Zaterdag 24/09/2022

'Chimpansees hebben we nodig'

door Marnix Verplancke

Jeroen Denters (red.)

De verhalenmachine en andere machineverhalen

Thoth, Bussum, 208 p., 598 frank.

Toen Mary Shelley in 1816 haar Frankenstein bedacht, wist ze dat het idee grandioos was: een wetenschapper die een gedrocht schept, er zo'n afkeer van krijgt dat hij het probeert te vernietigen en uiteindelijk zelf aan zijn schepping ten onder gaat, dat móest gewoon een bestseller worden. Wat ze niet wist is dat haar griezelroman zo betekenisvol zou worden voor de eeuwen na haar.

In zijn magistrale cultuurgeschiedenis van de twintigste eeuw, De metamorfose van de wereld, noemt Peter Conrad Frankenstein de ideale metafoor voor de afgelopen honderd jaar. In het monster ontmoeten Freuds psychoanalyse met haar duistere krachten en onbestuurbare verlangens en de hedendaagse microwetenschap elkaar. Met zijn pacemakers, plastic heupen en elektronische hoorapparaten is de mens begonnen zichzelf te na te maken. Het monster is machine geworden en die machine hebben we vervolgens bij onszelf ingebouwd. Zo gezien is het best te begrijpen dat samensteller Jeroen Denters in de bundel De verhalenmachine en andere machineverhalen ook een fragment uit Frankenstein opgenomen heeft. Ook al gaat dat niet over een machine zoals we ons die archetypisch voorstellen - een groot blok gietijzer met vervaarlijk bewegende onderdelen -, zoals de machine is het monster toch een door de mens gemaakte, autonoom functionerende entiteit.

Denters gaat nog verder terug in de westerse cultuurgeschiedenis, tot de Griekse mythologie. Is de ondertitel van Frankenstein 'De nieuwe Prometheus' - de oorsprong van het machinedenken treffen we al bij de oude Prometheus aan. Hij immers bracht de mens het vuur waarmee die de wereld naar zijn hand zou zetten.

Het klassieke beeld dat we hebben van literatuur over machines stamt uit de vorige eeuw, uit het naturalisme. We zien het zo voor ons: schrijnende sociale verhoudingen, cités, massaal veel arbeidsongevallen, veelal met de dood als gevolg, vuil, rook, steenkool - kortom, Germinal. Ook uit die roman van Zola bevat de bundel een trefzeker gekozen fragment: de tot in de details beschreven afdaling in een mijnschacht, meer dan 500 meter diep, de beklemmend smalle mijngangen en de onmenselijkheid van de arbeidssituatie, zo vervreemdend dat de protagonist zelfs niet merkt dat zijn werkmakker geen gespierde man is, maar een rondborstige vrouw.

Ook bij Céline is te lezen hoezeer de fabriek de mens vervreemdt van zijn natuur. In Voyage au bout de la nuit laat hij hoofdpersonage Ferdinand solliciteren bij een Ford-fabriek, waar hij al vlug te horen krijgt dat zijn artsenopleiding eerder een nadeel dan een voordeel zal zijn: "Je bent hier niet gekomen om te denken, maar om de handelingen uit te voeren die je opgedragen worden... We hebben geen mensen met fantasie in onze fabriek nodig. Chimpansees hebben we nodig." Automatisch word je zelf ook een machine, moet Ferdinand na een paar dagen vaststellen.

Maar hoeveel kritiek sommige auteurs ook op de machine mogen hebben, toch merk je dat zij hen ook fascineert. De brute kracht die hen verknecht kan ook iets moois hebben, of zoals de vierde paragraaf van het Futuristisch manifest luidt: "Wij verklaren dat de grootsheid van de wereld verrijkt is met een nieuwe schoonheid: die van de snelheid. Een race-auto, zijn motorkap versierd met dikke buizen als slangen met explosieve adem (...) is mooier dan de Nikè van Samothrake." De verhalenmachine bestaat uit zeven thematische hoofdstukken, over de machine als magisch werktuig, automaat, vooruitgangssymbool, maatschappelijke bedreiging, fantasieobject, persoonlijke fascinatie en science fiction. Ieder hoofdstuk geeft een aantal voorbeelden uit de wereldliteratuur: korte verhalen of fragmenten van romans. Behalve een teleurstellende inleiding van Henk Hofland bevat het boek geen toelichting bij de gekozen stukken. Het is dus meer een aanzet om verder op zoek te gaan naar machineliteratuur dan een afgerond overzicht ervan.

Wel vormen de 21 gekozen teksten een mooie staalkaart. En dat machineliteratuur ook grappig kan zijn, bewijst 'De antisexus' van Andrej Platonov. Dit als een reclamefoldertekst geschreven verhaal is gebaseerd op de vaststelling dat te veel libido de arbeider maar van zijn werk afleidt. Dankzij de antisexus, een machine die naar believen orgasmen kan opwekken, wordt hij van dat teveel afgeholpen, waarna hij zijn aandacht weer volledig aan zijn taak kan wijden.

Een machine om de mens beter te onderwerpen aan de machine dus.Van de Graaff generator, MIT, Cambridge, 1938. (Foto Berenice Abbott, uit: 'Aperture Masters of Photography')

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234