Dinsdag 15/10/2019

Interview

Chris Dusauchoit: "Het dolfinarium, dat is een Lantin voor dieren"

Chris Dusauchoit. Beeld Franky Verdickt

Tilikum kon veel, maar spreken kon de orka niet. En dus gaf Chris Dusauchoit hem postuum een stem: "Ook Brugge heeft zijn Tilikums", schreef hij. Ooit het dolfinarium sluiten, is – jawel – een doel. En daarvoor rekent hij op ons en op de politiek. "Alleen dieren kunnen rechts en links nog verenigen."

Wie de Spice Girls ooit een volle minuut stil kreeg, moet een gebrevetteerd dieren­fluisteraar zijn, maar het negenjarige asielhondje in zijn huis doen zwijgen, lukt niet. Dan maar het kooitje in en wij aan de lange tafel in de keuken, die de loge is naar de buiten in Sint-Pieters-Rode.

Een roodborstje komt kijken, 
er is voedsel gekocht voor een ‘residential meesje’ en twee ezels, die Martha en Stafje heten, wachten op de regen.

Hun namen vermenselijken. De golden retriever heet Mona en de blaffende bezoeker uit het asiel Margot. In De Standaard schreef Dusauchoit: “Gij zult de dieren geen andere dan soortnamen geven, want met vermenselijking schieten ze niets op. Een behartens­waardig principe dat ik evenwel graag overboord gooi als ik kijk naar hoe luid deze namen weergalmen: Cecil, Harambe en Tilikum.”

Tilikum was een 35-jarige orka, ster van SeaWorld in Florida, wereld­beroemd. Maar ook trieste held in de documentaire Blackfish van – nog tongbrekender dan ‘Dusauchoit’ – Gabriela Cowperthwaite, want in zijn carrière verantwoordelijk voor drie doden. Conclusie: dit dier had nooit in gevangenschap mogen leven, alle kinderplezier ten spijt, want die opsluiting was een marteling. Je zou bijna schrijven: mens­onwaardig.

Beeld Franky Verdickt

Is het een schande dat ik tot vorig weekend nooit eerder van Tilikum gehoord had?

Chris Dusauchoit: “Neen, al is Blackfish zeker door honderd miljoen mensen gezien en ken ik weinig documentaires die zo’n impact hadden. Het heeft SeaWorld op de knieën gekregen, de winst­marges zijn met 84 procent gedaald, dan heb je dus wel iets bereikt.

“Je ziet dat individuele dieren de voorbije jaren het verschil hebben gemaakt. Cecil (de beroemdste leeuw van Zimbabwe die door een Amerikaanse tandarts werd gedood, RVP) zette het probleem van de canned hunting (trofeejacht in een afgesloten gebied) op de kaart. En Harambe (de gorilla in de zoo van Cincinnati die gedood werd toen hij een kleuter meesleepte, RVP) bracht dierentuinen in het algemeen in de problemen.

“Het dolfinarium in Brugge, officieel het Boudewijn Seapark, beweert dat ze tuimelaars hebben omdat ze hen beschermen als bedreigde diersoort, maar dat klopt niet. Tuimelaars zijn helemaal niet bedreigd.”

Die drie dieren zijn de martelaars. Overheerst bij het nieuws van de dood van die orka dan droefheid of eerder opluchting?

“Opstandigheid is een beter woord, omdat het de kroniek van een aangekondigde dood was. Hij leed aan allerlei kwalen, inherent aan de manier waar­op hij opgesloten zat. Alleen al dat chloorwater was nefast voor zijn longen. Er bestaan beelden van Tilikum, toch 6 meter lang, die aan beide kanten het bassin waarin hij zat, raakte. En dan dient zo’n bassin alleen voor de show. Nadien moest hij gewoon in een hok.

“Brugge mag acht dolfijnen hebben, ze hébben er negen, en ze vertellen er niet bij dat ze hun krap­pe ruimte ook nog met zeeleeuwen moeten delen. Die Tilikum zat vol bijtwonden, net als die dolfijnen: die kunnen elkaar niet uitstaan. Eigenlijk is dit hetzelfde als wat er in de gevangenissen gebeurt.”

Is dat zo?

“De woordvoerster van het dolfinarium schreef: ‘De rol van ons park is om ambassadeurs te zijn voor dieren in het wild.’ Ik heb getweet: ‘De gevangenis van Lantin. Al jaren trotse ambassadeurs van de in het wild levende Belg.’ Als er ooit aliens op de aarde neerdalen, zeg je toch ook niet: ‘Ga maar kijken in Lantin, daar zie je specimens van de mensen die in het wild rondlopen.’

Een dolfijn in Boudewijn Seapark. Beeld Thomas Sweertvaegher

“Hun reactie is dat ze volledig in orde zijn en dat als hun dolfijnen ongelukkig zouden zijn, ze niet zouden deelnemen aan die show en zich niet zouden voortplanten. Ja-ha! Seks heeft niks met geluk te maken, net als voedsel en hun territorium is het een van hun sterkste drijfveren. En dat van die show is helemaal schandalig. Ze vertellen niet dat ze die dieren eerst met opzet uithongeren. Het is pure Pavlov en tijdens de show krijgen ze haring die dan nog vol antibiotica zit om hen te beschermen tegen de ellende van het chloorwater.”

Kriebelt het om als activist je eigen Blackfish te maken?

(lacht) “Die drang is er, maar ze gaan me niet binnenlaten. Misschien is het een strategie om ex-werknemers voor de camera te krijgen. Want dat zie je ook in Blackfish. Die verzorgers getuigen hoezeer ze van die dieren houden en ik geloof dat. Maar vroegere verzorgers zeggen: ‘Zodra we daar weg waren, beseften we dat dit niet kan.’

“Wil ik het dolfinarium in Brugge dicht? Dat is het doel, jawel. Jammer genoeg vallen ze in Vlaanderen onder de dierentuin­wetgeving, terwijl dat dus de circus­wetgeving zou moeten zijn. Het is een circus zonder wielen. Je kunt er zelfs plechtige­communie­foto’s met die dieren laten maken! Weet je wat zo jammer is? Dat die dolfijnen zelf schijnbaar allemaal lachen.”

Er is in Vlaanderen een minister van Dierenwelzijn.

“Ik ben ook bezig via de politiek en Ben Weyts (N-VA) legt, vind ik, als eerste minister in dit domein een redelijk foutloos parcours af. Alleen stoot je soms op de grenzen van de wetgeving, zoals hier. Dus moet de wet aangepast worden. Helaas is dit natuurlijk geen prioriteit. En Boudewijn Seapark pronkt met uitstekende cijfers. Wat ze er niet bij zeggen, is dat de cijfers van hun héle park zijn. Het dolfinarium is maar een deeltje. Politiek zal niet volstaan. Het succes van Blackfish was ook niet politiek. Het waren de mensen die nadien massaal zeiden: ‘Foert, we gaan niet meer.’”

Ik kan me toch voorstellen dat je als kind uit Brugge genoot van die dolfijnenshow.

“Ik herinner me enorm veel lawaai, wat logisch was in zo’n opblaasbare koepel. Waar dieren als dolfijnen die via echo­locatie communiceren, zot in de kop moeten van worden. Natuurlijk stond ik als kind gefascineerd te kijken.

“Maar journalisten schermen zo graag met ‘de Verlichting’, alsof nadien alles geregeld was. Dat is echt niet zo. Hoe lang bestaat het homo­huwelijk in België? Veel verworvenheden zijn van de laatste tien à twintig jaar. En de ‘progressieven’ worden nu de conservatieven omdat ze hun uiterste best moeten doen om wat ze zo recent bereikt hebben, niet meer te moeten afgeven. Dat geldt voor mensen, maar ook voor de dieren. En ik denk dat dieren links en rechts nog kunnen verenigen. Kijk naar de discussie over onverdoofd slachten.”

Vanwaar komt die grote dierenliefde?

“Toen ik jong was, wilde ik dieren­arts worden. Maar we waren met zes kinderen thuis, ik was de jongste, voor een dier was geen plaats. Wat ik begrijp. Ik had wel veel knuffels, de bambi die ik van mijn meter kreeg, heb ik nog. Maar iedereen deed iets in de humane richting en dat was een beetje familiale druk: eerst de mensen. De zorg voor dieren was ook anders in die tijd. Ze spraken van de ‘paarden­dokter’ of de ‘vee­arts’, pas recenter werd dat ‘dieren­arts’.

“Ik ben bezig aan een boek over honden en ook daar zie je dat. Toen ik kind was, lagen honden aan een ketting en hadden enkel rijke vrouwen die elke dag naar de kapper gingen, een yorkshire­terriër als huishondje.”

Chris Dusauchoit: "Mijn traject is een aaneenschakeling van toeval." Beeld Franky Verdickt

Hij werd het niet. Wie al íéts ouder is, weet dat Chris Dusauchoit voor hij in 2000 op tv kwam met Dieren in nesten, radio­maker was op Studio Brussel. Generatie Lieven Van Gils, Chantal Pattyn, even na Mark Coenen.

“Toen ik 16 was, begonnen meisjes en muziek me meer te interesseren dan dieren.” Later kwam hij naar Leuven, studeerde communicatie­wetenschappen nadat hij al sociaal assistent was. “Mijn traject is een aaneenschakeling van toeval. Soms nam ik een keuze­vak op basis van het aantal bladzijden. ‘Nederlandse taalbeheersing’ van Fons Fraeters en Annie Van Avermaet, die samen een programma op de VRT hadden, maar die ook les gaven. Zij leerden me praten, want mijn Brugs was zo plat dat zelfs mijn vader zei: ‘Met zo’n dialect geraak je nergens.’

“Eigenlijk straf. We leerden op school alles over de Tachtigers en Multatuli, maar geen énkele leraar zei me ooit dat ik poo-litiek moest zeggen in plaats van póll-itiek. Ik heb mezélf geoefend door stukken uit de Knack luidop voor te lezen en op cassettes op te nemen. Tot het helemaal goed zat.”

En hij had geluk, alweer: toeval. “Ik begon op de verkeers­redactie van de VRT en daar had ik vandaag nog gezeten als Jan Schoukens, die de verkeers­redactie én Studio Brussel leidde, niet elk jaar een uitstap organiseerde. Op een dag bezochten we de jenever­stokerij van Filliers in Deinze. Iedereen goed aangeschoten natuurlijk en op de bus naar huis deed ik voor de micro een imitatie van Paul Van Vliet. De volgende dag werkte ik op Studio Brussel.”

Nog één toeval moet in dit verhaal. Omdat hij zijn twee golden retrievers regelmatig meenam naar de VRT (“ik reed binnen via de RTBf, daar was de portier minder streng”), dacht toenmalig netmanager Wim Vanseveren aan Dusauchoit ter vervanging van Pascale Bal als presentator van Dierenkliniek. Later Dieren in nesten.

En nu schrijf je zelfs columns om Planet Earth te verdedigen.

“Toch geweldig! Ik ben Dirk Draulans niet en géén bioloog, maar ik ben wel de Dr. Dolittle van de VRT geworden. De Morgen belt mij en níét Dirk De Wachter om mijn gedacht te schrijven over de natuur en de dieren!”

Je schreef: ‘Het apezuur. Dat krijg ik als ik de kritiek lees op de weergaloze reeks Planet Earth 2 van vader Attenborough.’

“Hoe kan Joël (De Ceulaer, collega bij De Morgen, RVP) dit nu afdoen als ‘post-truth’? In de eerste aflevering zat de achtervolging van een leguaan door een bende slangen. Volgens de letter van de journalistiek moest je die scène weg­smijten, want: ‘We hebben het begin niet.’ Ja zeg, dat zie ik wel door de vingers hoor. Ze plakken verschillende scènes aan elkaar, want anders kun je dat nooit tonen. Aan die dieren kun je niet zeggen: ‘We doen het nog een keer.’ (glimlacht) Allez kom, Joël toch!”

Maar de kritiek was ook dat een te mooi beeld van de natuur mensen het idee zou geven dat het allemaal wel meevalt met de bedreiging ervan.

“De producer van Spring Watch op BBC zei dat. Een prachtig programma, maar het klopt niet. In de laatste aflevering zei David Attenborough: ‘Als we niet leren delen met de dieren, zullen wij mensen ten onder gaan.’ Die serie zorgde voor de verwondering. Dat vind ik nog altijd een van de krachtigste troeven.”

Deze week dook een filmpje op van een aap die een hert bespringt. Verwondering?

(blaast) “Het stoort me dat dieren alleen aandacht krijgen als er slecht nieuws is, ‘de giraf is bedreigd!’, of met dit soort aberraties. Een aap die een hert neukt! Dat is de youtubisering van het nieuws. In de jaren 60 zei Marshall McLuhan (een Canadese professor en filosoof, RVP) al: ‘The medium is the message’ en hij heeft gelijk. Die aap krijgt een waarde omdat op Twitter een storm uitbreekt: dertig likes. Dértig hé! Wat hebben we daaraan?”

Jij bent er toch zelf behoorlijk actief op?

“Ik zit niet op Facebook, mijn foto’s zet ik op Flickr onder een pseudoniem en op Twitter volg ik kerels die bezig zijn over dierlijke intelligentie. In Brazilië zitten neusberen die zich al decennia­lang met zeep wassen. Dát vind ik interessant. Natuurlijk tweet ik ook, maar soms laat ik het twee dagen bewust links liggen. Met opzet. De dag dat Trump verkozen werd, heb ik een ‘giphje’ gepost van een hond die onder een deken kroop: laat me allemaal gerust. Op zo’n momenten dwing ik mezelf: ‘Chris, blijf daar weg.’”

Beeld Franky Verdickt

Had jij als kind een groot voorbeeld op radio of tv?

“Zoals Peter Van de Veire of Ann Reymen als kind al met een micro rondlopen en radiootje spelen? Neen. Ik wist niet wat ik wilde doen. Als het goed weer was, konden we in Brugge wel BBC ontvangen en daar keken we al naar de natuur­docu­mentaires van David Attenborough. Maar ik had geen stichtend voorbeeld. Soms geef ik les en dan zeg ik aan die studenten: je kunt alleen jezelf zijn. In Humo zei Olga Leyers onlangs: ‘Het is nu of nooit, anders neemt iemand anders mijn plek in.’ (verontwaardigd) Olga! Niemand kan de plek van Olga Leyers innemen, want alleen jij bent Olga Leyers. Spiegel je niet, wees authentiek.

“Toen ik begon, wist ik dat natuurlijk ook niet en dit is een beroep met een grote existentiële eenzaamheid. Al geloof ik niet dat bepaalde beroepen een andere status hebben dan andere. Of je nu professor, presentator of verpleegster bent, je m’en fous. En twijfel is gezond. Ik bewonder wel mensen als Alain Grootaers, die als ze 50 zijn durven ‘foert’ te zeggen en naar Spanje trekken.”

Jij verliet Brugge al voor Sint-Pieters-Rode.

(lacht) “Dat klopt, maar ik sluit niet uit dat ik ooit zeg: ‘I’m gone.’ Waarom zou ik vasthouden aan wat ik niet kan meenemen als ik mijn hoofd neerleg? Dit huis zal me niet tegenhouden en waarom zou ik nooit in de Schotse Highlands, waar ik zot van ben, schapen kweken?”

Van een ‘sous-vide’-oven hadden we nog nooit gehoord, maar hier staat er eentje. Een plastic bak, veel meer is het niet, dat eten op de juiste temperatuur warm maakt. Kan lang duren. “Met vier kilo frieten ben ik zes uur bezig”, zegt Chris. “Twee jaar geleden ben ik als een zot beginnen koken. Ik ben zo’n cascade­surfer, van het ene tab­blad klik ik naar het andere, en zo kwam ik ooit bij Heston Blumenthal, de chef van The Fat Duck, terecht. Zijn kookboek is fantastisch en daar kook ik nu mee.

“Hoe ouder ik word, hoe trager ik kook en die sous-vide maakt van minderwaardige producten top­producten. Mensen willen Japanse biefstuk en spuwen op spek. Wel, op 2 januari was ik in de Delhaize waar het vol lag met kreeften aan 50 procent van de prijs. Blijkbaar móéten we kreeft eten op Nieuwjaar. Wel, neen.”

Nog zo’n late ontdekking is houtbewerking. Ergens in dit huis staat een zaagmachine, een nestkastje – o, toeval – aan de boom was de eerste creatie. De hond die Margot heet, blijft blaffen. Nu valt pas op dat er geen muziek klinkt. De liefde is nochtans niet over.

“Maar ik ben zo blij dat ik niet meer voor StuBru werk. Door daar te werken, was ik mijn hobby kwijt. Ik moest van mezelf álles volgen en als ik veertien dagen op reis was, had ik drie hypes gemist. Nu denk ik: ‘Kus mijn kloten, als ik iets tien jaar later ontdek, is het ook goed’.”

Zoals?

“Lyle Lovett heeft me over de country­streep getrokken. (lacht) Lyle Lovett, een troost voor ons allemaal: als je met zo’n hoofd zelfs Julia Roberts kunt verleiden! Maar net als Randy Newman, Dylan en Springsteen een verhalen­verteller over losers en kleine dorpjes. Fantastisch. Ik presenteer nog elk jaar het Cactus Festival in Brugge, dat is een thuismatch, daar speelde hij en zo leerde ik hem kennen. Je ziet dat wel vaker: hoe groter de artiest, hoe minder kapsones.”

Voor wie geldt dat nog?

“Voor Bach mag (een Canvas-reeks over klassieke muziek, RVP) mocht ik ooit Nikolaus Harnoncourt, de Oostenrijkse dirigent, interviewen. Net als pop­artiesten werd hij omringd door een tourmanager, een producer, een pers­madame... noem maar op. We zouden een half uur wandelen, maar dat werd anderhalf uur. De tourmanager zag ons terug en riep: ‘Maestro, we were so worried, where were you?’ En hij (imiteert Duits Engels): ‘We were on another planet.’ Cecilia Bartoli was ook zo. ‘Oh, you’re such a darling.’ Dat vond ik prachtig.

“Dat zijn de cadeaus. Aan een neushoorn mógen komen. Met Nikolaus Harnoncourt mógen wandelen. Mick Jagger mógen interviewen in Amsterdam. Al was ik toen bloednerveus. Zijn soloplaat, die slécht was, had ik drie keer beluisterd, ik had mijn vragen voor het eerst op een fiche geschreven en ik had al honderden artiesten geïnterviewd... Maar ik kwam binnen in die kamer en ik was star­struck. Wat ik nooit had. Ooit moest ik de Spice Girls interviewen als de zoveelste in de rij die dag en ik kreeg vijf minuten. Toen zei ik: ‘Dames, ik ben professor Engels­talige literatuur en voor een experiment wil ik jullie vragen te probéren één minuut complete stilte te bewaren.’ (grijnst) Soms moet je durven en die vonden dat fantastisch. Iederéén in die ruimte kwam plots kijken naar wat er gebeurde: de Spice Girls waren stil!”

Dat is niet slecht voor iemand die het met zijn Brugs dialect niet ging maken.

“Mijn vader was daar later natuurlijk wel trots op. Hij vond taal belangrijk. Soms hadden we een Frans weekend thuis: mochten we aan tafel alléén Frans spreken.”

Zijn dood was een van de redenen waarom je in 2015 samen met Hilde Van Mieghem Voor altijd maakte, een programma over sterven en rouwen.

“Eigenlijk kwam dat meer door de dood van mijn schoonbroer. Prachtige kerel, geneesheer, nooit gerookt en dan plots: tongkanker. Daar was ik kapot van en ik ging me afvragen waarom we de dood eigenlijk wegsteken. Natuurlijk ga je met ouder worden meer bezig zijn met je sterfelijkheid.

“Ik vind mijn leven niet zo belangrijk en ik heb op de radio nooit gezegd: ‘Sorry, het gaat me niet vandaag, mijn papa is dood.’ Toen hij aan het sterven was, zat ik in IJsland voor een opname. Op het vliegtuig naar huis heb ik de stewardess wel gevraagd of ik een rustiger plek kon krijgen, ik zat immers tussen lallende voetbal­supporters. Maar twee dagen na zijn dood vertrok ik toch weer naar het buitenland. Werken helpt dan.

Beeld Franky Verdickt

“Natuurlijk was het confronterend. Ik heb foto’s gemaakt van zijn handen in die van mijn moeder, toen het leven stilaan afliep. En ook toen hij net gestorven was. Maar het mapje ‘Sterfbed papa’ heb ik tot vandaag nog nooit geopend.”

Dat gaat niet?

“Ik heb het niet nodig om aan hem te denken. Ik praat met hem als ik iets schoons op de radio hoor: ‘Papa, luister eens.’ En verder ben ik een flagellant (iemand die zichzelf geselt, red.). ‘A Song for Europe’ van Roxy Music of ‘Berlin’ van Lou Reed opzetten en dan ga ik diep in dat verdriet staan. Het heeft geen zin om het onder de mat te vegen.”

Er komt iets van de trap gestormd, het is de hond die Mona heet. Iets later volgt Hannah. Ze is net 22 geworden, blokt voor examens die straks komen, ze doet dat bij haar papa en niet op kot. “Dat ze hier blokt, is misschien wel het schoonste compliment dat ik kan krijgen”, besluit hij. “Een echtscheiding is voor niemand een walk through the park, en toen dat gebeurde, was Hannah twee. Het was logisch dat ze vooral bij haar mama was. Maar dat deed pijn en geloof me dat ik véél heb liggen bleiten. Maar tegelijk ben ik zoals mijn eerste auto, een Alfa Romeo, nogal Italiaans van instelling: avanti avanti. Ik kijk vooruit. Je bent niet verantwoordelijk voor wat je overkomt, wel voor wat je ermee doet. En ik nam me voor: er komt een dag waarop ik weer voluit zal glimlachen.”

Die dag is nu.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234