Donderdag 28/01/2021

Christian Wijnants

'Dat is iets voor de mensen van sales', zegt Christian Wijnants als hem gevraagd wordt wat het betekent dat sterren als Lady Gaga en Rihanna zijn kleren dragen. Al vindt hij het stiekem wel leuk. 'Ach, wij zijn daar denk ik een beetje te discreet in.'

Het gaat goed met Christian Wijnants. In september opent hij zijn eerste eigen winkel. In Antwerpen, als vingeroefening voor China en Hongkong. Ook wordt zijn studio te klein, hij zal er een verdieping bij huren. "Elk seizoen verkopen we meer, we hebben meer plaats nodig", zegt hij. "Het hele proces, van A tot Z, verloopt langs hier. Ja, misschien ben ik een beetje controlefreak, maar ik denk dat dat een kenmerk is van de Belgische school. Ik denk dat Dries Van Noten of Ann Demeulemeester het niet anders doen."

Wanneer ik hem zie, begin augustus, is hij met drie collecties bezig: winter 2015 moet de deur uit, precollectie voorjaar wordt afgerond, zomer 2016 ligt op de tekentafel. "Zo is het constant," zegt Wijnants, "soms zou je er gek van worden."

Waarop hij me voorgaat naar de keuken, waar we rustig kunnen praten. Er staat een schaaltje aalbessen op tafel, en koekjes van de bekende Antwerpse patisserie Del Rey.

Christian Wijnants studeerde in 2000 af aan de Antwerpse academie, en heeft sinds 2003 zijn eigen merk. Daarnaast maakt hij al vier jaar een collectie in Azië, voor EQ:IQ, kleren die een vrouw zowel overdag kan dragen als in haar vrije tijd. Daarvoor moet hij vier keer per jaar naar Hongkong. "Het doet me goed om even weg te zijn van hier, en aan een ander product te werken. Ze geven me veel krediet, ik doe er interviews en krijg persaandacht. Ik ervaar het helemaal niet als een last. Financieel is de job natuurlijk meegenomen, maar het is ook goed voor mij om te zien hoe de markt daar evolueert, ik leer er iets van en dat komt ook mijn eigen collectie ten goede."

Een druk leven dus, want onder eigen naam maakt hij vier collecties per jaar. Vroeger had je een winter- en een zomercollectie, nu zijn er twee tussendoor bijgekomen. "Je kunt geen zes maanden dezelfde dingen in een winkel laten hangen, het publiek raakt snel verveeld", vertelt hij. "De modewereld is zo anders geworden, het gaat ontzettend snel. Het internet heeft alles veranderd. Je ziet de collecties voor het volgend seizoen al de avond dat ze in Parijs of Milaan worden voorgesteld, en als ze zes maanden later in de winkel liggen, zijn sommige mensen ze al beu.

"Toen ik student was aan de academie, konden wij alleen maar afgaan op wat de modejournalisten in de kranten schreven, met af en toe drie fotootjes erbij. En dan vier maanden ongeduldig wachten tot L'Officiel uitkwam (magazine met alle foto's van de defilés, red.). Als ik nu vertel aan stagiaires dat wij zelfs geen e-mailadres hadden toen we studeerden, trekken ze grote ogen. Ik voel me dan ineens 80 jaar oud." (lacht)

Natuurlijk heeft het internet veel voordelen, maar hij plaatst er toch vraagtekens bij. "Vroeger zag je de mode door het prisma van de modejournalist. Nu kan iedereen zijn mening vormen, op basis van de foto's. Wat je daarbij mist, is de sfeer, de muziek, de hele entourage. Het gebeurt zelfs dat ik foto's van mijn eigen collectie zie, en er helemaal de sfeer niet in terugvind, het is heel vlak.

"In andere segmenten - de literatuur, de film, het theater - blijft de rol van de recensent bestaan. Mode is sterk visueel, dus iedereen denkt zijn opinie te kunnen vormen, maar als je enkel naar de beelden kijkt, mis je de story achter een collectie. Ik denk trouwens dat de hype van de bloggers over zijn hoogtepunt is. De mensen willen opnieuw de wijsheid en de ervaring van een professional, iemand die hen gidst door het modelandschap."

Elke collectie is een verhaal

Het is een van de redenen waarom de winkel er komt: "Ook daar krijg je de kans om je verhaal te vertellen, om een sfeer op te roepen. In een multimerkenboetiek hangen je kleren tussen de andere, soms gegroepeerd per kleur, en kun je als klant onmogelijk ons beeld begrijpen. In Azië heb je supermooie boetieks en malls, maar het is de bedoeling om ook daar binnen de vijf, zes jaar eigen winkels te openen, om de visibiliteit van het merk te versterken."

De flagshipstore in Antwerpen, gunstig gelegen in de Steenhouwersvest, vlak bij het Modemuseum en in de buurt van winkels als Dries Van Noten, AF Vandevorst en Acne, zal het voorbeeld worden. "Voor mij persoonlijk is het ook belangrijk om mijn klanten beter te begrijpen. Als winkelier dan, niet als ontwerper. Er zijn wel boetieks die feedback geven, die zelfs werken met Excel-sheets, en die perfect kunnen zeggen welke jurk en welke broek zijn verkocht in het begin van het seizoen, en welke in de solden, maar het is toch anders.

"Maar ik wil me door de verkoop toch ook niet al te zeer laten leiden. Natuurlijk verkoopt het zwarte truitje zonder enige opdruk altijd het best. De interessante stukken zijn moeilijker, vaak ook wat duurder. Het komt er dus op aan een evenwicht te vinden. Als een soort jas na drie, vier keer nog altijd niet aanslaat, moet je die niet per se blijven maken. Maar je moet blijven evolueren. Je kunt vandaag als ontwerper niet op een eilandje zitten en alleen maar maken wat je zelf mooi vindt. Je moet ook de markt in het oog houden en dus moet ik elk seizoen proberen topsellers te maken die toch interessant blijven."

Dikke huid kweken

Negatieve kritiek kan niet uitblijven, iedereen gooit vandaag zijn mening op het internet, sommigen maken er een sport van om 'de belachelijkste outfits van de rode loper' te becommentariëren. Raakt hem dat?

"Dat gaat met periodes. Soms glijdt het van je af, soms ben je er supergevoelig voor. Je wordt als ontwerper heel vaak beoordeeld, om te beginnen al twee keer per jaar bij de defilés. Je moet ertegen kunnen, de recensies zijn soms heel cru. Maar dan moet je rationeel denken en je door negatieve kritiek laten aansporen om beter te doen.

"Daarvoor denk ik dat de opleiding aan de academie van Antwerpen een goede zaak is. Het is een zware opleiding, en je krijgt er af en toe klappen. Wij zijn begonnen met tachtig studenten en geëindigd met acht, dat zegt genoeg. Als je feedback krijgt, moet je proberen je niet door emoties te laten meeslepen. Je moet marktconform werken, maar je ook blijven ontwikkelen en verder durven gaan, het is voortdurend jongleren."

Het is iets dat hij opstak in het jaar dat hij werkte bij Dries Van Noten, vlak na de academie. "Soms dacht ik dat ik een ontwerp wat moest afzwakken om het commerciëler te maken. Dan zei hij neen, net niet. Maak het sterker. Dries beperkt nooit zijn creativiteit, maar hoe hij dat met het commerciële kan combineren, dat is uniek. Je moet vrij blijven. En achter elke collectie moet een verhaal zitten."

Hemel en savanne

Dat verhaal is bij Wijnants voor de huidige herfst-wintercollectie geïnspireerd door het werk van fotografe Jackie Nickerson. In 'Farm' portretteerde ze het boerenleven in zuidelijk Afrika, op een manier die de statigheid van elk individu benadrukt. De elegantie komt van toevallig samengebrachte stoffen, gedrapeerd op een manier die hen toelaat te bewegen en te werken.

Wijnants ontleende eraan de onverzadigde kleuren van hemel en savanne, van gras en hibiscus. Grote motieven als bananenbladeren worden gezeefdrukt op jersey, op shorts en sweaters, of geweven in een aansluitende jurk of een dekenrok. De grens tussen cape, omslagdoek en cardigan vervaagt en het breiwerk krijgt een tintelende toets van Swarovskikristallen. Losse, zachte mantels worden geknipt uit gelakt denim, en getufte wol zorgt voor een mannelijk accent.

Als je hem vraagt zijn ontwerpen te omschrijven, vallen er termen als poëtisch, fris, speels, niet in your face. Ik las ergens dat hij ook 'een verlegen meisje' wil kleden, dat hoor je niet gauw uit de mond van een ontwerper. "Ik hou niet zo van zelfzekere mensen; iemand die zijn onzekerheden laat zien, vind ik vaak aantrekkelijker. Charlotte Gainsbourg bijvoorbeeld is natuurlijk wel een persoonlijkheid, maar ze heeft ook iets kwetsbaars."

Hij staat vooral bekend om zijn levendig en artisanaal breiwerk, dat al in zijn afstudeercollectie zat en dat hem in 2013 de Internationale Woolmark Prize opleverde, al werkt hij ook met andere materialen, zoals zijde en zelfs latex. Ruimtelijk werken, draperen op een paspop verkiest hij boven platte schetsen. Maar vooral houdt hij ervan te vertrekken van één draad en van daaruit een silhouet op te bouwen. "Breien is een techniek waar je veel kanten mee op kunt. Het is uitdagender dan werken met stof, want je weet nooit waar je zult uitkomen." Zijn winnend stuk van de Woolmark Prize had als basis een witte draad, die hij daarna met tie-dye techniek kleurde. Zo krijg je 'aflopende' kleuren die in elkaar overvloeien.

Is hij nooit gevraagd om een van de grote merken te leiden, zoals Raf Simons of Kris Van Assche bij Dior? "Toch wel. Een keer of vier. Maar het waren telkens merken waarmee ik weinig affiniteit had. Je gaat dan wel voor het interview, je moet een heel dossier samenstellen, en dan denk ik soms: wat zit ik hier mijn tijd te verliezen? Zij zien het ook snel als het niet klikt. En weet je, die grote huizen... tegenwoordig wisselen ze om de haverklap van ontwerper. Daar voel ik me niet goed bij, je weet nooit of het voor lange tijd is of voor één seizoen."

Dan komt het onderwerp 'bekende klanten' ter sprake. Christian wuift het liever weg, "dat gaat een beetje aan mij voorbij. De sales-mensen houden zich daarmee bezig." Maar na wat aandringen blijkt hij zich toch te herinneren dat onder anderen Lady Gaga en Elle Fanning al dingen van hem hebben gekocht in zijn winkels in Los Angeles, en dat recent de stylisten van Rihanna en Juliette Binoche kleren hebben opgevraagd voor een clip. In België is Axelle Red al jarenlang een trouwe fan, en ook Veerle Baetens heeft op evenementen al vaak kleren van hem gedragen.

"In Amerika is dat celebritygedoe heel belangrijk, daar leggen ontwerpers zich echt toe op de rode loper, maar ik denk dat het niet in het DNA van ons merk zit. Ook dat is een beetje Belgisch denk ik."

Hij geeft toe dat het leuk is als het gebeurt, en dat het zeker een duwtje in de rug geeft. En ja, koningin Mathilde heeft hij al vier keer ontmoet, hij is al op het paleis uitgenodigd, en er is hem gevraagd om haar te kleden. "Mijn vriend pusht me dan: doe het toch! (stilte) Ja, ik zou dat misschien meer moeten doen. Misschien zijn wij daar te discreet in. Wat ik maak is geen couture, speciaal voor iemand een jurk ontwerpen is toch iets helemaal anders. Maar natuurlijk zou ik het heel fijn vinden indien Mathilde iets uit mijn collectie zou dragen."

Het juk van de bruidsjurk

Geregeld wordt hem gevraagd een bruidsjurk te ontwerpen, meestal door iemand die al klant bij hem is en voor die dag iets wil van haar favoriete ontwerper. "Dat is natuurlijk wel fijn, maar het legt ook een grote druk op je schouders. Je maakt wel iets voor de belangrijkste dag van haar leven! Ik vind het heel moeilijk. Ze willen dan een jurk die fenomenaal is en buiten alle proportie... (lacht) Ik heb een keertje mijn schoonzus geholpen om haar trouwjurk te kiezen. Ik trok met haar naar een winkel, en wat ik daar zag vond ik verschrikkelijk. De verkoopster benadrukte dat het een jurk voor één dag moest zijn, die je daarna in de kast hangt. Onzin, daar draait mode toch niet om? Ik kan me perfect een elegante jurk voorstellen die je achteraf eventueel inkort en waar je nog lang plezier aan beleeft. Haider Ackermann heeft de bruidsjurk voor Kim Peers (styliste en topmodel, red.) gemaakt, die was prachtig en die kan ze gewoon verder dragen."

Of zijn moeder kleren van hem draagt? "Ja, bijna niets anders. En voor mij is dat leuk, als ik haar kast opentrek, zie ik eigenlijk mijn archief. (lacht) Zij heeft stukken die wij zelf niet meer hebben."

Voor zichzelf maakt hij geen kleding, zijn wit T-shirt en een sneakers onderscheiden hem niet van andere jonge mannen. "Op de academie wil je opvallen. Heb ik ook gedaan. Roze haar, blauw haar... Dat interesseert me niet meer. Ik kan me voorstellen dat iemand met een saaie kantoorbaan zijn persoonlijkheid in zijn vrije tijd wil uitdrukken in zijn kleding. Maar ik zit dag in dag uit in de mode, ik heb dat niet nodig." Om dezelfde reden zoekt hij zijn vrienden liever buiten de modewereld, "zo kom ik nog eens in contact met andere milieus."

Gebrek aan werk heeft hij zeker niet. "Mijn functie hier is eigenlijk creatief directeur, maar er komen allerlei andere aspecten bij kijken: de boekhouding, het financiële, contacten onderhouden, de winkel uitbouwen nu. Geen twee dagen zijn dezelfde, het is leven is nooit saai. Alles wat elders wordt gemaakt, wordt hier gecontroleerd.

"Ik ken al mijn klanten (boetieks, red.) persoonlijk, en ik wil die band onderhouden. Soms stuur ik koekjes mee. Een derde van mijn omzet maak ik in Azië. Ik kom vaak in Hongkong, Shanghai of Peking, en dit jaar ben ik een weekend in Thailand geweest. Maar dat is altijd werkgebonden. Tegelijk moet je ruimte hebben om ideeën op te doen. Het beroep is zo veeleisend, dat ik nooit voor twee of drie weken weg kan. Toen ik in 2013 de Woolmarkprijs heb gewonnen, werd ik uitgenodigd in Australië. Het is me niet gelukt. Ook skivakanties zitten er niet meer in."

Inzinking

Ik merk op dat hij er zo gebruind en gespierd uitziet. "Ja, in de zomer sport ik veel, dat is de beste manier om mijn hoofd leeg te maken. Ik werk meestal tot acht, negen uur 's avonds, in de winter zie ik het daglicht niet. Dat gaat soms wegen, en dan word je ook gevoeliger voor kritiek.

"Vorig jaar in september is het allemaal een beetje te veel geworden. Ik zal het geen burn-out noemen, zo groot was het niet, maar ik had er gewoon geen zin meer in. Mijn ouders waren een beetje in paniek. Twee weken heb ik niets kunnen doen, ik had totaal geen energie meer. Het was raar, want de zaken liepen eigenlijk goed... Ik kan het niet uitleggen. Mijn omgeving heeft me toen goed gesteund, en hier zegden ze: blijf thuis, we redden het wel zonder jou. Op zo'n moment besef je dat je lichaam zijn limieten heeft en dat je ernaar moet luisteren."

Hij leeft wel gezond, zegt hij, hij houdt van lekker, gevarieerd eten, en zijn moeder, een Zwitserse, kon heel goed koekjes en cakes bakken. Maar tijd om zelf te koken schiet er niet veel over. "Wel kijk ik dolgraag naar The Great British Bake Off, bakken is echt een wetenschap. Hoe leuk is het om te zien wat er kan fout gaan! Zelfs bij de meest ervaren bakkers kan ineens alles inzakken. Daar zie ik dan ook links met wat ik doe. Als je de stof in de verkeerde draadrichting legt, of met de draad niet op de juiste spanning stikt, kan je hele ontwerp om zeep zijn."

En daar kan hij toch weer hartelijk om lachen.

De flagshipstore van Christian Wijnants opent op 9 september, Steenhouwersvest 36, Antwerpen, christianwijnants.com

Het parcours van Christian Wijnants

1977 Geboren in Brussel, Belgische vader en Zwitserse moeder; groeit op in Brussel.

2000 Studeert af aan de Antwerpse Modeacademie.

2001 Wint de Grand Prix op het Festival de la Jeune Création in Hyères.

2001-2003 Assistent bij Dries Van Noten in Antwerpen en Angelo Tarlazzi in Parijs.

2003 Begint dameslijn.

2005 Wordt docent tricot aan de Antwerpse Modeacademie.

2011 Stopt met lesgeven, legt zich toe op ontwerpen.

2012 Wint de prestigieuze Woolmarkprijs.

2013 De familie Cigrang, de groep achter rederij Cobelfret, neemt een belang in het bedrijf Christian Wijnants.

2015 Opent in september zijn eerste eigen winkel, in Antwerpen. Zijn collectie wordt verdeeld in een honderdtal verkooppunten, waaronder Harvey Nichols in London, Barneys, Bergdorf and Goodman and Opening Ceremony in New York, L.A. en Tokio. In België ook o.a. bij L Héroine in Brugge, Graanmarkt 13 in Antwerpen en Oorcussen in Gent.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234