Zaterdag 06/03/2021

chili’s dag van nationale wedergeboorte

Tegen een snelheid van 40 minuten per slachtoffer werd gisteren begonnen met het naar boven halen van de 33 mijnwerkers in het Chileense Copiapó. Terwijl het weerzien met hun naasten emotionele taferelen opleverde, die in de hele wereld gevolgd werden, wordt ver van alle drukte uitgezocht wie precies verantwoordelijk is voor het ongeval.

Florencio Ávalos (31) was de eerste mijnwerker die gisteren opnieuw aan de oppervlakte kwam, na een gedwongen verblijf van 69 dagen op 600 meter diepte.

Kort na middernacht gisteren (vijf uur ’s ochtends onze tijd), nadat hij in de armen van zijn vrouw gevallen was, omhelsde Ávalos de Chileense president Sebastián Piñera, die van een “nooit geziene reddingsoperatie in de geschiedenis van de mensheid” sprak. Achtereenvolgens kwamen na Ávalos ook naar boven: Mario Sepúlveda (39), Juan Illanes (52), de Boliviaan Carlos Mamani (23) - die door de Boliviaanse president Evo Morales verwelkomd werd - Jimmy Sánchez (19), Osman Araya (30), José Ojeda (46), Claudio Yañez Lagos (34), Mario Gómez (63) enzovoort. Drie reddingswerkers wisselden elkaar af om de slachtoffers weer naar het aardoppervlak te begeleiden.

Moe, enigszins verward, maar bovenal gelukkig kwamen de mijnwerkers van de San José-mijn nabij Copiapó gisteren uit de smalle capsule gestapt, waarin ze 20 minuten lang opgetakeld werden. Het weerzien met een beperkt aantal leden van hun familie was nu eens ingetogen, dan weer euforisch, maar altijd erg emotioneel. Met donkerzwarte zonnebrillen op, die hen tegen het licht moesten beschermen, werden de arbeiders vervolgens naar een ziekenhuis in Copiapó overgebracht. Naar de omstandigheden maken ze het volgens de eerste analyses goed. Zoveel is zeker: voor de Chilenen, die eerder dit jaar door een zware aardbeving getroffen werden, belooft 13 oktober als een dag van nationale wedergeboorte geboekstaafd te worden. Uit de hele wereld liepen felicitaties binnen.

Maar, zo klonk gisteren de waarschuwing, de feestvreugde moet vooral de werkelijkheid niet verdoezelen. Ver van de mediadrukte loopt het onderzoek naar wie voor het ongeval op 5 augustus verantwoordelijk is. In dat verband liet een rechter al voor twee miljoen dollar (1,43 miljoen euro) tegoeden van mijnexploitant San Esteban confisqueren.

Het bedrijf beschikt naar eigen zeggen niet over de centen om de salarissen en schadevergoedingen voor de slachtoffers uit te betalen. Maar aan dat verhaal hecht advocaat Remberto Valdés Hueche - raadsman voor mijnwerker Raúl Bustos (die bij het ter perse gaan nog niet naar boven was gehaald) - geen geloof. “We hebben keihard gewerkt, maar we hebben ontdekt dat San Esteban wel degelijk over kapitaal beschikt,” zegt Valdés aan De Morgen. “We hebben het op het persoonlijke patrimonium van de aandeelhouders gemunt, de heren Kemeny en Bohn, en op dat van Patricio Leiva, de ambtenaar die hun een exploitatievergunning voor de bewuste ertslaag gaf.”

Onfrisse voorgeschiedenis

De reddingsoperatie mag dan geslaagd zijn, het kostenplaatje ervoor bedraagt meer dan tien miljoen dollar (7,17 miljoen euro), “een som waarvoor de Chileense burger niet mag opdraaien, zeker nu duidelijk is dat San Esteban maandelijks een miljoen dollar winst maakte.”

Het mijnbedrijf heeft alleszins een weinig frisse voorgeschiedenis. De voorbije zes jaar kwamen drie mijnwerkers om het leven die voor San Esteban werkten. Explosies, grondverzakkingen en andere incidenten hebben ook meerdere gewonden opgeleverd, onder wie een werknemer die er zijn rechterbeen bij inschoot. Tussen 2004 en 2010 werd de firma ook 42 keer beboet wegens wantoestanden.

Helaas, veranderen deed er niets. Tot wanhoop gedreven nam Vincelot Tobar, verantwoordelijk voor risicopreventie bij San Esteban, vorig jaar ontslag. “Productie en rendement gingen altijd weer voor op veiligheid”, zei Tobar in de plaatselijke pers. “Ik was de enige risicoverantwoordelijke. Maar ik had niet eens een telefoon of een computer.”

Chili mag dan wel lid zijn van de selecte club van OESO-landen, als het over veiligheid en gezondheid in de mijnsector gaat - die de economische ruggengraat is van het land - blijkt er nog een lange weg af te leggen. Terwijl het onderzoek loopt, hebben de feiten in Copiapó president Piñera gedwongen om maatregelen te nemen. Sinds de koper- en goudmijn van San José wereldnieuws werd, zijn in Chili intussen 18 kleine en middelgrote mijnen gesloten wegens te riskant voor de werknemers. Zo’n 300 andere mijnen, waaronder heel wat clandestiene, wacht vermoedelijk hetzelfde lot.

Voor advocaat Valdés is het duidelijk: de strafwet moet stringenter zijn, te veel ambtenaren springen al te kwistig met vergunningen om. Ook tegen Sernageomin, de verantwoordelijke overheidsdienst, is een rechtszaak aangespannen.

Alleszins legt het ongeval in Copiapó de vinger op de wonde van Chili’s mijnbeleid: door besparingen blijken er maar 16 veiligheidscontroleurs voorhanden voor 4.500 mijnen. In de noordelijke Atacama-woestijn hebben ze drie controleurs voor 884 mijnen. Terwijl de situatie bij staatskoperreus Codelco en de grote multinationals op de keper beschouwd correct genoemd kan worden, is het vooral in de kleine en middelgrote bedrijven huilen met de pet op.

“Er zal geen straffeloosheid zijn”, verzekert ook president Piñera, die niet enkel overheidsdienst Sernageomin wil wakker schudden, maar ook een Commissie voor de Veiligheid van Arbeiders in het leven heeft geroepen. Maar dat is niet iets waar ze bij de kleine maar militante mijnbouwvakbond Confemin onder de indruk van zijn.

“Dat de president eerst eens Conventie 176 voor Veiligheid en Gezondheid van de Internationale Arbeidsorganisatie (ILO, 1995) ratificeert”, zegt Confemin-vicesecretaris Moisés Labraña, telefonisch vanuit Santiago. “Technologisch is de redding van onze compañeros een hoogstandje, op sociaal vlak zal er echter geen jota veranderen.”

Geen preventiebeleid

Volgens Labraña pochen de Chileense regeringen - de begin dit jaar weggestemde centrum-linkse Concertación van Michelle Bachelet incluis - gretig over hoe modern de landelijke mijnsector wel is, maar “écht modern zouden we pas zijn als we de ILO-conventie naleefden. Die zou onze arbeiders participatierecht verlenen, iets wat we vandaag niet hebben. De lieden die in dit land over de veiligheid van mijnen gaan, zijn zelf nooit in een mijn afgedaald. Elk jaar vallen er in onze mijnen tientallen doden (373 in het jongste decennium volgens Sernageomin, LD), maar aan preventie wordt er amper gedaan. De privébelangen van de vrienden van (zakenman en miljardair) Piñera gaan voor.”

Veeleer dan Chili te vragen werk te maken van de ratificatie van de bewuste conventie, riep de directeur-generaal van de ILO, Juan Somavía, zelf Chileen, gisteren de wereldwijde werkelijkheid van de sector in herinnering: “Eén procent van de internationale arbeidskrachten is in de mijnbouw actief, tezelfdertijd valt daar liefst 8 procent van alle fatale arbeidsongevallen voor.”

Dagelijks sterven volgens Somavía 6.300 mensen door ongevallen of ziekte gelieerd aan hun werk. Jaarlijks is dat cijfer goed voor 2,3 miljoen arbeidsdoden, het topje van een ijsberg waaronder liefst 337 miljoen arbeidsongevallen schuilgaan.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234