Dinsdag 19/10/2021

Chinees textiel bedreigt ook in kwetsbare Zuiden tienduizenden banen

De afschaffing van de textielquota deed de Chinese export naar de VS en de EU boomen, met respectievelijk 70 en 45 procent. Daarom sloten beide wereldmachten met Peking een akkoord dat die invoer matigt. Nochtans zijn het vooral ontwikkelingslanden, met Afrika op kop, die het gelag van de Chinese massa-export betalen.

Brussel

Eigen berichtgeving

Catherine Vuylsteke

Toen het Westen in 1974 het Multivezelakkoord uitvond, was dat vooral bedoeld om landen met een voor ons concurrentiële textielindustrie, zoals Zuid-Korea, de pas af te snijden. Zij kregen immers een erg klein quotum, terwijl naties zonder textielindustrie zoals Cambodja of Mauritius een gul quotum kregen, waarop zich daar een industrie ontwikkelde. Die industrie is nu zwaar bedreigd: sinds de textielquota begin dit jaar afgeschaft werden, veroverde China een gigantisch deel van de markt. Dat land exporteerde tussen januari en april 70 procent meer textiel naar de VS en 45 procent meer naar de EU, tegen prijzen die tussen de 10 en de 50 procent lager liggen dan die van andere landen.

Die fenomenale stijging deed veel inkt vloeien, Europese en Amerikaanse producenten schreeuwden moord en brand en uiteindelijk resulteerde de zogenaamde 'behaoorlog' tussen Peking, Brussel en Washington in een afspraak: tot 2008 wordt de Chinese export naar de EU en de VS beperkt.

De ergste consequenties van de exportgroei van Chinees textiel zijn nochtans niet in het Westen gevoeld, zo blijkt uit 'Stitched Up', een nieuw rapport van de grootste vakbondskoepel ter wereld, ICFTU. In Europa werkt slechts 7 procent van de beroepsbevolking in de textiel, in Cambodja maken de stiksters maar liefst 65 procent uit van alle mensen die in de secundaire sector aan het werk zijn. Hogere invoer uit China betekende voor Thailand een daling van zijn textielexport naar de EU met 44 procent, voor Indonesië met 23 procent en voor Marokko en Brazilië met 10 procent.

Die ontwikkelingen worden het sterkst gevoeld door de textielarbeiders in die landen, voor meer dan driekwart vrouwen. Het ergst getroffen zijn de Afrikaanse werknemers. Een ministaatje als Lesotho is voor 90 procent van zijn export van textiel afhankelijk en sinds begin dit jaar gingen al zes van de vijftig bedrijven daar dicht. Zeshonderdzestig mensen stonden zonder meer op straat. En voor een derde van hen, de seropositieven, betekent ontslag ook het verliezen van toegang tot antiretrovirale middelen. Nigeria heeft anno 2005 nog maar een derde van de 150 bedrijven over die er in 1999 actief waren en volgens de Internationale Handelsorganisatie ILO zijn slechts tien daarvan 'stabiel'. Achtduizendvijfhonderd mensen verloren dit jaar hun job.

In Madagascar werken 100.000 mensen in de textielsector: net voor de afschaffing van de quota werden 5.000 werknemers op straat gezet, begin 2005 kwamen er 8.000 nieuwe ontslagen en volgens de ILO worden het er tegen eind deze maand zo'n 20.000. In Marokko en Tunesië ten slotte, waar respectievelijk 200.000 en een kwart miljoen mensen in de textiel werken, wordt gevreesd voor meer dan honderdduizend ontslagen.

Wie niet werkloos wordt, ziet zich genoodzaakt genoegen te nemen met grotere druk. Zo is het sinds dit jaar in Bangladesh wettelijk toegelaten om 'in drukke periodes 72 uursweken te presteren'. Bangladesh is voor driekwart van zijn export van textiel afhankelijk, biedt twee miljoen mensen werk in die sector en nog eens tien miljoen in randsectoren. In de Dominicaanse Republiek, waar sinds begin dit jaar 20.000 jobs verdwenen, sloot de overheid een akkoord met de werkgevers, zonder inspraak van vakbonden, om het minimumloon naar 100 dollar te reduceren, terwijl een familie van vier een zevenvoud nodig heeft om te overleven.

De afschaffing van het quotasysteem betekent ook een reductie in het aantal leveranciers die kledinggiganten engageren. Vroeger was men verplicht om niet alleen bij de goedkoopste fabrikant te bestellen, maar bovenal bij diegene die over een quotum beschikte. Onderhand heeft Inditex, een van de grootste marktspelers, zijn aantal leveranciers met twee derden verminderd tot 900, Wal Mart - dat niet van vakbonden houdt - zal tegen 2007 nog maar in 12 landen inkopen in plaats van in 63 nu. En 85 procent van zijn textiel zal het uit vier, vijf landen betrekken.

China's concurrentie, zo argumenteren zowel werkgevers als bonden, is niet eerlijk. Vooreerst zijn de prijzen van de grondstoffen gesubsidieerd en bovendien zijn er geen vrije vakbonden toegelaten. De internationale arbeidsvoorschriften worden niet gerespecteerd en auditoren stoten volgens het rapport op steeds meer 'vervalste prestatiekaarten en loonfiches'. Die zaken, zo meent het ICFTU, moeten absoluut op de top van de Wereldhandelsorganisatie in Hongkong volgende week op de agenda komen.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234