Lezersbrieven
Lezers De Morgen

Co-ouderschap: Wir schaffen das!

Lezersbrieven

Lezers reageren over co-ouderschap.

1 ©Thinkstock

Met ongeloof las ik de mening van enkele experts met de zoveelste aanval op het co-ouderschap (DM 19/1). Sinds in 2006 het co-ouderschap als de te prefereren verblijfsregeling voor kinderen van gescheiden ouders in de wet werd vastgelegd, vallen specialisten over elkaar om deze vorm van verblijfsregeling met allerlei zonden te overladen. Zelden of nooit worden de positieve aspecten van deze moedige wetgeving gehoord.

Mijn oudste zoon verblijft een week bij zijn mama en haar nieuw samengestelde gezin en een week bij ons nieuw samengestelde gezin. De verblijfsregeling voor mijn oudste zoon was enkel mogelijk door het feit dat voor het eerst in de Belgische geschiedenis de gelijkheid tussen vader en moeder als grondprincipe juridisch was vastgelegd.

De argumenten tegen het co-ouderschap die nu te pas en te onpas worden aangehaald zijn een kaakslag voor de vele geëngageerde mama’s, papa’s, plusmama’s, pluspapa’s en kinderen die er iedere dag aan werken om hun gezinsleven zodanig te organiseren om het volle geluk van ieder gezinslid te betrachten. Het gaat voorbij aan de ingrijpende aanpassingen die volwassenen en kinderen maken in hun werk, school en privéleven om niet naar een utopische, maar wel naar de meest ideale oplossing voor eenieder te streven.

Niet toevallig werd de wetgeving rond het voorrang geven voor het gelijkmatige verblijf bij echtscheiding vanuit progressieve hoek bepleit. Men wou zo het conflict tussen de ex-partners en de manifeste ongelijkheid die generaties van vaders moesten ondergaan een halt toeroepen door aan beide partners dezelfde rechten (en dezelfde plichten!) prioritair toe te kennen. De wetgever zorgde voor wetgeving die beide ouders om een even groot engagement in de opvoeding van de kinderen vroeg. Geenszins verplicht deze wet de rechter om een gelijkmatig verblijf toe te kennen – integendeel, er is nog meer dan voldoende rechterlijke vrijheid om anders te beslissen in het voordeel van het kind.

Share

Ik ben het niet eens met de kinderrechtencommissaris wanneer hij stelt dat ouders een gelijkmatige verblijfsregeling al te vaak uit eigenbelang zouden nastreven

De rechter verplichten om een gelijkmatig verblijf voor kinderen in echtscheiding als eerste in overweging te nemen was een grote stap voorwaarts in onze kijk op echtscheidingen, zowel voor ouders als voor kinderen.

Ik volg de kinderrechtencommissaris Bruno Vanobbergen in het feit dat het welzijn van het kind centraal moet staan in het toekennen van een verblijfsregeling. Maar ik ben het niet eens met hem wanneer hij stelt dat ouders een gelijkmatige verblijfsregeling al te vaak uit eigenbelang zouden nastreven.

Men trekt de verkeerde conclusie als zou een gelijkmatige verblijfsregeling er voor zorgen dat de communicatie tussen de ouders onvoldoende of zelfs afwezig blijft – wat inderdaad schrijnend is voor de betrokken kinderen. Die communicatie liep echter ook voor de wetgeving van 2006 al vaak stroef.

In plaats van de gelijkmatige verblijfsregeling aan te vallen moet men juist veel sterker inzetten op onze familierechtbanken. Deze zijn nu overbelast en archaïsch georganiseerd met als gevolg dat in enkele minuten tijd moet worden beslist over het verdere leven van ouders en kinderen met weinig of geen verdere opvolging van het uitgesproken vonnis. Ouders en kinderen in een echtscheidingssituatie blijven ondersteunen, op hun engagementen blijven wijzen en communicatie bevorderen in het belang van de kinderen, vraagt een doorgedreven begeleiding waar het nu al te vaak aan ontbreekt. We hebben nood aan een brede maatschappij waarin onderwijs, werk, middengroepen rekening houden met het feit dat niet iedereen aan de norm voldoet.

Gescheiden ouders en hun kinderen zijn geen verschoppelingen levend in een nieuw samengesteld gezin, we leven allemaal samen in een nieuw samengestelde maatschappij. We moeten vooruit blijven kijken, want: wir schaffen das!

Share

In plaats van de gelijkmatige verblijfsregeling aan te vallen, moet men juist sterker inzetten op onze familierechtbanken

Bart Jacobs, arts en vader in co-ouderschap

Flexibiliteit

Co-ouderschap en echtscheiding staan haaks op elkaar. Er zijn zoveel dingen te regelen dat, als je daarin een modus vivendi vindt, je evengoed samen kunt blijven. Als je gewonnen bent voor deze regeling omdat beide partners denken aan het belang van de kinderen kan het nog een beetje positief evolueren. Maar als je de regeling treft omdat je de ex-partner zijn/haar kindertijd misgunt of zijn/haar invloed wilt beperken dan verliezen de kinderen hun onbezorgde jeugd.

De flexibiliteit die nodig is in het belang van het kind is dikwijls ver te zoeken. Soms komt de meetlat en een Excel-bestand eraan te pas. Probeer dan maar als kind evenwichtig op te groeien. Vechtscheiding en co-ouderschap geraken nog als synoniemen in het woordenboek.

Lucienne Colpaert, Dendermonde

Handen af!

Geen regeling die zo vaak in het vizier komt als het co-ouderschap. Deze week was het weer prijs (DM 19/1 en 20/1). Het co-ouderschap zou de ontwikkelingskansen van de allerkleinsten schaden. Het gelijk verdeeld verblijf zou vooral prettig zijn voor co-ouders maar bezwarend voor kinderen die worstelen met de afwisseling. “Pas de wet opnieuw aan” leek het eensgezind oordeel van kinderpsychiaters, onderzoekers en experts.

Als co-ouder schrik je er allang niet meer van. Je bent eraan gewend geraakt dat met de regelmaat van de klok je verblijfsregeling opnieuw in vraag gesteld wordt. Dat verschillende hoeken van het maatschappelijk spectrum een terugkeer bepleiten naar de situatie van toen. Een situatie waarin het verblijf van de kinderen in belangrijke mate afhing van het vaak conservatieve optreden van rechters. En waarin kinderen vooral werden toegewezen aan hun moeders.

Je schrikt er niet meer van als co-ouder, maar het contrast met wat je ziet en ervaart in je onmiddellijke omgeving is toch telkens weer groot. Op een aantal punten gaat het debat zelfs regelrecht voorbij aan de realiteit op het terrein.

1/ Dat de week-weekregeling gepaard zou gaan met minder ritme en voorspelbaarheid in hoofde van het kind, is niet wat co-ouders vaststellen. Eén van de grote voordelen van het gelijkmatig verdeeld verblijf is net dat het rust, stabiliteit en duidelijkheid brengt voor kinderen. Twee warme nesten, waartussen flexibel maar voorspelbaar wordt gewisseld. Het lijkt in elk geval te verkiezen boven het ‘theoretische’ alternatief van het ouderbezoek, dat de spanning en de onzekerheid opnieuw in de huiskamer importeert.

Share

Eén van de grote voordelen van het gelijkmatig verdeeld verblijf is net dat het rust, stabiliteit en duidelijkheid brengt voor kinderen

2/ Dat het co-ouderschap zich vooral afspeelt in een sfeer van vetes tussen twee partners is evenzeer de werkelijkheid geweld aandoen. In mijn directe omgeving alleen al zie ik tientallen co-ouders die hun emoties aan de kant zetten, die afspraken maken en hun ouderschap gezamenlijk opnemen. De ruzies die nu in verband worden gebracht met het co-ouderschap komen óók voor in gezinnen met een ongelijk verdeeld verblijf en misschien nog meer in de klassieke gezinnen die “samenblijven in het belang van het kind.”

3/ Ook agressiviteit, angst en depressieve gevoelens kunnen niet uitsluitend worden toegeschreven aan de verblijfsregeling. Het zijn gevoelens waar vele jonge kinderen mee worstelen en die hun oorsprong kennen in uiteenlopende verschijnselen. Dat ze vaak voorkomen in co-ouderschap is zeker een vaststelling waar we niet blind voor mogen zijn. Maar komen zij niet even vaak voor in “klassieke” gezinnen waar het partnerschap naar de kinderen ontbreekt, waar ouders structureel afwezig zijn of waar de nodige zorg niet wordt opgenomen?

4/ Als gevolg van de wet op het co-ouderschap zijn vaders en moeders, zich vaak heel bewust van hun opdracht, in gelijkere mate zorg gaan opnemen naar de kinderen. Het gelijkmatig verblijf werd destijds opgeworpen als een dam tegen conservatieve rechtspraak waarvan vooral vaders de slachtoffers waren. Maar vaders én moeders wonnen bij een wet die de toewijzing van de kinderen regelde en de zorg in de feiten gelijker verdeelde. Wie er vandaag voor pleit om de wet opnieuw aan te passen, moet zich dus heel goed bewust zijn van de gevolgen.

5/ Co-ouderschap gaat tenslotte niet alleen over het recht voor de ouders op hun kinderen, maar ook over het recht van de kinderen op hun ouders. Een gelijk verdeeld verblijf geeft, hoe je het draait of keert, de beste garanties om als kind voldoende tijd door te brengen bij mama én papa.

Als co-ouder ervaar ik elke dag hoe co-ouderschap veel vraagt van jonge kinderen: de moeilijkheden, de hindernissen en de praktische bezwaren … Maar ik stel ook vast hoe zij, dankzij het systeem, de beste zorgen kunnen blijven krijgen van mama én papa. Ik stel vast hoe co-ouderschap het mogelijk maakt dat kinderen zich nestelen in verschillende werelden waar zij telkens liefde en geborgenheid mogen ervaren. En hoe afspraken tussen co-, plus- (en zelfs grootouders) ervoor zorgen dat de schotten tussen die werelden niet waterdicht zijn.

Daarom, in naam van de co-ouders en hun kinderen: doe iets aan de ongelijke behandeling van co-ouders (er zijn nog heel wat regelingen die geen rekening houden met de gewijzigde samenstelling van onze gezinnen). Neem maatregelen om de kwetsbare positie van alleenstaande ouders en hun kinderen te versterken. Maar stop de aanval op een systeem dat dag in dag uit voor heel veel mensen zijn merites bewijst. In het belang van onze kinderen.

Willem De Klerck, co-ouder

cult