Dinsdag 13/04/2021

De Verzoening

Christine Van Broeckhoven verbleef als kind meer dan een jaar in een instelling: "Niemand zal me nog kwetsen"

Christine Van Broeckhoven: 'We wisten dat we thuis niet moesten spreken over wat we meegemaakt hadden.' Beeld Diego Franssens
Christine Van Broeckhoven: 'We wisten dat we thuis niet moesten spreken over wat we meegemaakt hadden.'Beeld Diego Franssens

Acht jaar was Christine Van Broeckhoven toen ze met haar twee zussen en een broertje in een jeugdinstelling terechtkwam. Ze zouden er een jaar blijven. Nog altijd weet Van Broeckhoven niet waarom de kinderen niet gewoon thuis konden blijven. Even erg was misschien wel dat het leven met de nonnen in Villa Madonna in Vlimmeren een verschrikking was.

Waar ze werkt, is veel rust. Campus Drie Eiken van Universiteit Antwerpen kijkt uit op winterse velden en een boerderij. Ooit graasden hier koeien. Christine Van Broeckhoven, voluit professor in de Moleculaire Biologie en Genetica, is te laat en dat geeft kijktijd. Door dit raam en in de vitrine van haar kast. Daarin een gouden beha als trofee van Studio Brusselle voor het ‘Ondernemendste Wijf’ van 2011. Er ligt een medaille van La città di Firenze. Je ziet dat ze in 2006 Grootofficier in de Leopoldsorde werd. En dit jaar schoof ze de Dwaallicht Prijs erbij.

Een prijs genoemd naar een boek van Elsschot, dat is veel eer. En dat had dat meisje van acht nooit gedacht. Het wordt begin jaren 60 nu, in dit heldere bureau in Wilrijk. Daar gaat zelfs de iPhone voor op vliegtuigmodus. Het was paasvakantie, dat herinnert ze zich nog, en plots moest ze naar haar meter op de Kalmthoutse Heide. “Waarom, dat zei niemand”, zegt professor Van Broeckhoven. “En in het begin van de grote vakantie verhuisde ik opnieuw. Naar die instelling voor moeilijke kinderen. Vreemd genoeg was geen van ons vieren moeilijk. Misschien was de situatie thuis moeilijk, maar ik heb nooit geweten wat de reden was. Tot vandaag weet ik het niet. Maar het heeft me wel getekend.”

Haar vader was fiscaal expert, het cliché van een vierdewereldgezin klopte bij de familie Van Broeckhoven in geen geval. Misschien had haar mama een postnatale depressie: Christine had een broertje van een paar maanden. Misschien was het iets anders.

“Vandaag zou je dat proberen uit te leggen aan kinderen. Toen niet. We werden afgezet, wisten niet waarom en wisten niet wanneer we weer weg zouden gaan.”

Ontdaan van naam, achtergrond en eigen leven

Misschien zouden ze er wel heel lang blijven. “Ik had het nochtans goed bij mijn meter. En mijn twee zussen, een tweeling, waren een tijdje bij mijn grootouders geweest. Maar ook zij kwamen. En mijn oudste broertje, die zes jaar jonger was dan ik, verhuisde mee naar de kinderafdeling. Alleen de baby, ook een broertje, werd ergens in de Brusselse rand opgevangen. Maar wij dus daar.”

Villa Madonna in Vlimmeren. U moet dat eens intikken op Google Afbeeldingen. Er komen foto’s op het scherm, écht oud hoor, jaren 30. Je ziet zalen om te eten en te slapen, maar je ziet vooral kinderen in gelijke witte schorten. Ontdaan van naam, achtergrond en eigen leven. Een witte kudde.

De 'witte kudde' in de eetzaal van Villa Madonna in Vlimmeren.  Beeld rv
De 'witte kudde' in de eetzaal van Villa Madonna in Vlimmeren.Beeld rv

Madonna is weg, maar als Centrum voor Kinderzorg en Gezinsondersteuning Lentekind bestaat Vlimmeren nog. Er is opvang mogelijk voor 320 kinderen bij wie thuis ‘de opvoeding niet vanzelf loopt’ (zegt de website). De locatie is nog altijd die waar in 1898 de ‘Antwerpse onderwijsvereniging Diesterweg de eerste kolonies voor zwakke kinderen’ begon.

“Voor het Canvas-programma Alles voor de wetenschap ben ik er vijftig jaar later teruggekeerd”, vertelt ze. “Sindsdien zit het weer veel verser in mijn geheugen. We kwamen binnen en ik zag de weg opnieuw. Door diezelfde deur gaan, raakte me al diep. De speelzaal was er nog, al leek die nu veel kleiner dan toen ik acht was. (glimlacht) Ik was toen natuurlijk zélf kleiner. Ook de douche en de badkamer herkende ik.”

Haar afknippen, luizenbehandeling, kleren afgeven, de schort in

Ze zag het weer voor zich. Eerste rituelen: haar afknippen, luizenbehandeling, kleren afgeven. De schort in. Het zijn taferelen die mensen beschreven die in Dachau kwamen. Tijdens de oorlog werden hier overigens kinderen opgevangen. “Ik heb vandaag zelf een kleinzoon van vijf jaar en eentje van een maand en ik kan er niet aan denken dat zij, toen, in dat centrum zouden terechtkomen. Maar ook acht was heel jong. Eigenlijk vormden we daar een bende die létterlijk op de vuist leerde gaan.”

Een paar voorbeelden? Eén keer per week kregen de kinderen snoep: “Op vrijdag, drie karamellen, bij de boterham met spekvet. In de speeltijd werd daar voor gevochten.”

Ze werd negen in Villa Madonna – dat was dus op 9 april 1962 – maar dat zei ze niemand: “Want vanaf je negende moest je mee aardappelen pitten, dus kon ik maar beter zwijgen.”

En er waren die nonnen. “Ik heb oude foto’s gezien van die nonnen met hun kappen en alles kwam weer boven. Het was een verschrikking hoe die met kinderen omgingen. Als ik vandaag vrijzinnig en humanist bent, komt het daardoor. Mijn zus lustte bijvoorbeeld geen rode kool. Ze moést dat eten, gaf over in haar bord en echt waar, ze moést dat opeten. Rebelse kinderen moesten in de bezemkast waarin je op den duur enkel nog door het sleutelgat adem kreeg. Het was een marteling. Ik kan het niet anders zeggen. Een marteling. Ook psychologisch.”

Ze kregen geen les. “Toch niet in mijn herinnering. Alleen de catechismus.”

Het snoep en het lekkers verdween bij de nonnen

Natuurlijk is CKG Lentekind vandaag anders. De nonnen verdwenen in 1979. De directeur leidde de Canvas-ploeg rond. Ze zorgen voor kinderen. En hij ging kijken in de archieven. De meisjes Van Broeckhoven hadden niet, zoals de professor dacht, nummers 101, 102 en 103, maar wel 105, 106 en 107. Een detail lijkt dat, maar dáár was het hun identiteit. Nummers.

“We werden ontmenselijkt”, zegt ze. “Eén keer per maand was er bezoek, ik herinner me niet dat mijn moeder kwam. Al zal dat zeker wel eens gebeurd zijn. Ik zie alleen mijn peter, mijn vader en mijn grootouders. Het snoep en het lekkers dat ze meebrachten, verdween bij de nonnen. Na een tijdje verstopten we onze chocolade achter de chauffage. (lacht) Tot we doorhadden dat dat geen goed idee was.”

Er waren slaapzalen, een non bleef achteraan zitten op mijn bed, tot iedereen stil was. “Ik bewoog niet tot ze weg was. Een meisje, dat al ouder was, plaste uit pure oppositie elke nacht in bed. Met mijn broertje in de kleuterafdeling mochten we geen contact hebben. Als we vanaf de vensterbank naar hem wuifden, kregen we straf.

Ik leerde me verdedigen, moest ook echt vechten

“Je leert er overleven. Een geluk voor mij is dat ik van nature heel positief ingesteld ben. Stel je voor dat ik dat niét was. Ik zocht escape ways, leerde me verdedigen, moest ook echt vechten. De enige positieve herinneringen die ik eraan heb, is dat tijdens de twee grote vakanties die ik er doorbracht leidsters van de jeugdbeweging met ons kwamen spelen. Voor de rest was het een nachtmerrie.”

Een jaar later, het was begin juli 1962, kwam plots bericht. De kinderen Van Broeckhoven mochten weer naar huis. “Ik geloofde dat niet. Ik dacht dat het gewoon weer een pesterij van die nonnen was. Maar het was écht en we mochten vanaf 1 september weer naar school. Daar ging het niet goed. Ook daar waren we rebels en vochten we. Maar de afschuw voor onrechtvaardigheid die ik tot vandaag voel, komt van toen. Als we ons slecht gedroegen, werden ons punten afgetrokken. Gewoon van onze toetsen.”

Toen Canvas de aflevering met Christine Van Broeckhoven toonde, kwamen er brieven van mensen die hetzelfde meemaakten. Wat ouder, wat jonger, ze bevestigden de verhalen. “Maar wie met mij in dezelfde periode daar zat, weet ik niet. Allicht is er toch een mechanisme om dat trauma uit te schakelen.

'Toen mijn broer voor de kerk trouwde, bleef ik buiten'

“Eigenlijk was het een gevangenis en ik heb niet het gevoel dat ik er iets geleerd heb. Maar als ik vandaag heel hard overkom bij mensen en de dingen zeg zoals ze zijn, dan komt het door dat jaar. In 2001 was ik in Amerika en als iemand me, op zijn Amerikaans, vriendelijk begroette met ‘I hope you’re feeling well’, dan betrapte ik mezelf erop dat ik meteen dacht: wat heeft die van me nodig? Dat realiseerde ik me toen pas. Hoelang heb ik dat al, vroeg ik me af. Die voortdurende achterdocht en nooit geloven dat iemand het gewoon goed met je voor kan hebben. Dat komt van toen.”

Tot vandaag zit dat in alles. Payback time, noemt ze dat: “Niemand zal me nog kwetsen. Dat zit in mijn hele leven. In mijn loopbaan. In mijn relaties. Zelfs hoe ik met mijn kinderen omging. Altijd is er een gevechtsmodus en altijd denk ik: wat heeft die van me nodig? Zelfs bij die prijzen die je in mijn kast zag staan, vroeg ik me af: waarom ik? Ik ben een goeie onderzoeker, doe dat met passie en liefde voor de wetenschap en met respect voor mensen. Maar moet ik daar een prijs voor krijgen?

“Pas sinds dat verblijf in Amerika ben ik daaraan gaan werken, maar ik moet vaststellen dat ik zeer weinig vrienden en vriendinnen heb en dat vertrouwen geven heel moeilijk voor me is. Ik ben een hele slechte netwerker. Vroeger reageerde ik extreem en zo werd ik extreem antikatholiek. Toen mijn broer voor de kerk trouwde, bleef ik buiten. Ik was zwart-wit. Vandaag is dat anders, ik kan respect opbrengen. Maar ik ben nog altijd heel kritisch. Ook voor mezelf, trouwens. Vooral voor mezelf. En ik verspil geen woorden. Als mensen me stroop aan de baard smeren, ben ik weg.”

Christine Van Broeckhoven: 'Ik ben gestopt met zoeken naar een antwoord.' Beeld Diego Franssens
Christine Van Broeckhoven: 'Ik ben gestopt met zoeken naar een antwoord.'Beeld Diego Franssens

Geen werelden voor doetjes

Plots wordt het 2016 en we kennen Christine Van Broeckhoven als voorvechtster in het onderzoek naar dementie, en als gewezen politica. Van 2007 tot 2010 zetelde ze voor sp.a als volksvertegenwoordigster. Aan de universiteit bekleedt ze een topjob. “Het zijn ook geen werelden voor doetjes. De politiek niet, maar ook de universiteit niet. Churchill zei ooit: ‘Politics can never be as bad as Harvard University.’ Ik weet wat hij bedoelt. Er is onderzoek van me gestolen, daar kan ik hele hoofdstukken over schrijven. In Amerika zijn grote misbruiken vastgesteld, er zijn belangenconflicten met de farmaceutische sector. En je moet heel hard zijn om daarmee om te kunnen gaan. Je moet je ervan bewust zijn dat de ander het slecht met je kan voor hebben.” Overal geldt hetzelfde: ze vecht. Altijd, sinds Vlimmeren.

Maar hoe verhoudt ze zich tot Vlimmeren? En tot haar ouders die haar daar naartoe brachten? “We wisten dat we thuis niet moesten spreken over wat we meegemaakt hadden. Pas toen we ouder waren, is dat gebeurd en toen zei mijn moeder: ‘Had ik dat geweten...’

Met mijn zussen heb ik later wel herinneringen gedeeld. Maar mijn moeder, die nu 95 is en nog altijd leeft, heeft nooit gezegd waarom we ginder zaten. Het zal altijd onverklaard blijven, maar het moet iets geweest zijn dat voor die generatie onbespreekbaar was

“Ik ben gestopt met zoeken naar een antwoord. Welke zin heeft het om dat nu nog te weten? Mijn oudste broer is gestorven toen hij vijftien was, ten gevolge van een hartinsufficiëntie na sport. Maar ik mag zeggen dat we er allemaal goed zijn uitgekomen. Ik woon in het ouderlijk huis. Je moet er gewoon lessen uit trekken en zaken oplossen door sterk te zijn.

“Ik heb weliswaar ooit een zware depressie gehad, ook dat was een strijd, maar ik heb mezelf wel leren waarderen. Mijn sterktes en mijn zwaktes. Dat helpt om jezelf te blijven. Veel mensen nemen zichzelf for granted, maar dat wil ik niet. Het is goed om jezelf eens tegen te komen. Zo vind je jezelf of zelfs je identiteit terug. En ik streef wel naar perfectie, maar godzijdank ben ik niet perfect. Ik maak fouten en ik kan dat ook makkelijk toegeven. Ik draai niet rond de pot.”

Positieve energie dankzij dankzij literatuur, kunst en wandelen

Mag het woord ‘verzoening’ vallen? Ze denkt na: “Ik verzoen me er niet mee dat ik zo’n situatie vandaag zou accepteren. De emoties zijn er, maar de kwetsuur is genezen. Misschien wel dankzij dat Canvas-programma en het feit dat ik er naartoe ging. Wellicht dat ik het toen pas voor mezelf accepteerde.

“Ook weerbaarheid is belangrijk. Ik ben nadien goed opgevangen en met materiële zaken ben ik nooit bezig geweest. Ik heb een scheiding achter de rug, ben arm geweest, maar wel gelukkig. Dankzij literatuur, kunst en wandelen in de natuur kreeg ik positieve energie. Ik heb vreselijke dingen meegemaakt, maar ik kon de medaille keren.”

Wat bleef, is de passie. Ergens in 2018 wacht het emeritaat en dat zou zwaar zijn. Christine Van Broeckhoven haar onderzoek afnemen, lijkt moeilijker dan haar een jaar van haar jeugd af te nemen. “Wetenschap is een visie, daar zit nog altijd een groeicurve in, daar kun je niet mee stoppen. Het feit dat een verplicht pensioen daar zou tussenkomen, is verschrikkelijk. Ik ben met mijn kop tegen de muur gelopen door dat idee en heb er emotioneel onder geleden. Gelukkig voorziet Universiteit Antwerpen de mogelijkheid dat sommige professoren langer kunnen werken. Voor mij hoef ik niet, zoals nu, tachtig tot honderd uur per week te werken. Maar wetenschap is wie ik ben. Ik adem wetenschappen.”

Daarmee moeten stoppen, dát zou pas een onmogelijke verzoening zijn.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234