Woensdag 26/06/2019

COLUMN

JONAS Z. AEPENBROOT REDACTEUR schrijft deze bijdrage in eigen naam

Jong en oud vechten om de publieke ruimte. Dat zegt de eminente socioloog Mark Elchardus (DM 28/8), dus zal het allicht waar zijn ook. Diezelfde professor stelt eveneens dat we met te veel zijn. Dat lijkt aannemelijk, want ook de gevreesde wijsgeer Etienne Vermeersch wil duchtig in het aantal burgers snoeien. Helaas is het simpelweg wereldvreemde onzin van mensen die niet goed om zich heen gekeken hebben.

Er is ruimte zát. Alleen is die ruimte, ons geliefde Vlaanderland, zo stompzinnig ingericht dat er vanzelf hommeles van komt. Het grote probleem is de verstedelijking. Het platteland bestaat niet meer, terwijl steden een dunbevolkt hinterland nodig hebben om hun burgers op adem te laten komen.

De kans is groot dat u ooit al eens rondgewandeld hebt in Antwerpen. Een aardig stadje langs een indrukwekkende stroom. Ze hebben er prettige musea, het lokale patois is best vermakelijk en ondanks allerlei aanslepende mobiliteitsproblemen kun je er nog aardig uit de voeten met de wagen. Via een stijlvolle voetgangerstunnel geraakt u aan de overkant van de Schelde. De atmosfeer daar is iets minder stedelijk - er is zelfs een soort would-be strandje! - maar toch is ook daar alles volgebouwd.

Laat Linkeroever achterwege en trek verder westwaarts. Daar komt u, tussen de haventerminals, nog iets tegen dat vaagweg op de authentieke boerenbuiten lijkt. Wandel echter niet te ver of u stuit meteen op de eerste uitlopers van Sint-Niklaas, de befaamde nederzetting waar provincialen thuis zijn.

Sint-Niklaas is via kilometers en kilometers lintbebouwing en villawijkjes verbonden met de andere plaatsjes in het Waasland en de Denderstreek. Als u de vermetele moed hebt om uw tocht naar het westen voort te zetten, botst u uiteindelijk op de haven van Gent. Daar houden enkele gehuchten stand tegen de oprukkende industrie, maar dat is slechts decor. Dorpjes voor de schone schijn.

Tijdens uw kilometerslange tocht zult u zelden het gevoel gehad hebben ver van de bewoonde wereld gedwaald te zijn. (Of die bewoonde wereld ook beschaafd is, durf ik te betwisten.) Er is nauwelijks sprake van natuur, je kunt niet ergens op een veld staan schreeuwen zonder dat de een of andere villabewoonster u hoort en meteen de flikken belt wegens geluidsoverlast. Voor eindeloze, verlaten landschappen moet u niet in Vlaanderen zijn.

Vóór de Industriële Revolutie waren onze steden nog omwald. Zodra u een voet buiten de stad zette, wachtten u boeren, wolven en veel natuurlijke weidsheid. Nu zitten Vlamingen vanuit hun achtertuintje allemaal op hetzelfde schriele boompje te kijken dat zij een bos noemen. Gezellig, toch?

De publieke ruimte is om zeep doordat we te weinig respect hebben voor de stad én voor het platteland. Onze steden zijn grote dorpen, onze buiten is een stad met veel verluchting. En de boer ploegt niet voort, want anders klagen de buren.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden