Dinsdag 27/10/2020

Columbine door de ogen van de massamoordenaars

'Wat is er leuk aan het leven zonder een beetje dood?' De tiener die deze woorden schreef, zou dezelfde ochtend voor zijn 'beetje dood' zorgen. Samen met zijn makker Eric Harris schoot Dylan Klebold op 20 april 1999 in de Columbine High School twaalf medeleerlingen en een leraar dood, alvorens zelfmoord te plegen. Vrijgegeven notities, tekeningen en dagboeken geven een uitzonderlijke inkijk in het hoofd van twee jonge massamoordenaars, waarbij het niet verboden is ook te denken aan die vervloekte lentemiddag in Antwerpen.

door bart eeckhout

"Als ik een emotie van God zou kunnen zien, zou ze eruitzien als die man. Ik zag het niet enkel in zijn aangezicht, maar voelde kracht, zelfgenoegzaamheid, beslotenheid en goddelijkheid uit hem voortkomen. De man glimlachte en op dat moment, zonder dat ik er een inspanning voor moest doen, begreep ik zijn acties." Zo rondt Dylan Klebold zijn schoolopstel af over een dolle schutter die een stadje uitmoordt. Twee maanden na zijn opstel zou Dylan Klebold zelf een massamoordenaar worden, zelfs een van de beroemdste uit de recente geschiedenis.

In de late ochtend van 20 april 1999 stappen Dylan Klebold en Eric Harris zwaarbewapend hun middelbare school binnen in Columbine, een slaapstadje in de schaduw van Denver, Colorado. De bommen die ze in de schoolrefter hebben achtergelaten komen niet tot ontploffing en dus gaat het duo zelf tot actie over. Op het schoolplein, in de refter, in de gangen en in de bibliotheek schieten ze in totaal twaalf medeleerlingen en een leerkracht dood en laten ze nog een twintigtal anderen zwaargewond achter. De doldrieste moordpartij eindigt na ongeveer drie uur, als de twee tieners met een geweerschot ook zichzelf van het leven beroven. Die zelfmoord was een 'plan B'. Volgens hun eigen geschriften hoopten de tieners te vluchten naar een land vanwaar ze niet uitgeleverd konden worden of zouden ze een vliegtuig kapen en dat met hen aan boord in New York laten neerstorten. Dat 'plan' dateert van twee jaar voor de aanslagen van 11 september.

Was de moordpartij van Klebold en Harris te vermijden? Het antwoord is pijnlijk genoeg: 'Ja.' Ontelbaar zijn de signalen die de tieners uitstuurden, maar ouders, leerkrachten en autoriteiten verkozen ze te negeren. De reactie van de leraar op het 'moordverhaal' van Klebold is bijna komisch in zijn passiviteit. "Ik wil met je praten over je verhaal vooraleer ik je punten geef", schrijft de leerkracht in zijn commentaar. "Je bent een uitstekende schrijver-verteller, maar ik heb wat problemen met dit hier."

Er waren meer aanwijzingen die bij een attente leerkracht een alarmbelletje hadden moeten doen rinkelen. Diezelfde Klebold met zijn fascinatie voor dolle schutters had ook al merkwaardig nauwgezette essays afgeleverd over massamoordenaar Charles Manson en over gaten in de wapenwetgeving. Zijn maatje Harris, die hoge punten scoorde met een opstel over het nazisme, schreef zelfs een - achteraf bekeken - cynische paper over wapendracht op school: "Het is even gemakkelijk om een geweer mee te brengen naar school als een rekenmachine."

Ontroerend in hun ouderliefde en tegelijk wraakroepend naïef zijn dan weer de dagboeknotities die de vader van Eric Harris bijhield sinds zijn zoon in 1996 een eerste keer met het gerecht in aanraking kwam, omdat hij toen op een weblog een klasgenootje, Brooks Browne, met de dood had bedreigd. "Wij zijn ook slachtoffers", schrijft vader Wayne. "Wij willen niet beschuldigd worden telkens als er iets fout loopt. Het is Eric zijn schuld niet. Brooks Browne wil Eric te grazen nemen." En zo wordt elke waarschuwing in de wind geslagen. De politie overweegt zelfs een huiszoeking, nadat Eric Harris op zijn weblog had gepocht over explosieven in zijn bezit. De huiszoeking is er nooit gekomen.

Met het dagboek van vader Wayne Harris begint de bundel van 946 pagina's die de politie van Jefferson County in Colorado vorige week publiek maakte. Ze worden toegevoegd aan de in totaal 25.000 pagina's uit het dossier van Columbinemoorden die intussen openbaar gemaakt zijn. De recentst vrijgegeven informatie bevat uittreksels uit dagboeken, schoolwerk, agenda's, tekeningen en teksten van het moordende duo.

Wie door de geschriften bladert, wordt heen en weer geslingerd tussen inleving en shock. Inleving is er in de donkere, romantische fantasiewereld van het duo, die niet zo erg veel verschilt van de weltschmerz waar vele adolescenten zich aan laven. De documenten bevatten zelfs een liefdesverklaring aan een meisje uit de klas. "Ik hoor het geluid van haar lach. Ik stel me haar gezicht voor", beschrijft Klebold zijn onbereikbare geliefde. "Ik hoop alleen dat ze me graag ziet." "Pepperoni en groene pepers", antwoordt Eric Harris dan weer doodeerlijk in de enquête van internetprovider AOL op de vraag naar zijn favoriete pizzavulling. Maar onder die tienerklanken schuilt de gruwel. Vraag uit dezelfde enquête: 'Als je de kans kreeg om iets professioneels te doen, wat zou je dan doen?' Antwoord: 'Dingen opblazen.' Of nog: 'Wat is je favoriete bezigheid in de lente?' Antwoord: 'Op dingen schieten, dingen opblazen.'

"Ik ben zuiverheid", dicht Harris. "Duisternis. Romantiek. Professionalisme. Bestaan. Zelfgenoegzaamheid. Kracht. Pijn. Alles is zwart. Ik ben alles." Een tienervers, alleen gaat deze tiener net dat tikje verder. "Ik ben een geweer", schrijft hij op dezelfde pagina van zijn notitieboekje. "Ik ben God. Ik dood mensen. Ik was nooit bedoeld om op dieren te jagen, enkel om mensen te doden. (...) Ik schoot zijn hoofd af met één schot. Ik ben God. Hij is dood."

En toch zijn Eric Harris en Dylan Klebold niet de outcasts die media na 1999 al te gretig van hen gemaakt hebben. Dit zijn gewone tieners uit een gewoon gezin in een gewoon Amerikaans stadje. Hun actie was niet de revanche van de eeuwig gepeste losers, al hadden ze wel degelijk lijstjes met medeleerlingen die een kogel verdienden. Nogmaals Harris: "Zodra ik uiteindelijk start met mijn moordpartij zijn er waarschijnlijk maximaal zo'n honderd personen in de school alleen die ik niet dood wil, de rest MOET DOOD!" Dat is wat hen apart maakt: een obsessionele en niet te verzadigen hang naar dood en wapengeweld. "Zoveel mensen verdienen te sterven", noteert Klebold bij een tekening van een onthoofde soldaat die met zijn geweer zwaait.

Een fragment uit een tekst over Natural Born Killers van Eric Harris leest in dat verband als een testament. "Ik wil een blijvende herinnering nalaten op de wereld. En godverdomme steek de schuld niet op iemand anders dan mezelf of V (Klebold, codenaam Vodka, BE). Steek het niet op mijn familie, zij hadden hier geen weet van en er is niets wat ze gedaan konden hebben, ze hebben me fucking goed opgevoed. Steek het niet op speelgoedwinkels en andere winkels omdat ze ons munitie en bommenmateriaal of dat soort zaken verkochten. Het is hun fout niet, ik wil niet dat er fucking wetten op het kopen van fucking pvc-buizen komen. Wij zijn uitverkorenen, dus denk niet dat het nog eens zal gebeuren. Steek het niet op de school, zet niet op elke fucking hoek van de school een flik. Het is niet omdat wij op moordtocht trokken dat iedereen dat gaat doen en er zijn weinig mensen die een bom meebrengen naar school. De regering is goed bezig, ik weet niet wie er nog overblijft als wij gemoord hebben, maar verdomme verander het beleid niet om ons."

Het is de luciditeit (op de krachttermen na) van dit soort teksten die shockeert. Daaruit, en uit de agenda's van beiden, blijkt dat de moordpartij langdurig en nauwgezet voorbereid is. De vonk sloeg wellicht over als de twee in januari 1998 - anderhalf jaar voor de feiten dus - betrapt worden bij de diefstal van computermateriaal uit een wagen. Ze krijgen een alternatieve straf, tonen berouw, maar in de dagboeken begint de woede te smeulen. "Het menselijke ras is het niet waard om voor te vechten. Het is enkel waard om te sterven", schreeuwt Harris in april '98 uit. Een kreet van frustratie die echter realiteit wordt in zijn geest vanaf 17 november, wanneer hij zijn eerste wapen op de kop tikt. "We ... have ... guns. HA!! HAHAHA."

Vanaf dan staat alles in het teken van de slachtpartij, vijf maanden later. Tussen de persoonlijke spullen van de jonge daders vindt de politie to do-lijstjes, waarop aangegeven staat waar en wanneer ze nagels, brandstof en ander materiaal moeten kopen. Op vrijdag 14 april 1999 staat er zo'n lijstje in Harris' agenda genoteerd, met daarboven: "20th 11:20". En jawel, het was exact om twintig over elf op 20 april dat de twee hun school binnengestormd zijn. Klebold voorspelde in zijn dagboek zelfs minuut per minuut wat er zou gebeuren. "Bommen scherpstellen om 11:09 om af te gaan om 11:17. (...) Als de eerste bom afgaat, aanvallen. Pret beleven."

Het resultaat moest - in de woorden van Harris - iets worden als "de rellen van LA, de aanslag in Oklahoma, WO II, Vietnam, Duke en Doom allemaal door elkaar". Doom. Het computerspel, zeg maar de moeder van alle shoot 'em ups (games met als enige doel zoveel mogelijk anderen neerknallen), loopt als een rode draad door het Columbinedossier. Zoals ze zelf schrijven, zijn Harris en Klebold geobsedeerd door het spelletje. Harris, de leider en de verstandigste van de twee, ontwerpt zelf spelniveaus voor Doom, die hij op het internet post. Wie er zijn nauwkeurige schetsen van de plattegrond van Columbine High naast legt, kan niet anders dan besluiten dat Harris ook zijn moordende raid als een game in zijn hoofd ontworpen heeft.

Er is niet alleen Doom. Na de moorden kwamen ook de film Natural Born Killers van Oliver Stone en de Duitse industrialmuziek van Rammstein, Die Krupps en KMFDM (en ook de Belgen van Front 242) in het vizier als aanstokers van het geweld. Uit de documenten zou je veeleer het omgekeerde besluiten: de jongeren zijn op zoek gegaan naar een subcultuur die aansloot bij hun moordlust.

Wie vandaag in Vlaanderen in het bloedstollende Columbinedossier leest, kan niet anders dan de loodzware schaduw van Hans Van Themsche voelen, de jongeman die in Antwerpen het kleine meisje Luna en haar Malinese oppas Oulemata op straat doodschoot en ook nog de Turkse Songul Koç zwaar verwondde. De gelijkenissen zijn treffend: de computerspelletjes, de gothic kledij en muziekvoorkeur, de racistische motieven, er is de straf die onrechtvaardig bevonden wordt. Toch is het riskant om de twee moordpartijen te vereenzelvigen. Van Themsche ging net weg van zijn school om te moorden, er is vooralsnog geen spoor bekend van een nauwgezette voorbereiding en zijn motief was expliciet racistisch.

Toch werd ook na de Antwerpse raid snel met de vinger gewezen naar de subcultuur van gaming en gothics. Het blijft, zowel in Columbine als in Antwerpen, een verklaring die niet voldoet. In de VS en in Europa luisteren dagelijks honderdduizenden jongeren redelijk zorgeloos naar de muziek van Rammstein of Marilyn Manson, kijken ze naar The Matrix of Natural Born Killers en spelen ze Doom of Grand Theft.

Wat doet dan bij die enkelingen wel de stoppen doorslaan? Overcompensatie, besluiten psychologen. Eric Harris was de psychopaat met een messiasafwijking die zichzelf uitverkoren voelde om op de dag des oordeels goed van kwaad te scheiden. In zijn gefrustreerde en gedeprimeerde vriendje Dylan Klebold vond hij de perfecte handlanger. "Ze ontwikkelden waanbeelden van macht, controle, wraak en misdadigheid, omdat ze in het echte leven geen respect konden afdwingen", stelt Ron Walker, een voormalige FBI-profiler die de Columbinedocumenten bestudeerde in The Denver Post, de krant die de publicatie van het dossier gerechtelijk afdwong. "Het is overcompenatie voor een gebrek aan respect."

Eric Harris zag het zelf zo: "Ik heb een doel om zoveel mogelijk te vernietigen en ik mag niet afgeleid worden door mijn gevoelens van sympathie, medelijden of wat dan ook."

Het Columbinedossier is downloadbaar op www.denverpost.com

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234