Zaterdag 04/04/2020

VS

CIA'er die Bin Laden pakte, denkt dat Pakistan hem vergiftigde

Een scene uit film Zero Dark Thirthy over de aanval van Amerikaanse commando's op Osama bin Laden.Beeld afp

De chef van de CIA in Pakistan ten tijde van de aanval op Osama bin Laden in 2011, is ervan overtuigd dat hij is vergiftigd door de beruchte Pakistaanse inlichtingendienst ISI. Dit meldt The Washington Post vandaag. Ook andere CIA'ers houden het voor mogelijk dat de ISI hem probeerde te doden. Mark Kelton werd twee maanden na de Bin Laden-aanval teruggetrokken.

Officieel moest hij toen terug naar de VS om gezondheidsredenen en vanwege zijn slechte relatie met de Pakistanen.

Kelton werd indertijd plotseling zo ziek, dat hij en de CIA snel begonnen te denken dat hij uit wraak het slachtoffer was geworden van een ISI-vergiftiging. Dit is opmerkelijk omdat Pakistan, dat sinds 2001 voor ruim tien miljard dollar aan Amerikaanse militaire en economische hulp kreeg, een grote bondgenoot van de VS is.

De CIA-chef, die zware maagpijn had, werd naar het buitenland gestuurd voor behandeling. Maar dit hielp niet en de oorzaak kon niet worden gevonden. Zijn plotselinge ziekte was zo mysterieus dat meteen richting de ISI werd gewezen, aldus Amerikaanse regeringsfunctionarissen.

De machtige ISI, die een staat binnen de staat vormt, werd er sinds 2001 van verdacht Bin Laden te hebben geholpen bij zijn vlucht uit Afghanistan. Net als de Pakistaanse regering, was de dienst woedend dat de VS in 2011 buiten Islamabad om de operatie tegen Bin Laden op poten zette. De CIA had hem na tien jaar zoeken opgespoord in een huis in het Pakistaanse Abbottabad, vlak bij een legerbasis.

Aanslagen

De Amerikaanse functionarissen, die niet met naam genoemd willen worden, zeggen dat de CIA nooit enig bewijs in handen wist te krijgen dat Kelton was vergiftigd. Ook is nooit met de Pakistanen over de verdenkingen gesproken.

Maar dat de CIA de vinger wees naar de ISI, die officieel een bevriende dienst is, geeft aan hoe de spionagedienst in Langley werkelijk dacht over hun Pakistaanse collega's. De ISI werd in die jaren verdacht van moordcomplotten en aanslagen op diplomaten, journalisten en andere vijanden. De baas van de ISI in die periode, Ahmed Shuja Pasha, weigerde regelmatig met Kelton te praten.

Trots

Hij noemde zijn naam niet eens. Pasha noemde Kelton, die leiding had over de laatste voorbereidingen van de operatie tegen Bin Laden, steeds 'het kadaver'.

De CIA-chef had ook de leiding over de omstreden Amerikaanse aanvallen met Predator- en Reaper-drones op Al Qaida-leiders in Pakistan. Deze zetten veel kwaad bloed bij de Pakistaanse regering, het leger en de ISI.

Kelton (59), die nu met pensioen is, herstelde uiteindelijk na een maagoperatie. Hij wil niet praten over de kwestie. Wel zegt hij dat niet hij maar anderen binnen de CIA meteen de beschuldigende vinger wezen naar de ISI. 'Ik ben trots op de mensen met wie ik toen heb samengewerkt, mensen die bijzondere dingen voor het land hebben gedaan', zegt hij. 'Als ooit het echte verhaal zal worden verteld, zal het land trots op hen zijn.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234