Dinsdag 29/11/2022

Clinton hangt zwaard van Damocles boven tabakssector

Beslissende fase in oorlog tegen tabaksindustrie

De Amerikaanse regering eist de terugbetaling van alle kosten die de overheid heeft gemaakt door ziekten die door tabak werden veroorzaakt. Ze eist ook de winst op die de tabaksindustrie door fraude zou hebben verworven.

Met de beslissing van de Amerikaanse regering om alle grote sigarettenproducenten voor de rechtbank te dagen, is de oorlog tegen de tabaksindustrie een nieuwe, beslissende fase ingetreden. De sector noemt het een poging tot afpersing en zegt dat hij zich niet zal laten intimideren om een minnelijke schikking te aanvaarden. Toch is dat volgens vele experts de meest waarschijnlijke afloop. Want als de juridische strategie van de regering succesvol zou blijken, zou de boete zo duizelingwekkend hoog kunnen zijn dat de hele tabaksindustrie er door bankroet gaat.

De regering eist enerzijds de terugbetaling van alle kosten die de federale overheid in de afgelopen 45 jaar heeft gemaakt door ziekten die door tabak werden veroorzaakt. Dat zou neerkomen op zo'n 20 miljard dollar (750 miljard frank) per jaar. Anderzijds eist de regering ook de winst op die de tabaksindustrie door fraude zou hebben verworven. Een concreet bedrag wordt niet genoemd, maar in theorie zou het over duizenden miljarden dollars kunnen gaan. "In de voorbije 45 jaar hebben de tabaksbedrijven een doelbewuste, gecoördineerde campagne van fraude en bedrog gevoerd", zei justitieminister Janet Reno woensdag op de persconferentie waar de rechtszaak werd ontvouwd, "Het was een campagne die ontworpen was om hun enorme winsten te beschermen, ongeacht de prijs in mensenlevens, in mensenlijden en medische kosten."

De aankondiging was een koude douche voor de tabaksindustrie. Sedert ruim een jaar leek het tij in haar voordeel te keren. Na een intense propagandacampagne die de sector ruim 40 miljoen dollar (anderhalf miljard frank) kostte, slaagden tabaksvriendelijke Republikeinse senatoren er in juni vorig jaar in om een wetsontwerp te kelderen dat de tabakssector 516 miljard dollar (bijna 2 biljoen frank) gekost zou hebben, gespreid over 25 jaar. In november vorig jaar sloot de sector een wapenstilstand met de deelstaten. In ruil voor 248 miljard dollar (9.425 miljard frank), gespreid over 25 jaar, trokken de staten hun aanklachten in en werd de grootte van de schadevergoedingen die individuen van de tabaksfirma's kunnen eisen, gelimiteerd. De sector recupereerde de kosten van de minnelijke schikking door haar prijzen fors te verhogen. Ook de aandelen gingen de hoogte in. Meer goed nieuws volgde toen 'big tobacco' verscheidene rechtszaken won tegen individuen.

De druk van de publieke opinie werd kleiner. De sector leek eindelijk op weg om zijn paria-imago af te schudden. Maar nu wordt hij geconfronteerd met een aanklacht die tot 'de moeder van alle schadevergoedingen' kan leiden. Volgens president Clinton heeft hij dat enkel aan zichzelf te danken. "Wij hebben ons best gedaan om met hen en met het Congres samen te werken om de zaak op een legislatieve manier op te lossen en zij hebben dat afgewezen", zei hij.

De regering heeft aan de sector een toegeving gedaan: ze heeft haar voornemen om de bedrijfsleiders van de tabaksfirma's strafrechtelijk te vervolgen laten varen. In 1994 verklaarden die bedrijfsleiders op een hoorzitting voor het Congres dat tabak niet verslavend is en dat ze het nicotinegehalte in hun sigaretten niet manipuleerden. Uit interne documenten die aan het licht kwamen tijdens de procedures die door de deelstaten werden ingespannen, bleek dat de firma's door hun eigen research het verslavende karakter van nicotine maar al te goed kenden en wel degelijk getracht hadden het nicotinegehalte te vehogen. Ze hadden dus meineed gepleegd. Maar, zoals tijdens Clintons impeachmentepisode werd benadrukt, meineed is moeilijk te bewijzen in een Amerikaanse rechtbank. De regering besloot dan maar om hen daarvoor niet te vervolgen en zich toe te spitsen op haar eis tot schadevergoeding voor de burgerlijke rechtbank.

Die is gebaseerd op twee wetten. De eerste, de Federal Medical Care Recovery Act, laat de overheid toe om medische kosten terug te vorderen van bedrijven wier producten ziekte of verwondingen hebben veroorzaakt bij overheidspersoneel en anderen die door de federale overheid verzekerd zijn. Die laatsten zijn vooral bejaarden en mindervaliden die gratis verzekerd zijn door het federale Medicare-programma. Tot nu toe werd die wet enkel gebruikt in individuele gevallen. Het is niet zeker of de rechtbank ze zo zal interpreteren dat de regering in naam van miljoenen tegelijk schadevergoeding kan eisen.

De tweede wet waar de regering zich op steunt, staat bekend als het Rico-statuut. Dat werd oorspronkelijk goedgekeurd als een wapen in de strijd tegen de maffia, door de regering in staat te stellen de winsten op te vorderen van bedrijven die door de maffia gecontroleerd worden. De regering heeft het statuut echter ook met succes gebruikt tegen bedrijven die niets met de maffia te maken hadden maar die zich schuldig maakten aan frauduleuze praktijken.

Nog nooit echter werd het statuut gebruikt tegen een hele sector. Juristen zijn het oneens over de vraag of het in dit geval wel van toepassing kan zijn. De regering zegt van wel, omdat er wel degelijk sprake is van een samenzwering om de overheid en het publiek te bedriegen. Tijdens de procedures van de deelstaten kwamen duizenden documenten naar boven die toonden dat de tabaksfirma's zich sedert 1953 volledig bewust waren van de schadelijke gevolgen van hun product. "Maar keer op keer ontkenden ze dat roken ziekten veroorzaakt en verslavend werkt", aldus justitieminister Reno.

Greg Little, een advocaat van Philip Morris, het grootste tabaksbedrijf, zei dat de sector zich zo zeker voelt dat de federale aanklacht juridisch op los zand is gebouwd, dat ze geen minnelijke schikking zal aanvaarden. De sector hoopt dat de zaak zo snel mogelijk voor de rechtbank komt en is van plan om de rechter te vragen de eis niet ontvankelijk te verklaren. Michael York, een andere Philip Morris-advocaat, beschuldigde de regering van hypocrisie. Het is volgens hem belachelijk om te beweren dat de sector de overheid in de voorbije decennia bedroog over de schadelijke gevolgen van tabak, terwijl de sigarettenmakers sedert 1965 wettelijk verplicht zijn om op hun verpakking de consument voor die schadelijke gevolgen te waarschuwen. Bovendien deelde de overheid al die jaren in de winst via forse belastingen. Die wil ze dit jaar overigens nog verhogen met 0,55 dollar per pakje.

Het argument van hypocrisie wordt ook aangevoerd inzake de subsidies die de regering, ook onder Clinton, aan de tabaksindustrie schonk voor de promotie van de export van haar producten. De Clinton-regering dreigde zelfs met sancties tegen landen die hun markten onvoldoende openden voor Amerikaanse sigaretten. Kritiek op het juridische offensief van de regering kwam er ook van de kamer van koophandel. "Geen enkel bedrijf kan zich veilig voelen in de VS," zei haar vice-president, Bruce Josten, "als de enorme macht van het ministerie van Justitie tegen hen kan gebruikt worden om de staatsinkomsten te verhogen."

Als de rechtbank niet ingaat op de vraag van de tabaksfirma's om de eis van de regering af te wijzen, dan zal het proces wellicht jaren in beslag nemen, zo voorspellen experts. Aangezien de afloop onzeker is, zijn er voor beide partijen aanzienlijke risico's. Ze hebben er dus beide belang bij om toch een minnelijke schikking na te streven. Niemand verwacht echter dat dit zal gebeuren voor de verkiezingen van volgend jaar. De tabaksindustrie wil de kat uit de boom kijken.

De Republikein Bush is favoriet om de presidentsverkiezingen te winnen. Hij gaf te verstaan dat hij de aanpak van de Clinton-regering niet goedkeurt. In Texas, waar Bush gouverneur is, zorgde hij voor de totstandkoming van een wet die de schadevergoeding die individuen kunnen eisen van bedrijven drastisch beperkt. Die wet werd door de tabaksindustrie een voorbeeld genoemd voor de andere staten. Karl Rove, voornaamste politieke adviseur van Bush, was tot in 1996 een consultant van Philip Morris.

Verscheidene sigarettenproducenten hebben Bush geld gegeven voor zijn verkiezingscampagne. Tijdens de campagne van 1996 gaf de sector 5,8 miljoen dollar aan de Republikeinen en 1,1 miljoen aan de Democraten. Voorspeld wordt dat ze deze keer nog veel meer aan de Republikeinen zullen schenken. Met Clintons zwaard van Damocles boven hun hoofd hebben ze daar alle reden toe.

Tom Ronse

Regering en industrie hebben er beide belang bij om een minnelijke schikking na te streven

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234