Zaterdag 23/10/2021

ReportageBig tech China

China legt zijn eigen techbedrijven aan banden: kortzichtig machtsspel of slimme toekomstvisie?

Misschien was de Chinese ondernemer Jack Ma wel de grootste ‘vijand’ van Beijing. Zijn internetbedrijven AliBaba en Ant Group zijn keihard aangepakt. Beeld Getty Images
Misschien was de Chinese ondernemer Jack Ma wel de grootste ‘vijand’ van Beijing. Zijn internetbedrijven AliBaba en Ant Group zijn keihard aangepakt.Beeld Getty Images

Met ongekende felheid hakt Beijing in op zijn eigen grootste techreuzen. Laatste slachtoffer is de populaire taxi-app Didi, het Uber van China. Waarom vernietigt het land zo opzichtig zijn techparels? Correspondent Leen Vervaeke duikt in een wereld waarin data de economische grondstof van de toekomst zijn.

Acht jaar deed Didi erover om ‘het Uber van China’ te worden: het grootste taxiplatform van China, met 13 miljoen chauffeurs en 493 miljoen gebruikers, en een marktaandeel van meer dan 90 procent. Acht jaar van harde concurrentiestrijd, geldverslindende prijzenoorlogen en overnames, uitmondend in een beursgang, twee weken geleden in New York. Didi haalde er 3,7 miljard euro op, de grootste Chinese beursgang in de Verenigde Staten in zeven jaar.

De Chinese overheid daarentegen had slechts vier dagen nodig om Didi terug te fluiten. Meteen na de beursgang stelde Beijing een onderzoek in naar Didi’s databeveiliging, liet het de taxi-app uit appstores verwijderen, en voerde het een nieuwe regel in: Chinese techbedrijven die naar een Amerikaanse beurs willen, moeten vanaf nu vooraf toestemming krijgen van de overheid. De aandelen van Didi daalden een kwart in waarde, en investeerders kondigden rechtszaken aan.

Didi is het laatste voorbeeld in een lange rij Chinese techbedrijven die recentelijk door Beijing aan banden zijn gelegd. Afgelopen november moest fintechbedrijf Ant Group zijn megabeursgang op het laatste moment afblazen, omwille van nieuwe regulering. In april kreeg e-commercegigant Alibaba een miljardenboete opgelegd voor monopolievorming. Geen dag gaat voorbij in China of big tech krijgt ervan langs.

De beknotting van de Chinese techsector leidt tot veel speculatie over Beijings motieven: is het oprecht bezorgd om de privacy van Chinese internetgebruikers, of wil het zelf meer controle? En is de relatie met de VS zo slecht dat zelfs taxi-appgegevens nu staatsgeheimen zijn? Ook de gevolgen zijn onderwerp van discussie: dreigt Beijing zijn techbedrijven niet te vermorzelen in zijn drang naar meer controle? En is de scheiding tussen Chinese en Amerikaanse techbedrijven nu compleet?

Alomvattend plan

Wat uit gesprekken met experts naar voren komt, is dat de techbeteugeling voor Beijing vooral een binnenlandse aangelegenheid is, veel meer dan een strijd om data met de VS. Beijing heeft een alomvattend plan om de techsector grondig te reguleren en de spelregels van de digitale toekomst vast te leggen. Dat is zo’n groots project dat het Beijing niet uitmaakt dat enkele techbedrijven daarbij schade leiden. Dan is meteen duidelijk wie de baas is.

De Chinese techsector was lange tijd een soort Wilde Westen. Er waren regels en toezichthouders, maar die konden gemakkelijk worden omzeild. Pioniers als Alibaba (van AliExpress) en Tencent (van WeChat en League of Legends) konden ongeremd groeien, met eindeloze stromen aan gebruikersdata om hun algoritmen te voeden. Investeerders in Wall Street financierden de Chinese techbedrijven, en deelden gretig mee in de winst.

Dat ‘tijdperk van wilde groei’ komt nu ten einde. Beijing is sinds een paar jaar een overkoepelend raamwerk voor de techsector aan het opzetten, met wetten en toezichthouders voor privacy, antitrustvorming en dataveiligheid. “Er is een duidelijke mentaliteitswijziging: eerst worden de fundamenten gelegd, daarna zal iedereen de regels moeten volgen”, zegt Kendra Schaefer, hoofd technologiebeleid van adviesbureau Trivium in Beijing. “We zitten nu midden in die beweging.”

China volgt daarmee de mondiale ontwikkeling: in Europa is de privacybescherming opgevoerd met de GDPR-verordening, en in Europa en de VS worden antitrustzaken tegen Google, Amazon en consorten gevoerd. Een belangrijk verschil in de Chinese aanpak: naast privacy en antitrustvorming legt het een sterke nadruk op ‘nationale veiligheid’. Zo werd het onderzoek naar Didi, twee dagen na de beursgang, op die gronden ingesteld.

Die veiligheid is vooral een economisch gegeven: Beijing ziet data als een nationale grondstof, en databeveiliging als een kwestie van nationale veiligheid. Dat betekent niet dat alle data staatsgeheim zijn, maar wel dat ze worden ingedeeld. Data die geen gevaar vormen, kunnen worden verhandeld, uitgewisseld en gebruikt om te innoveren. Maar strategische data moeten beveiligd worden en mogen niet met het buitenland worden gedeeld. De overheid heeft altijd het laatste woord in de indeling.

Economische grondstof

Volgens Schaefer loopt China in zekere zin voorop. “In de hele wereld hebben we enorme hopen data, maar we weten nog niet goed hoe daar als economische grondstof mee om te gaan. Je kunt het vergelijken met landeigendom in het Amerika van de jaren 1700: toen was er geen eigendomsstructuur, iedereen nam wat hij wilde. Nu zijn er eigendomsaktes, bouwvoorschriften, alles is vastgelegd. Als je naar data kijkt, zijn we nu in het jaar 1700. Wat China nu doet, is die hoop data in kleine stukjes splitsen, en bepalen wat veilig is om als economische grondstof te gebruiken.”

Wat opvalt, is dat China zwaar inzet op privacy. Alleen wordt die privacy anders geïnterpreteerd dan in Europa of de VS. Schaefer: “In Europa is het: de wet beschermt mijn data tegen de overheid, bedrijven en hackers. De wet staat tussen ons. In China is het: ik en de overheid beschermen mijn data tegen bedrijven en hackers. De overheid neemt dat ernstig: zij wil niet dat bedrijven persoonsdata misbruiken. Maar privacybescherming tegen de glurende ogen van de staat, dat bestaat in China eigenlijk niet.”

Net die rol van de overheid – en de consolidatie daarvan in de nieuwe regulering – brengt China in toenemende mate in conflict met de VS en Europa. Zo mogen Chinese bedrijven volgens de nieuwe regels geen data aan buitenlandse gerechtelijke instanties overhandigen zonder toestemming van de Chinese overheid. Dat botst met de Amerikaanse eis dat Chinese bedrijven juist meer transparantie moeten geven. De VS werken aan een wet die Chinese beursgenoteerde bedrijven verplicht hun audits te delen, en hen na drie jaar weigering van de Amerikaanse beurzen schrapt.

Boodschap van de overheid

Het is in die context dat het Didi-debacle zich kon ontvouwen. Het taxiplatformbedrijf voelde het net van de regulering langzaam aantrekken en hoopte nog snel kapitaal in de VS op te halen, voor nieuwe wetgeving in China het moeilijker zou maken om aan Amerikaanse eisen te voldoen. Maar de Chinese overheid, in de vorm van internetwaakhond CAC, was allesbehalve gecharmeerd van die vlucht vooruit, en besloot Didi een lesje te leren. Even laten zien dat het menens is met die dataveiligheid.

“Ik denk niet dat Didi veel gevoelige persoons- of verkeersdata naar het buitenland exporteert”, zegt Xiaomeng Lu, analist geopolitiek en technologie van denktank Eurasia. “Het is niet logisch om die data in het buitenland te verwerken als je activiteiten vooral in China zijn. Deze actie was regelgevend maar ook politiek: het was een boodschap aan Didi dat dit is wat je krijgt als je signalen van de overheid negeert.”

De beursgang van Didi in New York.	 Beeld Reuters
De beursgang van Didi in New York.Beeld Reuters

Spanningen met de VS lijken niet de oorzaak van het onderzoek naar Didi, maar zouden er wel het gevolg van kunnen zijn. Chinese techbedrijven hebben sinds de jaren negentig een innige band met Wall Street, dat flink investeerde in en profiteerde van de onstuimige groei van China’s big tech. Zelfs tijdens de handelsoorlog ging dat door. Dit jaar was een recordjaar, met 35 Chinese IPO’s op Amerikaanse beurzen, ter waarde van 10,5 miljard euro. Daar komt nu verandering in.

Veel Amerikaanse investeerders zijn hun vertrouwen kwijt in Chinese bedrijven, met hun onvoorspelbare ingrepen van de overheid. En Chinese bedrijven durven zich voorlopig niet meer op Amerikaanse beurzen te wagen, uit onzekerheid over wat de overheid precies wil. Verwacht wordt dat Chinese techbedrijven hun beursgang een paar jaar uitstellen tot er meer duidelijkheid is, óf naar de beurzen van Hongkong of Shanghai uitwijken. Daar zijn de IPO’s vaak wel wat bescheidener.

Beijing maakt het niet uit: om een omelet te maken, moet je nu eenmaal eieren breken. Of: om toekomstbestendige regels in te voeren, mogen techbedrijven best wat lijden. Schaefer: “Beijing denkt niet in regeertermijnen van vier jaar, het denkt aan de komende tien, twintig, dertig jaar. Dan is het geen probleem om twee, drie jaar onzekerheid te hebben en wat brokken te maken, als er over tien jaar maar een duidelijk pakket aan regulering is.”

Drie voorbeelden van ingrijpen door Beijing

1. Op 5 november 2020 zou fintechbedrijf Ant Group, bekend van betaalapp Alipay, met een dubbele beursgang in Hongkong en Shanghai 32 miljard euro ophalen. Twee dagen voor de IPO trok de Chinese overheid de stekker eruit, omwille van ‘nieuwe regelgeving’. Volgens de toezichthouders verstrekte Ant Group volop consumentenkrediet, maar omzeilde het als techbedrijf de strenge bankregulering. Dat oprichter Jack Ma een maand eerder kritiek uitte op de Chinese overheid, hielp allicht niet. Ma vertoont zich sindsdien nog zelden in het openbaar, en Ant Group wordt omgevormd tot een financiële holding onder toezicht van een staatsbank.

2. Alibaba, ook van Jack Ma, kreeg op 10 april een recordboete van 2,4 miljard euro, oftewel 4 procent van de jaaromzet, omwille van monopolievorming. Het machtige e-commercebedrijf, dat een heel systeem van verkoop-, logistiek- en betaalbedrijven heeft, gebruikte zijn marktdominantie om kleinere handelaren te verbieden zaken te doen met concurrenten. De Chinese antitrustwaakhond SAMR is de laatste tijd heel actief: het deelt volop boetes uit voor ongereguleerde fusies en acquisities in het verleden, en zou een boete van minstens 1,3 miljard euro voorbereiden voor Tencent, Alibaba’s grote concurrent.

3. Antitrustwaakhond SAMR opende eind april een onderzoek naar maaltijdbezorger Meituan omwille van ‘vermoedelijke monopoliepraktijken’. Het bedrijf zou horeca verbieden op meerdere bezorgplatformen tegelijk maaltijden of diensten aan te bieden. Meituan, dat op de beurs van Hongkong genoteerd staat, daalde na dat nieuws in één week 32 miljard euro in waarde. Oprichter Wang Xing maakte het nog erger door op sociale media een gedicht te plaatsen over een tirannieke Chinese keizer die door de bevolking ten val werd gebracht. Wang ontkende dat dit als kritiek op Xi Jinping was bedoeld, en houdt zich sindsdien gedeisd.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234