Zaterdag 19/10/2019

Cineastes Fien Troch, Patrice Toye en Dorothée Van den Berghe hebben net hun tweede film af

Fien Troch (30):

Soms denk ik dat het leven gemakkelijker is als je vol bent van jezelf

Patrice Toye (41):

Ik wil geen vakman zijn, dat stinkt te vaak

Dorothée Van Den Berghe (40):

Filmmaker, dat klinkt nog sympathiek. Maar regisseur?

Vrouwelijke cineasten, ooit waren ze schaars goed in Vlaanderen. Maar zie nu: de komende maanden brengen zowel Patrice Toye ((N)iemand), Fien Troch (The Unspoken) als Dorothée Van den Berghe (My Queen Karo) hun tweede langspeelfilm in onze bioscoopzalen. Maar kunnen drie vrouwen die elk hun tweede filmkind hebben gebaard wel samen rond één tafel? Hun antwoord: 'Zouden jullie dezelfde vraag aan een man stellen?' Een gesprek over dat o zo ondefinieerbare vrouwelijke oog, vallende heupen en zware megadips.

Door Cathérine Ongenae en Jan Temmerman

Foto Tim Dirven

Ze komen samen binnengedwarreld op de plaats van afspraak, het Brusselse schaakcafé Greenwich. Als drie gratiën die niet van plan lijken zich door het oordeel van Paris of wie dan ook uit hun vrouwelijke lood te laten slaan. Tijdens het interview zal snel blijken dat zij, naast die tweede film, nog veel meer gemeen hebben. Alledrie zetten ze tussen hun eerste en tweede film ook kinderen op de wereld. Ze zijn collega-docenten op de filmschool Sint-Lukas. Ze vertellen elkaar amoureuze anekdotes die niet voor publicatie bestemd zijn en ja, ze vinden het leuk om naar elkaars films te kijken.

Tien jaar geleden was Patrice Toye de eerste Vlaamse cineaste die met Rosie een langspeelfilm had gemaakt. Vandaag zitten we hier met drie vrouwen die elk hun tweede film klaar hebben. Er is blijkbaar een en ander veranderd?

Patrice Toye: "Ik vond het verbazingwekkend dat ik de eerste was. Het is niet oké dat het zo lang moest duren. Niet dat ik daarvoor op de barricaden ging staan, maar toch. Tijdens het draaien van Rosie voelde ik wel dat het niet vanzelfsprekend was dat een vrouw als baas op de set stond, in plaats van als scriptgirl of assistent. Ik werd in het oog gehouden. Een aantal leden van de crew vroeg zich af hoelang ik het zou volhouden. Men verwachtte dat ik een appelflauwte of zo zou krijgen. Maar toen duidelijk werd dat er iets moois werd gemaakt, verdween die achterdocht. Intussen is dat klimaat volledig veranderd."

Fien Troch: "Ik heb dat vrouw-zijn nooit ervaren als een issue, al voelde ook ik tijdens het draaien van Een ander zijn geluk dat de groep een afwachtende houding aannam. Omdat ik nog zo jong was, dacht ik. Ik zag het niet als een reactie op het feit dat ik een meisje was. Allicht was het de combinatie van de twee."

Dorothée Van den Berghe: "Op een filmset verwachten mensen dat je een duidelijk doel voor ogen hebt en daar recht op afgaat. Terwijl ik eerder zoekend communiceer met de ploeg, om samen ergens te geraken. Die nuance is voor mij een belangrijk deel van het proces. Maar die vrouwelijkere manier van leiding geven kwam op de groep over alsof ik niet wist wat ik wilde vertellen."

Patrice: "Wij gedragen ons niet als koningen op een set."

Dorothée: "De hiërarchie van een filmploeg is militaristisch. Van de regisseur wordt verwacht dat hij of zij de generaal is. Als je die legerstructuur niet aanhoudt, dan heerst er chaos onder de troepen. Maar als je een manier vindt om al die mensen te betrekken in dat zoekproces, dan wordt het een fantastische ervaring."

Fien: "Als vrouw krijg je waarschijnlijk ook meer kritiek dan een man. We zijn nu bijvoorbeeld aan het uitleggen hoe wij werken, terwijl die vraag nooit aan een man wordt gesteld."

Het is inderdaad dubbel. Alsof drie vrouwen een curiosum zijn.

Dorothée: "Wij noemen het drie voor de prijs van één. (lacht)"

Patrice: "We vroegen het ons net nog af. Zouden jullie Jan Verheyen, Erik Van Looy en Frank Van Passel uitnodigen voor een gezamenlijk interview? Maar ik ben wel blij dat we hier samenzitten. (lacht)"

Kijkt het vrouwelijke cineastenoog anders?

Patrice: "Tuurlijk. Ik voel meteen dat The Unspoken en Meisje door een vrouw zijn gemaakt. Aan de details, de sensibiliteit."

Dorothée: "Vrouwen filmen veel zintuiglijker. In La Ciénaga van Lucrecia Martel zit amper een verhaal, maar soms gaat de camera naar een detail, waardoor je het begrijpt. Dat is voor mij de andere blik."

Fien: "Ik weet niet of iets specifiek vrouwelijk of mannelijk gefilmd kan worden."

Patrice: "Jawel. Kijk naar de films van Jane Campion, zoals The Piano of The Portrait of a Lady. Hoe zij dat dichtsnoeren van die corsetten filmt."

Fien: "Is dat niet omdat dit een vrouwelijk onderwerp is? Vertellen we niet makkelijker iets over vrouwen omdat we ons beter kunnen inbeelden hoe die denken?"

Patrice: "Een man zou daar nooit bij stilstaan. Die verleidingsscène in The Piano! Dat is toch de hand van een vrouw?"

Fien: "Volgens mij kan een heel gevoelige man dat ook zo filmen."

Dorothée: "Ik geloof dat het verschil wordt bepaald door onze fysiek. Een vrouw baart kinderen, staat sowieso dichter bij het dagelijkse. Dat soort leven weerspiegelt zich in vrouwelijke films. Als ik naar mijn zoontje kijk, die grijpt alleen maar naar auto's. Terwijl hij van mij ook popjes kreeg om mee te spelen."

Wanneer wisten jullie: dit wil ik voor de rest van mijn leven doen?

Patrice: "Ik was nog heel jong, 17. Ik zag op tv een interview met regisseur Elia Kazan en die zei: 'Ik zeg het niet graag, ik toon het veel liever. Door middel van schriftuur, van schilderijen, van muziek, ik kan geen van allen missen. Daarom maak ik cinema.' Hij zei alles wat ik wilde horen. Ook ik wilde mensen iets tonen. Ik ben er heel gevoelsmatig en impulsief aan begonnen. Tot Rosie zoveel teweegbracht. Toen wist ik het niet meer. Ik had alleen mijn hart gevolgd, maar wat betekende dat precies? Men blijft me nu vragen waarom het tien jaar heeft geduurd voordat die volgende film er was. Ik heb me voorgenomen om daar een sterk verhaal bij te verzinnen. Dat ik in de gevangenis heb gezeten, in de prostitutie of in rehab. (lacht) Terwijl het antwoord banaal is: ik had faalangst. En ik heb intussen twee kinderen op de wereld gezet, wat ook heel belangrijk is. Maria is acht en Roxy zeven."

Dorothée: "Ik ben nooit opgestaan met een roeping. Ik heb eerst beeldhouwen gestudeerd, ben al zwabberend bij film beland. Op een gegeven moment was ik al maanden bezig met het boetseren van een vrouw. Het levende model had nogal zware heupen en ik mat die naar waarheid met een passer. Maar het lag me niet en het schoot ook niet op. Tot op een dag die heupen gewoon van mijn beeld vielen. Een catastrofe! Toen dacht ik: 'Dit is een teken. Dit is niets voor mij, die beelden staan stil. Ik wil bewegende beelden.' Ik teken graag, ik schrijf graag, maar ik kan geen van beide goed genoeg om daar op zich iets mee te doen. In film kan ik die facetten allemaal wel kwijt. Het vakmanschap op de set, het communiceren met mensen, dan weer eenzaam schrijven, of bricoleren met beeldfragmenten. Dat maakt film voor mij spannend."

Fien: "Ik wist het na Wooww, mijn tweede kortfilm op school. Terwijl ik voor mijn eerste kortfilm niet sliep, onzeker was en niet wist wat ik aan het doen was, merkte ik bij Wooww dat ik er, ondanks alle turbulenties, van kon genieten. Toen besefte ik hoe fantastisch het zou zijn mocht ik dit mijn hele leven kunnen doen.

"Ik herinner me dat mijn vader mij, tijdens een periode van wachten op subsidies, zei dat hij er spijt van had dat hij me ooit kennis had laten maken met film. Ik begreep dat niet. Ja, er zijn deprimerende momenten, maar zelfs dan stel ik mijn keuze niet in vraag. Zelfs niet tijdens de zwaarste megadips. Ik geniet van het hele proces. Het schrijven, het filmen, de postproductie... En als de film af is, denk ik al aan de volgende. Het eindigt nooit."

Wat moeten we ons voorstellen bij megadips?

Fien: "Momenten dat je er even je buik van vol hebt. Toen ik uitgenodigd werd voor mijn allereerste festival dacht ik: 'Nu gaan we iets meemaken, ik sta op een festival.' En dan merk je dat je één van de duizend kortfilms bent en dat iedereen hetzelfde denkt. Niet dat me dat ongelukkig maakte, maar het plotse besef dat niemand op je zit te wachten, komt wel hard aan. Als wij geen films maken, dan doet iemand anders het wel. Op zo'n moment vraag je je af waarmee je bezig bent."

Patrice: "Ik heb dat soms omdat ik er niet in slaag me af te schermen voor negatieve invloeden. Ik absorbeer alles. Waarna ik alles plat relativeer. Wie denk ik wel dat ik ben? Zou ik niet beter iets nuttigs doen, zoals Artsen Zonder Grenzen?"

Fien: "Dat is voor mij dan ook het enige waardevolle alternatief."

Patrice: "Het begint al bij het schrijven. Dat eerste teken op dat witte blad. Nee, eerst opruimen. Ik wacht nog wat, want dan wordt het beter. Dan draai je rondjes in je hoofd. En het enige wat je dan denkt, is: 'Die anderen, die dóén dat gewoon'."

Fien: "Of ik denk: 'Zou ik niet eerst naar de kapper gaan, want ik zie er niet uit.' Om terug in het cliché te vervallen: mannen hebben daar volgens mij geen last van."

Van een gezonde dosis zelfkritiek werd niemand slechter.

Fien: "Dat is waar. Maar het maakt het leven er niet makkelijker op. Ik leer die momenten wel herkennen. Toen ik jonger was, verging de wereld als ik een dip had. Nu weet ik dat daar iets moois uitkomt."

Patrice: "We hebben alledrie diep gezeten, maar het leert je de mooie momenten te waarderen. Aan deze tafel zitten geen grote ego's."

Fien: "Soms denk ik dat het leven makkelijker is als je vol bent van jezelf. Al weet ik niet of die zelfverzekerde mensen ook echt zo zijn."

Patrice: "Ik moet altijd lachen met de schattige arrogantie van de studentjes op Sint-Lukas. Omdat ik weet: zo was ik ook."

Dorothée: "Je móét denken dat je iets te vertellen hebt. Anders begin je er niet aan."

Fien: "Het moeilijkste aan dit beroep is dat je altijd de kracht uit jezelf moet halen. Je moet voortdurend tegen jezelf zeggen dat je goed bent. Vermoeiend..."

Wanneer durfden jullie voor het eerst te zeggen: ik ben regisseur?

Dorothée: "Ik zei al heel snel dat ik filmmaker was. Dat leek me sympathiek. Maar regisseur?"

Fien: "Regisseur klinkt onwaarschijnlijk dominant. Met filmregisseur kan ik leven, dat klinkt zachter. Maar ik vind het moeilijk om te zeggen wat ik doe. In een gezelschap keert het gesprek zich dan naar mij. En als ik dan vraag wat de anderen doen, verontschuldigen ze zich bijna omdat ze voor een bank werken. Toen ik mijn kind ging inschrijven in de kribbe vroeg men wat mijn beroep was. Ik heb toen gezegd dat ik docente was. Dat staat deftiger."

Patrice: "Dat doe ik ook! Dan stelt men bij de paspoortcontrole in Amerika geen rare vragen. Ook aan de politie zeg ik dat mijn beroep lerares is. Dat klinkt verantwoordelijker. Anders denken ze meteen dat ik iemand ben met een hoek af."

Jullie zijn moeders. Een zegen of een vloek voor jullie werk?

Fien: "Mijn zoontje Joaquin is nog maar zes maanden oud, en ik heb The Unspoken gedraaid toen ik dik zwanger was en dat bleek een zegen. Ik werd verwend. Bij het minste kuchje stond er iemand klaar met een glas water. En ik kreeg altijd een stoel aangeboden. Nu ben ik thuis rustig aan het schrijven, daar zie ik nog geen ingrijpende veranderingen."

Dorothée: "Sinds ik moeder ben, heb ik meer maturiteit op de set. Ten tijde van Meisje was ik sneller van mijn stuk te brengen. Ik ga nu om zes uur naar huis. Om met Yaro te spelen. Zo'n anderhalf jaar oud kind doet je relativeren."

Patrice: "Dat ik een schakel ben, een mama die zaken doorgeeft aan haar kinderen, heeft me bewuster gemaakt. Ik denk dat ik nu ook beter begrijp waarom ik doe wat ik doe. Omdat ik de zin van het leven probeer te zoeken door het vertellen van verhalen. Al kon ik mijn kinderen bij momenten achter het behang plakken als ze weer aandacht vroegen terwijl ik wilde werken. Ze zijn een les in nederigheid. Kan hen het schelen dat je een belangrijk telefonisch interview hebt. Zij lachen daar eens mee. En ze hebben gelijk. Straks sta je toch weer chocomelkjes te maken."

Inspireren jullie kinderen jullie?

Patrice: "Onwaarschijnlijk! Mijn oudste dochter wil schrijfster worden. Elke avond schrijft ze een hoofdstuk van een boek met waanzinnige verhalen over een baby-alien die in de kribbe andere baby's vermoordt. Maar niemand wil geloven dat hij dat doet omdat hij zo'n mooie baby is! Ze heeft ook een verhaal over een olifant die bevriend is met een zandkorrel. Het is een hele mooie vriendschap, al is het jammer dat de zandkorrel niet kan praten. Op een dag komen ze in de woestijn en de olifant verliest zijn zandkorrel uit het oog. Hoe hard hij ook roept, de zandkorrel antwoordt niet. Vind je dat nu niet mooi? Ik kan niet wachten tot ik met haar kinderboeken kan schrijven. Kinderen denken heel beeldend. Daarom wil ik ooit een goede kinderfilm of -serie maken."

Een ander gemeenschappelijk punt: jullie schrijven jullie eigen scenario's. Hoe belangrijk is dat auteurschap?

Fien: "Voor mij is het geen noodzaak om mijn eigen scenario te schrijven. Ik doe dat graag, maar als ik morgen iemand tegenkom om mee samen te werken... Al blijft dat de grote vraag. Ik ben moeilijk in het samen ontwikkelen van een idee."

Dorothée: "Het hoeft niet doorwrocht uit mij te komen. Bijna liever niet, zelfs. Ik zou niets liever willen dan de wereld van iemand anders in beeld brengen. Ik wacht daarop. Onlangs heb ik Kroeskop gemaakt, een kortfilm die door iemand anders was geschreven. Een verrijking."

Patrice: "Ik wil graag mijn eigen ding doen, maar ik zoek ook andere scenario's. Op je eentje in die kamer zitten schrijven, daar heb ik het moeilijk mee. Het is als pingpongen met jezelf. De bal komt terug zoals je hem hebt geslagen, uit verwachte hoek. Met iemand anders werken opent deuren die je voor jezelf had dichtgemetseld. Je verlegt je grenzen. Alleen moet die ander wel een zielsverwant zijn, je moet samen naar het hogere kunnen reiken. Als het ego in de weg zit, wordt het moeilijk."

Jullie maken auteursfilms, geen kaskrakers. De vrouwelijke Erik Van Looy of Jan Verheyen is nog niet opgestaan. Zitten jullie daarop te wachten?

Fien: "Ik ben niet vies van mainstream, want daar zitten onwaarschijnlijk mooie films tussen. Feit is dat wij niet bewust aan tafel zitten met het idee om weer eens een persoonlijke, donkere, intimistische, kleine film te maken. Ik begin gewoon te schrijven. Ik kan niet eens denken: het publiek gaat dit niet leuk vinden, ik ga dit anders doen. Dat is niet om artistiek te doen of uit onwil, dat is zo. Voor mijn part maak ik morgen iets zeer toegankelijks. Maar dat zal alleen gebeuren als ik iets schrijf dat toevallig toegankelijk blijkt."

Dorothée: "Ik ben niet tegen genres. Voor Ang Lee heb ik bijvoorbeeld veel respect. Hij kan zowel The Ice Storm maken als Sense and Sensibility als Brokeback Mountain. Alleen al omwille van het vakmanschap zou ik het fantastisch vinden om een genrefilm te maken. Al is het perfect mogelijk dat de kogels dan bij mij van de verkeerde kant komen. (lacht)"

Patrice: "Wat het tot een zeer interessante whodunit zou maken!"

Fien: "Het zou weer een arthousefilm worden, omdat niets klopt. (hilariteit)"

Dorothée: "En allicht zou ik zelfs daarin mijn eigen verhaal zoeken."

Wie zegt dat er niets persoonlijks van Bart De Pauw en Erik Van Looy in Loft zit?

Dorothée: "Dat mag je inderdaad niet onderschatten."

Fien: "Met scenario van Loft kun je ook een ander soort film maken, alleen al door het visueel anders aan te pakken. Films worden heel snel gecatalogeerd onder commercieel of arthouse. Indien ik mijn film in de visuele stijl van Loft had gedraaid, zou dat dan plots een box office-hit zijn? Dat weet je niet."

Patrice: "Ik wil zeker geen vakman worden. Perfectie boeit me niet, het stinkt te vaak. Een verhaal in een format draaien is een keuze. En iedereen is vrij om die keuze te maken. Maar ik ga dat zelf niet doen. Wij bieden een heel mooi alternatief op de Loften en Lossen van deze wereld."

Is er een universeel thema dat telkens terugkeert in jullie films?

Patrice: "Bij mij is dat zoeken naar kwetsbaarheid en scheurtjes in de dingen. Dat fascineert me. Ik wil er blijven voor vechten dat die er mogen zijn."

Fien: "Na twee films kan ik concluderen dat communicatie tussen mensen, of juist het gebrek eraan, een weerkerend thema is. Maar dat is niets waarvan ik bewust vertrek. Dat komt er gewoon uit."

Dorothée: "De verschillende standpunten tussen generaties. Ouders en kinderen, en hoe die op een andere manier naar dezelfde realiteit kijken. Ik betrap mezelf erop dat ik daar altijd op uitkom. Als ik ooit een scenario van iemand anders zou verfilmen, vrees ik dat ik toch opnieuw net dát verhaal eruit zou halen. Zelfs al zou het om een chickflick gaan."

Volgen jullie elkaar professioneel?

Patrice: "Wij zijn collega's op school, dus we zien en bellen elkaar wel vaak."

Dorothée: "Vanaf nu wordt een hele filmgeneratie door ons opgevoed. Dat is pas miserie. (lacht)"

Patrice: "Ik doe dat heel graag. Die studenten maken ons ook wakker. En het is een manier om onafhankelijk te blijven. Anders ben je, om als regisseur te overleven, verplicht om commercials te draaien. Je kunt daar veel van leren, maar je kunt er ook de vlooien van krijgen. Sorry dat ik het zo zeg, maar dat gebeurt."

Fien: "Ik heb niets tegen het draaien van reclamespotjes. Het blijft filmen, het blijft leuk. En het is goed voor je vakmanschap. Minder leuk is dat je geacht wordt een product te verkopen."

Patrice: "Ik doe het wel eens, uit noodzaak. Ik geef mezelf dan de hele foute naam van dik betaalde hoer. Het is aangenaam als het niet te lang duurt. En om eerlijk te zijn: ik ben ook bang voor het vele geld. Je kunt er makkelijk verslaafd aan geraken. Echt waar: ik heb er velen zien gaan, en die komen nooit meer terug."

Zijn jullie behalve collega's ook concurrenten?

Patrice: "We hebben niet het gevoel dat we concurrenten zijn. Ook al zitten we in hetzelfde vaarwater, het water is breed. We zijn allemaal anders. Het is leuk om naar elkaars films te kijken."

Dorothée: "We hebben wel iets aan elkaar. Ik herinner me dat zowel Patrice als ik een moeilijk moment hadden toen ik met My Queen Karo bezig was en zij met (N)iemand."

Patrice: "Die tweede film is vaak moeilijk. Dan zaten we daar samen, buiten. Even naar elkaar kijken: 'Is het nog niet gelukt?' 'Neen.' Dan zeg je alles door niets te zeggen. Dat is fijn."

Dorothée: "Er worden hier zo weinig auteursfilms gemaakt dat je je wel eens afvraagt waar je mee bezig bent. Je moet je vaak verantwoorden, en dat maakt het eenzaam. Als ik dan de film van Patrice zie, voel ik me gesterkt in die keuze."

Fien: "Ik kan me voorstellen dat ik in de toekomst ook wel raad ga vragen over hoe zij zich organiseerden met de kinderen als ze moesten draaien. Maar wat ons professioneel bindt, is eerder onze filmstijl dan het feit dat we toevallig drie vrouwen zijn. Ik kan net zo goed mijn hart uitstorten bij een mannelijke regisseur."

Jullie films worden geselecteerd en halen prijzen op buitenlandse festivals. Hoe belangrijk is dat?

In koor: "Heel belangrijk!"

Patrice: "Alleen al voor het Vlaams Audiovisueel Fonds. Als je het niet moet hebben van 500.000 bezoekers moet je je op een andere manier bewijzen. Loft is heel belangrijk. Hier, en hopelijk ook in het buitenland. Maar wij zijn dat ook. Het is hard werken, afzien, jezelf binnenstebuiten draaien. Als je voelt dat je toch iemand bent op die internationale filmmarkt, doet dat deugd.

"Je moet een bestaansreden hebben. Als ik niet op de festivals was geraakt, dan was ik wel dik de sacoche geweest, daar ben ik zeker van. Niemand zit op ons te wachten. Er is genoeg en alles is al verteld. Het enige wat telt, is dat je met hart en ziel vertelt wat jij ziet, op een manier zoals nog nooit iemand het gezien heeft. Je hebt mensen die puur voor het succes gaan, maar zo zit ik niet in elkaar. Hopelijk is succes een fijn neveneffect, maar het belangrijkste is het vertellen zelf en daar met een aantal mensen samen toe komen."

Toeval of niet, maar jullie partners zijn ook actief in het filmvak. Meer zelfs, jullie werken meestal samen aan jullie films.

Dorothée: "Ik heb Patrice nagedaan. Ik dacht: 'Zij is met een cameraman. Tiens, dat werkt goed. Ik ga dat ook doen.' (hilariteit) Ik zei daarnet dat het - althans in mijn hoofd - geen voordeel is om altijd je eigen onderwerpen te verfilmen. Wel, in mijn hoofd zeg ik ook dat het geen voordeel is om met je eigen man te werken. Strikt genomen ben ik daar zelfs tegen. Maar in de praktijk doe ik het omgekeerde, want ik draai altijd mijn eigen onderwerpen en ik werk met mijn eigen man. Ik denk dat daaruit wel blijkt dat film echt een deel van mijn... Van ons leven is. En dat het daardoor ook komt dat er zo'n intieme band is."

Patrice: "Bij mijn kortfilms en bij mijn eerste bioscoopfilm ging de samenwerking fantastisch. Zo goed zelfs dat we het er niet meer over hadden. Maar bij (N)iemand zijn we op relationeel vlak toch over een hobbeltje gegaan, dat bij momenten een berg leek. Niemand heeft dat gemerkt, maar het was moeilijk. Als je al lang met iemand bent, vind je bepaalde dingen zo vanzelfsprekend en ben je zo zeker dat je op dezelfde golflengte zit. We hadden uiteindelijk altijd dezelfde mening. Maar in die twintig jaar dat we samen zijn, zijn we allebei veranderd en we hadden dat eigenlijk niet in de gaten. Maar dan ontdek je elkaar opnieuw."

Fien: "Ik heb lang gedacht dat het misschien beter was om een relatie te hebben met iemand die niets met film te maken heeft. Maar voorlopig is mijn conclusie dat het toch minstens iemand moet zijn die van film houdt. Ik denk niet dat ik zou kunnen leven met iemand die niet weet wat het betekent om 24 uur per dag met film bezig te zijn?"

Dorothée: "Ik denk dat we ons soms zo onzeker voelen dat het toch wel heel belangrijk is dat je één persoon hebt die je helemaal kunt vertrouwen. Of één iemand tegen wie je op de set verschrikkelijk kunt doen. En omgekeerd. Op de set zijn we soms echt een kibbelend koppel."

Fien: "Voor is ook wel belangrijk dat het iemand is die mij bewondert. Ik wil iemand die zegt: 'Wow!'"

Jullie mannen werken ook mee aan andere films. Bestaat er in dat verband zoiets als professionele jaloezie?

Dorothée: "Ik heb dat helemaal niet."

Patrice: "Ik ook niet. Omdat we al zo lang samen zijn, ben ik er als het ware mee opgegroeid dat ik hem soms twee maanden kwijt ben als hij in het buitenland op een filmset zit. Ik ben blij voor hem dat hij goede dingen aan het maken is."

Fien: "Mijn man geeft evenveel aan mij als aan anderen. Wat je partner ook interessant maakt, is dat hij goed is in zijn job. Het zou me pijn doen als ik moest horen dat mijn man geen goede monteur is. Dan begin ik beter iets met een loodgieter."

(N)iemand van Patrice Toye vanaf 26/11 in de zalen

The Unspoken van Fien Troch, vanaf 18/3/2009

My Queen Karo van Dorothée Van den Berghe, vanaf april 2009.

Fien Troch, Patrice Toye en Dorothée Van den Berghe: 'Zouden jullie Jan Verheyen, Erik Van Looy en Frank Van Passel uitnodigen voor een gezamenlijk interview? Ik denk het niet. Maar ik ben blij dat we hier samenzitten', zegt Toye.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234