Woensdag 19/06/2019

Christchurch

Christchurch rouwt als na de aardbeving van 2011: “Het is verdrietig en mooi tegelijkertijd”

Een agent verzamelt bloemen bij een politie­cordon aan een moskee in Christ­church.  Beeld AFP

De botanische tuin in Christchurch is sinds de aanslag op twee moskeeën de plek voor traumaverwerking. Eerder was dat al zo na de verwoestende aardbeving in 2011. “Samen rouwen we.”

Niemand lijkt precies te weten waarom, maar het epicentrum van de rouw om de slachtoffers van het bloedbad in twee moskeeën is de stoep voor de botanische tuin in het centrum van Christchurch. Duizenden in papier of plastic gewikkelde bloemboeketten liggen verspreid over een lengte van ruim honderd meter langs het gietijzeren tuinhek. Soms ligt er een briefje bij. “Voor onze islamitische broeders en zusters. Samen rouwen we. Van Jeanette en Patrick.”

De hele dag door verschijnen nieuwe bewoners bij het hek om zonnebloemen, irissen, fresia’s of rozen achter te laten. Om medeleven te tonen met de nabestaanden van de 50 doden en met de 34 gewonden die even verderop in het ziekenhuis liggen, en om zelf de schok van de aanslag in hun doorgaans zo rustige stad te verwerken. “Waarom hier?”, is de vraag van ondernemer Lisa Tamaki (45), die met haar zoontje van 2,5 jaar oud een bosje fresia’s heeft achtergelaten. “Dit is toch de laatste plek waar je zoiets verwacht.”

Condoleanceregister

De gidsen van de botanische tuin, die op toeristen staan te wachten, hebben zo’n publiekelijk betoon van medeleven hier maar één keer eerder gezien. Bijna niemand die het zich nog herinnert, zeggen ze, maar het was dezelfde botanische tuin waar acht jaar geleden inwoners samenkwamen om na de zware aardbeving van 6,3 op de schaal van Richter het condoleanceregister te tekenen. Zo blijkt de botanische tuin ineens de plek voor traumaverwerking te zijn in Christchurch.

Toen Lisa Tamaki het nieuws van de aanslag hoorde, racete ze vrijdag naar het kinderdagverblijf om haar zoontje op te halen. “Ik moest zeker weten dat hij veilig was. Het was precies hetzelfde gevoel als destijds.” Op 22 februari 2011 trof de aardbeving de stad op klaarlichte dag. Vooral het centrum werd een slagveld: duizenden gebouwen stortten in, 185 mensen kwamen om.

Zo was Christchurch al een ‘stad van de ontbrekenden’ geworden, schreef dit weekend columnist Steven Braunias van de krant The New Zealand Herald. Nergens wordt dat zo aangrijpend geïllustreerd als bij een monument voor de slachtoffers van de aardbeving: op een kaal stuk grond in het stadscentrum zijn 185 lege stoelen geplaatst, spierwit. Een bureaustoel, een fauteuil, een kinderzitje; voor elk slachtoffer een lege stoel. In het gastenboek heeft iemand vrijdagavond geschreven: “Er moeten vanaf vandaag 49 extra stoelen worden bijgezet.” (Zondag liep het dodental op naar 50.)

Priester Peter Beck, die van een afstandje naar de bloemenzee bij de botanische tuin kijkt, worstelde ermee voor zijn preek van zondagochtend, vertelt hij. “We zijn nog niet hersteld van de aardbeving, en dan nu dit”, aldus Beck. Uiteindelijk vond hij inspiratie in een passage in het Bijbelboek Mattheüs, waarin Jezus met verdriet en woede over de ondankbare inwoners van zijn geliefde Jeruzalem spreekt. “Jullie stad wordt eenzaam aan haar lot overgelaten.” De burgers van Christchurch zullen zich volgens Beck wel inzetten om het drama om te zetten in iets goeds. “Dit is het moment dat wij zeggen: dit laten wij niet toe. Onze gemeenschap wordt niet aan zijn lot overgelaten. Liefde is sterker dan haat.”

Beck wijst naar de duizenden boeketten. “Zie je dat? We zijn door verdriet overmand, maar we strekken ons ook uit naar onze broeders en zusters. Dit definieert Christchurch.”

Samenhorigheid

“De samenhorigheid is hetzelfde als in 2011", zegt Lisa Tamaki. “Destijds hielpen we elkaar met voedsel en onderdak, nu komt iedereen zijn medeleven betuigen. Het is verdrietig en mooi tegelijkertijd.”

Pas enkele jaren geleden kregen de inwoners van Christchurch weer volledig toegang tot het centrum. Nog altijd staan veel gebouwen in de steigers, of ze zijn net opgeleverd. Juist zondag zou een van de oudste gebouwen van de stad, het in neogotische stijl gebouwde kunstencentrum dat tegenover de botanische tuin ligt, zijn deuren officieel weer openen. Het symbolische moment voor de wederopstanding van de stad is door de aanslag uitgesteld.

Hoewel de meeste huizen in de buitenwijken richting de Grote Oceaan acht jaar geleden in eerste instantie overeind bleven staan, was de indirecte schade daar enorm. Hier zat relatief veel water in de bovenste grondlaag dat door de aardbeving naar boven werd geperst. De modder spoot de huizen in en vloeide door de straten: 51.000 huizen raakten hierdoor beschadigd; bijna een derde daarvan moest worden afgebroken.

Omdat het risico op een nieuwe aardbeving reëel is, wees het stadsbestuur grote gebieden in deze wijken aan als onbewoonbaar. De huizen werden afgebroken en de stadsdelen teruggegeven aan de natuur, waardoor delen van Christchurch nu groene prairies zijn geworden. Het asfalt, de straatverlichting en de elektriciteitsmasten laten zien waar vroeger de vrijstaande huizen moeten hebben gestaan.

Op de grens van de prairie en de bewoonde wereld ligt Linwood, de wijk van de tweede moskee die vrijdag doelwit was. Hier vermoordde de terrorist zeven mensen, voordat hij door een moedige moskeeganger werd verjaagd en even verderop werd ingerekend. Wat nu rest zijn de kogelgaten in de roomwitte muur en het aan gort geschoten raam. Net als de twee andere moskeeën die Christchurch rijk is, wordt het gebedshuis nu bewaakt door agenten met zware wapens.

Aan de overkant zit buurtbewoner Linkikoni Ale (39) uit Tonga met zijn vrouw en drie kinderen in traditionele kerkkleding naar de moskee te kijken. De aanslag doet ook hem terugdenken aan de aardbeving. Ale vertelt dat hij en zijn buurtgenoten hier in 2011 de modder met spades uitgroeven. “De aanslag is erg, maar de aardbeving had nog veel meer impact; iedereen had ermee te maken.”

Racisme

Ale is niet bang dat de aanslag de samenleving zal veranderen, zegt hij. Natuurlijk is er racisme in Nieuw-Zeeland, ook in Christchurch zijn skinheads actief, maar het gaat om een kleine minderheid en het gaat nooit gepaard met geweld. ‘De dader schreef in zijn manifest dat hij handelde namens blanken. Maar wat hij gedaan heeft zegt alleen iets over hem.’

Binnen de moslimgemeenschap van Nieuw-Zeeland heerste in het weekend ongeloof. Mohammad Kalam, de leider van een islamitisch centrum in Auckland, die zelf familieleden verloor bij de aanslag, gaf zaterdag huilend een interview aan enkele journalisten. “Ik woon hier al 32 jaar en ik heb nog nooit iets vervelends meegemaakt. Nieuw-Zeeland heeft zijn deuren altijd geopend voor ons, voor vluchtelingen, voor iedereen. Dat dit nu is gebeurd, gaat ieders voorstellingsvermogen te boven.”

In Linwood zijn Jay Abdallah (29), een Australische reclasseringsambtenaar, en zijn broers aangekomen. Alle drie hebben ze een baardje. Ze zijn zaterdag overgevlogen om de moslims in Christchurch te steunen. Ze hebben gewonden bezocht in het ziekenhuis, ze hebben gebeden en zijn bij families thuis geweest. Ook deelden ze een paar Playstations uit aan de kinderen. “We doen wat we kunnen. Waarom ben je zo verbaasd? De moslimgemeenschap is hecht. We kijken naar elkaar om.”

Sorry

Achter hem komt een Nieuw-Zeelandse vrouw naar zijn broer lopen. “Sorry”, zegt de vrouw tegen hem. “Ze excuseert zich namens de niet-moslims, maar dat is echt niet nodig”, zegt Abdallah met lichte gene. Toch is hij er ook wel weer blij mee. “De dader hoopte dat de aanslag wraakacties aan de kant van moslims en niet-moslims zou inluiden. Maar wij kunnen het ook omdraaien en zorgen dat het voor meer liefde gaat zorgen.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden