Vrijdag 25/06/2021

Chris Dercon

Publiekstrekker Damien Hirst vindt er plek, broederlijk naast een nobele onbekende. Kate Moss loopt er tussen een groep Eurostartoeristen. Met vijf miljoen bezoekers per jaar is het Tate Modern het drukst bezochte museum voor moderne kunst ter wereld. En de Belg Chris Dercon uit Lier is er nu een jaar directeur.

Rijen dik wordt er aangeschoven voor de tentoonstelling van Damien Hirst en zijn met meer dan 8.000 diamanten bezette doodshoofd. Kunstenaar of handelsreiziger, kies zelf maar wat je ervan vindt. Daarnaast staan de bouwkranen te hijsen, in voorbereiding van de opening van The Tanks, het nieuwe gedeelte van Tate Modern, dat de plek zal worden voor nichekunstenaars in performance, video, installaties en dans.

Chris Dercon (53) - kamervullend, casual modieus, een beetje een jonge James Coburn - interviewen is als proberen de bal in een flipperkast te volgen, die regelmatig ook nog eens een boekenkast met kunstcatalogi omvergooit. Tussen de massa en de niche schipperen, hoe doe je dat?

Chris Dercon: "Er zijn steeds meer types van productie van hedendaagse kunst. Je krijgt een tentoonstellingscultuur van steeds dezelfde kunstenaars die overal ter wereld te zien zijn. Die worden zeer geapprecieerd door een bepaalde klasse van verzamelaars, ook steeds dezelfde, en zijn telkens weer verbonden aan dezelfde galerieën. De wereld van de gevestigde kunst, meestal ook de wereld van veel geld, en dus van veel publieke belangstelling.

"Dan heb je kunstenaars als Thomas Hirschhorn of als Thomas Schütte, die alleen worden geapprecieerd door een zeer select type collectioneur, maar van wie de boodschappen desondanks zeer intact blijven. Of je dat nu verzameld en weggestopt hebt in je privémuseum of niet, die boodschappen blijven ijzersterk overeind.

"En daarnaast krijg je ook parallelproducties, beeldende kunst die zelfs vaak niet eens op de markt komt, die overal tegelijk kan ontstaan, vaak op heel kleine plekken. Die hun plek vinden zonder dat de gevestigde kunstwereld of jullie, de media, eraan te pas komen, of mijn grote mond. Overal krijg je daar vertakkingen van, heel vaak zijn het producties die niet alleen interdisciplinair zijn, maar vaak zelfs geen klassieke beeldende kunst zijn. Soms lijkt dat meer op dans of film, of theater. Er is niet langer dé beeldende kunst, maar heel veel soorten tegelijk, en het is de wezensopdracht van Tate om die allemaal te tonen en een plek te geven. Net daarom openen we binnenkort The Tanks: om ook die andere vormen voortaan een permanente vaste plek te geven, en om te proberen die kunst, die vaak alleen op één moment ontstaat en dan weer verdwijnt, toch te bewaren."

Diamanten

De jonge Damien Hirst startte met keukengerei, acht keukenpannen op een rijtje met vrolijke tinten olieverf overschilderd. Een van zijn meest recente werken is een gouden vitrinekast, met honderden zirkoonstenen, haast niet te onderscheiden van diamanten. De dag des oordeels, heet het, en je weet niet of het een kritiek is op een samenleving gedomineerd door geld en materialisme, of net de omhelzing ervan. Want Hirst is niet alleen kunstenaar, maar ook, en misschien zelfs vooral, een ondernemer-multimiljonair.

Chris Dercon: "Die dualiteit maakt het ook zo boeiend. Damien Hirst is een van de prototypes van de 'trickster', het type kunstenaar dat zo goed door kunstcriticus Lewis Hyde is beschreven. Een figuur die je al in de Griekse mythologie ziet, met Hermes: een dief, een goochelaar, een man die permanent grenzen opzoekt en doorbreekt, en ons daardoor ongemakkelijk maakt. De metaboleus - letterlijk, want in het Oud-Grieks staat metabole voor verandering en transformatie - de sjacheraar ook, de geldwisselaar, die knalhard lacht, en waardoor Zeus heel veel problemen met hem krijgt. 'Hermes, kun je nu ophouden met dat spel: je bent zo luid, je laat scheten, je lacht iedereen uit.' Die saterfiguur wordt ongelooflijk geapprecieerd door verzamelaars, zij worden aangezogen als bijen naar honing door de trickster. In die zin zit Hirst helemaal in de traditie van Marcel Duchamp, die met zijn urinoir ook de grenzen van de kunst verlegde en tegelijk een briljante oplichter was."

Moet een kunstenaar ook niet iets zeggen over de tijd en de samenleving waarin hij zit?

"Een kunstenaar moet niets. Hij hoeft geen kritiek op de samenleving te geven. In de 19de eeuw hebben we dat romantische beeld geschapen, maar dat klopt niet. Hij mag anti-establishment zijn, er zijn er ook heel veel die die boodschap brengen, maar het is maar een van de taken die de beeldende kunst op zich kan of mag nemen. Kunstenaars moeten de bourgeoiscultuur niet aan de kaak stellen, ze mogen dat. Maar het veld is veel breder dan dat, en gelukkig maar. Kunst heeft zelfs het vermogen zichzelf tegen te spreken. Zelfs wanneer er een bepaalde hegemonie ontstaat, waardoor iedereen in het wereldje het erover eens is: dit is nu echt eens belangrijk. Wel, zes maanden later kunnen al diezelfde mensen iets heel anders belangrijk vinden, zonder dat iemand vraagt: 'Ja maar, zes maanden geleden vond je iets helemaal anders.' In de beeldende kunst mag dat, heel vreemd."

Is er dan nog een criterium om uit te maken wat goede kunst is, behalve de marktwaarde? De prijzen voor Hirst zijn de laatste tijd ingestort. Maakt hem dat dan plots minder kunstenaar?

"De marktwaarde van een kunstenaar kan alleen op lange termijn gezien worden. Net zoals op investeringsmarkten zijn er kortetermijnbewegingen en langetermijnevoluties, en die hoeven niet noodzakelijk samen te lopen. Ik zeg altijd tegen verzamelaars dat het geen enkele zin heeft om een werk te kopen in de hoop dat je het over vijf jaar met een ongelooflijke meerwaarde kunt verkopen. In de kunst moet je geduld hebben, minstens twintig, dertig jaar. Bij Damien Hirst schiet het nu ook alle kanten uit, en ook daar zul je het dus pas over dertig, veertig jaar weten.

"Een mooi voorbeeld daarvan is de 'rediscovery', een trend van de afgelopen tien jaar. Kunstenaars die van geen tel waren in hun tijd, de jaren vijftig of zestig bijvoorbeeld, scoren nu ongelooflijk, iedereen wil die herontdekken als een soort recente archeologie van de beeldende kunst. Als je jarenlang niet ontdekt bent ge- weest, en je bent nu zeventig, en je doet nog steeds hetzelfde, dan heb je meer kans om in de markt te stijgen dan wanneer je er instapt op je 25ste. Het Van Gogh-syndroom van de verborgen kunstenaar is absoluut voorbij. Het sociale krachtenveld van de kunst, het goede, het ware en het schone, laat dat achterwege, dat is Kant. Laat ook achterwege dat een kunstenaar per definitie de rebel en anti-establishment is. Het beeld dat een kunstenaar vooral een illustrator van de beau monde is, ook dat is voorbij. Het veld wordt steeds groter en diverser. Dat verklaart ook waarom het discours over de kunst soms zo warrig is."

Maakt dat uw job als keuzeheer dan niet veel moeilijker?

"Nee, want in het museum heb je net de ruimte om al die dingen in tegenspraak en samen met elkaar te tonen. Je hoeft niet langer te kiezen: zowel Damien Hirst past hier, als de nichekunst die we in die Tanks gaan laten uitvoeren en tonen. Een danseres die de vierde wand van het theater al jaren oprekt door altijd maar verder in de coulissen te dansen zoals Anne Teresa De Keersmaeker, en die nu hier in de coulissen van het museum zal dansen. Je hoeft geen keuze te maken, behalve voor iets waarvan je denkt dat het typisch is voor die vorm van beeldende kunst, en wat je dan tegenover een ander type kunt zetten. Wij leven al jaren van die juxtapositie van oude en nieuwe kunst, goedkoop en duur, moeilijk toegankelijk en heel simpel, heel vervelend en confronterend of net heel esthetisch en makkelijk. Maar toegegeven, hedendaagse kunst zou soms meer aan zelfkritiek mogen doen, het drijft al eens te veel op onbedachtzaam enthousiasme. De hoera-generatie, die persoonlijke oordelen nog nauwelijks fundeert. Ach, kunst heeft zich altijd laten verleiden tot een beetje circus."

Nieuw voyeurisme

Overal in de tentoonstelling staan mensen te praten over de werken. Groepjes schoolkinderen zijn verrukt over de zaal waar levende vlinders rondfladderen, die in een volgende zaal getransformeerd zijn tot kerkvensters vol vlindervleugels. Een 'ladies club' kijkt met afgrijzen naar de haai in formaldehyde, een koppeltje loopt tussen de in tweeën gesneden koe met kalf. Mensen kijken naar mensen die naar kunst kijken. Het is een nieuw soort voyeurisme.

Chris Dercon: "Het zinnetje dat ik dan altijd gebruik is 'opening out through joining in', een nieuwe benadering van de functie van het publiek in een museum. Dat besef is gekomen sinds ik gewerkt heb in Duitsland (Dercon was acht jaar directeur bij het Haus der Kunst in München, YD). In die burgerlijke cultuur van Duitsland is het Bildungsideal nog steeds springlevend. Daar had je mensen die vooral wilden praten over en naar aanleiding van kunst. Dezelfde groepen die driemaal een rondleiding deden om erover te kunnen praten, dat vonden ze interessant. Praten, praten, praten, leren en leren. Wat ik me nu realiseer is dat mensen vooral willen leren, dat een museum een lifelong learning experience is. En dat ze vooral iets willen leren wat ze vergeten zijn of wat hun ontzegd is, bijvoorbeeld het nemen van beslissingen.

"Beeldende kunst is net heel goed in het nemen van beslissingen. De kunstenaar beslist wanneer iets kunst is, wanneer het af is, welke maat het heeft, daar is hij allemaal individueel verantwoordelijk voor. Door al dat gedoe met Google denk je dat jij de beslissingen neemt, maar iemand doet het voor jou. Ook de financiële wereld leert dat onze beslissingsmacht ons wordt ontnomen. Een museum is iets waar mensen weer kunnen leren om beslissingen te nemen.

"Het is een verlangen naar dingen die we zijn kwijtgeraakt dat mensen naar musea trekt. Ook het ongelooflijke succes van alle mogelijke performances: het gevoel weer ergens bij betrokken te zijn, in gemeenschap en met sociaal contact aan iets te participeren.

"Kijk hier eens naar deze inhoudsopgave van een van de recentste nummers van de Harvard Business Review. Dat zijn de kerels die destijds het Chicagomodel van het kapitalisme hebben gepropageerd: greed is good. Nu gaat het over de geluksfactor en positief denken, over een geschiedenis van geluk. Zij die ons altijd zegden dat economische groei alles was, leggen ons nu uit dat ze er volledig naast zaten. Dat de dynamiek van groei die we als een extase hebben meegemaakt, toch niet alles is.

"Ik zie dat ook bij het bedrijfsleven, dat hier in het museum komt zoeken. Consultancybedrijven die gratis voor ons willen komen werken. Eerst dacht ik dat dat kwam omdat we zo sexy zijn, of omdat ze ons imago op hen wilden laten afstralen, maar ze doen het omdat hun echte cliënten willen weten hoe ze hun consumenten kunnen bereiken met echte waarden.

"Het museum levert constant nieuwe definities van nieuwe producten en van werk. Mensen verlangen nu van het museum dat het hen leert hoe ze zelf kunst kunnen maken, zonder daarom zelf kunstenaar te willen worden. Ze willen andere dingen leren, een nieuw type van werk dat ons met het postfordisme ontsnapt is. We zijn zelfuitbuiters geworden, we grijpen dingen aan die we kunnen vasthouden: geluk, de nabijheid van een werk dat gemaakt is en de verbeeldingskracht die het uitstraalt. In het museum leer je soms oeroude technieken en ervaringen die we blijkbaar verloren zijn. Musea zijn steeds meer universiteitscampussen aan het worden, waar je binnen een model van vrijheid zelf beslissingen kunt nemen, nieuwe, andere, vroegere methoden van werk kunt ervaren en zien.

"We nemen het voor een stuk over van het onderwijs. Scholen zitten in een dynamiek van feitelijke privatisering, worden steeds meer productontwikkelaar, erop gericht mensen zo snel mogelijk op de arbeidsmarkt af te leveren. Een museum blijft dan een vrijhaven van een andere tijdsbeleving, een andere invulling. Vandaar dat zo veel mensen van andere disciplines, van theater tot film, ook steeds meer de ruimte van het museum opzoeken om dingen te doen en te ontwikkelen. Hier gebeurt iets, en dat kan van alles zijn. Het waarschijnlijke wordt hier mogelijk, en het mogelijke waarschijnlijk. Dat is in wezen de basis van universitair denken. Filosofie is nadenken over wat je niet weet, en die zoektocht gebeurt vandaag meer hier dan aan de universiteiten.

"Vandaar dat onze mensen van learning, het vroegere education department, een steeds grotere rol gaan spelen. Vroeger was de curator heilig, het genie dat koos wat getoond moest worden, een auteur eigenlijk die alles beter wist en bijna even geniaal was als de kunstenaar zelf. Dat model is voorbij. We werken veel meer als een faculteit, als een klein atelier, in teamverband iets samen maken wat je op het publiek loslaat, zonder dat je vooraf weet hoe het zal aankomen bij dat publiek. Wie had ooit verwacht dat wij voor Gerhard Richter 250.000 bezoekers zouden krijgen? Tien jaar geleden waren er dat geen 50.000 geweest."

Hoe voelt u dat aan? Hoe bereikt u dat ideaal dat u ooit omschreef als 'elitisme voor de massa'?

"Dat vind ik nog altijd een hele goeie, ja. (lacht) Zo is dat. Dat die rijen hier staan, dat je in het weekeinde 15.000 man hebt die willen komen luisteren, kijken, deelnemen aan een performance, dat is elitarisme voor de massa, dat is fantastisch in een stad als Londen die zo gekenmerkt wordt door materiële ongelijkheid. Ik word daar echt koleirig van. Ik begrijp de woede van Paul De Grauwe, sinds kort ook Belg in Londen, over dit systeem, die draag ik ook in mij. De 1 procent is hier een realiteit, de 99 procent ook. Dan praat ik nog niet eens over de voorsteden, waar het nog erger is, daar is het 0,1 procent tegen 99,9 procent. Als je in zo'n context deze machine kunt aanbieden, een zingevingsmachine, een ervaringsmachine, een democratische machine, in ieder geval een publieke ruimte waar al die mensen kunnen samenkomen... Je loopt hier Anthony Giddens tegen het lijf, of Kate Moss, maar evengoed een groep jonge rappers, honderden schoolkinderen of Eurostartoeristen.

"Het mooiste verhaal: ik zit te lunchen met de technici van Anne Teresa De Keersmaeker. Anton, haar zoon, wil graag hier in Londen politieke wetenschappen gaan studeren. En hij zegt tegen mij met een levensgroot ontzag in zijn stem: 'Kijk, Eric Hobsbawm zit hier ook.' Een zeventienjarige die een broodje zit te eten, en die met zijn catalogus een handtekening gaat vragen. Als je me emotioneel wilt krijgen, dan met zulke verhalen.

"Dat maakt het zo aantrekkelijk. Iedereen die binnenkomt moet wel iets vinden over die trickster Damien Hirst. Is het een opname van een klassesysteem van eind jaren tachtig, puur thatcherisme? Voor een deel, want je kunt in die tentoonstelling ook ideeën van Tony Judt terugvinden. Dit is een massamedium waarvan we nog altijd de regels en de wetten niet kennen. Daarom is het ook boeiend om te zien hoe de sensatiepers zo gefascineerd is door onze soms warrige, confuse uitspraken. Ze kunnen ons niet in een hokje plaatsen, net omdat hier zo veel dingen samenkomen. Dat gebrek aan eenduidigheid maakt ze onrustig. Hier begrijpt men dat het leven de kunst imiteert, en omgekeerd. Wanneer ik hier in de stad vijf mannen zie die elkaar aan het duwen zijn en een wagen stopt met gierende banden, wat is er dan aan de hand? Een politierazzia, een filmopname, een modeshoot, een training? Je weet niet wat fictie is, en wat echt, en dat maakt ook een museum interessant."

Job als voetballer

Bij de voorstelling van The Tanks was de Britse pers hoofdzakelijk geïnteresseerd in de nieuwe aanbouw van het museum: een nieuwe vleugel van 21.000 vierkante meter, ontworpen door de wereldberoemde architecten van Herzog & de Meuron, dat het museum 60 procent meer ruimte zal geven. Kostprijs 215 miljoen pond (264 miljoen euro), en of kunst al dat geld wel waard is, voel je ze denken. Kunst zit in het verdomhoekje van de Europese populisten, zeker in Nederland, waar Dercon tussen 1996 en 2003 directeur van het Museum Boijmans Van Beuningen was.

Chris Dercon: "Dat is bijna tien jaar geleden, vraag me niet om daar uitspraken over te doen. Soms is deze job die van een voetballer, een paar jaar voor deze ploeg en dan weer voor een andere. Bij Tate hebben we er niet zo veel last van, ook al lopen de subsidies terug. Maar 70 procent van onze uitbreiding is al gefinancierd, in hoofdzaak door privédonoren. We genereren ook veel eigen inkomsten: 54 miljoen pond per jaar, omdat we een massamedium zijn. De politiek en de media hier kunnen er niet tegen op dat dit museum op zich een 'movement' is. We hebben meer dan 100.000 leden, we hebben vijf miljoen bezoekers per jaar, en dan nog eens miljoenen en miljoenen via onze site. Je zet ons dus niet zomaar even opzij. Wij blijven de ruimte hebben om een 'Gegenöffentlichkeit' te organiseren, zoals de Frankfurter Schule dat formuleerde, een plek waar van het heersende model en de meerderheidsretoriek kan worden afgeweken.

"Het is alsof mensen zich niet langer gerepresenteerd voelen door hun club, hun politicus of door de media: ze zoeken een nieuw parlement, een nieuwe agora. En dat wordt het museum. Wij worden kleiner, de wereld groter, het museum probeert een evenwicht tussen de twee te krijgen. Om de betekenis van dat zinnetje 'Wie ben ik?' te ontdekken. Daarom doen we dit toch?

"Deze maatschappij is een trein die te vol zit, die te pas en te onpas stopt, het personeel is onvoldoende opgeleid en er is niet genoeg geld om de sporen te onderhouden. En iedereen zit erin, sommigen die zonder te betalen de plaats innemen van anderen, en het gaat niet vooruit. Daarom mis ik zo ongelooflijk mensen en ideeën als die van Tony Judt. Maar in het museum kun je daar allemaal over praten en dat laten zien."

Is er eigenlijk al een Guernica gemaakt over de financiële crisis?

"Gerhard Richter fluisterde me tijdens de persconferentie net dat toe: 'Waarom vraagt niemand wanneer ik ooit een schilderij zal maken over de bankencrisis?' Er zijn ongetwijfeld mensen die daar ideeën over hebben, ik zou het Luc Tuymans bijvoorbeeld graag zien doen, dat soort vragen zouden hier ook gesteld moeten worden.

"Ook over traagheid bijvoorbeeld, ik ben een totale fanaat van trage film, ik vind die videoclips met 350 cuts per minuut absoluut en totaal vervelend. Ik kan gefascineerd kijken naar de modeshows van Yamamoto, Comme des Garçons en Ann Demeulemeester waar de modellen op de catwalk trager lijken te bewegen dan bij andere ontwerpers. En dus sexyer zijn. Ik heb in Italië ooit een lezing gehouden met de titel 'La lentezza molto sexy'. Het is een vorm van controle, beheersbaarheid, wat je ook de laatste jaren bij Anne Teresa ziet, een totaal andere vorm van tijdsbeleving. Het is een vorm van weerstand en verzet, die steeds moeilijker wordt.

"Uitslapen, deadlines niet respecteren. Misschien een idee voor jou (lacht).

"Jean Luc Godard kon dat prachtig, traag filmen. Hij heeft ooit een film opgenomen op de Costa Concordia, wist je dat? Socialisme heette die, en niemand schenkt er vandaag enige aandacht aan. Over een kapitalisme dat totaal ontspoord is, en jonge wilde wolven die op dat dek staan te schreeuwen. En Patti Smith, een van mijn idolen, speelde er ook in mee, en ze vertelde me, toen ze hier op bezoek was, dat ze die hele film heeft gedraaid zonder dat ze Godard ook maar één keer te zien kreeg, want die wou niet aan dek komen. Hij riep alleen door de intercom: 'Elle doit chanter maintenant', en toen pakte ze haar gitaar vast." (lacht)

Kubus met maden

In een grote glazen box staat een witte kubus, gevuld met maden. Die ontpoppen, vliegen uit, en voeden zich aan een afgesneden koeienhoofd waaruit een bloedspoor loopt. Boven in de box hangt een elektrische industriële vliegenvanger, die de beestjes elektrocuteert. De eeuwige cyclus van geboorte, voeding, leven, dood, verval en verrotting, de weeë geur inclusief. Als je dan toch een mening over Hirst moet hebben: dit is een gruwelijk, revolterend en aangrijpend kunstwerk.

Boven het bureau van Dercon hangt een postkaart met een foto van Jean-Luc Godard en - naar ik vermoed - hun beider levensmotto: 'Il faut montrer des idées vagues avec des images claires.'

De tentoonstelling rond Damien Hirst loopt nog tot 9 september.

The Tanks openen op 18 juli, vijftien weken lang, met meer dan 40 kunstenaars, zowel gevestigde namen als nieuwkomers. Het programma vindt u op www.tate.org.uk/visit/tate-modern

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234