Maandag 14/10/2019

interview

Circus Youp staat weer op stelten

Beeld Linda Stulic

Krimpend van de pijn deed hij zijn voorstellingen, zo essentieel is het voor hem om langs de theaters te trekken. Cabaretier Youp van 't Hek (62) was er bijna geweest maar schuimde artsen af en speelde tot hij er bij neerviel. En er eindelijk iémand ontdekte wat er scheelde. Nog even en zijn heuglijke verrijzenis doet ook de podia in Brugge en Antwerpen aan.

Zes maanden geleden. Youp van 't Hek belt. Hij heeft mijn verzoek gekregen en wil best een uitgebreid persoonlijk interview geven, maar pas als hij weer min of meer de oude is. "Het is zo gênant als je in een groot artikel in De Volkskrant zegt dat het allemaal lekker gaat en je twee weken later je tournee moet afblazen. Ik wil niet te voorbarig zijn. Ik heb echt op het randje van de dood gebalanceerd. Ze hebben mijn borstkas zeven uur open gehad, met klemmen ertussen. Zes bypasses zijn er gemaakt, daarna hebben ze de boel weer dichtgenaaid. Met ijzerdraad."

Een paar dagen later belt Van 't Hek weer. "Ha, hier spreekt je favoriete hartpatiënt." Of ik naar een van zijn 'geheime' voorstellingen kom. "De afspraak is dat niemand erover twittert of facebookt. Pers is verboden, dus jij zit daar illegaal. En als het niet gaat, stop ik. Maar daar mag je dan niet over schrijven." Later sms't hij nog: "Als ik doodval, mag je wel schrijven!"

"Wat ben ik blij dat ik terug ben", zegt Youp als de ovatie in de stampvolle Leidse Schouwburg eindelijk is verstomd. Ook bij het slotnummer is hij emotioneel.

Niemand weet hoe laat het is, dus moeten we dansen en moeten we vrijen / moeten we lachen en drinken vol vuur.

Hij schreef het liedje al in 1989, maar de lading die het nu heeft, had het nog niet eerder. Achter de coulissen vraagt hij later aan iedereen die hem feliciteert met zijn optreden: "Ja, was het goed?" De grote cabaretier lijkt ineens een stukje kleiner.

De volgende dag stuurt hij een opgetogen sms: "Ik heb telefonisch met mijn dokter overlegd. Ik mag vanavond wéér!" Zo volgen er het halfjaar voorafgaand aan het interview meerdere uitnodigingen, zodat ik "zijn wederopstanding van nabij kan meemaken". "Hij is milder geworden", zeggen vaste bezoekers. "Lichter", zegt zijn vrouw Debby (Petter, voormalig NOS-nieuwslezeres), daarbij niet alleen doelend op de 10 kilo die hij na de operatie verloor. En hij is vaker moe. Daarom heeft zijn assistent een stretcher gekocht die naar elke voorstelling wordt meegezeuld. Net zoals zijn rode koffer, waarin aan de binnenkant van de klep foto's van zijn gezin en zijn vier jaar geleden overleden broer zijn geplakt. Zijn dood heeft er bij Van 't Hek flink ingehakt. Zijn broer was gedotterd (kleine hartingreep, red.) en twee weken later was hij dood. Hartstilstand.

Zes maanden na het eerste telefoontje. Youp van 't Hek doet de deur open van zijn enorme huis aan het Vondelpark, dat hij kocht omdat hij en zijn vrouw kleiner wilden wonen.

Is de angst om terug te vallen voorbij?

"Ja. Ik heb net weer een check gehad bij de dokter en alles gaat goed."

Geloof je dat nu ook? Kort na de operatie dacht je bij het minste of geringste dat het weer mis was. 'Een griepje bij Youp was een enorm drama', vertelde Debby.

"Ja, ik was toch huiverig dat er complicaties zouden komen of dat het uiteindelijk zou tegenvallen, datgene wat ik nog zou kunnen. Ik heb me de twee jaar voor mijn hartoperatie zo klote gevoeld." (Wijst) "Ik zat op een bepaald moment alleen nog maar te zitten, daar in de hoek van die bank."

Hoe was dat, die tijd voordat je uiteindelijk geopereerd werd?

"Ik was een soort waxinelichtje dat langzaam uitging. Ik werd steeds somberder omdat het niet beter ging. Het werd zelfs alsmaar slechter, terwijl de artsen niets konden vinden. Dan voel je je zo'n wachtkamerzeikerd. Ik was zó moe. Als ik uit een voorstelling kwam, moest ik gelijk mijn bed in. Als ik zat te lezen, vielen mijn ogen dicht. Ook als ik tv keek of in de cinema zat. Daar ga je niet vrolijker van denken. Ik ging denken: als het zo door moet...

Beeld Linda Stulic

"In Houten kreeg ik tijdens een voorstelling zulke pijnscheuten dat ik de voorstelling liggend heb gespeeld. Zeven weken later heb ik in Papendrecht het podium na tien minuten moeten verlaten. Ik zag groen en geel, lag in de kleedkamer te klappertanden en te transpireren. 'Is er een dokter in de zaal?', werd er gevraagd. Er waren er twee, nog mazzel dat ik altijd zo veel kakkers in mijn publiek heb. Weer werd ik onderzocht en weer vonden ze niks. Dus ik begon weer op te treden. Zwetend en puffend. Mijn geluidsman kon het niet langer aanzien en zei: 'Haal die man nú het podium af.' Toen dacht ik ook: het is inderdaad klaar. Ik ga af en het publiek gaat naar huis, en ik keer niet eerder terug voordat ik weet wat er met me aan de hand is."

Is het voor een artiest traumatisch om tijdens een voorstelling van het podium af te moeten?

"Ja, dat is vreselijk. Maar ik ben geen Anouk die een uitverkochte gigazaal moest afzeggen toen ze ziek was. Het gaat bij mij maar om een paar honderd mensen, dus ik moet niet zeuren."

Waarom mag je van jezelf niet zeuren? Volgens je vrouw ben je zo'n binnenvetter dat ze nauwelijks contact met je kreeg. Ze zei: 'Youp was angstig en neerslachtig, maar als ik vroeg wat hij voelde, zei hij: 'blub'.'

"Ik hou niet van zeuren. Ik voelde me belabberd, klaar. Maar Debby heeft er wel echt last van gehad, ja. Dan dook ik mijn bed in en bij alles wat ze zei, antwoordde ik: nee, hoeft niet. Nee, ik hoef geen eten. De trap is te hoog, de weg is te lang. Normaal ging ik even iets bij de Bijenkorf halen, nu lag de Bijenkorf voor mijn gevoel in Reykjavik. Elke ochtend had ik mijn manager Hans aan de lijn die vroeg hoe het ging. En elke keer was het antwoord: het gaat gewoon niet. Het gaat gewoon niet. Maar niemand wist hoe ze me konden helpen."

Klopt het dat je tijdens een van de onderzoeken in het ziekenhuis hebt geroepen dat als ze ontdekten wat je had, ze allemaal een nieuwe auto zouden krijgen?

"Ja, dat was ook een soort fatalistische humor. Ik beloofde de verpleging op de eerste hulp in Goes dat ze van mij allemaal een spiksplinternieuwe Mercedes zouden krijgen als ze die avond zouden vinden wat mij mankeerde. Daarop zei een meisje: 'Wij mogen geen cadeautjes aannemen.'"

Ook daar vonden ze weer niks.

"Nee. Ze zeiden eerlijk dat ze het niet wisten. Ik heb mijn arts voorgesteld weer van voren af aan met de onderzoeken te beginnen, maar ze zei dat ze eerst op vakantie ging en daarna met haar collega-artsen verder zou zoeken. Ik dacht: dat ga ik niet halen. Een vriend van mij had de naam genoemd van een dokter in het AMC die nooit opgeeft, dus die heb ik toen ten einde raad gebeld. Dan heb je mazzel dat je niet Jan de Boer uit Den Ham bent, ze trok anderhalf uur voor me uit."

De tranen biggelden tijdens dat gesprek over je wangen.

"Ja, ineens brak ik. Ik ben een optimistisch mannetje, maar dat optimisme hou je, zoals ik heb gemerkt, ongeveer anderhalf tot twee jaar vol. Deze vrouw stelde me allemaal vragen over eventuele ziektegeschiedenissen in mijn familie. Ze checkte mijn bloed, maakt een MRI-scan en kon óók niets vinden, maar ze stuurde me wel onmiddellijk door naar de cardioloog. Die ging me katheteriseren. En dat hadden ze eerder moeten doen, want dan zie je de kransslagaders en daar zat het probleem. Terwijl ik daar lag, hoorde ik: 'Jezus, ga eens wat naar links, jemig, en nu naar rechts. Allemachtig.' Steeds meer artsen werden erbij geroepen. Alles zat he-le-maal dicht. Vervolgens zei een arts: 'Als u er toestemming voor geeft, zou ik u graag zo spoedig mogelijk willen opereren.' Het was penibel. Ik ben door het oog van een heel dunne naald gekropen. Debby heeft er pas na vier dagen een persbericht over uitgestuurd, zo ongewis was de afloop."

Hoe was het om de dood in de ogen te kijken?

"Ik ben daar geen seconde mee bezig geweest. Als je doodgaat, ga je dood en dan is het klaar."

Voor iemand over wie altijd wordt gezegd dat angst voor de dood zijn belangrijkste thema is, ga je er in de praktijk nogal relaxed mee om.

"Ja, wat moet je? Ik moest geopereerd worden, punt. Ik was te ziek om met doodgaan bezig te zijn. Die doodsangst was op mijn 40ste ook wel ernstiger, trouwens. Ik ben nu 62 en kijk rustiger naar het leven. Maar toen ik uit het ziekenhuis vertrok, heb ik ze daar allemaal een fles champagne gegeven. Later ben ik met de allergrootste bos rozen naar die dokter in het AMC gegaan, 62 rozen, want ik ben 62. Plus een cd met de mooiste muziek en een bundel met de mooiste gedichten. 'U heeft mijn leven gered', zei ik. Ik realiseer me hoe onbedaarlijk veel mazzel ik heb gehad. Ik stond laatst met een vriendin te praten en toen ik vertelde dat ik zo, boem, geopereerd was, schoten bij haar de tranen in de ogen. Haar vader had op een wachtlijst gestaan en hij overleed voordat hij aan de beurt was."

Was je ergens blij dat er een duidelijke fysieke oorzaak was? Debby dacht vóór je operatie op een zeker moment dat je misschien een burn-out had of dat het tussen je oren zat, maar daar wilde je niet van horen.

"Ja, dat hebben er meer gezegd, maar daar krijg je mij niet mee plat. Dat gebeurt gewoon niet bij mij."

Waarom niet?

"Omdat ik mezelf te goed ken. Ik heb ook zweefvriendinnen die meteen roepen dat het waarschijnlijk psychosomatisch is. Die zijn daar de hele dag druk mee bezig, met dat gelul. Dat moeten ze vooral doen, succes, maar ik wist zeker dat het iets lichamelijks was."

In je verhalenbundel Hart, die binnenkort verschijnt, schrijf je: 'Tussen mijn oren is het al meer dan zestig jaar één groot danspaleis waarin niet gezeurd mag worden.' Dat klinkt best krampachtig.

"Dat is mijn instelling in dit bestaan. Ik woon in een van de mooiste huizen van de stad, ik heb het leukste leven dat er is, ik heb elke avond volle zalen. Als ik dan nog ga zeiken... Kijk, dat ze in Aleppo een beetje klagen, dat snap ik. Maar ik snap er niets van dat een heleboel mensen dat hier in Nederland doen. Over een overhangende tak van de buren, waar De Rijdende Rechter (Nederlands tv-programma op KRO-NCRV, red.) dan voor langs moet komen, over hun chef op het werk, er wordt wat afgezeken in het leven.

"Een heleboel mensen leiden een leven dat ze eigenlijk niet hadden willen leven. Doe dat niet, morgen ben je dood. Lééf, besta. Het is je eigen keuze met een takkewijf te trouwen of die veel te hoge hypotheek te nemen. Dus zeik er niet over. Natuurlijk heb ik makkelijk praten, bijvoorbeeld omdat ik leuk werk heb. Maar dat heb ik wel zelf gecreëerd. Leef je leven!"

Een vriendin van je, Eva, vertelde dat ze soms een beetje bang is met klein leed bij je aan te komen.

"Ja, haha, dat zeg ik dan ook meteen."

Je moet ook altijd lachen als zij in het weekend naar een verjaardagsfeestje moet. Jij piekert er niet over als je geen zin hebt.

"Komt ook door het woord 'moet'. En nee, ik ben daar niet goed in. Als ik met mijn broer afspreek, gaan we naar Ajax. Iets doen. Ik ben niet goed in kletsen. Dat zit in mijn karakter, ik kan erg goed alleen zijn."

Als kind had je een denkbeeldig vriendje, hoorde ik.

"Klopt. Mijn verklaring is dat ik de op een na jongste van acht kinderen was. Het begon toen ik vier was. Mijn jongste broer, Tom, was toen nog niet geboren, en al mijn oudere broers hadden vriendjes. Ik als enige niet. Dus op een dag begon ik over Willem. Willem had een paard. En toen dat normaal werd, verzon ik dat dat paard kon traplopen. Als ik op mijn autoped thuiskwam, zei ik bij het hek: 'Oké, doei!' En daar was dan niemand. Die Willem is een tijdje bij me gebleven. Hij zit nog wel eens naast me in de auto."

Is die neiging om in je hoofd te zitten iets waarmee je bent geboren?

"Ja, het zou kunnen. Mijn kinderen worden wel eens gek van mijn geestelijke afwezigheid. Dan zegt mijn dochter: 'Papa, ik heb je alles verteld!' Ja? Wanneer dan? Dat vind ik wel een slechte eigenschap van mezelf. Maar ik heb dat altijd gehad. Er is vroeger een filmpje van ons gezin gemaakt. Daarop zie je al mijn broers met elkaar spelen en dan gaat mijn vader met zijn cameraatje naar rechts en zie je daar een mannetje van drie helemaal alleen. En dat ben ik.

"Dat mannetje is absoluut niet ongelukkig. Hij vertelt verhaaltjes aan de zee. Ik kan ook met veel mensen aan tafel zitten of op feestjes staan en ondertussen volledig mijn eigen leven leiden. Ik heb een totaal eigen feestje. Het interesseert me vaak echt geen ruk waar mensen het over hebben. Voetbal, beslissingen van scheidsrechters, daar gaat het uitvoerig over, terwijl op hetzelfde moment een hulpkonvooi in Syrië wordt gebombardeerd. Ik kan dan erg mijn eigen gedachten hebben, ja. Dat heb ik ook als ik na afloop van mijn show met mensen sta te praten. In mijn hoofd ben ik vaak elders."

Toch geef je graag feestjes.

"Ja. Ik geef ontzettend graag feestjes."

Waar je vervolgens een beetje aan de zijlijn staat.

"Ja, ik ga dan niet als de gebraden haan in het midden zitten."

Waarom geef je die feestjes dan?

"Ik vind het gewoon leuk om de mensen met wie ik werk, te bedanken. Om het succes met hen te delen."

Je lijkt het sowieso leuk te vinden festiviteiten te organiseren. Je bent nog niet terug van vakantie of je plant de volgende al. De running gag in je gezin is dat je nu al druk bent met Pasen over twee jaar.

"Ja, ja, ja. Ik heb toevallig gisteravond nog naar een paar dingen zitten kijken die volgens mij leuk zijn om binnenkort met de familie te doen. Ik wil altijd ontzettend graag dóór. Niet omkijken, maar vooruit kijken, zin in leuke dingen."

Speelt het mee dat met al dat bedanken, organiseren en verrassen het buiten het podium over Youp blijft gaan?

"Nee, dat is het niet. Ik heb een stichting, Alle Beetjes, waarmee ik onder andere geld geef aan projecten in Afrika. Er werd op een gegeven moment een paviljoen van gebouwd waarop ze groot mijn naam wilden zetten. Dat wil ik dan juíst niet."

Ik moest eraan denken omdat je na een voorstelling zo om bevestiging vraagt. Eva verbaasde zich er ook over hoe erg je nog hunkert naar erkenning. 'Was het leuk? Was het goed?', vraag je alsmaar. Zelfs na zo'n feestje. Ook Debby noemt je een man die graag een aai over zijn bol krijgt.

"O, daar ben ik me niet van bewust. Ik zal erop letten. Ik vind het gewoon fijn als mensen het leuk hebben gevonden. Ik hoor ook graag wat ze minder vonden, hoor."

Toen je laatst in De Wereld Draait Door te gast was omdat je de VSCD Oeuvreprijs had gewonnen, zei collega-cabaretier Diederik van Vleuten ook dat je graag hoort dat je de beste bent.

"Dat zei hij, ja, dat ik dat graag hoor. Dat mocht-ie willen, dat is een mening van Diederik van Vleuten. Het is absoluut niet waar."

Cabaretschrijver Justus van Oel zei eerder over je: 'Youp heeft een dodelijke angst om gewoon te zijn. Dat is dat kleine kind dat dacht: ik krijg geen aandacht als ik niet bijzonder ben.'

"Ik kom uit een groot gezin waar iedereen aardig zijn mondje roerde. Ik heb die drang om op dat podium te staan gewoon altijd gehad. Op mijn 17de had ik mijn eigen cabaretje. Dat was vast heel slecht, er zaten bij mij heel lang heel weinig mensen in de zaal, en daarom ben ik nu zo blij met volle zalen."

Maar waar doe je het uiteindelijk voor? Waarom doe je je voorstellingen nog liever pijnscheuten trotserend en liggend op de grond, dan dat je het podium afstapt?

"Dat was natuurlijk raar, dat weet ik zelf ook wel. Maar waarom ik dat doe, tja, dat is de grote vraag. Ik weet het niet. Ik vind het gewoon leuk om met circus Youp langs de theaters te trekken en om mensen aan het lachen te maken, te ontroeren of op een andere gedachte te brengen. Daar doe ik het voor. Het is nu kwart over drie. Ik weet dat er op dit moment achthonderd mensen nu al plezier hebben van het kaartje. Die zeggen nu: 'Ik moet wat eerder weg vandaag, want ik ga vanavond naar Youp van 't Hek.' En om vijf voor tien hoop ik dat ze zeggen: dat was een leuke avond."

In Hart schrijf je: 'Er moest gelachen worden. Hard gelachen. Daarvoor heeft God mij namelijk op de wereld gezet. Maar in de kleedkamer zat een droeve, vermoeide clown, die zich telkens het podium op moest hijsen.' Een clown. Je vindt kennelijk niet dat je als jezelf op het podium moet staan?

"Het is een mengeling. Het is een groot deel wat ik zelf ben of probeer te zijn, en er zit een groot deel zelfspot in. Ik ben zelf ook die enorme lul die af en toe door de IKEA sjouwt. Ik ben geen heilige. Integendeel."

'Mijn vrouw en ik kennen elkaar veertig jaar en laten we eerlijk zijn: als je zo lang bij elkaar bent, slaat het neuken nergens meer op', vertelde je je publiek. En: 'Als je dan zo veel van elkaar houdt, gun je diegene na zoveel jaar toch ook wel eens iemand anders.' Toch deed je er krampachtig over toen uitkwam dat je een affaire had gehad. Je loog er zelfs over in de media.

Beeld Linda Stulic

"Ik had er gewoon geen zin in om wat zich hier thuis afspeelt, te delen met mensen die door de heg keken."

Waarom heb je daar zoveel moeite mee?

(Stilte) "Wel, misschien ook omdat het hier in de familie een vervelende tijd was. Debby en ik zijn even uit elkaar geweest, het was voor iedereen een ingewikkelde tijd. Ik wilde dat alles zo snel mogelijk weer gewoon werd. Dan heb je geen zin dat met half Nederland te delen en zeker niet met die debiele roddeljournalisten."

Op zich paste het bij het geluid dat je op het podium wil laten horen: jongens, gooi die luiken open, leef niet zo krampachtig. Zulke dingen gebeuren.

"Ja, dat is ook een mooi geluid en daar sta ik achter, maar ik had geen zin in die ranzige blaadjes. Ze stonden hier achter de heg met die camera's. Dat is een wereld waar ik een bloedhekel aan heb. Een privéleven moet iedereen leiden zoals die dat zelf wil. Daar knok ik echt voor. Ik heb 25 jaar geleden eens enorme ruzie gehad met een van die roddelfotografen. Ik was op een feestje en opeens was ik mijn dochter kwijt. Ik vond haar terug op een tafel waar zo'n kerel haar stond te fotograferen. Anna was drie. Later stond die foto in zo'n blad. Met erboven: 'Mijn papa is beroemd.' Daar stond ze met een colaatje, dat had ze van die lul gehad. We hebben ook in het ziekenhuis de boel dichtgetimmerd. Er kwam niemand bij."

Liggen ze daar dan in de bosjes?

"Er heeft een rare idioot bij de balie gestaan die erachter probeerde te komen op welke afdeling ik lag. Wat ik ook wonderlijk vond, was dat toen ik vanwege mijn hart in allerijl naar het ziekenhuis werd gebracht, journalisten mij gingen bellen. Allerlei redacties vroegen of ik live in de uitzending verslag wilde doen. Wat een gestoorde idioten. Van een rioolkrant begrijp ik zoiets, die weten niet beter, maar dat de publieke omroep nu ook al zo denkt, vind ik ziek. Blijkbaar is iedereen eraan gewend dat bekende Nederlanders over alles willen praten, van de nieuwe borsten die ze hebben tot hun schaamlippen die ze hebben laten bijkleien."

Als je zo'n behoefte hebt aan erkenning en een aai over je bol, is die affaire dan een vervelende smet om met je mee te dragen?

"Nee. Ik leid hetzelfde leven dat iedereen leidt, met dezelfde verlokkingen en dingen die gebeuren. Maar ik ben niet zoals al die mensen die een kind krijgen en zelf de foto naar de redactie sturen. Dat moeten ze lekker zelf weten, maar dan moet je niet zeuren daarna. Ik heb de roddelpers altijd geweigerd. Ik heb op eigen kracht mijn zaaltjes vol gekregen."

Dan is het tijd om te gaan, op naar weer een vol zaaltje. Van 't Hek wordt opgehaald door een jonge knul die hem rondrijdt. 'We hebben het altijd heel gezellig, hè?', zegt hij tegen de jongen. De jongen knikt van ja. "Dan lees ik hem het juryrapport van de oeuvreprijs voor", zegt Van 't Hek. Ik vraag hem of hij dat leuk vindt. De jongen kijkt vertwijfeld. "Eh, nee." "Maar hij moet goed opletten", zegt Youp van 't Hek. "Want daarna ga ik hem overhoren."

Youp van 't Hek speelt op 3 en 4 januari in de Stadsschouwburg in Brugge en op 23 en 24 mei in de Arenbergschouwburg in Antwerpen

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234