Zondag 27/09/2020

Christophe Vekeman

Hoe heeft de crisis zich precies bij jou gemanifesteerd?

Christophe Vekeman: "Ik merkte op een bepaald moment dat ik godbeware moeite moest gaan doen om een zekere levenslust aan de dag te leggen. Daarnaast betrapte ik mezelf erop, enigszins in weerwil van het voorgaande, dat ik vaker dan strikt noodzakelijk was met jonge meisjes begon te flirten en zo.

"Maar ik ben me pas echt van de crisis bewust geworden toen ik op een avond samen met Mieke op café zat, en zij me erop wees dat ik aan het zeuren was. Zoiets had Mieke nog nooit tegen me gezegd. En wat erger was: ze had nog gelijk ook. Ik heb me toen onmiddellijk voorgenomen om er iets aan te doen. Om terug te vechten. Dat was ongeveer de tijd dat ik aan dit boek ben beginnen te schrijven. Een drietal maanden later was het boek af, en was de crisis voorbij.

"Eigenlijk kan ik het dus iedereen aanraden, zo'n midlifecrisis. Mij heeft het in elk geval iets opgeleverd waar ik uitermate blij mee ben. Met dien verstande overigens datMariein het geheel niet gaat over iemand met een midlifecrisis."

De toon van je roman is wel erg grimmig.

"Misschien, al hoop ik dat die grimmigheid toch voor een belangrijk deel wordt gecompenseerd door de humor. Ik durf ook te hopen datMariegelezen zal worden als een roman die, los van alle verdriet, hopeloosheid en grimmigheid die de ondertoon vormen, over de liefde gaat. Een liefde die gestorven is, maar daarom natuurlijk niet minder sterk is.

"Over de liefde wordt vandaag vaak op een bijzonder prozaïsche toon gesproken. Je weet wel: de liefde als een puur biologisch gegeven. Ikzelf heb daar een gloeiende hekel aan. Natuurlijk zal het wel fictie zijn, als ik zeg dat mijn geliefde en ik 'voor elkaar geboren zijn'. Maar zoals gezegd: ik hecht minstens zoveel belang aan fictie als aan werkelijkheid. Of liever: ik zie niet echt het grote onderscheid tussen beide."

Marieis voor alles een romantisch boek?

"Ja, zoals al mijn boeken tot dusver romantisch zijn. De verklaring daarvoor is simpel. Ik bén gewoonweg een romanticus, in de twee betekenissen van het woord. Ik noem mezelf een romanticus omdat ik de neiging heb om te vluchten, bijvoorbeeld dus in fictie, én ik noem mezelf een romanticus omdat ik een verheerlijker van de liefde ben. Die eigenschap deel ik met het ik-personage uitMarie.Niet voor niets noemt die zijn gestorven geliefde 'het liefste meisje van de wereld'. Uiteraard is zo'n uitspraak per definitie een verdraaiing of verheviging van de werkelijkheid. Om te weten of die uitspraak klopt, zou je alle vrouwen van de wereld moeten kennen, wat onmogelijk is. En toch denk ik dat iemand door zoiets te stellen de waarheid kan spreken, al is het dan maar zijn eigen waarheid. Sterker nog: voor minder dan het liefste meisje van de wereld wil ik het niet doen."

Zou het kunnen datMarieook geschreven is om de angst te bezweren voor het verlies van je eigen allerliefste?

"Het is niet zo dat je als schrijver aan een boek begint met de gedachte: ik moet dringend eens een angst gaan bezweren. Ik geloof wél dat schrijven daarbij kan helpen. Maar hoe dat precies werkt? De processen die tot het schrijven leiden, zijn erg moeilijk te doorgronden.

"Ongetwijfeld spelen ook meer banale drijfveren een rol. AanMarieben ik ook beginnen te schrijven omdat ik in de ban was van de muziek van Hank 3, de kleinzoon van de befaamde countryzanger Hank Williams. Ik wilde een roman schrijven die de sfeer van zijn muziek zou uitademen. Hank 3 speelt een soort countrypunk, die hij al eens durft te mengen met cajun. Het resultaat is muziek die in een unheimliche, moerasachtige sfeer baadt. Het is muziek die mij ook als vanzelf doet denken aan de boeken van Carson McCullers, een van mijn favoriete schrijfsters.

"De sfeer inMariewordt in aanzienlijke mate bepaald door het decor: Abraham, een stadje met ongeveer driehonderd inwoners, twee kerkjes, een school, een gevangenis, een café waar alleen maar muziek van Jimmie Rodgers wordt gespeeld, en daarrond niets dan uitgestrekte leegte en moerassen. Ongeveer mijn idee van een ideale wereld, als ik eerlijk moet zijn. Of toch minstens een wereld die sterk tot mijn verbeelding spreekt."

Eigenlijk leef je op de verkeerde plek?

"Zo voelt het vaak, ja. Tegelijk weet mijn verstand natuurlijk ook wel dat wonen in België buitengewoon veel voordelen heeft. Dit is, om meteen een niet onbelangrijk voordeel te noemen, een land waarin je het je prima permitteren kan om, niet gehinderd door hongersnood of aanverwante ongemakken, te dromen van een bestaan in een nog betere omgeving. Tegelijk kan ik me niet van de indruk ontdoen dat ik, mocht ik pakweg in Texas geboren zijn, wat minder grimmige boeken zou schrijven. Dat ik daar, met andere woorden, toch echt gelukkiger zou zijn."

De gemiddelde lezer van dit interview zal de hel een betere plaats vinden dan Texas.

"Ongetwijfeld heeft mijn liefde voor Texas iets te maken met de plek waar ik vandaan kom. Ik ben opgegroeid in Kruibeke. Mijn grootmoeder had een visserscafé bij de kreek, in de polders. In een straal van vijf kilometer stond er niet één ander huis. Wellicht is die desolate wereld in mijn bloed gaan zitten."

Behalve op de verkeerde plek leef je misschien ook wel in de verkeerde tijd. Weinig schrijvers hanteren vandaag nog een zo opzichtige, barokke stijl.

"Barok vind ik als typering wat overdreven. Maar het klopt natuurlijk wel dat ik geen tijdschrifttaaltje hanteer.

"Ik denk dat ik een schrijver geworden ben op de dag dat ik me van de stijl en het belang daarvan bewust ben geworden. Ik herinner me dat moment nog precies. Ik was een jaar of veertien, vijftien, en had net iets van Wolkers gelezen. Vervolgens begon ik aanDe vierde manvan Reve. Al heel snel begreep ik dat geen enkele zin uit het ene boek verwisselbaar was met een zin uit het andere boek. Sinds dat ogenblik heb ik alleen nog gelezen met de gedachte dat ik er iets van kon leren. Als een professional dus.

"Als ik als schrijver het verschil wil maken met de stijl, dan heeft dat er natuurlijk ook mee te maken dat ik zelf het liefst schrijvers lees die er zich niet met een jantje-van-leiden van afmaken wanneer ze iets willen meedelen op papier. Er moet muziek in zitten. En de muziek moet zo herkenbaar mogelijk zijn. Ik lees graag schrijvers die je al na een paar zinnen met gemak kunt herkennen. Schrijvers als Gerard Reve, Marcellus Emants, Nescio, John Updike, Ernest Hemingway, Herman Brusselmans."

Op Herman Brusselmans na zijn dat allemaal dode schrijvers. Blijkbaar is het niet van deze tijd, zo'n eigengereide schrijftrant.

"Een door mij bewonderde schrijver heeft inderdaad ooit in een soort troostbrief aan mij eens opgemerkt dat ik zinnen bouw 'als forten en kastelen', en dat zulks niet meer van deze tijd is. Dat zou weleens kunnen kloppen, maar ik ervaar dat niet als een groot probleem. Als ik, om commercieel succesvol te zijn, moet gaan schrijven met de rem op, dan ga ik liever in een bank werken. Ik wil alleen boeken schrijven die ik zelf graag zou willen lezen."

Is het dat verlangen dat je aan de gang houdt?

"Dat, en de gedachte dat het volgende boek altijd beter moet zijn dan het vorige. Zolang ik geen boek geschreven heb dat kwalitatief in de buurt komt van pakwegRevolutionary Roadvan Richard Yates, heb ik geen reden om zelfgenoegzaam achterover te leunen en blijf ik dus aan de arbeid."

Hoe groot schat je de kloof met de top in?

"Ik vind mezelf een goeie schrijver, laten we wel wezen. Het gebeurt zelfs - weliswaar slechts heel af en toe - dat ik een boek van mezelf van de plank neem, erin begin te lezen, en het vervolgens met een zekere tevredenheid terug op de plank kan zetten. Dit gezegd zijnde weet ik natuurlijk ook dat er boeken zijn als het genoemdeRevolutionary Road, boeken waarvan ik weet dat ik het niveau nooit zal evenaren, ook al had ik vijfhonderd jaar de tijd om het te proberen."

Vind je het erg dat je werk nogal hardnekkig genegeerd wordt door het grote publiek?

"Nee, ik vind het in zekere zin zelfs logisch. Ik ben geen mainstream-auteur, zoals ik ook geen mainstream-mens ben. Ik kan me niet voorstellen dat er in Vlaanderen en Nederland een paar honderdduizend mensen gevonden kunnen worden die mijn mensbeeld en mijn visie op de literatuur delen. Natuurlijk zou ik graag meer boeken verkopen. Ik ben er trouwens zeker van dat dat kan, en ik mag het zelfs een aantal mensen binnen de literaire wereld kwalijk nemen dat ze mij de toegang naar een breder publiek tot nog toe hebben verhinderd. Maar een allemansschrijver zal ik nooit zijn. Daarvoor zijn mijn boeken te specifiek.

"In dit verband herinner ik me trouwens een recensie van jouw hand, inmiddels alweer een jaar of tien geleden. In een bespreking van mijn boekWees maar niet bangvroeg je je af waarom mijn vorige - dus mijn tweede - boek geen bestseller was geworden. Je verklaring was dat mijn werk te literair was voor de rock-'n-roll, en dat het te rock-'n-roll was voor de literatuur. Ik denk dat dat nog altijd, na zoveel jaren, een goeie verklaring is, op voorwaarde toch dat je rock-'n-roll wil definiëren als: niet langs de begane paden wandelen, en niet per se zoveel mogelijk mensen willen behagen. Maar gelukkig heb ik dus wel degelijk, vergis je niet, een trouw lezerspubliek, dat ik erg dankbaar ben."

Zogoed als al je collega's in Vlaanderen mengen zich tegenwoordig weleens in het maatschappelijke of politieke debat. Ook op dat vlak ben je ondertussen een redelijk unieke stem, al was het maar omdat je ze niet vaak laat horen.

"Voor een deel heeft dat met respect tegenover de politieke of maatschappelijke onderwerpen in kwestie te maken. Vaak gaat het om zeer complexe thema's, en weet ik er naar mijn eigen mening gewoon onvoldoende van af om er een onderbouwde en terzake doende mening over te hebben. Ik wantrouw schrijvers die elke week een mening hebben over een heet hangijzer. Ik geloof het niet. Over een auto, een tv-programma of een boek wil ik gerust eens mijn gedachten ventileren. Met veel plezier zelfs, want dat zijn afgebakende en al met al relatief onbelangrijke dingen. Maar ik hoed me ervoor om goeie sier te maken met bijvoorbeeld een fraai geschreven opinie over Syrië. Je kan geen muziek maken van andermans ellende. Toch niet als schrijver voor wie de vorm en de stijl uiteindelijk altijd primeren."

Je bent ondertussen ook een van de zeldzame schrijvers die zich nog niet over De Wever en de 'ruk naar rechts' hebben uitgelaten.

"Ook daar voel ik de behoefte niet toe, misschien ook wel omdat ik van karakter eerder conservatief ben. Zij het dan een conservatieve niet-N-VA'er, want die hele Vlaamse zaak zal me natuurlijk aan de reet roesten.

"Wat mij aan nogal wat progressieve mensen stoort, is de gemakzucht waarmee ze bijvoorbeeld over ethische of religieuze kwesties oordelen. Zo wil ik me weleens ergeren aan iemand als Jean-Jacques De Gucht, die van oordeel is dat men alle kruisbeelden van onze begraafplaatsen zou moeten verwijderen. Dat irriteert mij dan, maar ook weer niet in die mate dat ik er per se mijn mening over kwijt wil in de krant. Enfin, bij dezen dus toch, natuurlijk."

Religie speelt inMarieeen bescheiden, maar onmiskenbare rol. Zoals in het leven van de auteur?

"Ik geloof niet in een interveniërende God, maar godsdienst behoort wel tot mijn belevingswereld. Zoals godsdienst ook onvermijdelijk tot onze samenleving behoort. Je hebt verlichte geesten die nog altijd dromen van een godsdienstloze maatschappij. Ik denk dat die mensen stilaan mogen beseffen dat ze van een koude kermis terug zullen moeten komen.

"Een wereld zonder godsdienst, is als een wereld zonder kunst. Het betreft met name - en zo zijn we weer terug bij het begin van ons gesprek - een wereld zonder fictie. Godsdienst en kunst vormen een buffer tussen jezelf en de pure werkelijkheid. Zoals Lacan al zei: in het reële te leven is iets onmogelijks, of in elk geval is het ondraaglijk. Als je het bestaan alleen maar in al zijn dodelijke, volstrekt chaotische en onzinnige naaktheid kunt zien, word je vanzelfsprekend gek, en ga je om te overleven waanbeelden creëren. De werkelijkheid zien zoals ze is, dat is als gloeiende kolen vastpakken. Dat gaat niet. Je hebt die handschoen van het fantasma nodig. Van de cultuur, de kunst en de godsdienst. En misschien ook wel een onsje politiek."

Wenst u kans te maken op een etentje met de schrijver om samen met hem en andere lezers te praten over zijn boek, neem vlug een kijkje op pagina 3 in cultuurkatern M van deze krant.

Christophe Vekeman,Marie,Arbeiderspers, 208 p., 17,95 euro.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234