Woensdag 01/04/2020

Collega voor het leven

Toneel spelen om den brode: voor de pas twintig geworden Jaak Van Assche leek het een droomjob. Maar vijf jaar later was het al zover en kon de Mechelaar deeltijds aan de slag bij het Mechels Miniatuur Theater, waarna hij in 1973 het diploma van professioneel acteur behaalde aan het Brussels conservatorium. Sindsdien is het theater nooit meer ver weg geweest voor de voormalige leraar mechanica.

Steven Heene

Foto Tim Dirven

Het is die tijd van het jaar. De kerstballen hangen, namaaksneeuw ligt waar de echte hoort te liggen en ook in Rijmenam, een deelgemeente van Bonheiden, waait de geënsceneerde gezelligheid van de winkelstraten je tegemoet. Maakt zoiets nog indruk op een man die gewoon is tussen dennenbomen te leven, vraag ik aan acteur en, vanaf januari, schepen van Cultuur en Onderwijs Jaak Van Assche (60). Hij ontvangt ons in zijn bungalow aan een bosrand en daar is er van kerstparafernalia schijnbaar geen spoor, zo vlak voor het einde van de advent. Onze gastheer lacht.

"Nu staat hier nog geen kerstboom, maar die komt er wel. Bij ons is dat altijd op de valreep, een enkele keer de avond zelf. Ik hang ook meestal wat lampjes buiten, maar daar blijft het bij, want voor mij is kerst niet zo belangrijk. Het overheersende gevoel in deze periode is een gevoel van: oei oei, is er alweer een jaar voorbij?

"Mijn jongste broer woont in Wenen. Daar ervaar je wel een aparte sfeer tijdens de kerstperiode: iedereen gaat dan uit in het centrum van de stad, er zijn concerten en aan de Staatsopera wordt elk jaar op een groot scherm Die Lustige Witwe vertoond. Dat blijft toch iets bijzonders, met al die knusse drankstalletjes op straat en zo. Wenen is een stad waar je niet op uitgekeken raakt; ik in ieder geval toch niet."

En wat met het nieuwe jaar? Het moment om goede voornemens uit te spreken?

"Bij mijn weten hebben we voor die avond nog niets gepland. Wat hebben we vorig jaar gedaan? Ach ja, ik ben toen naar mijn stamcafé in het dorp geweest: Den Bombardon. (knipoogt) Op zo'n avond kun je grote afstanden beter vermijden.

"Wat de goede voornemens betreft: het jaar waarin ik dertig werd, ben ik gestopt met roken en dat heb ik volgehouden. Ja ja, ik heb dat gewoon spontaan beslist en het is gelukt, geen geringe prestatie als je weet dat ik voordien bijna twee pakjes per dag rookte. Voor mij is dat nog steeds het belangrijkste voornemen uit mijn leven."

Een moment om terug te blikken dan. Hoe is het jaar 2000 voor hem verlopen?

"Het afgelopen jaar was heel druk, zowel op het gebied van theater als film als televisie. Mag het een beetje rustiger worden? Misschien wel, maar 'druk' is een groot woord natuurlijk. In deze job verloopt de drukte altijd met pieken en dalen. Dan is er weer zo'n week waarvan je je afvraagt: jongens, hoe geraak ik hier ooit door? Maar daarna wordt het meestal vanzelf weer wat kalmer; ik mag dus zeker niet klagen. In vergelijking met deze kerstperiode was de vorige in ieder geval veel drukker: we hadden toen opnamen voor Raf & Ronny, ook op tweede kerstdag."

Die reeks speelt zich af in de hemel en de hel, zo liet acteur Stany Crets weten.

"Naar het schijnt zal ze dit voorjaar op televisie komen. Ik vond het in ieder geval heel plezant om te doen. Nu ben ik zelf erg katholiek opgevoed - fundamentalistisch zou je haast kunnen zeggen - maar ik heb me zeker niet gestoord aan de humor in die reeks. Ik probeer me ook voor te stellen hoe mijn moeder erop zou reageren, maar ik denk niet dat ze gechoqueerd zou zijn. Het is echt geestig. Zo'n Sint-Pieter die zegt: ik heb er al tweeduizend jaar dienst op zitten, ik heb mijn pensioen nu wel verdiend. Dat is geen blasfemie, hé. Daarna vraagt Sint-Pieter of ik de animatie in de hemel niet wil organiseren, want die is volgens hem altijd maar hetzelfde: Jezus die over het water loopt en een paar vissen vermenigvuldigt. Ik vind dat geestig, zo'n dialoog. (lachend) Er komt een moment in dat ze in de hemel een duif beginnen te braden, omdat ze de rijstpap beu zijn. Die duif blijkt de Heilige Geest te zijn. Dat is toch absurd? Als goede gelovige moet je daartegen kunnen. Trouwens, je moet die achtergrond kennen om de humor helemaal te smaken."

Van Assche is nog wel vaker op televisie te bewonderen: nu al in de succesreeks FC De Kampioenen en straks ook in een komisch VRT-programma dat Oei heet.

"Dat programma bestaat uit verfilmde mopjes, opgenomen met uiteenlopende acteurs. Mij viel het geweldig mee. Vorige woensdag hebben we een scène op locatie opgenomen: er is zogezegd een vliegtuig gecrasht op een autoweg en dus zet de piloot een gevarendriehoek. Het grappige was dat de brandweer daar ineens stond. Een van de automobilisten op de E19 moet gedacht hebben dat het vuur en de rook echt waren en had met zijn gsm onmiddellijk de brandweer gewaarschuwd."

Waarmee de mobiele telefonie nog maar eens haar nut heeft bewezen. Van Assche heeft een gsm, maar kan ook de virtual reality hem bekoren? Ik moet eraan denken omdat hij in 'Vaneir' al meermaals een deelnemer aan een computercursus speelde.

"Ik volg die dingen wel, al kan ik er niet zo goed mee overweg. Daarom heb ik mij onlangs een Windows '98-programma voor senioren aangeschaft. Dat klinkt belachelijk, maar het is echt fantastisch, want nu kan ik moeiteloos volgen. Het was trouwens Tuur De Weerdt (een van De Collega's, SH) die mij dat heeft aangeraden.

"Ik surf niet zo vaak, maar als ik het doe, haal ik meestal informatie over theater van het internet. Of ik lees internationale kranten en tijdschriften. Het is echt enorm wat je op het internet kunt vinden. Alleen al over de theaters in Wenen, bijvoorbeeld."

"Ik ben nogal nieuwsgierig van nature. Als ik na een voorstelling thuiskom en ik begin nog wat te surfen op de computer, dan kan het gemakkelijk heel laat worden. Ik denk altijd: deze informatie wil ik bewaren. Ik moet ook dagelijks mijn krant hebben."

Hoe is hij eigenlijk in 'Vaneir', het vervolg op 'Vaneigens' in Man bijt hond, beland?

"Dat is via Frank Focketyn gegaan (Van Assches tegenspeler in de fictieve computercursus, SH). Ik was een geweldige fan van In de gloria en vond het bijzonder jammer dat ik daar niet bij was. Niet zo lang geleden heb ik een filmpje gedraaid voor studenten waarin Frank ook meespeelde en toen heb ik hem verteld dat ik toch wel een beetje jaloers was. Hij ging er met Jan Eelen, de regisseur van 'Vaneir' en In de gloria, over praten en zo ben ik in dat programma beland.

"Ik kijk zelf zoveel mogelijk naar 'Vaneir'. Het wordt omstreeks acht uur 's avonds uitgezonden, het moment waarop ik vaak naar een vergadering moet vertrekken, maar ik blijf wachten tot het einde. Het is meesterlijk, vind ik, net als In de gloria. Dat zijn programma's waarin fictie en realiteit bijzonder dicht bij elkaar liggen."

Van Assche aanvaardt diverse opdrachten, maar werkt niet uitsluitend als freelancer. Al jaren is hij als acteur vast verbonden aan het Mechels Miniatuur Theater, kortweg het MMT, in de jaren zeventig het nest van De Collega's. Sinds het vertrek van de gebroeders René en Manu Verreth wordt het gezelschap geleid door Guido Wevers. "Guido heeft het huis een nieuw elan gegeven door een programma samen te stellen dat up-to-date is. Zijn aanpak als artistiek leider is voor mij erg verfrissend en een reden om te blijven."

"Film- en televisiewerk doe ik alleen maar als het geen problemen oplevert voor het theater. Gewoonlijk spelen we met het MMT twee nieuwe producties per jaar, maar tussen de repetitieperiodes is er overdag nog voldoende tijd voor andere dingen.

"Ik ben al bij het MMT sinds het seizoen '65-'66. Dat was nog voor de Verreths. In die periode kregen we subsidies op basis van het aantal beroepsacteurs. We deden toen al vaak een beroep op acteurs van het Dramatisch Gezelschap van de BRT, zo heette dat indertijd. Die BRT-acteurs hadden doorgaans nog avonden vrij om te repeteren. Er kwamen ook pas afgestudeerden naar Mechelen: Franz Marijnen, Jo Decaluwé, Jean-Pierre De Decker... Ze hebben allemaal bij het MMT geacteerd. Ik geloof zelfs dat ik nog de eerste regie van Jean-Pierre heb meegemaakt.

"Ik ben als amateur bij het gezelschap gekomen. Daarvoor was ik leraar, zoals je wellicht weet. Op een bepaald moment was er echter een nieuw theaterdecreet en moest ik kiezen: professioneel worden of niet. Ik ben met mijn late roeping - ik was dertig - naar het conservatorium in Brussel getrokken, waar ik drie jaar gestudeerd heb. Het was een goede beslissing. Ik had toen al vijf jaar in het MMT gewerkt.

"Het is soms bijzonder zwaar geweest, de combinatie van halftijds lesgeven en acteren. Je mag niet vergeten dat er toen ook op zaterdag werd lesgegeven in het middelbaar. Financieel lukte het behoorlijk, maar na verloop van tijd heb ik mijn job als leraar opgezegd. Er was een aanbieding om aan een televisiefilm mee te werken: De routiers. Dat was de eerste film van Paul Koeck en ik had een hoofdrol. Het was een docu-drama met Bert Struys als regisseur. Toen is het serieuze werk begonnen.

"In totaal heb ik ongeveer vijf jaar halftijds lesgegeven. Ik stond in het technisch onderwijs, meer bepaald in de afdeling toegepaste wetenschappen. Ik gaf er mechanica en statica, verschrikkelijke dingen voor jonge mensen. Ik moest mijn leerlingen vervelen met de theorie over de eenparig versnelde beweging."

Is lesgeven voor hem nooit een roeping geweest, in tegenstelling tot acteren?

"In het begin wel. Ik reed naar huis en dacht: nu heb ik slecht lesgegeven, dat moet beter kunnen. Ik had regentaat gevolgd en toen was dat nog iets heiligs: voor de klas staan. Ik dacht ook echt na over hoe ik mijn lessen het best kon aanpakken. We hadden zelf les gekregen van een oude vos die veel belang hechtte aan lesmethodiek en ik was best wel een idealist toen ik begon, maar na enkele jaren raakte ik toch min of meer uitgeblust. Dat had ook met de nogal gemakzuchtige houding van mijn collega's te maken. Natuurlijk bood een loopbaan als leraar het uitzicht op een zeker bestaan met een mooi pensioen, maar voor mij bleek de wereld van het theater uiteindelijk toch veel aantrekkelijker. Je moet je voorstellen: kunnen werken met beroepsmensen als Marijnen en Decaluwé... Dat was een totaal andere wereld dan die van het onderwijs. Zelfs Jan Decorte heeft nog in het MMT gespeeld. Ik herinner me dat die voorstelling nogal wat stof deed opwaaien, maar dat had vooral met de hypocrisie van sommige mensen te maken. Farizeeërs. "Achteraf beschouwd ben ik niet in de wieg gelegd om de opvoeder te spelen. De mentaliteit van 'zit stil en blijf daar af' is niet aan mij besteed, maar ik heb wel nog jaren lesgegeven in de toneelacademie van Mechelen. Daar zitten de leerlingen dan ook met hart en ziel in de klas. Die jonge gasten willen het onderste uit de kan en dat merk je snel. Die halen zoveel energie uit u; ik was altijd bekaf na de les.

"Twintig jaar heb ik toneel gegeven aan die academie, tot twee jaar geleden. Ik kon er moeilijk weg, ondanks al die cumulatiemaatregelen in het onderwijs. Uiteindelijk had ik nog netto 6.400 frank voor vier uur lesgeven per week, kun je je dat voorstellen? Maar ik deed het enorm graag. Door het contact met jonge mensen blijf je vanzelf bij: je weet hoe ze, ook op emotioneel gebied, reageren en dat vond ik erg verfrissend.

"Het afscheid was dan ook pijnlijk. De eerste woensdagavond in twintig jaar waarop ik geen les moest geven, ben ik op café gegaan en daar kreeg ik ineens telefoon van mijn vrouw. Ze zei dat er bij ons thuis zes leerlingen zaten. Die waren naar hier gekomen omdat ze niet konden geloven dat ik gestopt was. Ik heb toen gezegd dat ik het ongelooflijk druk had en dat ik niet kon komen; wat moest ik anders zeggen? Er was altijd al veel enthousiasme, de reden waarom ik steeds opnieuw begon.

"Namen van leerlingen? Frans Van der Aa heeft bij mij in de klas gezeten, Mieke Verdin en Jacques Vermeire... Ook hij heeft nadien nog enkele jaren in het MMT gespeeld."

Toen Van Assche in 1965 vast acteur werd in het MMT, bestond het Mechelse gezelschap tien jaar en genoot het, opgericht door Luc Philips, al een zekere faam.

"Het is zo'n beetje gesticht samen met de andere kamer- en zoldertheaters in Vlaanderen, plekken waar men een ander soort toneelrepertoire wou brengen."

Kan hij zich zijn afscheid als MMT-acteur voorstellen, na vijfendertig jaar?

"Neen. Ik denk dat ik zal blijven spelen. Misschien wat minder mettertijd, maar zolang de gezondheid het toelaat, blijf ik. Want acteren is natuurlijk een beroep dat je op fysiek vlak niet mag onderschatten. Daarom zorg ik dat ik voldoende nachtrust heb. Een nacht overslaan doe ik allang niet meer. Mijn wildste periode in dat opzicht waren de jaren dat ik op het Brussels conservatorium zat. Terwijl we daar studeerden, speelden we De bende van Jan De Lichte van Louis Paul Boon met het MMT. Dat was over heel Vlaanderen en dus moesten onderweg soms teksten repeteren voor onze examens 's anderendaags. We speelden ook regelmatig meermaals per dag en als je dan nauwelijks slaapt... Want we dronken na de voorstelling ook wel eens een pint samen, natuurlijk. Ik heb bijvoorbeeld nog meegemaakt dat het ergens weer zo laat was geworden dat ik alleen nog tijd had om mij te douchen vooraleer ik weer naar Brussel moest om twee voorstellingen na elkaar te spelen. Ik vraag me soms nog af hoe we het voor elkaar kregen, maar plezant was het wel, zeker en vast. Ik heb me nooit verveeld in deze job.

"Ik ben eigenlijk altijd met theater bezig geweest, als kind al. Elke mens kent de behoefte om te vluchten uit de realiteit, maar voor mij was acteren bovendien een van de weinige dingen waarin ik mezelf als kind echt competent voelde. Op nieuwjaarsfeestjes in het grootouderlijk huis - er waren toen nog grote families - repeteerden we sketches, mijn broers, neven en nichten en ik. In de jeugdbeweging - ik was een tijdje bij de KSA - was ik altijd de organisator van de vrije podia en de kampvuurnummers en later, op het college in Mechelen, speelde ik ook al toneel."

Hij sprak eerder over een katholieke, bijna fundamentalistische opvoeding. Hoe waren de wonderjaren van Jaak Van Assche, behalve vroom en gedienstig?

"Wij komen uit een relatief klein gezin. Ik ben de oudste van drie zonen: de tweede is twee jaar jonger, de jongste zeven. Mijn broers werken niet in de cultuursector: de ene broer is ook lange tijd leraar geweest, Frans en geschiedenis, maar heeft die job geruild voor een functie in een vleesverwerkend bedrijf. Mijn jongste broer is een wereldburger: begonnen als kinesist heeft hij zich bekwaamd in alternatieve geneeskunde. Hij staat nu aan het hoofd van een osteopathisch instituut in Wenen, een bedrijf met wereldvermaardheid. Als ik met hem in Wenen naar het theater ga, sta ik telkens weer versteld hoeveel mensen hem de hand komen schudden."

Hoe lang heeft het katholieke geloof van de jonge Jaak eigenlijk standgehouden?

"Ik heb de kerk altijd nogal dubbel gevonden: twijfelen aan het geloof was niet toegestaan, maar iedereen leefde tijdens de week toch in een andere wereld dan de kerk voorschreef. Een zondiger wereld, zeg maar. Echt consequente gelovigen kwam je niet vaak tegen, op een paar pastoors na die dat wel pretendeerden. Ik heb het volste respect voor de overtuiging van anderen, maar op een zekere dag hield ik het katholicisme voor mezelf voor bekeken. Dat gebeurde voor een stuk onder invloed van het rijksonderwijs, waar ik mijn regentaat heb gedaan. Daar kwam ik in contact met andere mensen en filosofieën en dat was nogal een openbaring.

"Ik denk wel dat er 'iets' is. Ik ben nogal een natuurliefhebber, en soms als ik ga wandelen, voel ik me echt klein in deze kosmos. Ken je dat gevoel: dat er toch iets van een orde bestaat in de dingen? Er zal toch wel 'iets' zijn, denk ik dan."

De meest opgemerkte periode uit zijn carrière is zonder twijfel die van De Collega's.

"Dat was een periode van hard werken. Hard maar plezant werken. Het succes was ook overrompelend. In die tijd was er nog geen concurrentie van andere zenders.

"Het verhaal van De Collega's is eigenlijk het volgende: Jan Matterne, auteur van de reeks, werkte als regisseur vaak voor de BRT én in het MMT. Hij was onder andere bezig met de reeks Beschuldigde sta op en haalde in het theater veel inspiratie uit improvisaties. Hij had ook al enkele toneelstukken geschreven, maar met relatief weinig succes. Desondanks hebben we hem in het schrijven gestimuleerd, want Jan was een echte televisieman: hij begreep het medium heel goed, wist wat werkte en wat niet. Zo was hij een van de weinigen die humor en drama vlak naast elkaar durfde te zetten, iets wat nu schering en inslag is. Enfin, we gingen met hem aan tafel zitten om na te denken over een nieuw project. Manu en René Verreth werkten toen in de administratie van de RTT, of hadden daar vroeger een tijd gewerkt. Zij kenden het systeem van hiërarchieën op kantoor dus goed. Jan zelf was vroeger nog gemeentesecretaris geweest; ik had in het onderwijs gezeten... Samen met nog anderen - Sien Diels was er ook al bij, geloof ik - hebben we toen een aantal figuren op een fictieve administratie gecreëerd. Dat verliep zeer vlot: op korte tijd had Jan drie afleveringen klaar en van nog een tiental andere de synopsis.

"Die teksten zijn daarna een tijdje op de BRT blijven liggen zonder dat er een reactie kwam, tot Jan voorstelde om er een toneelstuk van te maken. Aanvankelijk was het de bedoeling om er op het toneel een soort vervolgverhaal van te maken, met verschillende afleveringen verspreid over meerdere avonden. Omdat er zoveel materiaal was. We hebben daar toen ook heel lang aan gerepeteerd - dat moet in het voorjaar van 1974 geweest zijn - en het resultaat sloeg onmiddellijk aan. De belangstelling in het theater was echt enorm en ineens toonde de BRT wél belangstelling. Er werd beslist om er een feuilleton van te maken, met nog enkele mensen van het Dramatisch Gezelschap erbij als acteur: Jacky Morel, Bob Van der Veken... Hun vertolkingen pasten direct in het geheel, moet ik zeggen. Het was meteen in de roos, en van het een kwam het ander. We kwamen op de buis, maar zoals enigszins te verwachten viel moest de pers het eerst afbreken. Ook Willy Courteaux in Humo. Die dacht alleen aan Shakespeare en vond het soms een beetje goed, maar meestal slecht."

De Collega's wordt vaak heruitgezonden. Kijkt hij er dan nog naar of...?

"Ik krijg sowieso een raar gevoel als ik mezelf bezig zie. Het is een beetje zoals met foto's van jezelf. Maar als er jaren zijn overgegaan, kan ik er wel gemakkelijker om lachen. Ik stel toch vast dat het niveau, de humor in De Collega's, behoorlijk is. Het meest verouderd zijn zonder twijfel de kledij en het decor. Nu zul je niet snel nog zo'n oude fichebak op de bureaus vinden, denk ik. Alhoewel, je weet maar nooit.

"De eerste keer dat ik merkte hoezeer de serie aansloeg, was na een aflevering of twee. Mechelen is zowat mijn biotoop, maar op die dag werd ik nageroepen door jongeren die van school kwamen. Ik dacht: wat is dat nu? Toen viel mijn frank. Ik herinner me ook die keer dat ik met Walter Geboers was uitgenodigd voor een voetbalmatch in Brugge. Wij zaten op de tribune en iedereen begon te roepen en ons te fotograferen. Ongelooflijk. We zijn toen nog naar het spelershome geweest."

Heeft hij het succes van De Collega's nooit als een last of een stigma ervaren?

"Nooit, gewoon omdat ik er nooit bij heb stilgestaan. Het waren nochtans drie series van telkens dertien afleveringen. Achteraf gezien hadden De Collega's nog langer kunnen lopen, maar binnen de BRT hoorde je altijd wel kritiek. Het was nooit goed. Zelfs niet voor de producers: ik geloof dat we er voor De Collega's drie na elkaar hebben gehad. Binnen de acteursgroep daarentegen was de sfeer opperbest."

Hoe ziet de ideale televisieavond van Jaak Van Assche eruit?

"Goh, daar zit zeker iets als Histories of Koppen bij. Ter Zake vind ik ook heel goed, en ik heb onlangs een uitstekend interview gezien door Dirk Sterckx met Jacques Rogge. Ik hou van informatieve programma's. Een filmfreak ben ik niet: de verhaallijnen vind ik meestal erg voorspelbaar, maar dat zal wel door mijn job komen. Dan geniet ik meer van een goede theatervoorstelling. En voor de rest? Een heruitzending van The Good Life, Keeping Up Appearances, In de gloria, Terug naar Oosterdonk, Smack the Pony. Spijtig dat er voor zulke dingen niet meer geld wordt vrijgemaakt."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234