Donderdag 22/08/2019

Chinese lessen voor Vlaanderen

China hoeft geen rolmodel te zijn voor het Vlaamse onderwijs, stelt Jonathan Holslag, maar het houdt ons bij de les. Holslag is onderzoeker aan het Brussels Institute for China Studies van de VUB. Hij werkt aan een nieuw boek over de rol van China in de Aziatische economische orde.

Het waren confronterende cijfers waarmee de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling vorig jaar uitpakte. Uit een wereldwijde vergelijkende studie naar de prestaties van vijftienjarige scholieren, de PISA-test, bleken pupillen uit Shanghai de beste resultaten neer te zetten, veelal gevolgd door leeftijdsgenoten uit Singapore, Hong Kong of Zuid-Korea. Ook Aziatische universiteiten klimmen hogerop in de academische hitlijsten en dan hebben we het nog niet over de wetenschappelijke output. Alleen al het aantal Chinese patenten verviervoudigde in de voorbije vijf jaar en het aantal Chinese wetenschappelijke artikels klom reeds boven het aantal Japanse publicaties.

Als deze groeicijfers ergens van getuigen, dan is dat de ambitie van de Chinese overheid om de Volksrepubliek om te vormen tot een technologische grootmacht. Lokale overheden zijn onderling in een concurrentieslag om kennis verwikkeld en vooral de welvarende provincies komen met miljarden aan aanvullende financiering over de brug. Omdat de middelen per student beperkt blijven, moet het onderwijsbudget tegen 2015 stijgen tot 4 procent van het BNP, wat goed zou zijn voor zo'n 600 miljard euro.

In China geldt ook een uiterst competitieve studie-ethiek. Plichtsbewustzijn en verantwoordelijkheidszin gelden als maatstaf doorheen het hele onderwijstraject. Belangrijk is ook de betrokkenheid van ouders. Falen en probleemgedrag gelden als een tekortkoming van de ouders van de student. "Wat Chinese ouders beseffen", schrijft Yaleprofessor Amy Chua in een recent boek over de Chinese opvoeding, "is dat niets echt een plezier is alvorens je er echt goed in bent. Om ergens goed in te worden dient er gewerkt te worden en omdat ook Chinese kinderen uit zichzelf niet willen leren, is het een zaak hun voorkeuren in toom te houden."

Overheidsbemoeienis
Toch heeft de Chinese wedloop om kennis keerzijden. Technologisch nationalisme maakt dat vooral grote bedrijven die nauwe relaties met de overheid onderhouden onderzoeksfondsen naar zich toe trekken, ten koste van private ondernemingen. Het reviewen van output blijft nebuleus. Nu is dat niet verrassend voor een land in volle ontwikkeling en vast staat dat ook in menige westerse labs wel eens een loopje wordt genomen met protocols, maar fundamenteel blijft dat technonationalisme ten koste gaat van creatieve groei en efficiëntie. "China blijft onderpresteren door academische corruptie", verklaarde topwiskundige Yau Shingtung onlangs.

Ook het sturen van hoger onderwijs in de richting van economisch relevante sectoren zoals mechanica, wiskunde, biomedische wetenschappen en informatica heeft zo zijn beperkingen. Van de bijvoorbeeld 400.000 ingenieurs die jaarlijks afstuderen, vindt een groot deel geen job. Bedrijven klagen ook over een gebrek aan flexibiliteit in het ontwikkelen van studiecurricula. Het groot aantal technische en wetenschappelijke krachten is zonder meer een belangrijk voordeel, maar opnieuw, overheidsbemoeienis heeft zijn prijs.

China hoeft dan niet meteen een rolmodel te zijn voor Vlaanderen, het houdt ons bij de les. Op vlak van kwaliteit en kennisoverdracht in het onderwijs is er niet meteen reden tot paniek en blijft Vlaanderen het in Europa goed doen. Leerkrachten in het secundair onderwijs trekken evenwel aan de alarmbel en wijzen op het oprukkende belang van vaardigheden ten koste van kennis. Dat is geen nieuw fenomeen, maar de kennisopmars Azië wijst er ons op dat de balans best niet verder opschuift in de richting van ontscholing.

Minstens even belangrijk is de studie-ethiek. "Het lijkt erop dat de nadruk op creativiteit in jullie onderwijs eigenlijk bijdraagt tot onverschilligheid. Niets moet en alles mag", zo merkte een Chinese zakenman wiens kinderen in Antwerpen school lopen me onlangs op. Toegegeven, Aziatische studenten zijn doorgaans minder verbaal, maar ik kan me zelf ook niet ontdoen van de indruk dat het achter de façade van assertiviteit en mondigheid van Vlaamse studenten doorgaans ronduit belabberd is gesteld op vlak van inhoud en engagement. Recent onderzoek bevestigde dat Vlaamse scholieren en studenten amper besef hebben van burgerschap. Net die factoren zijn een stuwende kracht achter de ontwikkeling van de Aziatische kennismaatschappij.

Dat is niet alleen een kwestie van cultuur. Luiheid en egoïsme gedijen welig aan beide polen van het Euraziatische continent. Wat vooral een verschil maakt, is dat onderwijs niet als vanzelfsprekend wordt beschouwd, dat er geknokt moet worden om in goede scholen binnen te geraken, dat ouders zich betrokken voelen en dat er niet steeds naar een hele rist van therapeutische argumenten wordt gegrepen om het falen van studenten te vergoelijken. "Hoe hoger de drempel, hoe hoger men moet leren springen!" Waar men in China veel kan opsteken van de pedagogische kundigheid van Vlaamse leerkrachten, moeten wij de vraag durven stellen of we niet te ver zijn doorgeschoten in de therapeutisering van ons onderwijs.

Diploma-inflatie
Het probleem van ambitie en selectie wordt zorgwekkend aan de universiteiten. Gelijke kansen zijn zonder meer van belang. Wat mij echter opnieuw opvalt aan Vlaamse universiteiten, is een sfeer van gratuïteit. Toegegeven, zeker nu de lente wenkt zijn er aangenamere bezigheden dan het doorworstelen van cursussen. Veel druk is er trouwens niet. Tweede zit is een gewoonte geworden, universiteiten zijn door uitstroomgerichte financiering weinig geneigd de lat hoog te leggen en een jaartje universiteit naar internationale maatstaven hoeft al bij al niet zoveel te kosten.

De 'iedereen-een-diploma-politiek' maakt het bijzonder moeilijk voor onze universiteiten om competitief te blijven. Het is verontrustend dat kennis en vaardigheden over de campusgrenzen heen amper worden geëvalueerd. Vraag is ook of de hele democratiseringsbeweging ongewild niet heeft geleid tot een diploma-inflatie, waarbij studenten die hogerop willen zich moeten onderscheiden met dure voortgezette opleidingen of studies aan topuniversiteiten elders.

Laat het Chinese onderwijs dan niet meteen een toonbeeld zijn, het noopt ons een aantal evoluties in het Vlaamse onderwijs in vraag te stellen en wellicht een beter evenwicht te zoeken tussen sociale en economische doelstellingen, overheid en markt, plichten en verantwoordelijkheden van studenten, kennis en vaardigheden. Bovenal moeten we durven evalueren in welke mate de democratiseringsoperatie jongeren laat proeven van succes en bovenal bijdraagt tot een dynamische samenleving die opnieuw zal moeten leren haar plaats te verdedigen in een bijzonder competitieve wereldorde.

Die competitie zal er in grote mate een zijn om kennis. Van Brasilia tot New Delhi worden legertjes wetenschappers in stelling gebracht om mee aan te sluiten bij de economische voorhoede der naties. Europa talmt. De Commissie legde onlangs nog maar eens de vinger op de wonde met een rapport dat wees op de blijvende achterstand tegenover Japan en de Verenigde Staten én het slinken van de voorsprong op China en Brazilië.

De zeven strategische technologische sectoren, die door het Chinese planbureau werden opgelijst als prioriteit voor investeringen, zijn één na één niches waarin Vlaanderen een behoorlijke staat van dienst heeft opgebouwd: biotech, alternatieve energie, geavanceerdere materialen, optische beeldvorming, etc. Voor de komende vijf jaar voorziet China jaarlijks 500 miljard dollar aan investeringen in die clusters.

Vlaanderen zal een bijzonder gesofisticeerde strategie moeten ontwikkelen om bij te blijven, maar véél hangt af van het spel dat China wenst te spelen. Als het de wereld inderdaad in een spiraal van technologisch nationalisme stort, eigen geavanceerde industrieën blijft afschermen en steun reserveert voor een aantal staatsbedrijven, wordt het een zaak om paal en perk te stellen aan de toegang van Chinese bedrijven en wetenschappers tot Vlaamse knowhow. Voor wat hoort wat.

Indien Peking daarentegen buitenlandse spelers meer kansen biedt heeft onze overheid een actievere rol te spelen in het ruggensteunen van onderzoekscentra en met een ambitieuze academische diplomatie eigen universiteiten in het voetlicht te plaatsen.

Creatieve groei
Het spreekt voor zich dat Chinees dirigisme geen zin heeft. Meer nog: technologische innovatie is niet zaligmakend: groeilanden zullen een sterk comparatief voordeel behouden in het omzetten van nieuwe technologieën in productie. Het is zondermeer van tel om te clusteren rond een aantal speerpunten en fragmentatie van de middelen te voorkomen. De beperkte budgetten dwingen ons ook om duplicatie bij universiteiten aan te pakken.

Vlaanderen moet evenzeer inzetten op technologisch ondernemerschap en netwerkvermogen. De toekomst van technologische groei ligt vooral in dynamische spin-offs, hooggespecialiseerde labs en innovatieve ondernemingen. Belangrijk is om verder ondersteuning te bieden aan niet-technologische innovatie.

Indien landen als China erin slagen een welvarende consumentenmarkt op te bouwen, dan zullen er naast hightech net zozeer kansen openliggen voor de Antwerpse modekampioenen, de Kerkomse bierbrouwer, de gelauwerde kaasmaker uit Hamont-Achel of de Brusselse producent van luxetassen. Allemaal sectoren bovendien die mits ondersteuning kunnen bijdragen tot werkgelegenheid en duurzame groei. Of wat te denken van offshore campussen voor onze academische ziekenhuizen die op hoog niveau zorg verstrekken en tegelijkertijd de welzijnssector in Vlaanderen helpen financieren, of van consulting in milieubeheer, of adviesbureaus in management van historisch patrimonium?

Helaas is het onvoldoende duidelijk of de Aziatische kolossen zich zullen staande houden onder hun eigen gewicht. Evenmin kunnen we ervan uitgaan dat het broeiend economisch nationalisme slechts een tijdelijk obstakel vormt en politieke spanningen worden opgelost in de stroom van globalisering. Hoe de nieuwe economische orde ook hertekend wordt, naast het verstevigen van kennis en vakmanschap is het even belangrijk om in te zetten op ondernemerschap, verantwoordelijkheidszin en vooral veel ambitie. Kortom, het is niet zozeer China waar we beducht voor moeten zijn, maar de ijzeren wet van de middelmaat.

Beeld UNKNOWN
 Laat het Chinese onderwijs dan niet meteen een toonbeeld zijn, het noopt ons een aantal evoluties in het Vlaamse onderwijs in vraag te stellen en wellicht een beter evenwicht te zoeken tussen kennis en vaardigheden  
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden