Woensdag 16/06/2021

Château Bethlehem: bizar design voor studenten hotelschool

Een hotelkamer waar een olifant in zwemt, waar bronzen pollepels aan de deur hangen of waarin de badkamer goed verstopt zit. Voor studenten hotelschool is het fenomeen ‘designhotels’ niet altijd een geschenk. De Hoge Hotelschool van Maastricht heeft daar iets op gevonden: laat bekende Nederlandse ontwerpers enkele bizarre kamers inrichten waar studenten kunnen leren omgaan met vreemde omgevingen. Het resultaat is Hotel Château Bethlehem, waar de designsterre bleef stille staan. We presenteren enkele designers met hun kamers.

an de deur op de gang hangt een bronzen pollepel. Dat betekent dat dit een kamer van Studio Job is. Maar waarom staat er meteen achter de deur een toiletpot? Weliswaar met een knus schemerlampje erboven, maar daarmee nog geen plek om comfortabel de nacht door te brengen. Gelukkig wijst de behulpzame student van de Hoge Hotelschool in Maastricht op een nis in de zijmuur. Achter deze karakteristieke halfronde doorgang ligt de sfeervolle kamer. Maar eenmaal gewapend met deze kennis staat niets een avontuurlijk verblijf in Teaching Hotel Château Bethlehem nog in de weg.

Het is even wennen, zo’n buitenissig vertrek. Dit is dan ook geen gewoon hotel, maar een ‘innovatieve leeromgeving’ voor hotelschoolstudenten. “Zo worden ze geprikkeld om op een andere manier naar design, sfeer en gastvrijheid te kijken”, legt decaan Vera Düring uit. “Het management wordt nu nog grotendeels gedaan door de staf, maar over een paar jaar zal dit ‘leerhotel’ in zijn geheel worden gerund door studenten. Al zullen de gasten daar niets van merken. Die slapen in een unieke kamer die elke andere hotelervaring overtreft.”

De eenvoudigste manier om een inspirerende plek voor studenten én gasten te creëren, is avontuurlijke Dutch designers vragen voor het interieur van de 26 kamers, het restaurant, de bar en de meetingrooms. De selectie was in handen van Henk Vos, de ontwerper van het Kruisherenhotel in Maastricht dat in een vijftiende-eeuws klooster is gehuisvest. “Ik heb gezocht naar een goede mix tussen signatuur en bekendheid. Grote namen heb je nodig voor de publiciteit, het onbekende talent zorgt voor verrassingen.” Slechts één beperking werd de ontwerpers opgelegd: respecteer de monumentale elementen van het eeuwenoude Château Bethlehem. “De eerste geschriften waarin een kasteel op deze locatie opduikt, dateren al uit 1392”, zegt Düring. In de eeuwen daarna werd het kasteel voortdurend verbouwd en uitgebreid. De afgelopen veertig jaar fungeerde het als kantoor en lesruimte voor de hotelschool. Totdat de campus in 2008 een nieuw lesgebouw kreeg en een lang gekoesterde wens in vervulling kon gaan: een inspirerend hotelconcept neerzetten waar studenten praktijkervaring kunnen opdoen.

Natuurlijk draagt de historische locatie net zo veel bij aan die inspiratie als de eigentijdse kamers. Een groot deel van de kamers biedt zicht op de beschutte binnenplaats. Onder de bomen staan de terrastafeltjes waar gasten ontbijten of borrelen. Al kunnen er ook zomaar studenten aanschuiven voor koffie of bier. Düring: “Studenten en hotelgasten maken samen gebruik van het gebouw. In de kelder is bijvoorbeeld de wijnclub van studenten. Maar als onze gasten willen aanschuiven voor een proeverij zijn ze meer dan welkom.”

STUDIO JOB

e reizen veel en voelen ons het meest thuis in hotels met een rijke geschiedenis waar je als gast deel van wordt. Dat je op een kamer voelt dat er echt is geleefd door mensen”, zegt Job Smeets die samen met Nynke Tynagel ontwerpduo Studio Job vormt. “Daarom wilden we ook geen tv of multimediale onzin op onze kamers, maar een pick-up waarop een langspeelplaat van de Götterdämmerung van Richard Wagner ligt. Lekker veel drama.” Tegelijkertijd weten ze ook wel dat je zo’n gevoel niet kunt imiteren, beaamt Smeets. “Daarom hebben we er eigenlijk één grote fake van gemaakt. De kamers zijn ingericht met het Paper Furniture dat we voor Moooi hebben ontworpen. De meubels zien er weliswaar uit als ouderwetse kroonluchters, klerenkasten en schemerlampen, maar ze zijn gewoon van papier. Hartstikke nep dus. Al zijn alle meubels wel speciaal voor deze kamers op maat gemaakt.”

Een loopje nemen met de realiteit, is het handelsmerk van Studio Job. Door alledaagse gebruiksvoorwerpen als een pijp of een kookpan op te blazen tot functieloze megasculpturen van brons levert het duo commentaar op de hedendaagse wegwerpcultuur. “Je wilt toch geen hotelkamer die er hetzelfde uitziet als je eigen slaapkamer?” Eigenlijk hadden ze meer originele elementen willen zien. “Maar na zo’n verbouwing is alles glad gestuukt. Dus hebben we er maar kamers van gemaakt waarin je het leven ziet. Alle muren zijn bekleed met wit behang met een reliëfprint van insecten, skeletten en andere tekeningetjes die we vaak gebruiken in ons werk.” In de kamers zijn ook veel van deze karakteristieke objecten van Studio Job te vinden. Boven het bed hangt een bronzen kruis. Aan de muur hangt een foto van een jongeman die oogt als een prins. Smeets: “Dat is een van onze medewerkers die de kamer heeft gebouwd. De ruimte zit vol met zulke persoonlijke details. Zelfs de platenhoes voor de Götterdämmerung hebben we opnieuw ontworpen.” Het meest opvallende is de entree. Bij binnenkomst sta je eerst in de wc. “Eigenlijk was dat een praktische oplossing. De badkamer is zo klein, daar konden we eigenlijk met goed fatsoen geen toilet meer in kwijt. Daarbij vinden we het altijd heel vervelend als je pal naast het bad moet zitten. Nou, dan kun je die pot net zo goed in de gang zetten.” In een recalcitrante bui hebben ze op het bed ook maar meteen kussens met een prikkeldraadmotief gelegd. “Zo luxe was het leven in een kasteel vroeger niet.”

De drie naast elkaar gelegen kamers die het duo inrichtte zijn als enige al van buiten herkenbaar aan de bronzen pollepels aan de deuren die fungeren als klopper voor het hotelpersoneel. “Als je naast zulke grote ontwerpers als Piet Hein Eek of Richard Hutten een kamer mag inrichten, moet je je wel een beetje onderscheiden. Zo hebben we het gevoel willen creëren van een klein hotel in het hotel. En dat hotelletje is de wereld van Studio Job.”

ier vervreemdende kamers die op geen enkele manier op elkaar lijken en toch zichtbaar het handschrift van de ontwerper dragen. Zo zou je de kamers van Jurgen Bey van Studio Makkink & Bey kunnen samenvatten. Al zijn de kamers een stuk toegankelijker dan je zou verwachten van de bedenker van bijvoorbeeld de Tree Trunk Bench, een bank die niets meer is dan een boomstronk met drie rugleuningen van afgedankte stoelen. “Ik heb een onbekende wereld gecreëerd door de stereotiepe dingen van een hotelkamer een compleet ander uiterlijk te geven”, aldus Bey. Daarvoor heeft hij de verschillende functies van een hotelkamer onderzocht. In de kamer Push Start kan de ruimte worden verdeeld met een dik velours gordijn. “Als de een naar bed wil, kan de ander nog wat lezen.” In Fremdkörper kijk je vanuit bed in de enorme badkamer, die is opgebouwd uit een landschap van muurtjes van verschillende hoogte en kleurstelling. “Badkamer en slaapgedeelte zijn anders, maar gelijkwaardig.” In de Crayon Room (foto) speelt Bey met de onvermijdelijke tijdelijkheid van het verblijf. De muren, het plafond en de meubels zijn beschilderd met schoolbordverf. “Met krijtjes kunnen de gasten tekeningen van hun voorgangers aanvullen of een nieuw, eigen spoor achterlaten.”

en kamer die helemaal grijs is - van het beddengoed en de deurklink tot het schilderij en zelfs de lijst waarin dat hangt. Daar moet je toch niet aan denken. Toch werkt het, de kamer One Colour van Piet Hein Eek. Het interieur is zo onwerkelijk dat het lijkt alsof je figureert in een videoclip. Precies wat Eek voor ogen stond. “Dit is nu eenmaal geen gewoon hotel, maar een plek die de horizon van studenten moet verbreden. Het zijn de hoteleigenaren van morgen en het zou toch fijn zijn als ze beseffen dat niet alles draait om kostprijs en efficiëntie. Dan is het de uitdaging om als ontwerper de grenzen op te zoeken. Of nog leuker: over die grenzen heen te gaan. Bijvoorbeeld door een kamer te ontwerpen die niets meer is dan één groot grijs gat. Alle lof voor de hotelschool dat ze zoveel vrijheid hebben gegeven.” De afgedankte meubels in de kamer scharrelde hij bij elkaar. “Dat ze eigenlijk allemaal verschillend zijn maakt niet uit. Ze worden toch één familie omdat ze dezelfde kleur hebben.”

Voor elk van de vier kamers die Eek ontwierp, bedacht hij een ander concept. “Ik denk altijd in verhaaltjes. Dat kan met sloophout zijn of met afgedankte meubels maar ook met iets heel anders.” Want dat wordt nog wel eens vergeten: sloophout is slechts één van de vele materialen die Eek gebruikt. Zo ontwierp hij diverse stoelen van aluminium en plaathout. Ook maakte hij een serie chique lampenkappen van restmateriaal van een stropdassenfabriek. In de kamer Hotel Object plaatste hij het bed en de waskamer in één grote installatie die los in de kamer staat. “Alle functies zijn nu geconcentreerd in één overzichtelijk meubel, waardoor de ruimte groter lijkt dan deze in werkelijkheid is.” Al gebruikte hij natuurlijk ook de karakteristieke latjes van sloophout voor de vier kamers die hij mocht inrichten. “Wat me altijd stoort aan hotelkamers waar ik met mijn familie moet slapen, is dat deze zijn ingericht voor een echtpaar. Als je kinderen bij je hebt, wordt er zo’n lullig opklapbedje bijgezet. Daarom heb ik een stapelbedje gemaakt van sloophout. Ook deze kamer oogt als een duidelijk geheel doordat de kleuren op elkaar zijn afgestemd.” Naast deze Family Room ontwierp Eek nog een modulaire kamer. “Basis daar zijn de roestvrijstalen buizen waarop je alles kunt aansluiten: douche, wasbak, wc en noem maar op. Daardoor heb je met de eigenlijke ruimte niet zo veel te maken en blijven de historische elementen als vanzelf intact. Dit concept zou zich overigens heel goed lenen voor de inrichting van een compleet hotel.”

ie heeft geslapen in de Bath Room van Richard Hutten, heeft thuis ook wat te vertellen. Neem alleen al dat plafond dat bestaat uit een levensgrote fotoprint van een olifant. “Ik wilde dat de kamer de uitstraling had van een zwembad. Vraag me ook niet waarom. Dat leek me wel eens grappig. Dan moet je ook een onderwatergevoel krijgen doordat er iets boven je hoofd zwemt. Maar wat? Tot ik op deze foto van een olifant stuitte. Geweldig!” Al bleek het kopen van de rechten van natuurfotograaf Steve Bloom niet eenvoudig. “Die foto is uiteindelijk het duurste onderdeel van het hele interieur geworden.” De vloer en de muren zijn bekleed met dezelfde blauwe tegeltjes. “Eén van de sponsors was Mosa. Nou, dat hebben ze geweten.” Geheel volgens het principe ‘No sign of design’ waarmee Hutten in 1991 afstudeerde aan de Design Academy in Eindhoven, zijn ook toilet en douches uitgevoerd in authentieke zwembadstijl. “In België hebben we een producent van standaardkleedhokjes gevonden. Met van die zwiepdeurtjes op kniehoogte. Die hebben we langs de muur geplaatst.”

De kamers van Hutten zijn de meest extreme van het Château. “Ik heb een soort gesamtkunstwerken willen ontwerpen waarin alle details ondergeschikt zijn aan het dragende concept.” Al zijn het geen installaties voor een museum, maar functionele hotelkamers, verzekert hij. “Ik slaap drie maanden per jaar in een hotel dus qua hotelcomfort durf ik me een ervaringsdeskundige te noemen. De bedden slapen goed en aan de muur hangen kleerhangers. Er zijn geen kleerkasten, nee. Dat leidt alleen maar af. Dat zal me vast een ster hebben gekost, maar ik heb het er graag voor over.”

atuurlijk is het eeuwenoude kasteel bijzonder. En natuurlijk is de gastvrijheid van het jonge personeel overweldigend. Maar waar Gerben van der Molen van het Rotterdamse ontwerpbureau Stars Design meteen verliefd op werd, was de kasteeltuin. “Over de grachten hangen treurwilgen en er is zelfs een romantisch bruggetje. Het is een prachtige plek om te picknicken of gewoon in het gras te liggen. Die sfeer heb ik terug willen laten komen in de kamers.” Omdat hij de twee ruime suites mocht inrichten, kon hij zich “helemaal uitleven”. In plaats van de standaardbank met bijzettafeltje plaatste hij in de suite met de toepasselijke naam Suite in the parc een schommel, een hangmat en een eigentijds hemelbed van Qbic. “Met fabrikant Vescom heb ik een nieuw behang ontwikkeld met een bloemenprint. Ook de vloerbedekking van Desso heeft een bladmotief.” Suite Cut the crap hield hij juist basic. Maar achter een scheidingswand ligt een luxebadkamer met sauna, bubbelbad en twee douche-eenheden. “Na een bijbetaling schuift een spiegel in de scheidingswand weg en heb je toegang tot je eigen wellnesscenter. Meer luxe dan dat kan toch niet?”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234