Zondag 08/12/2019

Coenraed de Waele,het best bewaarde publieke geheim van de Vlaamse literatuur

'Ik wil van dat stigma van onnozelaar af', zegt Coenraed de Waele (48), en hij slaat hard op de tafel. 'Bij deze neem ik officieel ontslag als zondebok. De plaats is vacant.' Coenraed is dichter, vader, cafébezoeker en sinds kort vooral dj in the places to be in Gent.

Marijke Libert

Foto Filip Claus

Het begint slecht, die zondagmiddag. Tussen het platen draaien door, in het café van het S.M.A.K. van Jan Hoet, schrijft Coenraed lijstjes met daarop de onderwerpen waarover hij het tijdens ons gesprek wil hebben: de linkse cultuurpipo's in Gent, de mis begrepen zelfmoord van Jotie T' Hooft, Freud. Hij wil ook 'en passant' Arthur Rimbauds stelling van de poète maudit ondergraven en de wereld melden dat de Latemse School nooit heeft bestaan.

We besluiten het over muziek te hebben.

Coenraed de Waele heeft momenteel in Gent succes als diskjockey. Hij draait in het café van het S.M.A.K., eigendom van Hoet Jr., in jongerentempel Het Magazijn, in café Het Volkshuis en in de bekende club Hotsy Totsy.

"Toen ik anderhalf jaar geleden mijn leven opnieuw inrichtte, kwam ik tot de vaststelling dat ik alleen een paar kleren had. Ik ben toen begonnen met het in eigen beheer uitgeven van mijn gedichten, en 's nachts in de kroeg bracht ik aardig wat bundels aan de man. Omdat ik niet graag mijn geld verspil, ging ik de ochtend daarop naar de Fnac om er driekwart van mijn centen om te zetten in waardevolle spullen, zoals daar zijn: dichtbundels van anderen en cd's. Een paar maanden later zag ik zo'n vierhonderd cd's in mijn kast staan. Ik wilde er iets mee aanvangen, want ze zelf beluisteren overdag, daar had ik geen tijd voor. Ik bedacht toen: waarom niet zoals in mijn jonge tijd dj gaan spelen? Er is een manifest gebrek aan dj's met goede smaak. Ik ben mij her en der gaan aanbieden en tot mijn verbazing kreeg ik meteen goede reacties. Intussen sta ik ongeveer elke avond ergens in Gent mijn collectie aan te bieden.

"Mijn manier van draaien is doodsimpel. Ik kies uit alle mogelijke muziekstijlen de beste vertegenwoordigers en presenteer die aan het publiek in een irrationele volgorde op basis van het aanvoelen van de sfeer. Ik plaats operafragmenten naast Jimmy Hendrix, confronteer Brel met Ierse folk, de betere flamenco met jazz. Ik wil daarmee bewijzen dat de enige verwantschap tussen alle stijlen kwaliteit is. Wie de mogelijkheid heeft kwaliteit te onderkennen, kan van Callas houden en ook Chet Baker smaken. Ik heb de indruk dat al die muzikanten, zangers en stijlen samen een muur opbouwen en elkaar versterken. Als je er na een vlaai jazz een brok barokke Vivaldi tegenaan knalt, lucht dat ook op. Kortom, ik draai stijlbreuken en dat past in het S.M.A.K. Als dj doe ik precies hetzelfde wat Hoet als museumbouwer doet: kunst confronteren, waardoor een discussie ontstaat en de verveling tijdelijk uit deze wereld wordt verdreven.

"Die manier van draaien heb ik vijfentwintig jaar geleden al toegepast in mijn eigen kroeg, Villa des Roses. Ik deed dat toen uit noodzaak omdat ik het gezeik van de jazz- en rockadepten beu werd die tegen elkaar in hun genres heilig zaten te verklaren. Daarop ging ik de genres consequent door elkaar spelen. Ik mengde er ook Egyptische en Turkse muziek door, uit gastvrijheid omdat ik in Gent toen al die rondlummelende vreemdelingen nergens welkom zag zijn en omdat ik in een bui van gastvrijheid verkeerde. Ik ontdekte de wereldmuziek nog voor de term werd uitgevonden."

"En toen kwam het Vlaams Blok", zegt hij plotseling en wijst naar zijn gebit. Nu ja, gebit. Zijn mond heeft meer iets van een donker hol waar het tandpuin onderin dringend aan opruiming toe is. "Vijf tanden eruit geklopt door het Blok, de rest is verrot. Mijn tandarts is aan de grote schoonmaak bezig. Morgen gaat de rest eruit. Ik ben nu een groot boek aan het schrijven om de kosten te dekken."

Schrijven, het woord is eruit. Dichten was het eerste werkwoord dat hij kende, maar nu waagt hij zich dus ook aan het proza. "Het moest ervan komen", motiveert hij. "Mijn kladversie is klaar. Maar uiteraard blijft mijn ding het gedicht."

De Waele noemt zich een adept van de 'Beat-generation' die reageerde tegen het type van de poète maudit. "Ik weet dat men mij graag als 'maudit' catalogiseert, maar ik ben met die levenswijze een paar jaar geleden gestopt. Ik ben toen ook gestopt met drinken, ik ben beginnen joggen, nam afscheid van mijn wilde periode en begon aan het herstel van mijn lichaam. Dat gebit is de laatste fase."

Is hij ook geestelijk genezen? Twee jaar geleden zat hij nog als manisch-depressieve patiënt in een Oost-Vlaamse instelling.

"Manisch-depressief bestaat niet. Wat is manie? Geest-drift, het woord zegt het zelf: de geest is op drift. En een depressie? Ik ben nog nooit één dag in mijn leven depressief geweest. Ik zweer je, ik ken dat niet. Dat soort termen is puur taalfascisme. Een ziekte is het evenmin, het is een zijnstoestand en hoe kun je die beter omschrijven dan met een poëtische slagzin? Depressiviteit is dus de weemoed die ontstaat als men op een koele zomeravond het glinsteren van het maanlicht op de laurierblaadjes beschouwt. Weet je dat ik al veel neerslachtige mensen die het etiket van depressief kregen opgekleefd, geholpen heb? Als iemand mij vertelt dat hij depressief is, zeg ik meteen: gebruik nooit meer het woord depressief. Zeg voortaan: ik lijd aan een weemoed die ontstaat als men op een koele zomeravond het glinsteren van het maanlicht op de laurierblaadjes beschouwt. De meesten zijn bij die mededeling op slag driekwart genezen.

"Ikzelf heb twee keer een lange tijd in een psychiatrische instelling doorgebracht, telkens na het onverwacht afspringen van een intense liefdesrelatie. Zoals een paar jaar geleden ook weer. Ik verloederde, had geen basis meer, dook in het nachtleven, speelde een paar weken voor Bukowski en gooide op een nacht dan maar een steen in een caféruit. Daarna werd ik door de politie naar een gebouw in Sleidinge gevoerd. Het was toen begin 1997. Na vier maanden werd ik ontslagen, maar het duurde anderhalf jaar voordat ik een nieuw leven kon opbouwen. Toen dat eindelijk vorm kreeg, werd ik naar de rechtbank geroepen in verband met dat spinnenweb in dat caféraam. De rechter had in mijn dossier mijn psychiatrisch verleden opgespoord, oordeelde dat ik mentaal mindervalide was en wilde me officieel gek laten verklaren. In die periode heeft de advocaat Piet Van Eeckhaut, die ik ken als klant van mijn stamcafé Hotsy Totsy en als geestdriftig consument van mijn gedichten, zich aangeboden om mijn zaak te volgen. Hij heeft mij vrijgepleit van gekte. Voor hem heb ik een term bedacht: meester Van Eeckhaut heeft mij 'ontzot'. Hij was de enige van die linkse culturo's in Gent die effectief iets ondernomen heeft; de rest zat erbij, keek ernaar en lachte als mijn miserie op tafel kwam. Daarom ook ben ik heftig gaan fulmineren tegen die zogenaamde linkse klasse, die al ver voorbij het biefstuksocialisme..."

We onderbreken zijn geraas omdat Coenraeds zoon Désiré (10) het S.M.A.K.-café betreedt en zich voorstelt, lederen voetbal in de hand. Coenraed vraagt hem om bij ons te komen zitten. "Hier jongen, ga zitten op deze stoel, het door de Grieken uitgevonden vergrote zwaartepunt op vier poten." Désiré kijkt bedenkelijk vanonder zijn Jommekeskop, slaat zijn ogen neer en pareert: "Koen, de stoel is uitgevonden door de Maltezen, dat heb ik in de Fnac in een encyclopedie gelezen."

Coenraed staat perplex. Waarom zegt hij Koen, vraag ik.

"Omdat ik hem, toen hij nog heel klein was, meegedeeld heb dat ik hem als mijn kleine broer en beste vriend beschouwde. Maar ik ben daar de laatste tijd op teruggekomen. Ik heb hem voorgesteld om ons te oefenen in het ouderschap. Ik moet hem bij wijze van test af en toe met 'zoon' aanspreken, hij mij met 'vader'. Maar het lukt nog niet goed, merk ik."

Désiré krijgt een punt rijsttaart en vader snijdt het onderwerp dichterschap aan.

Waarom, vraag ik, is hij de bekendste ongelezen dichter?

"Hola, ongelezen... Ik heb al acht dichtbundels geschreven, maar ik geef ze in eigen beheer uit. Ik verkoop er gemiddeld tussen de vijfhonderd en achthonderd. Welke Vlaamse dichter kan dat zeggen? Maar tussen het zogenaamde bekende aanbod zie je mij inderdaad niet vermeld staan. Vroeger was dat wel zo, in het begin dan. Ik was erbij op poëziedagen en -nachten hier en in Nederland. Ik was aanwezig als debutant op de eerste grote avond van Behoud de Begeerte in de Vooruit in de jaren zeventig, waar kanonnen als Vinkenoog en Claus geprogrammeerd stonden. Mijn mama en papa waren ook gekomen en toen de zaak voorbij was en wij afscheid namen, kwam mijn vader heel dicht bij mij staan en hij zei: 'Eigenlijk vond ik het zeer goed, maar je mag niet vergeten dat je dat talent van mij hebt. Je moet weten, ik heb onlangs nog een limerick geschreven', en hij citeerde die: 'Er was eens een vrouw uit Londen, op een keer riep ze echt opgewonden, het is nu pas nog maar, onnozelaar, in ons twintigste huwelijksjaar, dat je mijn clitoris hebt gevonden...'

"In de verzamelbundel van Gerrit Komrij staan vier gedichten uit mijn eerste bundel. Dat zegt toch iets. Maar ik ben eigenzinnig. Mijn gedichten zijn verzamel-cd's met de beste nummers, ik durf stijlen te doorbreken. Het zijn gehaktballen in mosterdsaus in plaats van in tomatensaus. Experiment, eclecticisme, stijlbreuk is het en ik deed dat allang voor de term postmodernisme werd uitgevonden. Maar uitgeven, nee, dat heeft geen zin. Om de eenvoudige reden: waarom zou ik dat alles laten uitgeven en eindredigeren als ik erin slaag mijn poëzie zelf te verkopen? Ik denk dat ik momenteel de bestverkopende Vlaamse dichter ben. Dat ik niet meer op de grote podia sta, dat ik geen Saint-Amour doe en geen menigte toespreek, vind ik niet belangrijk. Ik ben misschien het best bewaarde publieke geheim van de Vlaamse literatuur. Ik vind het belangrijker bevestiging te krijgen in mijn biotoop dan mijn vaste stek te verwerven in de hedendaagse poëziestromingen. Al vermoed ik dat mijn werk de tijd wel zal overleven. Allee, dat hoop ik toch.

"Ik zit in Gent en ik blijf hier. Ik heb mijn biotoop mijn poëzie opgedrongen, waardoor iedereen mij nu beschouwt als Koen, de dichter. Dat volstaat voor mij."

Je blijft ook in dat biotoop cirkelen. Jouw schrijfsels gaan over de Gentse drankgelegenheden, de politiek, de banale toestanden. Het is zeer incrowd.

De vraag komt hard aan, het antwoord is luid: "Moet ik soms over Lissabon gaan schrijven? Nee toch! Dat deed Pessoa al."

De tanden zijn inderdaad weg. Een afschrikwekkend beeld is het niet, wel een aanpassing. Een goede oefening ook om het gehoor te verfijnen, en een test voor het uithoudingsvermogen. Een gepaste begroeting van zijn kant ware geweest: 'Ik ben Kamiel Kafka en ik ga het geen twee keer zeggen' (komen geen s'en in voor). Helaas steekt Coenraed die middag ongevraagd van wal met: 'dat hij zich gefundenes Fressen voor cynici vindt'. Dát spat.

"Ik ben tegen de dictatuur van het cynisme en pareer dat met mijn zijnsvorm van ironicus. Uitgerekend dat plaatst me buiten de rest. Ik lach met mezelf en daardoor met de gehele mensheid, maar men onthoudt enkel de schaterlach om mezelf. Mijn houding wordt dus als een zwaktebod ervaren en mijn gedrag als dat van een gek. Terwijl ik thuis geleerd heb om deze humor aan te wenden. Bij ons was het bon ton elkaar aan het lachen te brengen, met taal- en woordspelletjes. Mijn vader was een dichter die bleef steken in de betere rijmelarij. Mijn moeder, een middenstandsdame, was een verbale tank. De combinatie was uitdagend. Ik zal ook nooit die avond ergens in de jaren zestig vergeten toen mijn vader me uit bed lichtte, me verplichtte voor de televisie post te vatten en de onemanshow van Toon Hermans uit te zitten. Voor het eerst in mijn leven zag ik één man op een podium verhalen vertellen die honderden mensen aan het huilen van het lachen brachten. Die aanpak van mijn vader zet ik nu over op mijn zoon. Ik speel met hem middels taal. Ik bezweer hem ook dat echte humor nooit cynisch is en dus niet kwetst.

"Het is natuurlijk wel zo dat ik in het verleden de humor iets te sterk in de verf heb gezet, waardoor ik nimmer echt au sérieux werd genomen. Ik wil weer ernstig genomen worden. Dat is bij me opgekomen na de dood van mijn ex-vrouw, de moeder van mijn zoon. Toen ik die mokerslag ontving, ben ik intenser gaan leven, dankbaarder geworden met wat ik bezat, maar op het moment dat ik dat met enige trots meldde, begon mijn omgeving hard te lachen. Dat doet pijn."

Een eerste keer valt een zware vuist op de tafel.

"Ik zou hier graag verwijzen naar het belanghebbende werk van de hedendaagse Franse filosoof René Girard: De zondebok. Hij beschrijft daarin dat overal waar groepen ontstaan in klein of groot verband, mensen ertoe komen een van hen tot zondebok te maken. Dat blijkt functioneel om de groep draaiende te houden. Men kan die ene figuur beladen met alle zonden van Israël, zodat de rest van de groep zich bevrijd voelt. Volgens hem is de zondebok de sterkste persoonlijkheid omdat de groep ervan uitgaat dat hij er toch tegen kan. Ik heb geregeld het gevoel gehad dat ik door mijn soort humor en mijn dichterschap als een gemakkelijke zondebok werd gebruikt. Het was zelfs een tijdje leuk om te dragen, maar nu wil ik dat die functie als een hete schotelvod wordt doorgegeven. Ik wens ze niet verder uit te oefenen."

Een tweede vuistslag op tafel. Coenraed verheft zijn stem. "Bij deze neem ik officieel ontslag als zondebok. De functie is vacant."

Hij zwijgt even, bestelt nog een spa bruis en vervolgt: "Er is de laatste tijd een soort outing betreffende het zondeboksyndroom. Deze week was er dat nieuws over de recherche die is binnengevallen bij De Post om bewijzen te zoeken over die gepeste postbode die zelfmoord pleegde. Het is er de tijd naar om daarop te springen. Bij deze. Ik heb de voorbije drie jaar bijna met de moed der wanhoop geprobeerd van dat juk af te geraken. Ik voel me onrechtvaardig behandeld omdat men mij nog steeds wil zien als de idioot die ik ten tijde van mijn internering natuurlijk een paar maanden geweest ben. Ik heb iets van: als ik mij slecht gedraag, verdien ik de toorn des volks, als ik me goed gedraag, verdien ik beter. Ik wil niet eeuwig met het stigma van gek op mijn hoofd rondlopen. Waarom ben ik overigens in de psychiatrie beland? Omdat ik worstelde met de ondraaglijkheid van een stukgelopen liefde. Er worden zoveel liefdesgedichten en love songs geschreven over afgesprongen liefdesverhoudingen en iedereen brult ze mee. Als iemand dat in levenden lijve doormaakt en eraan ten onder gaat, wordt hij als een gek behandeld. "Mijn leven is altijd een vreemd spanningsveld geweest. Misschien begon het wel tijdens mijn collegetijd in Waregem bij de paters oblaten. Dat is een orde die slechts honderd jaar geleden gesticht werd als reactie op het hypocriete gebeuren in de katholieke kerk. Hun grondregel was openheid. Als jezuïeten de soldaten van de Heer zijn, zijn de oblaten Zijn artiesten. Toen ik in 1963 bij de paters oblaten de studie van Grieks-Latijnse aanvatte, voerden zij al uit wat het concilie later zou verkondigen. Ik geef een voorbeeld van hoe dwars zij in wezen waren en hoe oprecht tegelijk. De oblaten leverden de missionarissen om de eskimo's te bekeren. De meeste kloosterorden gingen toen naar de leuke landen, zoals Kongo, waar het warm was, waar mooie vrouwen flaneerden en de bananen in de bomen hingen. Zij niet. Zij gingen naar plaatsen waar het 50 graden onder nul was, om er over de bijbel te spreken. Dat is pas guts hebben, en daar heb ik nog steeds het grootste respect voor. Vandaar wellicht dat de sossen mij zien als een verkapte tjeef, omdat ik daar respect voor opbracht en omdat ik dat verder verkondigde.

"Op het ideologische vlak ben ik echter een geschoolde communist en ook met dat communisme ben ik op een eigenaardige manier geconfronteerd. In het leger of all places. Toen ik in Zellik bij de luchtmacht het land diende middels het bedrijven van schrijven - ik was typist - ben ik in contact gekomen met de Gentse sergeant-majoor Coleyn, die mij elke dag onderhield over het communisme. Hij bleek lid te zijn van de Gentse RAL, de trotskisten. Hij heeft me acht maanden ingewijd in het communisme richting Trotski. Overdag. 's Avonds vertoefde ik meestal in een vriendenkring die geïnfiltreerd was door de Amadezen, dus dan werd mij het trotskisme uit het hoofd gepraat en werd ik in de maoïstische strekking ingewijd."

Coenraed stichtte bij de vorige gemeenteraadsverkiezingen zijn eigen partij: Dichter, niets communisme, niets oblaat, gewoon Dichter.

"Met 1.500 frank in kas en evenveel zelf ontworpen affiches. Het idee was om via die groep de belangen van de kunstenaars te gaan verdedigen. We hadden wel een manifest gebrek aan kandidaten. Schrijfster Marcella Baete stond erop, maar dat was het zo ongeveer wat de grote bekenden betrof. Aanvankelijk wilde ik een eenmanspartij oprichten. Mijn grote voorbeeld daarbij was Edgard Gevaert, van de familie Gevaert die de commune in Sint-Martens-Latem uitbouwde. Edgard was zowel kunstenaar als textielbaron. Hij zag het oprukken van de bruinhemden en wilde daar een repliek op geven. Hij lanceerde het idee van een wereldparlement, nog voor de Uno aan de uitwerking ervan dacht. Hij kroop op een ezel en stapte zoals Christus Gent binnen, in zijn eentje strijdend tegen het nazisme. Ik heb daar nog afbeeldingen van gezien. Hij was gewoon een fenomeen, en dat was mijn voorbeeld. Voor de artiest en tegen de bruinhemden van nu. Maar goed, het is dus Dichter geworden en veel heeft het niet opgeleverd. De socialisten hebben ons veel stemmen afgepakt."

Wat is uw strekking nu?

"Ik blijf een socialist natuurlijk, op het ideologische platform, daarom ben ik tegenwoordig ook zo tegen de socialisten. Ik ben een pure naïeve strever naar solidariteit. Anderzijds: twee etmalen geleden, toen ik nog aan het draaien was in het S.M.A.K., heb ik samen met Jan Hoet en CVP-provincieraadslid Mario Pauwels de CVP mee zitten vernieuwen. Niets werelds is mij vreemd. Ik heb daar de mensen de raad gegeven de CVP om te turnen tot Culturele Volkspartij, het godsbesef aan iedereen persoonlijk over te laten en de bevolking aan te manen meer creatief te gaan zijn. Het is bekend dat kunstenaars bij het scheppen van een creatief werk een soort religiositeit ervaren, die minder met God de vader en schalen rijstepap heeft te maken dan wel met een groot verbonden gevoel met het Al. Al de rest moet ophouden te bestaan."

Wat wij hem meteen aanraden: ophouden met praten, zijn theses in boeken bundelen en op missietocht gaan. "Ach, ik heb die theorieën niet alleen uitgevonden natuurlijk", zegt hij. "Dit is het resultaat van vijfentwintig jaar in het Gentse nachtleven vertoeven. Het is geen dronkemanspraat, want dat begint pas rond middernacht. Daarvoor is er een aantal uren waarbij een op handen zijnde dronkenschap voorlopig uitgesteld wordt door het debiteren van verlichte ideeën. In die periode van twee, drie uur schep je tussen pot en pint meer zinnige dingen op dan elders. Een van de mooiste fenomenen van onze samenleving vind ik nog steeds het fenomeen café, waar men binnenstormt, waar alle hiërarchie verdwijnt en je bij wijze van spreken met de voorzitter van de raad van beheer van Fortis een boeiend gesprek kunt voeren over het kapitalisme. Nu ik nuchter blijf - ik sta al twee jaar droog -, heb ik er een leerschool bij waaruit ik dankbaar put en waaruit ik de nodige levenslessen trek. Het enige wat ik hoop, is dat deze Man van la Mancha zijn harnas mag afgooien en zichzelf kan zijn. Ik heb geleerd dat ik alleen het sterkst sta. Wat op zich natuurlijk een enorme paradox is, maar het zij zo."

'Mijn gedichten zijn gehaktballen in mosterdsaus in plaats van in tomatensaus: experiment, eclecticisme, stijlbreuk is het''Manisch-depressief bestaat niet. Wat is manie? Geest-drift, het woord zegt het zelf: de geest is op drift. En een depressie? Ik zweer je, ik ken dat niet. Dat soort termen is puur taalfascisme'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234