Vrijdag 30/07/2021

Christian Wijnants, een man van alle seizoenen de koelte van Congo

Hij heeft - eindelijk - toch ook wat boetieks in België die zijn kleren gaan verkopen. Want zoals veel van de Belgische ontwerpers was Christian Wijnants bekender in Japan, Hongkong en L.A. dan in Brussel of Antwerpen. En dat is jammer, want zijn kleren zijn behalve erg mooi, ook flatterend voor een brede waaier van vrouwen. Geike Arnaert, Axelle Red of Els Pynoo, allen zijn ze fan.

atuurlijk zou iedere ontwerper het fijn vinden om Anouck Lepère of Geike Arnaert te kleden. “Maar”, zo zegt Christian Wijnants, “als ik een onbekend meisje of vrouw over de Meir zie lopen met een bloesje van mij, doet me dat evenveel plezier.”

Christian Wijnants is opgegroeid in Brussel, maar kwam naar Antwerpen om aan de Modeacademie te studeren. “Ik had Latijn-wiskunde gevolgd, hoewel ik al lang wist dat ik in de mode verder wou, en heb daarna een zevende jaar kunsthumaniora gedaan. Dat was zeer nuttig, onder meer om te leren tekenen. Ook, besef ik nu, omdat zo’n extra jaar je toch de rijpheid geeft die nodig is om de academie aan te kunnen. De afdeling mode is heel erg competitief. Je moet moreel sterk staan want je wordt voortdurend beoordeeld. Ook fysiek, want het vergt wat nachtjes doorwerken. Nu ik zelf les geef aan de academie, merk ik ook dat de iets oudere studenten, die al goed weten waar ze naartoe willen, meer slaagkansen hebben.”

Met Christian liep het goed af. Aan de Modeacademie werd hij al opgemerkt door Dries Van Noten, en in 2000, het jaar dat hij afstudeerde, ontving hij de speciale prijs Christine Mathijs (genoemd naar de in 1999 overleden zakenpartner van Van Noten). Hij kon direct aan de slag als assistent bij zijn grote idool. “Wat ik altijd zo heb bewonderd bij Dries Van Noten, en ook bij Ann Demeulemeester, is dat zij de dingen die je op de catwalk ziet, ook echt máken, en dat ook gewone mensen die kunnen dragen. Bij veel ontwerpers is dat niet zo. Vooral bij jonge Engelse designers zie je vaak heel spectaculaire dingen op de catwalk, die enkel geschikt zijn voor het soort gelegenheden die wij hier toch niet hebben. En voor meisjes met een maatje 34. Ik denk dat die aanpak met de voeten op de grond toch wel typisch Belgisch is”, zegt hij.

Koel

We zitten in zijn kleine werkkamer, zeven hoog in Antwerpen, waar een ouderwetse lift met harmonicadeuren me naartoe heeft gebracht. Op de overloop wachten pakken stof en wol om te worden verwerkt. Op zijn werktafel liggen lappen, wolstalen en gebreide lapjes, aan de muur hangt een moodboard met foto’s die hem inspireren. Hij is - stressen! - volop bezig aan zijn wintercollectie 2011/12, maar voor ons maakt hij even een sprongetje naar komende zomer. “Ik had enkele tentoonstellingen gezien over de onafhankelijkheid van Congo, en die sfeer van zwart-witfoto’s, witte kleren, een ondefinieerbare koelte… dat inspireerde me. Ik had zin om te werken met wit linnen: heel puur en los.”

Op de openingsfoto van zijn zomercatalogus staat een vrouw met losjes opgestoken haar. Ze draagt een lange witte kapmantel zonder kraag en een heel wijde witte pantalon. Daarna volgen korte jurken waarvan de vorm subtiel is gemanipuleerd. Op het eerste gezicht allemaal heel eenvoudig, maar bij nader toezien blijkt het behoorlijk ingewikkeld om te maken. Een kraag lijkt te groeien vanuit de rok, één wijde mouw vloeit over in het lijfje, en een korte rode jurk heeft mouwtjes die je kan losknopen. “Ik heb voor deze collectie heel veel met een paspop gewerkt”, zegt Wijnants, en hij wijst naar een rek waar de toiles of basisvormen van baalkatoen hangen. “Soms geef ik mijn schetsen zo door aan de patronenmaakster, en wijzig ik alleen nog wat bij het doorpassen. Maar ditmaal heb ik zelf heel veel aan de draperingen gewerkt. Een voorkeur voor de ene of de andere werkwijze heb ik niet, ik doe het allebei graag.” Eenvoudigere vormen zijn er dan weer voor de tropisch bedrukte bloesjes en jurken, waarvoor hij beelden heeft gebruikt van de Antwerpse schilder Piet Raemdonck. Geen onbekende bij modeliefhebbers, want zijn grote portretten hebben vorige herfst de etalages van Dries Van Notens Modepaleis gesierd.

Met één draad

Maar Wijnants is vooral bekend om zijn breiwerk. Die discipline doceert hij sinds enkele jaren aan de Modeacademie, en dat merk je in sommige afstudeercollecties. Hoe hij de breimicrobe te pakken kreeg? “Tijdens mijn tweede jaar aan de academie vond ik de handbreimachine van mijn moeder. Ze maakte een heleboel gebreide kleding in onze kindertijd, maar daarna kwam die werkloos in een hoekje terecht. Een echte ontdekking, want ik vond en vind het nog steeds boeiend om, vertrekkend van een draad, je eigen materiaal te zien groeien. Je kunt er zoveel mee doen! Het is makkelijker om met breiwerk in drie dimensies te werken dan met stoffen - naden of nepen heb je niet nodig - en je kunt het toch nauw om het lichaam laten aansluiten. Breien is ook erg toegankelijk: meer dan een kluwen wol en een breimachine heb je niet nodig. Bovendien ontspant het me.”

Wat hij het liefst ontwerpt, de winter- of zomercollectie? “De winter is fijn omdat je veel tricot kan gebruiken. Anderzijds is het seizoen waarin je de winterkleding voorbereidt anderhalve maand korter dan dat voor de zomercollectie. Nu ben ik volop bezig aan de volgende winter. Ik heb alle stoffen, maar moet nog op zoek naar de juiste draden voor het bijpassende tricot. Het begint echt wel te dringen. Breiwerk voor de zomer ligt niet voor de hand, want dat moet heel fijn zijn. En hoe fijner, hoe duurder. De mensen verkiezen goedkopere dingen, iets in jersey.”

Straks begint in Parijs de prêt-à-porterweek waar men de designermode voor volgende winter showt. Is hij van de partij? “Een defilé op de catwalk komt er niet, ik geef wel een presentatie in een showroom. Een drink terwijl de modellen met mijn kleren tussen het publiek lopen. In het begin heb ik wel enkele defilés georganiseerd. Zo krijg je meer aandacht van de pers, maar nu is het, denk ik, belangrijker om alles in te zetten op het product. Ervoor te zorgen dat mijn klanten tevreden zijn, dat de kleren op tijd klaar zijn, mooi afgewerkt. Dat is ook de boodschap die Dries Van Noten me heeft meegegeven toen ik bij hem wegging om met mijn eigen merk te beginnen. ‘Doe het stap voor stap, zorg dat je een goede band hebt met je klanten. Als je in enkele goede boetieks hangt, zal de mond-tot-mondreclame vanzelf gaan werken.’”

En zo gaat het inderdaad. Was hij, zoals wel vaker gebeurt met nieuwe (Belgische) namen in de modewereld, aanvankelijk de lieveling van Japan, dan zijn de klanten van Christian Wijnants nu evenwichtig verdeeld over de wereld. Ongeveer een derde zit in Azië - Japan, Korea en Hongkong -, een derde in de Verenigde Staten en de rest in Europa. “En dat is gezond. Niet alle eieren in dezelfde mand leggen.”

Japan verandert

Van Japan is bekend dat men er zo nieuwsgezind is dat de winkels telkens opnieuw een ‘ontdekking’ willen presenteren. Wat goed is voor de beginnelingen, maar minder gunstig voor wie een jaar of drie, vier bezig is. De ontwerpers die niet alles, maar toch nog veel moeten bewijzen. “Dat is deels waar, maar met Japan is er iets anders aan de hand. Het land heeft duidelijk geleden onder de crisis. De omgang met mode is er sterk veranderd. Ik merk dat bij de aankopers. Het eerste wat ze doen, is met hun vinger langs de prijzen glijden. Ze stoppen bij de laagste, en díe kleren willen ze zien. Enkele jaren geleden was dat ondenkbaar. Eerst keken ze rond, op de prijzen letten ze nauwelijks. Dat is helemaal veranderd.”

“Na 9/11 was het moeilijk voor iedereen in de mode. Met een lening van CultuurInvest heb ik die zware periode kunnen overbruggen. Maar die moet ik nog altijd afbetalen, hoor.” Daarom werkt hij ook nog als consultant voor een internationale keten. “Dat geeft me wat ademruimte bij mijn eigen collectie. En het is ook heel leerzaam. Het is zo’n andere wereld. Elke dag kan ik de statistieken bekijken, en zie ik wat er is verkocht. Als je merkt dat er op één dag wereldwijd 3.500 bloesjes werden verkocht… Wauw, dat is me wat.

Je leert ook nieuwe fabrikanten kennen; en je leert wat de mensen kopen en waarom dankzij de zeer snelle en uitgebreide feedback. Ik vermoed dat iedereen van mijn generatie consultancy doet. Alleen met onze eigen collectie zouden we financieel niet ver springen.” Bovendien heeft Wijnants er ook echt plezier in als hij ziet dat zijn kleren door zoveel verschillende vrouwen worden gedragen. “Toen ik ooit voor de postorderbedrijven La Redoute en vorig jaar nog voor Trois Suisses enkele modellen heb gemaakt, was ik verbaasd hoeveel mensen daar kleding aankopen. Ongelooflijk. Dat zal me wel wat naambekendheid bijbrengen, maar het belangrijkste is toch dat ik niet uitsluitend wil werken voor een elite. Dat interesseert me niet. Jammer genoeg zijn mijn eigen kleren nog relatief duur, net omdat het over zulke kleine aantallen gaat. Daar kunnen we nu eenmaal niet omheen.”

Ik vraag hem of hij zich zijn carrière zo, als dromende puber, had voorgesteld. “Over hoe het totnogtoe gelopen is, ben ik wel tevreden, ja. Ik was altijd ambitieus en gedreven, maar tegelijk ook een beetje een dromer. In mijn werk kan ik die twee nog altijd verzoenen. Mijn droom om te werken bij Dries Van Noten, mijn grote idool, is meteen uitgekomen. Maar om eerlijk te zijn, ik denk er niet veel over na. Natuurlijk moet ik rekening houden met de markt en met hoeveel ik verkoop. Maar in wat ik doe, laat ik me toch nog altijd sturen door emotie. Zo wil ik het.” n

Christian Wijnants

•1977: geboren in Brussel, Belgische vader

en Zwitserse moeder; groeit op in Brussel

(sprak Frans op school, Zwitserduits met zijn moeder)

•2000: studeert af aan de Modeacademie

van Antwerpen

•2001: wint meteen de Grand Prix op het

Festival de la Jeune Création in Hyères

•2001-2003: assistent bij Dries Van Noten en Angelo Tarlazzi

•2003: begint zijn eigen dameslijn

•2005: wint de Swiss Textiles Award

•2005: wordt docent tricot aan de Modeacademie van Antwerpen

•2006: wint de Andam-prijs in Parijs

•2010: wordt geselecteerd door Maria Luisa om een collectie te maken voor Trois Suisses

•2011: verkoopt zijn merk in prestigieuze

winkels als Le Bon Marché in Parijs, IT in Hongkong, United Arrows in Tokio,

Club 21 in Singapore. In België onder

meer te krijgen bij Sien in Antwerpen,

Hunting and Collecting in Brussel,

het Oorcussen in Gent.

Voor de zomer leende de Antwerpse schilder Piet Raemdonck enkele prints uit als tropische opdruk.

‘Soms gaan mijn schetsen recht naar de patronenmaaksters, maar deze keer heb ik zelf sterk aan de drapering gewerkt.’

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234