Dinsdag 27/10/2020

Chileense reclamespot

Dertig jaar Soulsister, dat moet beslist een karrenvracht aan straffe verhalen opleveren. Het leven van Polle Pap Paul Michiels leest dan ook als een spannende jongensroman. Met de mondharmonica die hij van Toots Thielemans kreeg in zijn binnenzak karren we naar Kasterlee, waar de blonde bard zijn wilde jeugdjaren beleefde.

errassen doet Paul Michiels (68) meteen door niet in zijn geboortedorp Heist-op-den-Berg, maar in Kasterlee af te spreken. Heist is nochtans het dorp waar Paul als zesjarige op de xylofoon Heartbreak Hotel van Elvis Presley coverde, waar hij in zijn grootmoeders café 't Pleintje spitsbroeder Jan Leyers leerde kennen én waar hij tot Ridder in de Orde van de Zwaan geslagen werd. Maar nu rijden we dus naar het bosrijke Kasterlee voor een trip naar de jaren 50. "Mijn vader had zo'n oude Amerikaanse wagen, waarmee we 's zondags met het gezin naar de bossen van Kasterlee reden om te picknicken. Als het tijd werd om naar huis te gaan, stak mijn vader vooraan in de radiator een bussel brem. Dat bracht geluk." Mijmerend kijkt Paul Michiels uit het raam van de brasserie waar we hebben afgesproken. "Als jonge twintiger bleef ik hier komen. Mijn vrienden en ik moesten weg uit Heist, daar was geen fluit te zien. Je had in deze contreien van die omgebouwde hoeves waar de jeugd bijeen kwam om te dansen op James Brown, Otis Redding en Aretha Franklin. Pure muziek, van bezoedeling was nog geen sprake. Met een auto vol kameraden reed ik van de Grafiek in Kasterlee naar de Light Groove in Lichtaart en de Bosvogelhoeve in Bouwel. Politie zag je toen niet, die waren soms zatter dan wij. (lacht) De volgende middag keerden we terug en vierden we gewoon verder. Een zalige tijd. Kasterlee katapulteert me terug naar mijn onbezorgde jaren."

Toen muziek nog puur plezier was, bedoel je?

"Ja, ik ben blij dat ik kan putten uit die tijd van toen. Ik mag dat, ik heb die leeftijd bereikt. (lacht) Dat zie je ook bij mijn solo-optredens, naast nieuw werk van mezelf of van Soulsister speel ik ook de mooiste liedjes van de wereld die ik me eigen heb gemaakt. De muziek uit de jaren 50 en 60 is bijzonder, kijk naar de hitparade van 1967: dat zijn stuk voor stuk grote hits. Met Soulsister hebben we negen weken in de top drie gestaan in Duitsland, tussen Fine Young Cannibals en Madonna. Vroeger moest je een hit hebben of je kon nergens terecht. De hitparade bestaat nu niet meer. Bij de Radio 1 Sessies heb ik onlangs Balthazar bezig gezien, een geweldig straffe band. Maar echte radiohitsongs? Die hoor ik tegenwoordig niet meer."

Net voor je verplichte legerdienst in '67 wilde je deserteren naar Amerika, maar zo ver is het toen niet gekomen. Wat hield je tegen?

"Voor ik naar het leger moest, ben ik met mijn spaarcentjes naar Londen getrokken. Mét het vliegtuig. Ik logeerde niet zo ver van de studio waar The Beatles Sgt. Pepper's Lonely Hearts Club Band aan het opnemen waren. Ik was een echte Londense mod, die altijd piekfijn gekleed ging. Ik droeg zelfs een cape toen ik ronddwaalde in Carnaby Street en King's Road. Ik voelde me een popster en wist: ik moet vertrekken, ik moet naar Amerika. Ik heb op het punt gestaan de boot naar Amerika te nemen, en heb er tot op de dag van vandaag spijt van dat ik niet durfde."

Wat trok jou zo aan in het beloofde land Amerika?

"Ik dacht: wat heb ik te verliezen? Ging ik terug naar Heist, zou ik opnieuw de melkronde doen met mijn vader. In Amerika zou ik begonnen zijn met borden wassen in een hotel, maar de lef ontbrak. Ik wilde mijn ouders een brief schrijven, maar wilde hen dat tegelijkertijd niet aandoen. Dat avontuurlijke zat niet in mij. Ik had wellicht een te idyllisch beeld van het leven aan de overkant van de grote plas, maar in '68 had het nog gekund. In de hippietijd moest je naar San Francisco, daar gebeurde het! Ik zou daar wel op mijn pootjes zijn gekomen, misschien had ik wel beroemd naar België kunnen terugkeren. In plaats daarvan ben ik teruggekeerd naar de kerktoren. Met Purple Bus wonnen we kort na mijn legerdienst de amateurwedstrijd van Kastival '68. We schuimden de crochetwedstrijden af, van de Rock Rally was nog geen sprake. Datzelfde weekend trad het net doorgebroken Pink Floyd op in Kasterlee, fantastisch. De cultuur van popgroepen die we vandaag kennen, bestond in België nog niet. The Pebbles en The Wallace Collection hadden we, en dan was je rond."

Had je het gevoel dat je klem zat?

"De jaren 70 waren voor mij de minst interessante jaren, ja. Als ik die kon verzamelen en terugkrijgen, was ik nu iets jonger geweest. (lacht) Ik zat vast in die periode, het ging me muzikaal niet zo goed af. Kwam daarbij de opkomst van de punk, dat ontmoedigde me helemaal. Ineens begon de jeugd wild in het rond te springen op de Sex Pistols en nagels door hun neus te trekken. Ik had een hippiebaard en droeg bloemetjeshemden en cowboysjaaltjes. Hier sta ik dan met mijn liedjes, dacht ik. Maar kom, later met Soulsister is het succes toch gekomen. Ik was nog net geen veertig toen we doorbraken in de VS met The Way to Your Heart."

De redding kwam toen je je spitsbroeder Jan Leyers leerde kennen, in het café van je grootmoeder nog wel.

"De toen piepjonge Bart Peeters had Females (single die het in 1981 schopte tot BRT-hittip, red.) opgepikt en vond het Amerikaans klinken. Hij liep ermee naar zijn kameraad Jan: ga eens kijken in Heist naar die gast. Ik had dat nummer geschreven op mijn ziekbed, toen ik twee maanden geveld was door geelzucht. Dàt is mijn redding geweest, want eindelijk deed ik iets voor mezelf. Windeieren heeft me dat niet gelegd, ik kon het hoofdstuk van die grauwe tijd omslaan. Niet veel later zaten we met Soulsister in de poepchique hotels van Europa tot New York en werden we bijna in onze limousine getild. In Vlaanderen sliepen ze toen nog, ze dachten dat we aan het bluffen waren. Die tournees pakken ze ons toch niet meer af! Dat ons succes blijft duren, zien we aan de afrekeningen van Sabam. The Way to Your Heart wordt in Chili al maandenlang gebruikt in een reclamespot voor een telefoonmaatschappij."

Met Soulsister zag je de wereld en tourde je met artiesten als Joe Cocker en Sting. Hoe was het om dan terug te kijken naar Kasterlee en Heist?

"Dat het goed geweest is dat ik ben blijven volhouden. Bart (Peeters, red.) en Jan (Leyers, red.) zijn doorbijters, mannen die er toen al van overtuigd waren dat ze iets konden en daar helemaal voor gingen. Ik ben toen mee op de kar gesprongen."

1.750 keer hebben jullie The Way to Your Heart intussen live gespeeld. Begrijp je dat sommige groepen hun grootste hit nog weigeren te spelen?

"Dat vind ik niet zo verstandig. Niet dat je die hits elk concert moet spelen, maar je fans willen die liedjes toch horen. Op deze verjaardagstour brengen we onze nummers in totaal andere gedaantes. Van Blame You van ons eerste album hebben we een jazzy versie gemaakt als hommage aan Toots Thielemans. Onze playlist is elk concert hetzelfde, maar we geven het publiek het gevoel dat we de nummers voor het eerst spelen. Hoe? Door er een halve talkshow van te maken. Bijna niemand weet dat ik begonnen ben als drummer. Jan wijst dan naar de bongo's die prominent op het podium staan en vraagt: wat heb jij daar nu bij? Waarop ik: 'Ik moet je iets bekennen, Jan...' Zo plezant, al die grapjes en knipogen, de mensen hebben spijt als het gedaan is."

Pietje precies

Waaraan merk je dat je minder scherp bent dan in de beginjaren?

"Ik doe de helft minder dan vroeger. Overdreven hoog zingen, zoals onze vroegere producers adviseerden, doe ik niet meer. Door de nummers lager te zingen, krijgen ze meer kracht. Ik droeg in die beginjaren ook altijd een leren jekker, sloofde me uit en zweette me kapot. Want die jekker deed ik natuurlijk niet uit, hoe warm het ook werd. (lacht) Op vlak van uithouding heb ik nog niet moeten inboeten, maar ik leef dan ook naar elk optreden toe. Ik hou siësta's, drink gemberthee, eet verse ananas. Ik heb leren doseren, zo blijf ik niet meer plakken na een concert. Ik meng me dan liever niet meer tussen de mensen. We doen soms zes shows achter elkaar, ik wil er elke dag staan. En af en toe drink ik een Duvel, natuurlijk. Maar niet te veel, ik zou niet kunnen verdragen dat ze achter mijn rug zeggen dat ik zat ben. Daar ben ik veel te ijdel voor."

Sinds je vijftiende sta je op het podium. Went dat?

"Nee. Het gevoel dat de mensen op me zitten te wachten, daar doe ik het voor. Dat maakt me rustig, ik heb in de coulissen nooit last van zenuwen. Het licht gaat uit, de zaal wordt stil en nog voor je een liedje hebt gespeeld barst er al een applaus los, hoe geweldig is dat? Ik geef dan alles wat ik in me heb. Onze fans van het eerste uur komen nu kijken met hun kinderen, da's het Clouseausyndroom, hé. De mensen ontroeren met mijn liedjes, dat is mijn roeping. Op het podium voel ik mij het best."

Sinds 2007 sta je opnieuw samen met Jan op een podium nadat jullie wegen een tijdje gescheiden waren. Is het geheim van jullie relatie dat jullie tegenpolen zijn? Jan is een vechter, rad van tong...

"... en iemand die nogal onzeker is! Door die onzekerheid is hij een perfectionist geworden. Hij laat nooit iets aan het toeval over, ik wel. Ik smijt mijn klak daar en die ligt daar goed. Want die ligt daar ook echt goed, snap je? Dat is het verschil tussen hem en mij. Jan is een controlefreak, een pietje precies. Ik laat hem doen. Mijn bijdrage komt meer uit mijn ziel dan uit mijn hoofd. Het voelt comfortabel dat we weten wat we aan elkaar hebben."

Te weinig grootvader

Toen je je vrouw Tineke leerde kennen, zei je: ze straalt rust uit. Had je daar nood aan omdat het succes met Soulsister je overweldigd had?

"Ik was opgeslokt door het monster van de rock-'n-roll, ja. Mijn toenmalige vrouw en ik waren uit elkaar gegroeid, ze bleef liever thuis terwijl ik voortdurend op de baan was. We hebben elkaar misschien te vroeg leren kennen. Toen ik Tineke tegenkwam, wist ik: zij is mijn vrouw. Dat was een rel, natuurlijk. Niet alleen omdat ik getrouwd was, maar ook omdat ze 28 jaar jonger is dan ik. Onlangs zijn we tien jaar getrouwd, maar we kennen elkaar al 21 jaar. Ik heb geluk in de liefde, mijn vrouw is even mooi vanbinnen als vanbuiten. Ik ben nog veel onderweg, maar na een optreden rij ik het liefst zo snel mogelijk naar huis. Ik ben rustiger geworden, maar in de muziek nog altijd niet."

Je hebt vele kinderen en ook enkele kleinkinderen. Wat voor grootvader ben jij?

"Ik ben veel te weinig grootvader. Voor mijn kleinkinderen ben ik de P.P. met de juiste klemtoon, dus niet pépé. (lacht) Ik vind het grappig dat iedereen, zelfs mijn kleinkinderen, mij bij mijn bijnaam noemt. Als opa met hen rondhossen, die kans heb ik nog niet gekregen. Ik heb zelf natuurlijk nog jonge kinderen, Anna is elf, Lars wordt dertien. Ik ben elke dag bezig met wat ik vind dat ik moet doen. Officieel ben ik nu drie jaar met pensioen, maar zie mij bezig. Volgende zomer trekken we met Soulsister naar de festivals, in het najaar hernemen we onze jubileumtournee langs de theaters. We zijn van 't straat."

30 jaar, 30 hits, 30 concerten,

concertdata via soulsister.be.

"Echte songs

hoor je tegenwoordig niet meer"

Goesting in ... een lange wandeling

"Met mijn vrouw Tineke maak ik wekelijks wandelingen van 10 à 15 km. Met z'n tweetjes stevig doorstappen, is zo goed voor je lijf en je geest. We zwerven vaak in De Averegten, maar ook in Westerlo, Hulshout en langs de Nete kan je prachtig wandelen. Daarna gaan we ergens pensen met appelmoes eten, de kinderen zitten toch op school. Tegen de tijd dat de school uit is, zijn we terug. Die gestolen uurtjes met mijn vrouw koester ik."

De Averegten, Boonmarkt 12, 2220 Heist-op-den-Berg.

Werd geboren in 1948 in Heist-op-den-Berg als jongste van vier.

Kreeg de bijnaam Polle Pap omdat hij als kleine jongen met zijn vader mee op melkronde ging.

Trouwt in 1975 met zijn eerste vrouw, samen krijgen ze vijf kinderen.

Leert in 1985 Jan Leyers kennen, een jaar later scoren ze de hit You Get To Me.

Breekt in 1988 door met Soulsister in de VS.

Leert in 1995 Tineke kennen, met wie hij twee kinderen heeft.

Brengt in 1998 zijn eerste soloalbum uit.

Speelt dit najaar jubileumconcerten met Soulsister.

Goesting in ... een UITJE MET DE KINDEREN

"We hebben een abonnement in Planckendael, daar trekken we geregeld heen met het gezin. Ik geniet ervan te zien hoe mijn kinderen vol verwondering naar de olifanten, flamingo's en tijgers kijken."

Leuvensesteenweg 582, 2812 Mechelen. www.planckendael.be.

"De Roma is en blijft de muziektempel voor mij. Bij de renovatie hebben we de vrijwilligers gesteund door belangeloos concerten te spelen. Paul McCartney heeft er in de jaren 70 nog opgetreden. Ik heb er destijds de Soft Machine (Britse symfonische jazzrockband, red.) aan het werk gezien, fantastisch was dat. Ik heb er opgetreden met big bands, met de muziekkapel van de zeemacht en die van de landmacht, met amateur-harmonieorkesten. Je hits spelen met een fanfare, hoe zalig is dat?"

Turnhoutsebaan 286, 2140 Borgerhout. www.deroma.be.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234