Donderdag 13/08/2020

Chili, tussen droom en angst

Op 11 september 1973 pleegde generaal Augusto Pinochet een coup tegen de democratisch verkozen president van Chili, Salvador Allende. Tijdens zijn terreurbewind liet hij duizenden opposanten oppakken, folteren en vermoorden. Talloze vluchtelingen kwamen in ons land terecht. De meesten keerden niet terug, omdat het verleden nog te veel pijn doet. Hoe kijken hun dochters en zonen veertig jaar later terug op het verzet van hun ouders?

Alejandra Alarcón

Geboren in Brussel, 1979

Maakt in Oxford haar post-doctoraat over multiculturalisme, discriminatie en interculturele betrekkingen af

ijn vader Alejandro was vakbondsleider bij de Eenheidscentrale van Chileense Arbeiders (CUT). Hij werd pas enkele weken na de putsch opgepakt. Eerst werd hij naar het beruchte stadion in Santiago overgebracht, daarna naar het concentratiekamp van Chacabuco, in het noorden. Zijn gevangenschap duurde een jaar.

"Het lot van de linkse oppositie had een golf van internationale solidariteit gewekt. Naast Zweden, Groot-Brittannië en Frankrijk liet ook België massaal Chileense vluchtelingen overkomen (tussen 1973 en 1980 kwamen zo'n 1.200 opposanten met hun gezin naar ons land, LD). 'Omhels je land, het is de laatste keer dat je het ziet', snauwde een militair mijn vader toe toen hij het vliegtuig opstapte.

"Mijn vader heeft mams, María Soledad, in België pas leren kennen en hier ben ik geboren. Mams had haar eerste echtgenoot, Ricardo, aan de dictatuur verloren en was met twee kinderen uit dat huwelijk hierheen gekomen. Ricardo, de vader van mijn zus en broer, was actief bij de MIR ('Beweging van Revolutionair Links') en werd kort na de putsch opgepakt. Hij werd gefolterd en met twee kogels afgemaakt.

"Pas toen ik in mijn prille kinderjaren doorkreeg dat mijn broer en zus niet dezelfde vader hadden als ik, begreep ik dat er iets vreselijks aan de hand was in Chili. Ik hoorde dat Ricardo de armen hielp en daarvoor vermoord was. Ook al spraken mijn ouders niet voortdurend over de dictatuur - ze wilden hun kroost beschermen - we hebben wel een linkse opvoeding gekregen. Hun verontwaardiging over sociaal onrecht bijvoorbeeld, die hebben ze ons heel erg doorgegeven.

"Toch hebben we dat Chileense verleden ook in vraag gesteld, zeker de gewapende revolutie. Vandaag ben ik overtuigd progressief, maar gematigder dan de jongeren van toen. Er speelt ook angst mee: ze welt spontaan in me op als ik pakweg zie hoe de Egyptische politie betogers aanpakt.

"Ik zie me niet naar Chili terugkeren, een land waar ze destijds mijn familie wilden doden. Ik voel me Belgische, Brusselse dan toch. De manier waarop België ons heeft opgevangen? Ik vind dat we ongelofelijk geluk gehad hebben, echt."

Constanza Adonis

Geboren in Antofagasta, 1981; woont in Brussel

Is stewardess bij een Belgische luchtvaartmaatschappij

ijn pa Alejandro werkte als cameraman voor de Chileense tv, ma Patricia had biologie en opvoeding gestudeerd. Beiden waren revolutionairen in hart en nieren. Maar in onze familie zaten ook militairen die Pinochets coup goedkeurden. Veel families waren kruitvaten in die tijd.

"Mijn ouders boden onderdak aan militanten die door de veiligheidsdienst gezocht werden. Maar dat was bijzonder gevaarlijk. Uiteindelijk kon pa met een groep journalisten ontkomen. In België kreeg hij de status van politiek vluchteling. Een jaar later pas konden ook ma, mijn broer Lucas en ikzelf nareizen. We waren nog kleuters, ik herinner me hoe we in Chili op de tarmac stonden: de hele familie huilde, maar ma zei dat we met vakantie gingen.

"Van de dictatuur zelf heb ik nog altijd beelden in mijn hoofd: overal stonden militairen en toen tante ons naar school bracht, beval ze ons neer te liggen op de achterbank. Zeker bij betogingen waren we bang voor verdwaalde kogels.

"Op onze flat in Brussel leefde Chili natuurlijk voort. We luisterden naar geëngageerde zangers als Patricio Manns, Violeta Parra en de doodgefolterde Víctor Jara. Ik ging naar het Nederlandstalig onderwijs. Ik herinner me hoe sommige klasgenootjes mijn bruine huid toeschreven aan het drinken van chocomelk. Sommige Belgen kenden Chili niet en dachten dat ik uit China of Sicilië kwam (lacht). Maar we zijn goed onthaald hier, jazeker.

"Toch heb ik België destijds niet gekozen, Chili blijft mijn land en er zit een droefheid in me die ik er maar niet uitkrijg. De vele verhalen over martelingen en elektrocuties, de talloze Chilenen die doof zijn als gevolg van hun behandeling in de cel, ik ben ermee opgegroeid. Toch droom ik ervan ooit naar Chili terug te keren.

"Toen Pinochet stierf, eind 2006, was ik daar net met vakantie. Ik wilde naar zijn begrafenis om mijn haat voor hem uit te schreeuwen. Maar veel Chilenen snapten mijn punt niet, de vluchtelingen en ballingen lijken meer getekend door de dictatuur dan hun landgenoten in Chili zelf."

Pavel Pavelic

Geboren in Arica, 1972; woont sinds 1991 in Antwerpen

Werkt in een woonzorgcentrum en is media-activist

eze veertigste verjaardag is erg pijnlijk. Wij willen niet vergeten, niet vergeven. We willen ons ook niet met Chili's huidige bestel verzoenen zolang er geen sociale gerechtigheid heerst en veel schenders van de mensenrechten vrij rondlopen. Een ongemakkelijke getuige, dat wil ik zijn.

"Ik ben geboren in Arica, in het noorden. Na de staatsgreep belandde mijn hele familie aan vaderskant in de cel. Ik snapte voor het eerst wat er gaande was toen ik op tv de beelden zag van Margaret Thatcher die het protest van de mijnwerkers de kop indrukte, in 1979. Pinochet pakte erg graag met Thatcher uit.

"Ikzelf werd op mijn elfde politiek actief, in 1983, kort voordat mijn pa, Oscar Pavelic, opnieuw de cel in moest. Ik had me aangesloten bij de clandestiene communistische jeugd en bij de rodriguistische verzetsmilities. Op zeker ogenblik pakte de politie ook mij urenlang op.

"In 1985 kwam pa vrij en kreeg hij via de VN een visum voor België. Maar toen hij de familie zijn plan uit de doeken deed, zeiden we neen. Chili moest de herdemocratisering voorbereiden (Pinochets regime hield officieel op te bestaan op 11 maart 1990, LD) en daar wilden we bij zijn. Goed, zei pa, en dus bleef hij.

"Pa en ik zijn twee handen op een buik. Met onze schildersbrigades verfden we slogans op de muren, slagzinnen van 150 meter lang die tot rebellie opriepen. In 1989 schoot de politie nog een makker dood die aan het verven was. Aan het einde van de rit sloten de democraten een overgangspact met de dictatuur, maar dat heb ik nooit aanvaard.

"In 1991 zijn we alsnog met 25 families naar België kunnen komen, onder wie mensen wier celstraf in ballingschap werd omgezet en die tot vandaag niet naar huis terug kunnen. Die laatste groep werd door de Belgische politie in de gaten gehouden en mij vroegen ze me niet met politiek in te laten. Ik deed het toch. Ik drong met Vredesactie de basis van Kleine Brogel binnen, ik engageer me voor de rechten van de sans-papiers.

"In Chili steun ik de strijd van het Mapuchevolk. Ik heb een haat-liefdeverhouding met Chili. Ik voel ook woede, want de nieuwe burger van Chili gaat leeg en zonder overtuiging door het leven."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234