Dinsdag 26/10/2021

'Collega's verliezen, dat went nooit'

De Vlaamse piloot Anthony Caere (35) is een van de hoofdrolspelers in de tv-serie Flying Doctors. Hij werkt al twee jaar mee aan de uitbouw van het Congolese Virunga-park. Met succes. De dierenpopulaties groeien en het toerisme boomt. Maar: de stropers blijven een levensgroot probleem.

"Dit is het uitzicht vanop mijn terras. Fantastisch, toch?" Met zijn iPhone in de hand, swipend tussen foto's en filmpjes, probeert Anthony Caere uit te leggen waarom hij het Virunga-park tegenwoordig als 'thuis' omschrijft. Er passeren filmpjes van de vulkaan Nyiragongo, luchtbeelden van olifantenkuddes en close-ups van gorilla's en chimpansees. De ene nog spectaculairder dan de andere. "Maar het blijven natuurlijk foto's", zegt Caere. "Die kunnen onmogelijk een gevoel overbrengen. En dan heb je het geluid van de jungle nog niet gehoord. Dat is echt met niets te vergelijken."

Twee jaar geleden zette Caere voor het eerst voet aan de grond in Virunga, na een hachelijke trip van België naar Congo. Een vliegreis van 6.000 kilometer aan boord van een sportvliegtuigje op leeftijd, met Caere achter de stuurknuppel en drie jonge dokters op de achterbank. Die reis was later ook op tv te zien in het Eén-programma Flying Doctors. De dokters uit de titel vlogen terug naar huis, Caere bleef. "Meteen toen ik in Virunga aankwam, had ik het gevoel dat ik daar iets zou kunnen betekenen."

Een gevoel dat gedeeld werd door de Belgische prins Emmanuel De Merode, die Virunga runt. Hij bombardeerde Caere tot hoofd van de Virunga Air Wing en liet hem meteen een contract van een jaar ondertekenen. Dat ene jaar werden er twee en zopas zette Caere zijn krabbel onder een nieuw contract dat hem nog eens twee jaar aan Virunga bindt.

Een jongensdroom, zal hij het even later noemen. "Ik was een enorme fan van de Vietnam-reeks Tour of Duty. Uiteraard was helikopterpiloot John McKay mijn grote held. En nu zit ik plots zelf middenin de actie. Twee jaar geleden stond ik nog op de tarmac in mijn fluohesje naar vliegtuigen te zwaaien (Caere werkte op de luchthaven van Oostende, PD), nu vlieg ik elke dag boven het mooiste natuurpark van de wereld."

Wanneer Caere over dat park begint te vertellen is er geen houden aan. "Lulimbi, daar moet je echt naartoe. We hebben daar net een luxetentenkamp neergezet. Het enige wat je daar moet doen, is op een stoel gaan zitten en je ziet alle mogelijke beesten voor je neus passeren. De nijlpaarden lopen er op tien meter van je tent voorbij."

Als een volleerd touroperator overloopt Caere de troeven van 'zijn' park. De gorilla's natuurlijk die het park wereldberoemd maakten, maar ook het immense aantal vogelsoorten, de trektochten naar de vulkaantop, de chimpansees. En dan is er nog Rwindi, waar momenteel het Invest Hotel wordt gerestaureerd. Nog zo'n magische plek.

"Tot tien jaar geleden liepen daar 5.000 olifanten op de vlakte voor dat hotel. Ze kwamen zelfs drinken uit het zwembad. Stilaan komen ze terug. Twee jaar geleden moest ik tijdens vluchten naar Rwindi nog zoeken naar olifanten, nu moet ik oppassen dat ik er niet tegenaan vlieg."

Acht maanden al kregen stropers geen enkele olifant meer te pakken. Met dank aan de patrouillevluchten die Caere uitvoert boven het park. Elke dag cirkelt hij vier à vijf uur boven het park om de kuddes in de gaten te houden, te checken of er geen bevolkingsgroepen te dicht in de buurt komen en de posities van rebellen en stropers door te geven aan de rangers op de grond.

Het werk van Caere viel ook de mensen van Last Chance for Animals op. Zij raakten tijdens een bezoek aan Virunga zo onder de indruk van de luchtsteun die ze in Virunga aan hun olifanten en gorilla's geven, dat ze besloten om Anthony en directeur De Merode de Albert Schweitzer Award toe te kennen. Een prijs die ze op 22 oktober persoonlijk in Beverly Hills gaan ophalen.

Lichamen repatriëren

Maar achter het succesverhaal en de tijdelijke glamour van Beverly Hills gaat een grauwe werkelijkheid schuil. Een werkelijkheid die ook Caere pas na wat krabben aan het vernis te zien kreeg. Voor de successen die ze in Virunga boeken, moet een prijs worden betaald. De rebellengroepen en stropers die in het park met allerlei illegale activiteiten aan geld hopen te raken, laten zich niet zomaar verdrijven. Geregeld slaan ze terug, met grof geweld. Liefst achttien collega's zag Caere ondertussen sneuvelen.

"De eerste was Easter, een jonge ranger die met me was meegegaan om olifanten te spotten. Ik heb hem aan zijn kamp afgezet, we hebben nog een selfie genomen en drie dagen later kwam het bericht dat hij was doodgeschoten. Ik ben naar dat kamp gegaan met een paar planken achterin het vliegtuig. Ik heb daarmee een kist getimmerd, hem erin gelegd en ben met zijn lichaam naar zijn familie gevlogen."

Caere vertelt erover op dezelfde rationele manier waarop hij de repatriëring van Easter afhandelde. "Tja, dat zijn drama's", voegt hij er nog aan toe, om daarna stil te vallen.

Caere is een West-Vlaming. En meer nog dan aan zijn accent hoor je dat aan de dingen waar hij wel en niet graag over praat. Gevoelens en emoties behoren duidelijk tot die laatste categorie.

Het verhaal komt er haperend uit. Over de grootschalige aanval van de Mai Mai-rebellen waarbij zes rangers gedood werden en hoe ze die uiteindelijk pas een paar dagen later vlak bij het kamp hebben kunnen begraven. Over Fidèle en Venant, ook allebei doodgeschoten, die Caere helemaal alleen moest repatriëren. "Hun lichamen fatsoeneren, hen het vliegtuig indragen en vertrekken."

Over de geur die na zo'n dodenvlucht in zijn neus blijft hangen. "Onlangs kwam ik in een zijvakje van mijn vliegtuig een flesje deodorant tegen waarmee ik tijdens zo'n vlucht in mijn cabine had gespoten.

Alleen al de geur van die deo was genoeg om me weer de ziel uit mijn lijf te doen kotsen."

Het is vreemd om te zien hoe de Congolezen daar zelf mee omgaan, vertelt hij. "Zij zijn daar veel harder in. Soms zie je vreselijke dingen. Een paar maanden geleden werd in het dorp naast ons hoofdkwartier een man op diefstal betrapt. Ze hebben hem op drie autobanden gebonden en die dan in brand gestoken. Als je daar niet zit, kun je je niet inbeelden hoe het er daar aan toegaat."

Verstevigde cockpit

Niet alleen de rangers liggen onder vuur. Ook de missies die Caere vliegt, brengen hem soms gevaarlijk dicht in de buurt van een wereld die hij tot voor zijn verhuis naar Virunga enkel van Tour of Duty kende. Al veegt hij dat aspect van zijn job liefst snel van tafel. "We doen alles om het zo veilig mogelijk te houden. De stropers en de rebellen weten natuurlijk ook waarom ik daar rondcirkel. Daarom patrouilleren we altijd op een bepaalde minimumhoogte om buiten hun bereik te blijven. In principe toch. Wanneer je dit soort werk doet, weet je dat het niet zonder gevaar is. Maar zoals ik al zei, we doen het zo veilig mogelijk. Daarom ook heb ik mijn cockpit onderaan met kevlarplaten verstevigd."

Caere begint weer in zijn iPhone te scrollen. Hij wil laten zien waar hij het over heeft en tovert een reeks foto's tevoorschijn. Allemaal gewapende mannen, de loop van hun geweer naar omhoog gericht. "Ik maak foto's van de mannen die op me schieten", zegt Caere. "Zo kunnen ze geïdentificeerd en opgepakt worden."

Veel schade richten de mannen die Caere portretteert doorgaans niet aan. "Als een vliegtuig op een bepaalde hoogte een bocht maakt, moet je op de grond al heel goed weten wat je doet om het te raken. Bovendien hebben die kalasjnikovs waarmee ze schieten de neiging naar rechts te trekken."

Gevaarlijk wordt het pas als je een rebellengroep met automatische wapens treft. "Die hebben een veel groter bereik en zijn veel makkelijker te richten. Gelukkig maakt dat soort wapens een heel herkenbaar geluid. Als je 'tak-tak-tak' hoort, weet je dat je je uit de voeten moet maken."

De piloot doet die verhalen alledaags klinken, maar zijn avonturen hakken er harder in dan hij laat uitschijnen. Toen Geronimo, het productiehuis dat het eerste seizoen van Flying Doctors maakte, kwam aankloppen voor een vervolg had Caere daar in eerste instantie geen zin in. "Ik zat mentaal redelijk diep. Het was heel druk geweest, ik had te veel miserie gezien. Ik kon zo'n cameraploeg die constant achter me aan loopt er even niet bij pakken."

Uiteindelijk ging hij toch overstag toen Kevin, een jeugdvriend, werd overgevlogen. "Hij kwam naar Virunga om een van onze vliegtuigen een nieuwe laag verf te geven. Maar ik heb van de gelegenheid gebruikgemaakt om hem het hele park te laten zien. Zowel voor hem als voor mij een fantastische ervaring. Kevin heeft me er weer bovenop geholpen."

Geen tijd voor een relatie

Sinds Caere naar Virunga trok, verloopt het contact met vrienden en familie vooral via virtuele weg. Vader en moeder kregen een smartphone en gingen met Whatsapp aan de slag. "Overal in het park hebben we 3G", vertelt Caere enthousiast. "Wanneer ik vanuit mijn cockpit een filmpje maak, heeft mijn moeder het vijf seconden later op haar telefoon staan."

Ook zijn vrienden zag Caere de voorbije twee jaar vooral op het kleine scherm van zijn telefoon. "Dat ding maakt mijn leven in Virunga een stuk makkelijker."

Al zijn niet alle relaties geschikt voor het smartphoneformaat. Lies, de ondertussen ex-vriendin van Caere, had niet genoeg aan de dagelijkse telefoontjes en berichtjes. "Aanvankelijk zou ik slechts een jaar in Virunga blijven, dat was nog te overbruggen. Maar toen duidelijk werd dat mijn verblijf verlengd zou worden, liep onze relatie spaak. Zij wou verder met haar leven. Dan is het logisch dat je niet wilt wachten op een gast die zonodig in Afrika de held moet uithangen.

"Relaties zijn bij mij nog nooit een succes geweest. Ik heb altijd al mijn dromen achternagelopen. Misschien zal ik me dat later gigantisch beklagen, maar op dit moment ervaar ik het niet als een gemis."

Caere twijfelde dan ook niet toen hem een nieuw contract voor nog eens twee jaar werd aangeboden. "Natuurlijk is het soms heftig. Je doet opofferingen, maar je krijgt er ook veel voor terug. In België betaal ik 250 euro om een uurtje te mogen vliegen. In Virunga hang ik elke dag vier tot vijf uur in de lucht. 's Morgens vroeg opstijgen, de zon zien opkomen en dan na een uurtje vliegen de eerste olifantenkuddes voor je zien opduiken. Dat gevoel is met niets te vergelijken.

"Bovendien leveren onze inspanningen resultaat op. Het park zit echt in de lift. We hadden vorige maand 1.200 toeristische overnachtingen, dat zijn er bijna evenveel als in heel vorig jaar. En de prijs die we nu krijgen, dat is ook niet niks. De puzzelstukjes beginnen eindelijk in elkaar te vallen, dan vertrek je niet.

"Je komt hier ook niet zomaar een paar maanden meedraaien. Ik heb een team uitgebouwd, die mensen laat je niet in de steek. Net nu het begint te lopen, kan ik toch niet tegen Emmanuel zeggen: bedankt voor de kansen die je me hebt gegeven, maar nu ga ik iets anders doen."

Het laatste woord is aan Joel Caere, de vader van Anthony die tijdens het interview niet alleen voor een constante stroom verse koffie zorgt, maar ook om de paar minuten met een actiefoto van zijn zoon aan komt zetten: "Wanneer je kinderen hebt, kun je niet alles kiezen. Over hun lief en hun job heb je niets te zeggen. Het enige wat je kunt hopen, is dat ze iets vinden wat ze graag doen. Anthony is daar alleszins in geslaagd, daar kunnen we als ouders alleen maar gelukkig om zijn."

Flying Doctors: Virunga, elke woensdag om 21.25 uur op Eén

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234