Zondag 29/11/2020

Colruyt zet Afrikaanse rijst op het menu

Deze maand legt Colruyt rijst uit Benin in de rekken. Op die manier probeert de grootdistributeur uit Halle de Afrikaanse boer te helpen om uit de armoede te geraken en een vuist te maken tegen de concurrentie in eigen land.

Ngo Vredeseilanden maakt bedrijfsleider Jef Colruyt warm voor ontwikkelingsproject met weggeconcurreerde rijstboeren in Benin

‘Er zijn heel veel Beniners die nog nooit inlandse rijst hebben gegeten’, zegt Pascal Gbenou, voorzitter van de Beninse rijstboeren. ‘Als de rijst tot in de winkelrekken in Europa geraakt, dan moeten we er ook in slagen om onze productie in eigen land beter aan de man te brengen.’

Jef Colruyt is hot in Benin. De grote baas van de gelijknamige distributieketen in België werd deze week als een held onthaald in de wildernis van West-Afrika. In Glazoué, driehonderd kilometer ten noorden van Cotonou, zingen jongens en meisjes liedjes en voeren ze toneelstukjes op ter ere van de voorzitter van Colruyt. In het nabijgelegen Savalou volgt een hartelijk ontvangst door enkele plaatselijke schoonheden en wordt “monsieur Jef” erelid van het paleis van voodookoning Tossah Gbaguidi XIII.

De Beniners hebben een goede reden om Jef Colruyt in hun armen te sluiten. De Belgische supermarktketen importeerde vorige maand een eerste container met vierentwintig ton rijst uit het land. Binnenkort volgt nog eens twaalf ton. Voor de arme bevolking in de regio van Glazoué en Savalou is dat een enorme opsteker. De rijst die naar België vertrekt is de eerste die uit het land wordt geëxporteerd. “Het was een aangename verrassing om te vernemen dat ons project hiervoor geselecteerd werd”, zegt rijstboer Claude Tossa. “We leveren Colruyt zoveel rijst als hij wil.”

De distributiegroep uit Halle ging enkele jaren geleden in op een voorstel van de Vlaamse niet-gouvernementele organisatie Vredeseilanden om mee te stappen in zijn project voor rijstboeren in Benin. “Wij willen de arme rijstboer helpen om een fatsoenlijk inkomen te verwerven uit zijn arbeid”, zegt Luuk Zonneveld, algemeen directeur van Vredeseilanden. Voor de Beninse rijstboeren is dat een opdracht die veel moeilijker is dan de eeuwenoude rijsttraditie in West-Afrika doet vermoeden. Op de lokale markt van Glazoué krijgt de boer zijn rijst nog wel verkocht, maar elders in het land veel minder.

Twintig jaar geleden was rijst nog een luxeproduct in Benin. Vandaag scheppen de meeste Beninse gezinnen tweemaal daags rijst op hun bord. De lokale rijstboeren hebben van die ontwikkeling onvoldoende kunnen profiteren. Twee derden van de rijst is import. Slechts een derde is van eigen bodem. De importrijst komt vooral uit Azië. Grote rijstproducenten zoals Vietnam en Thailand subsidiëren de export van hun rijst om zo van hun overschotten af te geraken. Dat gebeurt niet alleen in Benin, maar in heel West-Afrika.

Deloyale concurrentie ondervinden de Beninse boeren vooral van Japan. De overheid in Benin krijgt de Japanse rijst gratis en verkoopt hem op de markt voor de helft van de prijs van de lokale rijst. Aziatische rijst is niet alleen goedkoper, bovendien is hij meestal van betere kwaliteit dan wat er in Benin zelf wordt geproduceerd. Voor de consument is de keuze dan snel gemaakt.

Vredeseilanden probeert met zijn project de rijstboeren te wapenen voor de concurrentiestrijd. Daarbij wordt vooral ingezet op een verbetering van de kwaliteit en op de verhoging van de productiviteit. Die boodschap wordt gretig opgepikt, zeker nu de eerste zakken rijst naar Colruyt zijn verscheept. “Het motiveert de rijstboeren om de kwaliteit van hun eigen rijst te verbeteren, zodat ze hun kansen op de lokale markt verhogen”, zegt bio-ingenieur Katrien Vande Velde, die voor Vredeseilanden in Benin werkt.

Voor hun rijst krijgen de boeren van Colruyt een fairtradeprijs, de minimumprijs die nodig is om de boeren een volwaardig inkomen te bieden. Bovendien krijgt de lokale gemeenschap er nog een extra premie bovenop. Maar slechts een klein groepje van drieduizend rijstboeren behoort tot de uitverkorenen. En Colruyt neemt slechts 1 procent van hun rijst af. Een peulschil. De actie heeft dan ook niet meer dan een symbolische waarde. “Het is niet meer dan een druppel op een hete plaat”, geeft Colruyt toe. “We zijn een kleine organisatie. We kunnen niet iedereen helpen”, zegt Zonneveld. “Wat wij willen doen, is via dit experiment de problemen van de arme boeren op de politieke agenda zetten.”

Dat is geen sinecure in een land dat straatarm is en dat de voorbije jaren onder druk van het IMF en de Wereldhandelsorganisatie zijn markt volledig heeft geliberaliseerd. De armlastige overheid wordt langs alle kanten bevraagd om producenten te helpen. De rijstboeren zijn slechts een van hen. En die overheid kiest vaak voor de eenvoudigste oplossing, legt Géke Appeldoorn van de internationale boerenorganisatie Agriterra uit. “Om de stedelijke bevolking rustig te houden, wordt er al te makkelijk gekozen voor import uit het buitenland, wat ten nadele is van de plaatselijke rijstboeren.”

De zware voedselcrisis in 2008 toonde aan dat Benin bijzonder kwetsbaar is voor schokken op de wereldvoedselmarkt. In dat jaar schoten de rijstprijzen met 100 à 200 procent omhoog door tekorten op de markt en door speculatie. De bevolking leed honger. Net zoals in de rest van West-Afrika waren er ook in Benin voedselrellen.

Om een herhaling te voorkomen moet Benin instaan voor de productie van zijn eigen voedsel, zeggen de boeren. Ze vragen de invoer van buitenlandse rijst meer te belasten. Inkomsten uit een hogere invoerheffing kunnen dan worden aangewend om de lokale rijstproductie op te krikken. “Het geld kan worden aangewend voor de verbetering van het zaaigoed, voor meer bemesting en irrigatie. Op die manier kunnen de productiviteit en rendabiliteit sterk omhoog”, zegt Pascal Gebnou, de voorzitter van de Beninse organisatie van rijstboeren.

Maar zelfs als dat gebeurt, dan nog ligt het pad van de rijstboer bezaaid met obstakels. Oogsten rotten weg door een gebrek aan transportmiddelen. En als ze al van de velden geraken, dan vallen de transporten ten prooi aan afpersing door slecht betaalde ambtenaren. Problemen zijn er ook door de onzekerheid over grondrechten. Er zijn veel betwistingen over eigendom van land. En het ontbreekt de rijstboeren aan toegang tot leningen. Een landbouwbank is er niet. En de techniek van microkredieten, die boeren in staat stelt een moeilijke periode te overbruggen, staat in Benin nog maar in zijn kinderschoenen. Een gevolg daarvan is dat boeren vaak hun oogst onmiddellijk moeten verkopen in plaats van de rijst op te slaan in afwachting van een betere marktprijs.

De bedoeling van het hele project van Vredeseilanden is dat op een termijn van enkele jaren de rijstboeren zonder ondersteuning verder kunnen gaan. Dat is een enorme uitdaging. Om te overleven moet een landbouwer kunnen beschikken over voldoende zaaigoed, over leningen voor investeringen, over een verzekering die hem bij slechte weersomstandigheden beschermt tegen inkomensverlies en over een gegarandeerde afzet, zegt Piet Vanthemsche, voorzitter van de Boerenbond. “Maar in Benin zijn die voorwaarden niet vervuld. Er is werk aan de winkel, want de boeren kunnen niet eeuwig afhankelijk blijven van donoren.”

De Beninse rijstboeren stellen intussen alles in het werk om hun product in eigen land in de winkelrekken te krijgen. Benin telt welgeteld één ‘westerse’ supermarkt. Die opende vorig jaar zijn deuren in Cotonou. Alle producten die er worden verkocht, komen uit het buitenland. Het huismerk van Colruyt ligt er in de schappen, alsook een uitgelezen selectie Belgische bieren. De rijst komt uit Pakistan, Italië en Vietnam. “Het is een pure schande dat inlandse rijst niet tot in de rekken geraken”, zegt Zonneveld. “Nochtans ligt hier een kans voor de Beninse rijstboeren. Als hun rijst goed is voor export naar België en goed is voor Colruyt, dan moet hij ook goed zijn voor de supermarkt in Cotonou en de lokale markt in Benin.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234