Vrijdag 25/06/2021

Ché wou veel meer dan revolutie in Bolivia

Missionaris Pablo Franssens

woonde en werkte in het Andesland

toen Guevara daar stierf

'Het kan niet anders of ik moet Ché Guevara in een van zijn vermommingen ontmoet hebben', zegt Pablo Franssens, een Belgische missionaris die destijds in Bolivia woonde, zich daar over de mijnwerkers ontfermde en de vrienden van de Cubaanse Argentijn kende. 'Toen het nieuws van zijn dood bekend raakte, heb ik een mis voor hem opgedragen.'

DOOR LODE DELPUTTE

In de loop van 1962 doopte de Belgische priester Paul 'Pablo' Franssens 62 baby's in het Boliviaanse mijndorp Chorolque Santa Barbara. Zoveel vreselijke ellende heerste daar dat een jaar later nog slechts één kind leefde. In dat Bolivia was het dat vijf jaar later de Argentijns-Cubaanse 'guerrillero heróico' Ernesto 'Ché' Guevara werd geëxecuteerd. Volgens Franssens, die Chés Boliviaanse vrienden zeer goed kende, was hij hoegenaamd niet van plan revolutie te stichten in het Andesland. "Al is dat wel de versie die de hele wereld heeft geloofd, en nog altijd gelooft."

Het bewuste verhaal is bekend: op 7 november 1966 arriveert Ché Guevara, die Cuba vaarwel gezegd heeft en maandenlang van de planeet verdwenen leek, in de Boliviaanse bergregio Ñanahuazú. Daar richt hij het basiskamp op vanwaaruit zijn guerrilla het militaire bewind van generaal René Barrientos omver wil werpen.

Dat is de doelstelling die ook uit Guevara's postuum gepubliceerde Boliviaanse dagboeken blijkt. Maar een herhaling van de succesvolle Cubaanse Revolutie, acht jaar eerder, zit er niet in en was mogelijk niet eens de intentie: anders dan in de Cubaanse Sierra Maestra heeft Ché Guevara in Bolivia amper voeling met de plaatselijke boeren. Guevara's theorie over het foquismo, het creëren van guerrillahaarden, waarna het volk met de guerrillero's sympathiseert en vervolgens de gevestigde machten verdrijft, gaat in Bolivia niet op.

"Bekijken ze me eigenlijk wel?", schrijft de legendarische guerrillero. "Ja, als ik tegen ze praat, kijken ze. Daarna niet meer, dan kijken ze naar de grond. Wee de yankees, oligarchen en hoerenzonen die hun hoofd naar beneden gedwongen hebben! Altijd kijken ze naar beneden. Maar aan hun voeten ligt zelfs geen stront. Ik weet niet waarnaar ze kijken."

Pablo Franssens (76, en geboren op 14 juni, dezelfde dag als Guevara) relativeert echter Chés pogingen om voeling te krijgen met het boerenvolk. "Het enige wat hij deed, was eten bij ze halen en ze ervoor betalen. Voor de rest vermeed hij het contact met de campesinos." Van Chés dagboek denkt Franssens dat het als dwaalspoor opgezet was, bedoeld om toevallige vinders met een kluitje in het riet te sturen.

Als het níét Guevara's streefdoel was om zomaar even de Boliviaanse militairen te onttronen, waarom was hij dan in Bolivia? Wat deed hij met zijn handvol manschappen, en een enkele vrouw, onder anderen de Duits-Argentijnse Tamara 'Tania' Bunke?

"Ik heb mijn vrienden destijds beloofd twintig jaar te zwijgen. Maar volgens Chés later omgebrachte vertrouwelingen Sergio Almaraz Paz, Olga Pantelis, Federico Escobar en vele anderen, zag hij de dingen groter. Eigenlijk wou hij een grote revolutionaire leerschool oprichten die in alle landen van Latijns-Amerika zou toeslaan. Een soort links-revolutionair tegenwicht voor de School of the Americas, zeg maar. In Bolivia kwamen Chés rekruten overigens uit heel Latijns-Amerika, onder wie ook een Chileen, ene Roth, die voor de CIA werkte en in tegenstelling tot de rest van Chés gezelschap niet geëxecuteerd werd, maar op bizarre wijze uit het zicht verdween."

In de loop der jaren bevestigden diverse getuigen, onder wie een Cubaanse ambassadeur in Brussel die Franssens ooit een brief van Fidel Castro over de zaak liet zien, Guevara's ware project. "Dat mocht destijds niet aan het licht komen omdat eind jaren zestig nog niet duidelijk was dat de VS het pleit zouden verliezen in Vietnam. Bovendien wou Cuba de landen van Latijns-Amerika in afwachting van het grootse revolutionaire project zo goed mogelijk te vriend houden."

De enige verwijzing waarin Ché Guevara mogelijk een tipje van de sluier oplichtte, was zijn beruchte, door alle critici ter illustratie van zijn megalomanie aangehaalde brief aan de Tricontinentale Conferentie in Havana, in april 1967: "Hoe nabij en lichtgevend is de toekomst als er twee, drie, vele Vietnams op het aardoppervlak zullen bloeien, met hun dodentol en grootse tragedies, hun dagelijkse heldenkracht en herhaalde kaakslagen tegen het imperialisme!"

Nee, de Boliviaanse boeren waren Chés vrienden niet. Meer nog, de militaire junta had een pact met ze gesloten, tegen de mijnwerkers. Bij die laatsten had het marxisme wél voet aan de grond gekregen en ze koesterden juist grote bewondering voor Ché Guevara: zijn sociale idealen, zijn strijdlust, zijn sobere levenswijze. De mijnwerkers (maar niet de Boliviaanse KP) geloofden in een Cubaanse remake in Bolivia, de boeren niet.

"Het is simpel. Voor ik met mijn mijnwerkers aan de slag ging, ooit heb ik ze met melkblikken van El Bébé Holandés zelfs bommen helpen maken, had ik maar zelden van Ché Guevara gehoord. Ik had er zeven jaar seminarie en drie jaar als onderpastoor in Luik op zitten, en daar kregen we dat soort boodschappen uiteraard niet mee. Ik had wel van de Cubaanse Revolutie gehoord, maar ik was tegen het communisme. Mijn eigen overtuiging kreeg pas jaren later vorm, in het jaar van Chés dood, toen in het Midden-Oosten de Zesdaagse Oorlog plaatsgevonden had en ik (de eerder genoemde vriendin, LD) Olga, een Boliviaanse medewerkster van Ché, verteld had hoe goed ik het vond dat de Joden de Arabieren verslagen hadden. Olga ontstak in een vlammende woede en fulmineerde dat ik er niets van had begrepen. 'Kies de zijde van de armen en je zult nooit dwalen', zei ze me. Voor mij, ik kende het verschil niet tussen reactionairen en revolutionairen, was dat het moment van de bekering."

In La Paz frequenteerde Franssens destijds de progressieve kunstgalerij Galería Naira, waarvan de omgeving een vermomde Ché Guevara clandestien onderdak verschaft had. "Elke avond kwamen daar intellectuelen, schrijvers, muzikanten en schilders samen. Ik kan me geen gezicht voor de geest halen, maar het kan bijna niet anders of ik moet hem daar gezien hebben."

Maar dat was vóór 23 maart 1967, vóór de Boliviaanse autoriteiten Ché op het spoor kwamen. "Dat was een moment dat ik nooit zal vergeten. Die avond was mij gevraagd mijn film (later werd Pablo Franssens bezieler van de vzw's Bevrijdingsfilms en Chaski, LD) over de mijnwerkersfamilie, die ik zelf van commentaar voorzag, aan president Barrientos te tonen. Het was niemand minder dan Barrientos' echtgenote, Ana María Torrico, die me opbelde: 'De vertoning kan niet doorgaan. Ze hebben hier net Ché ontdekt.' Ana María kreeg daarna ernstige problemen, want ze had me een groot staatsgeheim verklapt. De militairen hielden intussen vol dat Ché niet in Bolivia was, meer nog, dat hij door Fidel Castro uitgeschakeld was omdat die in Guevara een rivaal zag."

Enkele weken later neemt het Boliviaanse leger, gesteund door de CIA, de Franse journalist Régis Debray en een andere makker van Ché, Ciro Bustos, gevangen. Beiden worden gefolterd en leggen bekentenissen af. Het is een kwestie van tijd voor Guevara gevonden wordt. Op 8 oktober 1967 is het zover. In de Yuroravijn, vlak bij het dorp La Higuera, wordt hij gevangengenomen.

Toen de militaire leiding voor de keuze gesteld werd tussen een proces en een executie, koos ze voor dat laatste. Het was een jonge sergeant, Mario Terán, die, door het trekken van strootjes, als Chinese vrijwilliger werd aangesteld. Het verhaal wordt betwist, maar Guevara zou tegen Terán gezegd hebben: "Schiet maar, lafaard, je zult enkel een mens doden!" Over Terán raakte enkele dagen geleden overigens bekend dat de Cubaanse autoriteiten hem een oogoperatie geschonken hebben...

Maar waarom die executie? Franssens: "Het heette dat de muis Bolivia te klein was voor de olifant Guevara, en dat een proces Bolivia nog belachelijker zou maken. Hij is dus doodgeschoten, en met de mijnwerkers heb ik toen een mis voor hem opgedragen."

Kort na Guevara's dood keerde 'padrecito' Pablo wegens de ziekte van zijn moeder terug naar België. In Bolivia stond hij toen al op de zwarte lijst. Maar in de aanzienlijke Latijns-Amerikaanse gemeenschap in Leuven was hij des te populairder. "Hoeveel Latijns-Amerikaanse kinderen heb ik daar niet gedoopt. Ik doop u in de naam van Jezus Christus, Ché Guevara en (de Colombiaanse priester-guerrillero, LD) Camilo Torres... (lacht)"

Pablo Franssens is nooit meer naar Bolivia mogen terugkeren, maar voelt zich helemaal Aymara-indiaan. Wat draagt hij anno 2007 van Ché Guevara mee, nu we weten dat die een uiterst autoritair heerschap was dat moeilijk kon luisteren en meedogenloos optrad tegen zwakte en verraad? Een man ook die, aan het begin van de Cubaanse Revolutie, synoniem was met honderden standrechtelijke executies en onwerkbare utopische projecten?

"Ik ben nooit een echte fan van hem geweest", zegt Franssens. "Pas nu hij veertig jaar dood is, heb ik voor dit interview zijn portret bovengehaald. In Bolivia heeft Ché de inheemsen nog verder in de verdringing geduwd. Ik hou niet van het kapitalisme, maar evenmin van het communisme. Die twee ideologieën zijn voor 99 procent met economie bezig. De inheemsen zijn veel meer gefocust op cultuur en religie, maar hebben hun eigen economische systeem. In plaats van het marxisme hadden de Bolivianen destijds beter (de inheemse auteur, LD) Fausto Reinaga gelezen."

"Maar goed, je moet alles in zijn context zien. In die context was wat Ché deed misschien het beste wat toen kon, tot de dood erop volgde. Maar het was ook tamelijk Jezusachtig: dat de dood zin zou hebben. Zoals een van die Boliviaanse arbeiders zei: 'De dood mag nooit het strijdmiddel van de arbeidersklasse zijn. Wij willen het systeem vernietigen, niet de mensen.'"

Pablo Franssens:

Ik heb mijn vrienden destijds beloofd twintig jaar te zwijgen. Maar volgens Chés later omgebrachte vertrouwelingen wou hij een grote revolutionaire leerschool oprichten die in alle landen van Latijns-Amerika zou toeslaan

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234