Woensdag 20/11/2019

Clair-obscur

Wigglesworth behandelt de Gurrelieder als één grote vlek van klank. Een mooie vlek, maar wel een vlek

Zet u zich schrap voor de volgende zin: "Ik zal verder dwalen en eens om middernacht, als ik dood zal zijn, zal ik het lijkwaad strak om me heen wikkelen tegen de koude wind en verder trekken in het late maanlicht en zal ik vol van pijn met mijn zware grafkruis jouw lieve naam in de aarde kerven en zal ik verzinken en verzuchten: 'Onze tijd is om!'"

Vergelijk even met deze, ook enigszins dreigend en vergelijkbaar qua lengte: "Bartje, ik zeg u: eer nog zal de Noordzee veranderen in Minute Soup van Royco dan dat ik met die prullen van Ikea een glimlach zal kunnen toveren op het verweerde gelaat van de sukkelaar die den Busschots is!"

De eerste is getekend Jens Peter Jacobsen, vooraanstaand vertegenwoordiger van het Scandinavische naturalisme en inspirator van Mann en Rilke. U leest het goed, geen symbolisme, geen overrijp romantisme. Het citaat komt overigens uit een extatisch liefdesduet. Duits uit het Deens vertaald, eerlijk is eerlijk.

De tweede zin is getekend Hugo Matthyssen, vertegenwoordiger van het Vlaamse postmaniërisme en inspirator van velen die bij vermeend serieuze zaken wel eens in een lachbui verzeilen. Het citaat is overigens aan een tragedie van hem ontleend.

Met serieuze zaken bedoel ik bijvoorbeeld: een uitvoering van de Gurrelieder, het vaak vermelde maar om begrijpelijke redenen haast nooit uitgevoerde, profane oratorium van Schönberg. Te lang, te zwaar voor de meeste zangers en in foute handen dodelijk voor de aandacht van het publiek. Ook al door de onoverkomelijke tekst van, dat had u begrepen, Jacobsen.

Anderzijds vormen de Gurrelieder een van de meest dwingende composities van de 20ste eeuw. Door de omvang, waar live niemand onverschillig kan bij blijven. Omdat er sindsdien allicht nooit beter gecomponeerd is - anders natuurlijk wel, niet het minst door Schönberg zelf. Ten slotte omdat het na het horen van dit werk onmogelijk is liefde voor de muziek van Wagner of Mahler te verenigen met een afkeer van die van Schönberg.

De Gurrelieder werden de voorbije week maar liefst drie keer gespeeld in Bozar. Bij wijze van aftrap van het klassieke seizoen, het Klarafestival én het openingsfestival van de Munt, dat laatste ter ere van de nieuwe directeur, Peter de Caluwe. Die speelde met de keuze voor de Gurrelieder alvast hoog spel. Hij gaf Marc Wigglesworth, die officieel vanaf september 2008 Kazushi Ono als chef-dirigent moet zien te vervangen, een mooie gelegenheid om het publiek met verstomming te slaan. Dat lukte enigszins.

Een orkest onder de indruk brengen, voor een nieuwe chef met een geliefde voorganger een noodzaak, is met de Gurrelieder een ander paar mouwen. Dat lukte Wigglesworth vooralsnog zeker niet, al is er ook nog geen man overboord.

Wigglesworth is een goede manager, onder wie er nooit iets ernstigs zal mislopen bij een uitvoering. Maar hij behandelt bijvoorbeeld deze Gurrelieder als één grote vlek van klank. Een mooie vlek, maar wel een vlek. Zo'n dichte schriftuur vergt meer zin voor clair-obscur en perspectief. Evenzeer liefde als pragmatiek. Niet alleen voor de goede luisteraar, maar ook voor het welbevinden van de musici. Het is uiteindelijk dat wat het Muntorkest zijn internationale potentieel verschaft.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234