Dinsdag 11/08/2020

'Circus kan best gelaagd zijn'

Het Vlaamse circus zit in de lift, maar tot een artistieke doorbraak wil het maar niet komen. Sleuren liefdevol aan de kar: circusartiest Alexander Vantournhout en dramaturg Bauke Lievens, die met de voorstelling Raphaël een gooi doen naar een meer intellectueel uitdagend circus. Evelyne Coussens

Er beweegt wat in de circuswereld. De inzet van de heftige debatten is de 'ware' aard van het genre. Moet circus 'zichzelf' blijven, een entertaining art met een focus op fysiek spektakel? Of moet het een intellectuele high art worden? En kan dat wel, in een kunstvorm die het moet hebben van virtuoze trucs?

Op die laatste vraag kwam in 2015 alvast een antwoord met de voorstelling Aneckxander, die de spanning van circus verenigde met de intellectuele diepgang van dans. Getekend: Bauke Lievens en Alexander Vantournhout, de laatste met een diploma op zak van circushogeschool ESAC én van P.A.R.T.S..

Aneckxander was een succes, zowel in circus- als in dansmiddens, maar voor de rest lijken die werelden ver uiteen te liggen. Voel je dat je een andere 'status' hebt als circusartiest dan als danser, Alexander?

Alexander Vantournhout: "Ik voel dat in sommige kringen wordt neergekeken op virtuositeit. Ik begrijp ergens wel hoe dat komt, want een circusartiest is een ambachtsman, terwijl een danser ook reflexief wordt opgeleid. In de praktijk van de circustruc is er geen ruimte voor reflectie: een salto vraagt zoveel concentratie dat je tezelfdertijd niet kunt bezig zijn met betekenis, terwijl je als danser met een minimalistisch gebaar tien dingen kunt uitdrukken. Maar dat betekent niet dat een circusvoorstelling niet intellectueel uitdagend kan zijn. Je kunt circusmateriaal zo bewerken dat er een gelaagde inhoud ontstaat. Ach, ik vind die underdogpositie wel oké. 'Circusartiest' is een goede geuzennaam." (lacht)

Je definieerde circus ooit als 'de strijd van een mens met een object'. In Raphaël worstel je niet met een rad of trapeze, maar met een lichaam van 70 kilo dat als 'object' dient.

Vantournhout: "Raphaël is een solo met twee. Grote struggle was de vraag of je een levend lichaam kon behandelen als een lijk. Dat bleek niet gemakkelijk: zelfs al is Raphaël (performer Raphaël Billet, EC) totaal passief, dan nog zie je geen object, maar een mens die niet reageert."

Bauke Lievens: "Van zodra je twee mensen op scène hebt sluipt er een psychologische dimensie in de interactie, ook al gedraagt de tweede zich als een dood lichaam."

Dat manipuleren van een lichaam geeft de verhouding een kinky kantje.

Vantournhout: "Absoluut. Het is meteen ook de reden dat er twee mannelijke performers zijn. We hebben het geprobeerd met een danseres, maar je krijgt vanzelf een clichématige rolverdeling met seksuele connotaties - dat was niet interessant."

Lievens: "Toch is de verhouding tussen de twee lichamen subtieler dan je zou denken. Raphaël houdt voortdurend zijn ogen open, dus zijn passiviteit is een keuze. Daardoor kan je je ook afvragen wie er eigenlijk in charge is: Alexander, die met Raphaël kan doen wat hij wilt, of Raphaël, die weigert te doen wat Alexander verlangt. Niet reageren is een sterke vorm van verzet."

Vantournhout: 'Terwijl Raphaël heftige dingen ondergaat. Hij wordt van links naar rechts gezwierd, ik steek op een gegeven moment een fles water in zijn mond, op zo'n manier dat iemand tijdens een try-out dacht aan waterboarding. Er was een dokter in de zaal die hulp wilde bieden. (glimlacht) We proberen het bewust zo ver te drijven dat de toeschouwer het gevoel krijgt dat hij moet tussenkomen."

Lievens: "Daarin schuilt een maatschappelijke vraag. Stel je voor dat op straat een zwakke persoon geslagen wordt door een sterke - grijp je dan in? Maar wat dan als iemand er in bed naar verlangt om geslagen te worden? Hoe ver gaat de autonomie van het individu en waar begint de verantwoordelijkheid van het collectief?"

Jullie gelden als schoolvoorbeeld van het nieuwe, artistieke circus. Intussen is daar in Vlaanderen al enkele jaren sprake van, maar de evolutie gaat traag. Hoe komt dat?

Vantournhout: "Ik zie verschillende redenen. Toen ik als jonge gast in de culturele centra ging kijken, zag je daar enkel circusvoorstellingen voor kinderen. Vlaanderen is heel traag geweest in het aanvaarden van circus, magie en poppentheater als een 'volwassen' kunstvorm. Dat heeft enerzijds te maken met een behoudsgezinde reflex van de programmatoren maar ook met de langzame verschuiving van het denken in high en low art. Pas toen die categorieën de laatste decennia door elkaar zijn gaan vloeien, is het circus mee gaan schuiven."

Lievens: "Het heeft ook te maken met de sector zelf. Veel circusartiesten zijn tegelijk auteur en uitvoerder van hun eigen werk, zonder dat er een regisseur of dramaturg aan te pas komt. Je voelt bij veel circusartiesten toch een weerstand om bezig te zijn met reflectie."

Vantournhout: "Het is ook niet simpel, hé. In de eerste plaats moet je je fysieke skills onderhouden en dat vergt al behoorlijk veel. Daarnaast wordt er dan ook nog eens van je verwacht dat je theater speelt, reflecteert en bezig bent met techniek en publieksopstelling. Dat is veel gevraagd van één mens. Ik besef nu meer dan ooit hoe polyvalent je moet zijn als circusartiest, als je tenminste een voorstelling wilt maken die ook echt iets te vertellen heeft."

Raphaël, van 9/2 tot 11/2 om in kc nOna, Mechelen, daarna op tournee. www.nona.be.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234