen het gekke en het geniale soms bijzonder smal is.

Clare Morrall

Een explosie van kleuren

Astonishing Splashes of Colour, Vertaald door Ankie Klootwijk, Anthos, Amsterdam, 333 p., 19,55 euro.

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234