Vrijdag 23/08/2019

Analyse

Coalitie: IS krijgt klap op klap

De stad Kobani in Syrië, net na een luchtaanval Beeld REUTERS

Juichend vierden Koerdische strijders in Irak donderdag hun grootste succes; met hulp van geallieerde bommen sloten ze IS' voornaamste aanvoerroute van Syrië naar Mosul af.

In Londen, tijdens een conferentie van 22 landen die IS bestrijden, meldde de Amerikaanse minister Kerry gisteravond dat de helft van alle IS-commandanten is uitgeschakeld. In totaal zouden zesduizend IS-strijders zijn gedood. Zijn de jihadisten op hun retour? De stand van zaken aan de hand van vier voorbeelden.

Rondom Mosul

Op de vlakten rondom Mosul sluit het net zich rond IS. Eerder deze maand bevochten de peshmerga al een corridor naar de bergkam Sinjar, waar vorig jaar duizenden yezidi's vastzaten. In totaal zouden de peshmerga 500 vierkante kilometer hebben heroverd. Maar in Mosul zelf heeft IS zich stevig verankerd. Volgens bewoners heeft de terreurgroep de westelijke stadsingang met een enorme betonnen muur afgesloten, een brug naar de stad opgeblazen en zijn er plannen voor een diepe loopgraaf om de stad, in afwachting van vijandelijke pantservoertuigen. De peshmerga peinzen niet over een bloedige stadsoorlog in de straten van het etnisch Arabische Mosul; dat is iets voor Bagdad. De stad zit vol burgers, dus de internationale coalitie kan haar moeilijk bombarderen. Omsingelen is het plan, totdat Iraakse regeringstroepen de aanval zelf in kunnen zetten.

Anbar

Volgens de Britten gaat het nog maanden duren voor Iraakse troepen zover zijn. Ze zijn gedemoraliseerd en slecht getraind. Ten noorden van Bagdad hebben speciale troepen - bijgestaan door sjiitische milities - wat winst geboekt, zoals de herovering van 's lands grootste raffinaderij bij Baji. Maar in de zuidelijke provincie Anbar, waar sympathie is voor de extremistische soennieten van IS, houden de jihadisten stand. Fallujah, waar IS zijn opmars begon, is stevig in handen. IS maakt vorderingen in het westen van de provincie en belaagt Saoedische grensposten. Om Ramadi wordt hevig gevochten.

Raqqa en omstreken

Rondom het Noord-Syrische Raqqa, de 'hoofdstad' van IS, wordt het jihadistenleger nog grotendeels met rust gelaten. In Irak gaat het allemaal niet zo soepel, maar in ieder geval doen velen daar mee in de strijd tegen IS. In Syrië bombardeert alleen Amerika IS-posities; in tegenstelling tot de Iraakse regering heeft het regime in Damascus niet gevraagd om ingrijpen. Bovendien is er geen lokale partner. De troepen van Assad zijn vooral bezig met het uitroeien van de reguliere oppositie, zodat alleen het regime straks nog overeind staat. Ze vechten wel tegen IS in plaatsen die het regime belangrijk acht, zoals olierijke gebieden, maar Raqqa kunnen en willen ze niet in.

De VS willen vijfduizend gematigde oppositiestrijders trainen en bewapenen. Maar dat kost tijd. En eigenlijk zouden die strijders liever tegen Assad dan tegen IS vechten. 'We gaan daar een uitputtingsslag zien', zegt defensieanalist Jeff White van het Washington Institute. 'Hier en daar wat bommen op IS, en aanvallen van het regime en reguliere rebellen. Maar geen grote aanval. Er is simpelweg geen krijgsmacht ter plekke die dat wil doen.'

Kobani

Kobani is de grote uitzondering in Syrië. In september leek IS er overheen te walsen. Maar 80 procent is weer in handen van Koerdische verdedigers, ondanks grote troepeninzet door IS. De voornaamste reden zijn de vele luchtaanvallen van de VS. Op de grond vechten Syrische Koerden vermetel door, versterkt door Iraaks-Koerdische peshmergastrijders. De Koerden houden hun gebieden grotendeels IS-vrij en bestrijden het terreurleger effectiever dan wie dan ook.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden