Dinsdag 11/05/2021

Charmezangers onder elkaar

In zovele kamers heeft hij gezongen en betoogd.

In het begin van de jaren negentig begon Frans Verleyen in zijn eigenste Knack een rubriek, 'De handelingen', waarin hij op een persoonlijker manier schreef over wat hem echt boeide. Een selectie van die teksten werd in 1995 gepubliceerd als Handelingen van een inboorling (Van Halewyck), maar bij mijn weten niet in boekvorm herdrukt werd het huldebetoon aan Hugo Claus, 'De handelingen van de bewonderaar', dat op 28 juli 1993 in Knack verscheen. Aldus schreef de erudiete Verleyen: "Maar er is in mijn geval iets lastigs aan de hand met dat gevoel van absolute eerbied voor Claus, de autodidaktische veelweter. Ik doe er alles aan om deze verering, deze jongensliefde, in zijn gezelschap te verbergen. (...) Ik heb niet zoveel talent om rots te zijn (...) In mij is een kind achtergebleven waarvan de mond nog verbaasd kan openvallen en prevelen hoe prachtig een gedicht, een schilderij of een muziekstuk is."

Op zijn begrafenis - Verleyen overleed op 13 oktober 1997 - las Hugo Claus een gedicht voor. Het staat in Wreed geluk (1999) en werd nu herwerkt met als titel 'Scherven voor Sus' ook opgenomen in het boek Frans Verleyen - De heldere taal van een grafstem (Roularta Books). Volgens inleider Hubert van Humbeeck was het niet de bedoeling een huldeboek te maken. Vrienden wilden enkele teksten van hem weer onder de aandacht brengen en nodigden bepaalde auteurs uit te reageren, "om het gesprek als het ware over de grens van de dood heen verder te zetten". Het resulteerde in een mooi boek, dat echter merkwaardig ongelijk van kwaliteit en signatuur is. Enkele participanten hielden zich gelukkig niet aan het opzet en schreven een persoonlijk huldeblijk aan Frans Verleyen, Sus voor de vrienden. Van Humbeeck: "Het mag hen niet kwalijk worden genomen dat de warme gloed van de camaraderie, van de herinnering, toch soms de bovenhand heeft genomen," Integendeel, precies die getuigenissen leverden genietbare teksten op.

Op bladzijde 10 staat de hiernaast afgedrukte foto, daterend uit mei 1981. Wilfried Martens, toen als premier vervangen door Mark Eyskens, had de politieke pers uitgenodigd had op een boot op de Leie. Het bijschrift: "Frans Verleyen, pollepel in de hand, amuseert het gezelschap met een ter plekke door Jan De Graeve op een papieren tafelkleed getekende 'snijdersbank'." (In de getrouwe die rechts het papier hoog houdt meen ik Hubert van Humbeeck, nu directeur bij Knack, te herkennen.)

Toevallig las ik net voor De heldere taal van een grafstem een totaal ander journalistiek werk: Ik hou van jou - Het verhaal van de Vlaamse showbizz (Standaard Uitgeverij) van Manu Adriaens, over het populaire lied, met achterop van die misselijke smaakmakers als "Is er een verband tussen de weelderige boezem van Wendy Van Wanten en het hoge homo-gehalte onder de Vlaamse charmezangers?" Duidelijk geen spek voor Verleyens bek. In een hoofdstuk heeft Adriaens het over de pure smartlap: "De oorsprong ervan ligt in de middeleeuwen: toen was het letterlijk een lap van textiel met daarop een smartelijk verhaal in prenten. Straatzangers zongen het lied en wezen met een stok aan hoe ver ze waren gevorderd."

Frans Verleyen - "slimme Sus" voor vele vrienden - als charmezanger en entertainer. In een Humo's zeven-hoofdzondeninterview vroeg Yves Desmet hem ooit te kiezen tussen Apollo en Dionysus, het denkende en de ratio, zoals Verleyen preciseerde, versus het feest en het genoegen. Het antwoord: "Ik zit eerder in de Dionysische sector. Ik feest graag, ik zing zeer graag, ik rook graag: un homme de compagnie. Graag musiceren, graag samen zingen: ik kan niet lang met een hoop vrienden bijeen zitten of we beginnen."

De vrienden getuigen: zowel Miel Dekeyser over de nog prille journalist - "Hij vertrok geen spier als hij een of ander gregoriaans gezang aanhief. (...) Toch was het geen dronkemansgebral" - als Hugo De Ridder over hun kennismaking in 1969: "Rond Sus hing toen al een geraffineerd aureool. Zijn improvisaties in het Leuvens studentencafé De Munt, de wijze waarop hij cantussen leidde." De Ridder herinnert zich ook de "legendarische" tuinfeesten in de jaren zeventig: "Sus zong, dirigeerde, droeg romantische verzen voor, speechte, koppelde cabinetards in driestuks herenpak aan laatbloeiende flower power-meisjes, weende, lachte, stak een groot vuur aan, onderhandelde met de door wakkere buren opgeroepen rijkswacht en troostte ontredderde gasten." Frans Verleyen zong wellicht zoals hij in zijn beste momenten schreef, met overmoed en baldadig. Jef Lambrecht vat het mooi samen: "Dan rolden de zinnen eruit en walste hij met een wellustige woordenschat over zijn onderwerp. Welige neologismen denderen dan als een allitererende tankdivisie door een of ander slagveld. Links en rechts ontbrandt een triomfantelijk vuurwerk van onomatopeeën."

In een stuk over zijn muziekliefde vermeldde Verleyen dat hij op een oude filmopname had gemerkt dat de "toen nog zeer rebelse dichter Hugo Claus met zijn fiere bokserneus" nogal wat grammofoonplaten van Schubert had liggen: "Vreemd was dat, een heidense Claus die belangstelling scheen te hebben voor de meest Wienerische melodicus uit de tijd van Goethe." En nu het toch weer over Claus gaat; in De komplete kleinkunstgeschiedenis, een ander boek van Manu Adriaens - je prends mon bien ou je le trouve - vertelt Liesbeth List - een van de "getalenteerde moordgrieten", dixit Miel Dekeyser, voor Verleyen - over een nachtje stappen met Jacques Brel: "Lachen! En veel whisky natuurlijk, daar hield hij erg van. Hij adoreerde Claus, die op zijn beurt ook weer een diepe bewondering voor Brel had. Brel was een man voor mannen."

Zo ook Sus Verleyen et les copains. Eerste minister Guy Verhofstadt is ondubbelzinnig: "Zijn vriendschap was totaal, zijn overgave volmaakt." Ook Herwig Van Hove vertelt origineel - met keukengeheimen - over nachten waarop maatjes genuttigd werden onder het zingen van liederen van Brassens. Overigens: "Al wie voor de vuist weg een strofe Brassens ten beste kon geven, was voor eeuwig een vriend van Verleyen. Een maat."

Een "kolos van een kameraad", het is een typering van Pjeroo Roobjee, die ook uitzinnige vriendschapsnachten met Verleyen en Claus - "de geliefde, de voor eeuwig jonge beklimmer van de Parnas" - schildert: "Tijdens deze dramatisch verrukkelijke blessuremomenten voelde Sus zich altijd weer geroepen om enige op toon gezette verzen ten beste te geven. Zijn repertoire was, dank zij zijn fenomenaal geheugen, zeer uitgebreid." Roobjee vermeldt ook Verleyens bewondering voor Claus als een van de "lievelingen van de goden" die met Shakespeare, Homeros en Hölderlin in "onze zon zijn komen kuieren". Tijdens die feestnachten kwam het vaak tot een wedstrijd, "een soortement van groot-gelijk-quiz": wie was het West-Vlaams in die mate machtig dat hij als de ware erfgenaam van Gezelle kon gelden? Claus was "steeds de meerdere van Sus", die echter "de kampioen van de lange adem" bleef.

Claus komt ook even voor in het verhaal van de Vlaamse showbizz. Will Tura, die overigens Het verdriet van België las, merkt op: "Iemand uit zijn vriendenkring heeft me echter verteld dat de schrijver zeker niet anti-Tura is. Meer zelfs: volgens die man kent Claus de tekst van 'Moa ven toh' uit het hoofd." Maar verder was het toch vooral Sus Verleyen die uit het hoofd kon reciteren, zoals blijkt uit het gedicht van Claus: Wij reden door de smalle bergpaden. Hij zong een cantilene. En dan nog één, en dan nog zeven. "Sus, nu even geen gezang. Ook niet het mooiste lied. Alsjeblief!" "Goed", zei hij, "ik zal zwijgen als een graf." O, de stilte van de bergpas, van de motor, van de coniferen! Toen hoorden wij zijn stem, zijn stem van dertien jaar. "Mag ik dan wel één, één versje citeren?" Uren lang duurde de cadens van alexandrijnen en refreinen.

Terwijl wij verder moeten vluchten en vallen en verdwijnen

trilt zijn basso profundo nog na van achter het behang.

(Hugo Claus, 'Scherven voor Sus')

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234