Woensdag 08/12/2021

'Collateral damage' in de Hoogstraat

Wat gebeurt er met je als je als nietsvermoedende westerling, gekant tegen de oorlog in Irak, in hartje Brussel het slachtoffer wordt van zware mishandeling door 'Dood aan Bush' scanderende jongeren? Dan loop je schotwonden op, en een barstende hoofdpijn, en worstelt je gepijnigde lijf met één vraag: 'Moet ik boos zijn op Bush? Of het verveelde uitschot wreken dat met een windbuks in de rondte schiet op straat?'

Het is een verwachtingsvolle zaterdagavond in het vroege voorjaar. Deze nacht zal de zomertijd ingaan, en in de slachthallen van Kuregem zal het Brussels International Filmfestival for Fantastic Film na middernacht zijn jaarlijkse 'vampierenbal' vieren. Mijn ega Anica M. en ik dineren met componiste Mariecke van der Linden in Les Alexiens, een matig maar niet onplezierig restaurant helemaal aan het begin van de Hoogstraat; daar waar het stadsgedeelte een beetje op Montmartre lijkt. De entrecôte is niet à point, zoals besteld, maar bien cuit; het maakt echter niet uit want de frieten zijn goed, en het bier (Keizer Karel/Charles Quint) schuimt welig in de mokken met drie (Olen) en vier (Walcourt) armen; het Belgische mysterie der gespletenheid.

We zijn de laatsten die het restaurant verlaten, iets voor elven. Op straat lopen we gedrieën aan de rechterkant van de Rue Haute over het trottoir. Halverwege, bij het huis van Breughel de Oude - dat met de gedenktsteen die suggereert dat d'oude meester hier kwartier hield van 1534 tot 1934 - komen twee opgeschoten jongens ons luidruchtig toegemoet. De dunste zwaait met een luchtdrukpistool dat hij niet alleen in de lucht, maar ook in onze richting afschiet. Mijn vrouwelijk gezelschap duikt weg achter de wagens die geparkeerd staan; ik spring woedend op de jongen af. Zijn wat meer gedrongen compagnon kijkt me uitdagend aan, alsof hij wil zeggen: haje wat?' Zijn grimas glinstert in het lantaarnlicht. "Waarom schiet je op ons?" roep ik uit. Arrogant doet de lange schutter of hij een wolkje wegblaast van de lange zwarte loop. "Neuk je moeder, sufkop! Bemoei je met je eigen zaken!" Hij houdt me op afstand door het pistool op me te richten. Ik barst uit m'n vel, spurt brullend op de twee onverlaten af. De jongen met het pistool schrikt en rent voor me uit. Al rennend draait hij zich om en leegt zijn wapen in de richting van mijn gezicht. Ik probeer de jongen het pistool uit handen te rukken, er ontstaat een handgemeen. De jongen blijft schieten tot het magazijn leeg is. Zijn kameraad heeft intussen het deksel van een vuinisbak losgewrikt en valt me daarmee, het ding hoog boven zijn bakkes geheven, van opzij aan. Het deksel landt bovenop m'n schedel. Mijn gezicht raakt besmeurd met vuilnis en bloed. Er klinkt een roep en een fluitsignaal, waarop van alle zijden Arabische jongeren toesnellen. Drie, zes, twaalf, twintig. Een aantal valt mij aan, trapt en mept en duwt. Mariecke gilt, schuilend achter een auto.

Anica, mijn vrouw, gooit haar gsm stuk in het gezicht van een van de straatvechters. De Turkse dame van de nachtwinkel slaat het tafereel verstard van schrik gade. "Doe wat!" roept Anica. "Bel de politie! Een ambulance!" De vrouw verroert zich niet. Ze blijft als aan de grond genageld staan. Misschien is ze bang voor repercussies van de straatschoffies, die alle avonden op het Breughelplein om de hoek rondlummelen en er verzamelen blazen voor hun doelloze missies elders in de stad. Het hek is van de dam. Ze hebben het vertier waarop ze gehoopt hadden. 'Mort à Bush!' wordt er geroepen, om de gemoederen nog wat extra op te poken - of om een rechtvaardiging te geven voor... ja ze weten zelf ook niet voor wat. Ze snellen twee kameraden te hulp die mot hebben; de reden van de onlust zal hun een ziel zijn. Wie aan hun kameraden komt, die komt aan hen. De hyena's vallen van achter aan, tackelen en schoppen me. Ik krabbel overeind, deel in het wilde weg wat klappen uit, maar roep bovenal zo luid mogelijk de woorden die ik ooit een man hoorde schreeuwen op het perron van het station in Den Bosch, waar vier hooligans een bezoekende supporter van FC Utrecht in elkaar aan het trappen waren: 'Zijn jullie nou mensen!?' "Est-ce que vous êtes des humains? Des lâches! Des lâches! De lafaards! Met z'n twintigen tegen een man en twee vrouwen! Kunnen jullie wel? Lafaards zijn jullie, geen mensen maar onmensen!"

Het bloed hing in klodders in mijn haar. Ik strompelde verder, ondersteund door Mariecke en een huilende Anica. Ter hoogte van het plein gingen de verwensingen door, over en weer. Er werd gegooid met blikjes, stenen, een pallet vloog over het dak van een rijdende Mazda. Ik rukte me los uit de greep van de vrouwen, bukte me om de houten schraag op te rapen en liep met de pallet hoog boven me geheven in de richting van het donkere plein waarover de meute zich verspreid had, als schimmen terug de duisternis in. Klaar om op ieder gewenst moment weer tevoorschijn te springen, als chimaeren in het flakkerende toortslicht van de hel.

"Tsss! ça deviendra sa mort!" hoorde ik een van hen sissen. Ik wierp de pallet voor me uit, het kaatste enkele meters voor mijn voeten doelloos op de kasseien. Het duizelde me, ik voelde dat de krachten met iedere seconde verder uit me wegvloeiden. Een van de chimaeren onttrok zich uit de duisternis en jogde recht op me af, zijn gebalde vuist in de aanslag. Hij mikte en raakte me vol op mijn rechteroog en -wenkbrauw. Ik deinsde achteruit, en viel tegen de motorkap van een tot stilstand gekomen wagen op straat. De chauffeur achter het stuur toeterde langdurig, verschrikt en boos tegelijk. Aan alle kanten stroomden mensen toe.

Het leger blies de aftocht voor er versterking kon arriveren, de slag was gestreden. Anica probeerde rennend een politiepost te bereiken, Mariecke begeleidde me naar mijn appartement, waar ik zelf de hulpdiensten waarschuwde. Bloed aan de telefoon. "Je moet naar het ziekenhuis", concludeerde mijn gaste bezorgd. "Ze komen", zei ik met een vreemde kalmte, terwijl ik mijn identiteitspapieren bijeen raapte. Met steeds lomer wordende benen daalde ik van de trap af, en liet me zakken tegen het traliehek bij de voordeur dat kledingzaak Michiels tegen mogelijke diefstal moet beschermen.

De rest heb ik van horen zeggen. De ambulance reed voor, ik werd op een brancard geladen en naar het Sint-Pietersziekenhuis gebracht dat aan het andere einde van nog altijd dezelfde Hoogstraat was gelegen. Doktoren haalden daar met fijn priegelgereedschap 'drie loodkogeltjes en een bloemblaadje' uit twee afzonderlijke hoofdwonden; neurologen stelden een schedelbreuk vast. Twee politie-inspecteurs wachtten beleefd op de gang tot de ingreep voltooid was, alvorens proces-verbaal op te maken van het gebeurde. Het hoofdeind van het operatiebed zat onder de spetters. Mijn haar stonk behalve naar geronnen bloed ook naar bedorven vlees. Tonijn uit blik. Mariecke vroeg of ze foto's mocht nemen van de loodkogeltjes die uit de wonde waren verwijderd. De arts vloekte bij het verrichten van de hechtingen. Ik verontschuldigde me voor mijn lange haar. Ik voelde geen pijn, had zelfs geen last van mijn wonden.

"Zullen we nog naar dat vampierenbal in de slachthallen van Kuregem?" vroeg ik, niet eens als grapje. Mariecke riep boos dat ze terug naar Nederland zou gaan, nu meteen, ze had er genoeg van - van Brussel, zijn onvolwassen jungskes, en van 'tout le monde'. Van huiswaarts keren, besmuikt en gelaten, kon voor mijzelf geen sprake zijn. Het ziekenhuis diende te voorkomen dat de wonde bovenop de schedelbreuk zou gaan ontsteken, en daarom moest ik 'aan de baxter'. Intraveneuze toediening van antibiotica opgelost in aqua-desinfect en een ionisatievloeistof bestaande uit calciumchloride, 270 mg. Ik beland op de zevende verdieping, afdeling 73, in kamer nummer zeven. Op de kamer is er een tv, een toilet, twee wastafels, een tafeltje, luie stoelen, twee ziekenhuisbedden met elektrisch verstelmechaniek. Ik vraag of ik de tv aan mag zetten, de verwikkelingen rond de oorlog in Irak mag volgen. De verpleegster zegt: 'Ik vrees van niet, menier. Slaap nu maar 's efkes. Allee, ik stop u in, onder de lakens. Mooi zo. Tot seffens.'

Anica neemt verslagen afscheid van me. Ze is bang, zegt ze, om nog langs dat Breughelplein met de Arabische straatbrigade te lopen. Uitgerekend vanavond, voor we gingen dineren, had ze in Club Havana (gelegen aan het plein) geïnformeerd naar een baan als serveerster... Ik probeer haar gerust te stellen. We waren gewoon op het verkeerde moment op de verkeerde plek. Het was geen gerichte aanval tegen ons persoonlijk. Ze werd kwaad dat ik op de jongen met de luchtbuks ben toegelopen.

"Het is vreemd", zegt Chris van Camp van www.kingkong.be als ze enkele dagen later op ziekenbezoek komt, en een fles Perrier Champagne meebrengt. "Twee weken geleden trad je nog op in Vooruit, op die benefiet tegen de oorlog in Irak. Nu word je beschoten door een stelletje Arabieren dat scandeert 'Bush moet dood!'

Er is geen klaarheid in de werkelijkheid, geen zin in redeloosheid. Moet ik boos zijn op Bush, die te stupide is om te begrijpen hoeveel haat hij wereldwijd zaait met zijn strijd in Irak? Of het verveelde uitschot wreken dat met een windbuks in de rondte schiet op straat, op jacht naar een trofee voor de zaterdagavond?

De volgende dag voel ik me solidair met de gewonden die omzwachteld liggen in de ziekenhuizen van Irak. "Vrijheid is Gods geschenk aan de mensheid", hoor ik Bush in een tv-programma zeggen. Hij bedoelt te zeggen: de pax americana is een zegen voor de Irakezen. De tv gaat uit.

Ik maak van de gelegenheid gebruik om Elementaire deeltjes te lezen van Michel Houellebecq, en voel sympathie voor de stelling die uit het werk van hoofdpersoon Michel Djerzinski voortvloeide: dat de mensheid beter maar kon verdwijnen. Dat was beter voor de wereld, de natuur, en zeker voor de mensheid zelf. Dona nobis pax aeternam. Amen.

Serge van Duijnhoven is dichter, performer, schrijver en journalist. Bij de Bezige Bij verscheen onlangs van hem de dichtbundel-met-cd Bloedtest.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234