Maandag 23/11/2020

InterviewBoeken

Columniste Sylvia Witteman: ‘Mensen mailden me dat ik vergast mocht worden’

Sylvia Witteman: ‘Ik verander het uiterlijk van mensen. tenzij het klootzakken zijn. Die mogen zich gerust in mijn stukje herkennen.’Beeld Brenda van Leeuwen / Singel Uitgeverijen

Al 25 jaar schrijft Sylvia Witteman (55) columns, alledaagse observaties die je doen grijnzen en grinniken. Onlangs verscheen haar bundel Overdag bang en ’s avonds dronken. ‘Ik probeer op straat zo onzichtbaar mogelijk te zijn.’

Eigenlijk geeft ze zelden interviews, zegt Sylvia Witteman wanneer we elkaar aan de telefoon spreken; de stercolumniste van de Volkskrant heeft geen ervaring met Zoom en voelt weinig behoefte daar verandering in te brengen.

“In tegenstelling tot meer getrainde mediafiguren heb ik geen kant-en-klaar­verhaal dat ik kan afratelen, en dan doe ik weleens onhandige uit­spraken. Zo flapte ik er in een interview uit dat ik thuis durf te grappen over Anne Frank of de concentratie­kampen, maar dat ik daarover nooit zou schrijven. Daarmee bedoelde ik dat ik me heus wel in het openbaar weet te gedragen. Maar mensen mailden me dat ik vergast mocht worden, en één man reed me zelfs klem op straat om me te bespugen.”

Witteman pent momenteel vijf columns per week neer: drie voor de Volkskrant, eentje voor Libelle en nog eentje voor Onze taal. In het verleden schreef ze ook culinaire columns en reportages. Ze bracht al meerdere columnbundels en kookboeken uit.

Met haar meer dan 100.000 Twitter-volgers is ze wel gewend aan een relletje links of rechts. Maar dat betekent niet dat haatmail haar niets meer doet.

“Als het erg persoonlijk wordt, blijft het wel hangen. Als kind werd ik namelijk erg gepest. Ik had een brilletje, zat steeds met mijn neus in de boeken en wist het altijd beter; ‘de professor’ noemden mijn klasgenootjes me. Tegenwoordig krijgen zulke kinderen waarschijnlijk het label asperger opgeplakt. Natuurlijk zou ik ook gewoon kunnen wegblijven van sociale media, maar als je zoals ik alleen thuis zit te werken, wil je ook wel eens bijkletsen aan de virtuele koffiemachine.”

Sinds corona heeft Witteman er wel een collega bij gekregen: echtgenoot Philippe Remarque, voormalig hoofdredacteur van de Volkskrant en huidig journalistiek directeur van DPG Media, het moederbedrijf van De Morgen.

“De hele dag door houdt hij videomeetings en davert zijn basstem door het plafond heen. Helemaal gek word ik ervan. Gelukkig schrijf ik enkel ’s ochtends. Daarna trek ik de stad in, want ik moet wel wat beleven voor mijn stukjes.”

Geen echte journalist

In haar columns beschrijft Witteman veelal licht bevreemdende taferelen op straat, in de supermarkt of bij de slijter. De setting van al deze mini-tragikomedies is Amsterdam, waar ze met haar man en drie kinderen woont. Daarbij is ze niet te beroerd om behalve chagrijnige stadsgenoten ook zichzelf geregeld op de korrel te nemen. Zo refereert ze weleens aan zichzelf als “een middelbaar vrouwtje”.

(Uit ‘Overdag bang en ’s avonds dronken’:)

‘Dat is de ellende van 54 zijn. Als je jong en mooi bent, doen mensen graag iets voor je, want je bent jong en mooi. Als je stokoud en krakkemikkig bent, doen mensen graag iets voor je uit mededogen. Maar als je 54 bent, word je geacht het zelf uit te zoeken.’

Een vrouw die gelooft dat het kersttruitje van een wodka­fles haar vlinderhondje enig zal staan, een bouwvakker die vindt dat thuisblijven na een positieve coronatest wat voor aanstellers is, en kinderen die haar fris gekochte camper kapen om er harddrugs in te koken: Wittemans stukjes lijken vaak te goed, of gek, om waar te zijn.

Uit de duim gezogen zijn ze evenwel niet. Maar, zo geeft de schrijfster toe, in het adagium ‘Ik lieg de waarheid’ van wijlen haar held Simon Carmiggelt (journalist en schrijver die onder het pseudoniem Kronkel 40 jaar lang cursiefjes voor Het Parool schreef, red.) kan ze zich wel vinden.

“Het fijne van stukjes schrijven is dat ik uit de losse pols mag citeren, en verschillende situaties in elkaar kan voegen. Toen we nog in Moskou woonden, was mijn man, die daar destijds verslaggever was, voor zijn reportages vaak wanhopig op zoek naar dat ene oude vrouwtje dat voor de lege schappen stond te schelden. Het vrouwtje dat hij de dag ervoor ontmoet had, kon hij niet gebruiken. Want elk detail moest kloppen. Omdat ik geen echte journalist ben, ben ik vrijer. Zo vergroot ik bepaalde gezinssituaties soms uit: mijn zonen voer ik graag op als onbehouwen tuig, terwijl zij in werkelijkheid gewoon braaf hun gymnasium (vergelijkbaar met ons aso, red.) afmaken. Voorts verander ik ook mensen hun uiterlijk. Tenzij het echte klootzakken zijn, dan mogen ze zichzelf gerust in mijn stukje herkennen.”

'Van die woke jongelui mag ik ook niet meer ‘blank’ zeggen. ‘Wit’ vind ik nochtans naar klinken: ‘wit’ ben je wanneer je dood bent.'Beeld Volkskrant

Hoewel Witteman het merendeel van haar inspiratie op straat raapt, moet je haar geen flaneur noemen. “Ik probeer juist zo onzichtbaar mogelijk te zijn. Daarom doe ik bewust geen tv-optredens; mensen zijn meer onbevangen wanneer ze je niet herkennen. Bijna nooit knoop ik zelf een gesprek aan, want dan beïnvloed ik de situatie te fel. Ik wil in de eerste plaats toeschouwer zijn.”

Beetje provoceren

Witteman heeft oog voor het bijzondere in de banaliteit, op opiniemakerij zul je haar eerder zelden betrappen.

“De hele krant staat al vol met meningen; op den duur gaat elke column over hetzelfde onderwerp. Zo ben ik zelf al jaren tegen zwarte pieten, maar omdat iedereen daar aan de lopende band opinies over loopt te verkondigen, schrijf ik daar niet over. Niets is zo saai als te koop lopen met je eigen weldenkendheid. Enkel wanneer een maatschappelijk thema me echt heel hoog zit, zal ik me er in mijn columns over uitspreken. Zo schreef ik dat ik, in tegenstelling tot veel collega’s, mezelf bewust schrijfster noem, omdat ik vind dat wij als vrouwen juist trots moeten zijn op die vrouwelijke variant in plaats van die als minderwaardig te zien.”

Naast de Amsterdamse binnenstad fungeert ook Wittemans eigen woonkamer geregeld als achtergrond voor haar stukjes. Haar kinderen en man voert ze op als “karikaturen van zichzelf”.

“Anders dan veel lezers denken, deel ik amper tien procent van mijn privéleven. Vroeger kreeg ik zo nu en dan op mijn kop van mijn kinderen, omdat klasgenootjes hen treiterden met wat ik geschreven had. Dan ging ik weleens onderhandelen: ‘Als ik dit van jou mag opschrijven, krijg jij een emmer Kentucky Fried Chicken’. Maar hoe ouder ze worden, hoe minder ik over ze schrijf.”

Van een beetje provoceren is Witteman niet vies. Niet om mensen te kwetsen, wel om ze een ander perspectief te bieden. Maar ook daar durft heisa van te komen. Zoals toen ze schreef dat zij en haar man vroeger weleens een lijntje coke consumeerden, of recenter nog, toen ze meegaf dat mondkapjes niet geschikt zijn om jezelf na het wildplassen mee droog te vegen. “Als vrouw, en zeker als moeder, mag je toch echt minder”, zegt ze daarover. “Wijlen collega Martin Bril maakte er geen geheim van dat hij meer dan geregeld een lijntje legde, en daar kraaide geen haan naar.”

Links noch rechts

Aangezien Witteman al 25 jaar lang aan de lopende band stukjes schrijft, waren er af en toe ook momenten waarop het leven allesbehalve luchtig was. Toch koos ze er bewust voor steeds die lichte toon te behouden in haar columns.

“Nare gebeurtenissen kun je beter bewaren voor later, wanneer het wat gerijpt is. Beter om achteraf in een bijzin te vermelden dat ik tien jaar geleden bijna in een scheiding lag, dan er meteen iets heel dramatisch over neer te pennen. Wanneer ik een moeilijke tijd doormaakte, probeerde ik altijd over iets anders, lolligs te schrijven, en dat werkte. Humor blijft toch het allerbelangrijkste voor mij.”

Maar waar je vroeger makkelijk overal mee mocht lachen, is dat in deze gepolariseerde tijden wel ­anders.

“Ik ben zelf links noch rechts, maar met de leeftijd kwam een zekere mildheid. Ik zie nu van alles meer de twee kanten. Desondanks draag ik het vrije woord wel nog steeds hoog in het vaandel: censuur, maar ook zelfcensuur, is de pest. Mijn zonen van 16 en 19 denken daar anders over. Zo had ik onlangs een discussie met hen over de Mohammed-cartoons. Zij vinden dat je die als krant beter niet afdrukt en als leraar beter niet laat zien, want daar komt enkel gedoe van. Bovendien kwetst het een heleboel moslims. Ergens hebben ze wel gelijk, maar waar houdt het op? Moeten de rokjes dan ook langer om niet te aanstootgevend te zijn? Mijn zonen zien niet dat dit een hellend vlak is.

“Toen ik op een bepaald moment de kritiek kreeg dat het woord ‘neger’, dat tien jaar terug eigenlijk heel neutraal was, kwetsend was, hield ik op het te gebruiken. Maar nu mag ik van die woke jongelui ook niet meer ‘blank’ zeggen. ‘Wit’ vind ik nochtans naar klinken: ‘wit’ ben je wanneer je dood bent. Daarom blijf ik mijn eigen huidskleur omschrijven zoals ik zelf verkies.”

Luiheid

Wat brengt de toekomst nog voor Sylvia Witteman?

“Mijn uitgeverij wil graag dat ik een roman ­uitbreng. Romans blijven blijkbaar toch het non plus ultra van het schrijverschap, terwijl ik juist ­floreer in de sprint. Als ik een boek zou schrijven, zou het over mijn jeugd en de scheiding van mijn ouders gaan, maar ik geloof niet dat mijn moeder dat leuk zou vinden. Ik doe het wel als zij er niet meer is, denk ik dan. Zo kan ik het mooi op de lange baan schuiven. Mijn liefde voor korte stukjes is ook een vorm van luiheid; ik heb strakke deadlines nodig.”

Net zoals romans de bekroning van het auteurschap zijn, is de column dat vandaag voor journalisten. “Vroeger was het letterlijk een kolommetje vullen – iets wat je ernaast deed. Tegenwoordig wil iedereen een column. Maar als je het vak niet beheerst, kun je je er beter niet aan wagen. Ik krijg vaak brieven van studenten journalistiek die me vragen hoe ze zo snel mogelijk columnist kunnen worden. Ga eerst maar eens heel veel lezen, antwoord ik hun. Dan willen ze meestal al niet meer.”

En hoe lezen we dan best haar nieuwste bundel?

“Het is een boekje voor op de wc of naast je bed”, beveelt de schrijfster aan. “Zeker niet van a tot z gaan lezen: je eet toch ook geen hele zak toffees in één keer leeg?”

Sylvia Witteman, 'Overdag bang en ’s avonds dronken', Nijgh & Van Ditmar, 192 p., 15 euro.Beeld RV
Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234